CROW Academie: Alle cursussen gaan zo veel mogelijk online door. Meer informatie

7 voordelen van één objecttypenbibliotheek voor de provincies

15-01-2021
Lieve lezertjes,

Als jullie ons een beetje gevolgd hebben in het BIM circuit, hebben jullie vast gehoord over de “objecttypenbibliotheek voor de provincies”, gebaseerd op IMBOR. Nu klinkt dat heel mooi, 12 provincies, Rotterdam en Amsterdam die samen één objecttypenbibliotheek hebben, en één informatieleveringsspecificatie om van bouw- en onderhoudsaannemers informatie op te vragen. Dat zou nog eens efficiënt zijn, zowel voor deze partijen als voor de opdrachtnemers.

Helaas, als je sprookjes wilt horen, kun je beter naar de Efteling gaan. In deze blog beschrijf ik jullie de zeven voordelen die het zou hebben als je echt één objecttypenbibliotheek zou gebruiken. En de reden waarom dat niet precies zo gebeurt. Hint: elke publieke dienstverlener wil volledige vrijheid hebben bij informatiemanagement en inrichting van het applicatielandschap. Waarin geïnvesteerd wordt, wordt bepaald per organisatie en met flinke willekeur – als er een ambtenaar is die zich er hard voor maakt en de juiste politiek-bestuurlijke toon weet aan te slaan. De bestuurlijke opgave is te groot, er zijn niet genoeg ambtenaren om het allemaal uit te voeren: vervangingsopgave, woningbouw, klimaatadaptatie, energietransitie… het zou allemaal efficiënter kunnen met BIM, maar dat kost éérst tijd .. als je allemaal aan je eigen beleidsvrijheid vasthoudt…

O ja, de onderstaande voordelen lopen uiteraard op van klein naar groot:
  1. Een goedkopere en betere objecttypenbibliotheek en informatieleveringsspecificatie
  2. Areaalgegevens beter delen tussen partijen
  3. De kwaliteit van gegevens makkelijker controleren
  4. Opdrachtnemers leveren makkelijker informatie
  5. Iedereen krijgt betere software
  6. Data-gedreven asset management, klimaatadaptatie, circulariteit, energietransitie, enzovoorts wordt makkelijker
  7. Betere samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer
 

Voordeel 1: Een goedkopere en betere objecttypenbibliotheek en informatieleveringsspecificatie

Stel je voor…. Voor elke vakdiscipline één landelijk team, die samen bedenken, welke gegevens over een provinciale weg, een kunstwerk, een groenvoorziening et cetera echt wáárde toevoegen. Niet te veel, niet te weinig. Een echt top beheerapplicatie omdat je kosten kunt delen, in plaats van geknutsel in veel te moeilijke gratis tools waar je echte linked data nerds voor nodig hebt. Een móóie, maar dan ook echt móóie, viewer voor de objecttypenbibliotheek, die elke linked-data-leek intuïtief kan begrijpen. Eén keer mappen tussen alle informatiemodellen (zoals IMBOR en IMGeo). Kosten besparen in beheer, en landelijk kennis opbouwen qua inohud. Eén duidelijke informatieleveringsspecificatie, zonder dat elke organisatie moet nadenken over eigen wensen aangaande bestandsformaten….

In de praktijk werkt het zo: IMBOR is in feite een bibliotheek is met opties waaruit een publieke dienstverlener kan kiezen. Welk object, welk attribuut, welke waardelijst wil je gebruiken uit IMBOR? Neem die dan op in je objecttypenbibliotheek. Voeg daaraan GWSW, IMGeo, IMKL, AQUO en andere informatiemodellen naar keuze toe, en eigen toevoegingen, en elke publieke dienstverlener heeft zijn eigen, custom-made objecttypenbibliotheek. O ja, met decomposities zoals die uit NEN 2767 eraan toegevoegd. Dat betekent mappen mappen en mappen, altijd een complexe bezigheid. Daarbij heeft elke provincie of gemeente een ander BIM volwassenheidsniveau. De een zit nog op “informatie uitwisselen in tabellen en GIS-bestanden”, de ander wil met linked data en informatiecontainers aan de slag. De stap naar data delen in een Common Data Environment zoals beschreven in de ISO 19650 is nog een brug te ver - behalve als je een document-uitwisselomgeving ook als Common Data Environment beschouwt ;-)

De generieke informatieleveringsspecificatie is een document met standaard eisen aan informatieleveringen. Bijvoorbeeld eisen aan het te leveren bestandsformaat, frequentie van leveringen, gebruik van specifieke technieken zoals COINS 2.0/ICDD informatiecontainers enzovoorts. Helaas, dit is meer een sjabloon, de meeste eisen luiden “bla bla bla conform de specifieke instructie x van organisatie y”.

Meer weten? We hebben over het gebruiken van een objecttypenbibliotheek en een informatieleveringsspecificatie ook een webinar gehouden: Informatiebehoefte asset manager.  Met een praktijkvoorbeeld van Amsterdam.
 

