CROW Academie: vanaf 10 mei weer cursussen op locatie. Lees meer

LEAB DZOAB 80% Circulair ontvangt certificaat van Asfaltkwaliteitsloket

21-07-2021

LEAB DZOAB 80% Circulair, een product van AsfaltNu, heeft op 27 mei 2021 het certificaat ontvangen van het Asfaltkwaliteitsloket. Het certificaat geeft aan dat een onafhankelijk deskundigenteam de door AsfaltNu gedane claims op het gebied van civieltechnische en milieu-hygiënische eigenschappen valide heeft bevonden. Het is het derde product van AsfaltNu dat een certificaat heeft ontvangen.

Over het belang van het verkrijgen van het certificaat voor AsfaltNu spreken we met Rien Huurman (foto), R&D manager bij AsfaltNu.Rien Huurdeman, AsfaltNu

Wat voor product is LEAB DZOAB 80% Circulair?

LEAB DZOAB 80% Circulair is een duurzame DZOAB-variant. In de naam zitten twee zaken verscholen; productie bij verlaagde temperatuur (LEAB=Laag Energie Asfalt Beton) en verhoogd aandeel hergebruik (80% Circulair). Juist in deze combinatie zit de kracht, we hebben immers behoefte aan circulair, duurzaam, klimaat- en energieneutraal asfalt.
De hoge mate van circulariteit bereiken we door de inzet van verschillende urban mining technieken; uitgezeefde ZOAB frees groter dan 8 mm en uit oude ZOAB teruggewonnen steen. Bij de ontwikkeling van LEAB DZOAB 80% Circulair hebben we - als invulling van de prijsvraag Duurzaam asfalt van Rijkswaterstaat - gezocht naar de optimale combinatie van uitgezeefde ZOAB en teruggewonnen steen in termen van kwaliteit, MKI, mate van circulariteit en kosten.
Door de inzet van de LEAB productietechniek produceren we LEAB DZOAB 80% Circulair bij 115°C in plaats van 165°C. Deze temperatuur is iets hoger dan de reguliere LEAB-temperatuur 100-105°C, zodat de bitumen aan vooral de uitgezeefde ZOAB goed wordt gereactiveerd.
 
Wat is het verschil met LEAB en LE2AP DZOAB 95% Circulair die het Asfaltkwaliteitsloket eerder heeft gecertificeerd?
Om bij verlaagde temperatuur hoogwaardig asfalt te kunnen produceren, maakt AsfaltNu gebruik van verschuimingstechnieken. Hiervoor zijn op dit moment twee systemen beschikbaar: LEAB en Greenway LE. In beide systemen verschuimen we bitumen, zodat het zich beter laat mengen met de minerale fracties in asfalt. In 2015 heeft Rijkswaterstaat schriftelijk aangegeven in de praktijk geen verschil te zien tussen het gedrag van heetgeproduceerde AC bind/base en haar Greenway LE of LEAB equivalenten. Daarnaast heeft het Asfaltkwaliteitsloket LEAB geëvalueerd. Bij LEAB DZOAB 80% Circulair maken we gebruik van de LEAB verschuimingstechniek.
Als we het aandeel hergebruik verder verhogen, moet naast de grove fracties uitgezeefde ZOAB frees groter dan 8 mm en uit oude ZOAB teruggewonnen steen, ook de teruggewonnen fijne fractie worden gebruikt bij de productie van nieuwe DZOAB. Bij LE2AP DZOAB 95% Circulair was dat het geval waardoor het aandeel hergebruik kon toenemen tot 95%. Ook LE2AP DZOAB produceren we bij verlaagde temperatuur. Omdat LE2AP DZOAB 95% circulair geen uitgezeefde ZOAB frees groter dan 8mm bevat, kon de productietemperatuur afnemen tot 105°C. Bij LE2AP wordt de uit oude ZOAB teruggewonnen fijne fractie verhit (tot 165°C), verrijkt en op specificatie gebracht zodat een hoogwaardige circulaire mastiek ontstaat. Deze mastiek verschuimen we vervolgens en mengen we met teruggewonnen steen van circa 100°C.
 
