Geotechniek
Geotechniek is de discipline binnen Civiele Techniek die zich bezighoudt met het bepalen van grondgedrag wanneer er in en met grond wordt gebouwd. Voorbeelden van geotechnische activiteiten zijn onder meer funderingstechniek, het beheersen van verzakkingen/zettingen en het waarborgen van stabiliteit van kademuren, grondlichamen (zoals dijken) en ontgravingen (bouwputten). Geotechniek vormt een essentieel onderdeel van gww-projecten, omdat de (onder)grond rechtstreeks invloed heeft op de uitvoerbaarheid, stabiliteit, kwaliteit en levensduur van een project.
Om geotechnische risico’s in kaart te brengen, wordt geotechnisch onderzoek verricht dat bestaat uit het vaststellen van de relevante bodemopbouw en een inschatting van grondgedrag als gevolg van de bouwactiviteiten door middel van (model)berekeningen. Ter ondersteuning van dergelijke berekeningen kan, voor het bepalen van relevante grondparameters, aanvullend geotechnisch classificatie- en laboratoriumonderzoek nodig zijn.
Door de complexiteit en de veelzijdigheid van grondsamenstelling, kan het inschatten van grondgedrag gepaard gaan met onzekerheid. Om onzekerheden en geassocieerde geotechnische risico’s te beheersen kan gestuurd worden op aanpassing van het constructieve ontwerp, de uitvoeringsmethode, het toepassen van monitoring, of het treffen van maatregelen om de grondgesteldheid te verbeteren (grondverbeteringstechnieken).
Toepassing binnen UAV-GC-contract
In een UAV-GC-contract worden de door de Opdrachtgever ter beschikking gestelde geotechnische informatie, bijvoorbeeld resultaten van sonderingen, boringen of laboratoriumproeven, gedeeld in de Annex XII. De basis van het bredere Informatierisico binnen UAV-GC contracten wordt beschreven door art. 3 lid 3 en art. 3 lid 4 en is voor geotechniek nadrukkelijk relevant. Specifieke onderbouwing kan gevonden worden in de toelichting op hoofdstuk 6 – bodemaspecten.
Het onderdeel Geotechniek in de Vraagspecificatie Eisen (VSE) geeft aan welke prestaties van geotechnische constructies worden verwacht, zoals eisen aan stabiliteit, zettingen, draagvermogen, grondwaterbeheersing en constructieve betrouwbaarheid. De Opdrachtgever beschrijft daarbij wat het resultaat moet zijn (bijvoorbeeld maximaal toelaatbare zettingen of veiligheidsfactoren), terwijl het hoe – de gekozen geotechnische oplossingen, berekeningsmethoden, detailontwerp en uitvoeringswijze – bij de Opdrachtnemer ligt.
De Opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de (verdere) uitwerking van het geotechnische ontwerp inclusief berekeningen, onderbouwingen, toetsresultaten, een strategie voor monitoring en verificatie en de daarbij behorende verificaties op basis van de aan hem verstrekte onderzoeken en informatie.
Meer informatie
- NEN9997-1:2016/C2:2017
- CUR 162, Handboek Construeren met grond
- Kennismodule Geotechniek
- NEN3651:2020: Aanvullende eisen voor buisleidingen in of nabij belangrijke waterstaatswerken
- Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen van RWS met versienummer Juni 2019-v1.0
- BRO (Dinoloket)
Delen via