Voordeel 2: Areaalgegevens beter delen tussen partijen

Stel je voor: alle areaalgegevens van de 12 provincies, Rotterdam en Amsterdam, en elke publieke dienstverlener die aansluit, zijn op dezelfde manier gestructureerd (conform de objecttypenbibliotheek) en als linked data, eventueel zelfs als Open Linked Data, gepubliceerd. Voor deze areaalgegevens is supergoede beheersoftware voorhanden, want iedereen heeft dezelfde wensen. Softwareleveranciers kunnen supermooie tools bouwen, bijvoorbeeld areaalbeheerpakketten waarmee de asset manager zijn areaal strategisch kan beheren. Of leveranciers van “Common Data Environments” die top-samenwerksoftware kunnen maken waarin gegevens gedeeld worden tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Zonder specials die de software duurder maken, en minder makkelijk in gebruik. Ontwerp- bouw- en onderhoudsbedrijven kunnen altijd bekijken hoe de situatie buiten is als ze willen inschrijven op projecten. Met één “query” kan je zowel het areaal van Friesland als van Limburg doorzoeken. Makkelijk en efficiënt.

In de praktijk… bestaat er grote diversiteit. Sommige partijen “beheren” hun areaalgegevens in dezelfde software als waarin ze deze gebruiken. Uitwisselen en delen gaat in de bestandsformaten die de leverancier in de aanbieding heeft. Anderen richten hun eigen dataplatforms in volgens eigen inzicht. De een bewaart ook historische gegevens, de ander alleen de “actuele stand van zaken”. Hoe gegevens gedeeld worden met opdrachtnemers verschilt van opdrachtgever tot opdrachtgever.

Meer weten? We hebben over het delen van areaalgegevens ook een webinar gehouden: Publicatie van areaalgegevens: Met als praktijkvoorbeeld de BIM-viewer van Noord-Holland.
 

Voordeel 3: De kwaliteit van gegevens makkelijker controleren

Let op lieve lezertjes, nu wordt het pas echt cumulatief voordelen plukken. Als je allemaal dezelfde objecttypenbibliotheek hebt, en dezelfde structuur en publicatievorm van je areaalgegevens, dan… kun je wijzigingen in de informatie, bijvoorbeeld informatieleveringen van opdrachtnemers, ook op dezelfde manier gaan controleren. Een levering van een weg? Eerst volautomatisch checken of je alle gegevens hebt gekregen die je verwacht, met de waarden die kunnen kloppen. En dan met móóie visualisaties (want softwareleveranciers kunnen betere producten maken op basis van standaarden) de inhoudelijk deskundige laten checken of het echt logisch is dat op die plek, dát type asfalt is aangebracht. Of dat er een fout zit in de data of in de uitvoering…

Nu? Nu moet iedere partij die een objecttypenbibliotheek maakt, ook een eigen validatiestraat inrichten. Noord-Holland, Gelderland, Amsterdam, Overijssel…. Hebben dit allemaal individueel geregeld. De tooling wordt vaak niet gedeeld met de opdrachtnemers die informatie moeten leveren, want: te brak, en wie is er verantwoordelijk als het niet werkt als de opdrachtnemer wil leveren?

Meer weten? We hebben over hoe de geleverde informatie uit projecten gecontroleerd kan worden ook een webinar gehouden: Valideren van areaalgegevens. Met een praktijkvoorbeeld van Gelderland.
 

Voordeel 4: Opdrachtnemers leveren makkelijker informatie

Stel je voor… elke opdrachtgever vraagt informatie over een weg, of kunstwerk, in dezelfde vorm, met dezelfde makkelijk herkenbare inhoud. De opdrachtnemers werken met heel andere soorten applicaties en modellen, maar kunnen met één mapping / export de informatie delen met de opdrachtgever, in het bestandsformaat waar die om vraagt, of rechtstreeks via een API. MKB-opdrachtnemers kunnen hiervoor goede tooling inkopen, want er is een grote markt (als alle gemeenten, provincies en waterschappen hetzelfde vragen.

In de praktijk? Grote variatie. Omdat er geen goede software is, wordt rekening gehouden met MKB en in eenvoudige bestandsformaten uitgewisseld. Alleen – is dat weer niet zo makkelijk te automatiseren, dus: meer handwerk bij het inlezen van de gegevens. Er is geen boost voor verdere digitalisering. Dit is en blijft de kip-en-het-ei van BIM…

Meer weten? We hebben over de eigen informatiesystemen van de opdrachtnemer ook een webinar gegeven: Het informatiemodel van de opdrachtnemer. Met als praktijkvoorbeeld de productie en bouwinformatie in PIM (Pavement Information System).
 

Voordeel 5: Iedereen krijgt betere software

Bij alle voordelen hoort natuurlijk dit: als het informatiemodel en de data voorspelbaar zijn, kunnen softwareleveranciers zich richten op betere functionaliteit. Geldt voor beheersoftware voor areaalgegevens, validatietools, voor applicaties van opdrachtnemers, tools van burgers of bedrijven die gegevens van de overheden gebruiken, enzovoorts.

Onze zoektocht naar een uitwisselformaat voor IMBOR laat zien waarom dat nu moeilijk is: juist omdat iedereen op een ander “BIM ontwikkelingsniveau” zit is de vraag op welk niveau je kunt instappen … en kun je de evidente voordelen van linked data nog niet optimaal gebruiken.