Waarom is het voor AsfaltNu van belang dat het Asfaltkwaliteitsloket de eigenschappen van dit innovatieve product valideert?
Het belang van validatie door het Asfaltkwaliteitsloket ligt in kosteneffectiviteit, maar veel meer nog in versnelling van innovatie. In 2015/16 schaarde ook Nederland zich achter het klimaatakkoord van Parijs. Opdrachtgevers in onze industrie definieerde hierop doelstellingen voor 2030 en 2050. We zullen met z’n allen flink aan de bak moeten om deze doelstellingen waar te maken. Rijkswaterstaat heeft de doelstellingen het meest helder en krachtig geformuleerd: ‘In 2030 werken we in de hele asfaltketen klimaatneutraal en 100% circulair’.
Het invullen van deze doelstelling vraagt om een Nederland-brede transitie, want met de huidige asfaltproductietechnieken behalen we de transitieagenda niet. Nieuwe asfaltproductietechnieken zijn alleen haalbaar door flinke investeringen en de businesscases onder die investeringen zijn alleen sluitend als men het nieuwe asfalt ook grootschalig afneemt. Deze constatering en het gegeven dat Nederland minimaal 380 opdrachtgevers (gemeenten, waterschappen, provincies, Rijk) telt, maakt dat het zeer kostenineffectief en stagnerend zou werken als elke innovatie voor elke opdrachtgever apart gevalideerd zou moeten worden. Daarin ligt de kracht van het Asfaltkwaliteitsloket, één validatieloket dat door alle opdrachtgevers geaccepteerd wordt!

Kan je aangeven hoe het validatietraject bij het Asfaltkwaliteitsloket verloopt?
Het proces is erg simpel, maar desondanks ook erg serieus. Precies wat het moet zijn dus. Het begint met het aanvragen van een validatietraject. Wij hebben dat voor de producten van de prijsvraag Duurzaam asfalt van Rijkswaterstaat (LEAB DZOAB 80% Circulair of LE2AP DZOAB 95% Circulair) gedaan door de eigenschappen van deze mengsels te definiëren en deze in claims samen te vatten. In achterliggende rapporten van diverse berekeningen (MKI, kostprijs), proefnemingen (type tests en andere laboratoriumonderzoeken) en waarnemingen (proefproductie en aanleg proefvakken) onderbouwen we de claims. De definitie van het mengsel en de claims vormen de basis van de aanvraag tot validatie.
Het Asfaltkwaliteitsloket stelt als antwoord op de aanvraag een expertgroep van een drietal onafhankelijke experts samen. Deze experts zijn afkomstig uit onafhankelijke organisaties zoals opdrachtgevers, kennisinstituten, universiteiten of onderzoeksbureaus. De samenstelling van de expertgroep wordt gedeeld met de aanvrager die het recht heeft om maximaal één aangewezen expert te weigeren. AsfaltNu heeft niet van dat recht gebruik gemaakt, maar als dat ooit nodig zou zijn dan wordt de aangewezen expert vervangen door een andere expert.
Na installatie van de expertgroep begint het leuke deel van de evaluatie. De experts bestuderen de claims en de onderliggende rapportage van berekeningen, proefnemingen en waarnemingen. Dit doen zij zeer serieus en het resultaat van hun eerste studie is een lijst met vragen. In een eerste vergadering krijg je als aanvragende partij de gelegenheid om de vragen van de experts te beantwoorden. In veel gevallen is de vraag een gevolg is van een onduidelijkheid in de rapportage. Door deze onduidelijkheden weg te nemen verbetert de rapportage en zijn de vragen beantwoord. 
Een enkele vraag leidt tot een werkelijke discussie. Samen met de expert ga je dan de diepte in. Ik wil niet hoogdravend zijn, maar je doet dan eigenlijk een beetje aan waarheidsvinding. Het resultaat van de discussie kan invloed hebben op een claim die je niet hard kunt maken of het kan leiden tot een verbetering van de achterliggende rapportage.
Al met al leidt de eerste vergadering tot een aangescherpte rapportage en de door de rapportage en de experts gedragen claims. Nadat wij de feedback uit de eerste vergadering, die we overigens netjes op papier in een verslag ontvingen, hadden verwerkt volgde een tweede vergadering. In deze vergadering controleerden de experts van het Asfaltkwaliteitsloket nauwgezet, of wij onze rapportage op alle eerder geïdentificeerde punten zodanig hadden aangepast dat zij zich in de rapportage konden vinden. Natuurlijk was dat het geval, maar toch vonden experts in de tweede evaluatie nog een enkel puntje. De tweede vergadering eindigde in consensus. Wij beloofden onze rapportage nog verder aan te scherpen zodat de experts van het Asfaltkwaliteitsloket onze aanvraag konden honoreren. De afhandeling was verder een fluitje van een cent. Snel volgde het certificaat per post en vermeldde de website van het Asfaltkwaliteitsloket de succesvolle evaluatie.
 