PS een uitwisselformaat is ook maar een traptrede richting data delen in plaats van uitwisselen. I rest my case.

Meer weten? We hebben over de zoektocht naar een uitwisselformaat ook een webinar gegeven: Een uitwisselmodel voor areaalgegevens. Een open gesprek met panelleden en deelnemers. Dit sluit erg aan bij de vraag: gaan we voor het instapmodel (tabellen en geo-bestanden), de gevorderden (linked data) of de verre toekomst (hoezo uitwisselen, data delen met webservices is de echte toekomst).
 

Voordeel 6: Data-gedreven asset management, klimaatadaptatie, circulariteit, energietransitie, enzovoorts wordt makkelijker

Dus als individuele organisaties zich níet hoeven te richten op BIM, kunnen ze zich richten op de werkelijke opgave: asset management, klimaatadaptatie, circulariteit, energietransitie, enzovoorts. Als de areaalgegevens uniform zijn, kunnen slimme algoritmes gemaakt worden waarmee beleidskeuzes ondersteund kunnen worden.
Waar dan ook betere applicaties voor in de markt kunnen komen.

Beslissingen worden beter, én transparanter: iedereen kan de berekeningen volgen. Mits gegevens open gepubliceerd worden, waar ik sowieso voor pleit.
De praktijk? Hier zijn we nog lang niet, op dit tempo….

Meer weten? We hebben over de toepassing van slimme algoritmes een webinar gegeven. Daar kun je ook zien, dat de soep niet zo heet gegeten wordt, met IMBOR kun je al veel toffe dingen: Analyses met areaalgegevens. Sweco laat zien wat er nu al mogelijk is met IMBOR.
 

Voordeel 7: Betere samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer

Last but not least, alles staat of valt met cultuur en samenwerking, en goede afspraken. Er valt echt nog wel wat te doen binnen de organisaties van publieke dienstverleners en hun opdrachtnemers, nadat de areaalgegevens op landelijk niveau geregeld zijn.

In 2020 zouden twee organisaties als eerste aan de slag gaan met pilots om informatieleveringen uit projecten te stroomlijnen, met een Objecttypebibliotheek voor de structuur van de informatie, en een informatieleveringsspecificatie. Het blijkt alleen heel moeilijk om dit als pilot uit te voeren: als je nog geen objecttypenbibliotheek, tooling, informatieleveringsspecificatie en werkproces hebt, kunnen “pilotprojectleden” gek opkijken als je het ineens over deze thema’s gaat hebben. Projectorganisaties focussen zich graag op de projectdoelen en contractmanagement, waarbij oplevering van informatie vooral het doel heeft van controle op het uitgevoerde werk; daarbij zijn projectleden nog gewend aan “documenten” in plaats van data; dus revisietekeningen in PDF, in plaats van in een BIM model. De assetmanager – of nog verder van je bed, de informatiemanager, komt aanzetten met een pilot, waarbij de projectorganisatie nog geen tooling heeft, en het directe nut voor de projectleden niet direct duidelijk is. Kortom, dat blijkt vragen om problemen.

De tooling moet eerst op orde zijn, al is het maar een beta versie. Daarna komt de opleiding en de praktijkbeproeving. Waarbij goede samenwerking cruciaal is, zodat zowel opdrahctgever als opdrachtnemer steeds digitaal slimmer informatie kunnen delen.

Ook hierover hebben we een webinar gegeven: BIM samenwerking in projecten. Met als praktijkvoorbeeld de ervaringen van BIM-connected.
 

Wat doet CROW met BIM in 2021?

Wat gaan we doen na deze ervaring? BIM blijkt een heus transitietraject te vragen, waarbij een pilot niet het eerste is wat je moet doen. We gaan in 2021 daarom aan de slag om per organisatie die wil starten met BIM en kerngroep te vormen, die de implementatie kunnen trekken. Met hun gaan we doelen vaststellen en bepalen wat de organisatie nodig heeft om steeds BIMmer te gaan werken. BIM = SLIM uiteraard.

O ja, en we gaan een netwerk van BIM coaches oprichten. Een BIM coach werkt bij een publieke dienstverlener, en wil zijn collega’s begeleiden in de digitale transformatie van de organisatie, ofwel, met het toepassen van BIM. Wij zorgen voor “train de trainer” opleidingen van BIM coaches, en voor kennisuitwisseling tussen de BIM coaches. Ook leveren wij een gereedschapskist met opleidingsmiddelen voor de BIM coach. Waarbij ik met trots kan zeggen dat het eerste stuk gereedschap al bijna af is: een e-learning, speciaal over BIM bij provincies, gemeenten, waterschappen en andere publieke dienstverleners in de openbare ruimte en infrastructuur.

Onder de vlag van IMBOR gaan we zoveel mogelijk inzetten op “mapping en standaardisatie” zodat de bovengenoemde 7 voordelen in elk geval een klein beetje dichter bij komen.

Skål! Elisabeth Klören



 

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht
Abonneer
 Security code
Scroll naar boven