Welk effect hebben jullie ondervonden van het verkrijgen van de eerdere certificeringen, bijvoorbeeld dat men dit product beter in projecten toepast?
Helaas is daarvan nog onvoldoende sprake. Uit gesprekken met opdrachtgevers weet ik dat dat een gevolg is van het feit dat er nog te weinig gevalideerde producten op de website van het loket te vinden zijn. Dat is jammer, want het is ontzettend belangrijk dat men innovaties gaat toepassen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben samen de taak om van het loket een succes te maken. Juist hier kunnen we elkaar vinden en de transitie van de Nederlandse asfaltketen vormgeven. Het is immers zo dat innovatieve producten die circulair en klimaatneutraal zijn alleen maar bijdragen aan het invullen van de Nationale Transitie Agenda als deze producten ook veelvuldig worden toegepast. Een asfalt met 80% hergebruik en sterk verlaagde CO2-uitstoot zal de Nederlandse asfaltketen immers niet vergroenen als het niet wordt toegepast. De ontwikkeling van zo’n asfalt helpt dan opdrachtgevers niet bij het invullen van hun transitieagenda. Aan de andere kant zal de opdrachtnemer die dat asfalt ontwikkelde en investeerde in de productiemiddelen zijn investeringen niet terugverdienen als het asfalt niet wordt verkocht. Hier raken de belangen van opdrachtgevers en opdrachtnemers elkaar. 
Alleen als innovatieve soorten asfalt grootschalig worden verkocht kan innovatief asfalt bijdragen aan het invullen van de transitieagenda en kan de business case voor investeringen worden gesloten.
Kortom, innovatie loont alleen als er ook gebruik van wordt gemaakt. Geen vreemde conclusie lijkt mij, maar in Nederland toch nog te vaak een uitdaging. Het Asfaltkwaliteitsloket helpt die uitdaging weg te nemen. De Nederlandse gemeenten vormen ongeveer 70 procent van de asfaltmarkt. Zonder de gemeenten kan de transitieagenda dus niet worden ingevuld en kunnen business cases niet sluitend worden gemaakt. Er zijn in Nederland 352 gemeenten. Naast Rijkswaterstaat zijn er nog 21 waterschappen en 12 provincies. In totaal zijn er in Nederland dus ruim 380 opdrachtgevers. Als de innovaties nodig voor de transitie van de Nederlandse asfaltketen alleen worden toegepast, als elke individuele opdrachtgever eerst zijn eigen validatietraject wil doorlopen, dan zal de transitie niet van de grond komen. Niet elke opdrachtgever heeft immers voldoende kennis om innovaties te evalueren waardoor noodzakelijke evaluaties stagneren of uitblijven. Herhaaldelijke validatie van hetzelfde product bij verschillende opdrachtgevers kost onnodig veel geld en energie waardoor men de businesscase lastiger sluitend kan maken en er minder geld en energie overblijft voor verdere invulling van de transitieagenda. Tenslotte leidt een opdrachtgevergeoriënteerd evaluatieproces tot versnippering van de markt met veel innovaties die geen van alle rendabel zijn.
Het Asfaltkwaliteitsloket wil hierin verandering brengen. Als opdrachtnemers de moeite willen nemen om hun producten door onafhankelijke experts te laten evalueren en opdrachtgevers durven op die evaluatie te vertrouwen, dan gebeurt er wat. Ruim 380 opdrachtgevers passen dan concurrerende, gevalideerde producten toe waarmee ze de transitieagenda invullen en hun politieke bestuurders tevreden stellen, terwijl er voldoende markt ontstaat voor opdrachtnemers om investeringen terug te verdienen. Een mooi beeld waarin opdrachtgevers en opdrachtnemers samen de wereld verbeteren.

Kortom: concurrenten, laat uw producten evalueren door het Asfaltkwaliteitsloket, maak uw claims hard en geef opdrachtgevers iets moois om uit te kiezen. En, opdrachtgevers, koop de gevalideerde producten, vul uw transitieagenda in en maak innovatie rendabel. Samen kunnen we de transitie van de Nederlandse asfaltketen vormgeven.
 
Verwachten jullie nog meer innovaties door het Asfaltkwaliteitsloket te laten valideren?
Jazeker. In lijn met het voorgaande loopt er nog een validatietraject voor een hoogwaardige DZOAB 16 60% PR. Met de validatie van dit mengsel heeft AsfaltNu straks een palet aan duurzame DZOAB mengsels beschikbaar.
De transitie vraagt om asfalt waarin een aantal belangrijke zaken worden gecombineerd; het asfalt moet CO2- en klimaatneutraal zijn, circulair en duurzaam, dus lang meegaan terwijl er bij de productie en verwerking erg weinig schadelijke stoffen worden uitgestoten. De productie van zulk asfalt vraagt om investeringen die je alleen kunt terugverdienen als de markt voldoende groot is. Zoals eerder aangegeven betekent dit dat de gemeenten, die samen de meeste asfalt afnemen, mee moeten gaan in de transitie. Zonder de gemeenten en provincies is de transitie echt onmogelijk. Om specifiek ook gemeenten te bereiken willen we snel één of meerdere SMA varianten ter validatie voorleggen aan het Asfaltkwaliteitsloket. We hebben alweer 3 jaar geleden SMA’s aangebracht met tot 80% hergebruik die geproduceerd waren bij 115°C. In de jaren daarna hebben we een aantal malen SMA aangebracht met een hoog aandeel hergebruik, geproduceerd bij sterk verlaagde temperatuur of een combinatie van deze twee. We bekijken onze opties, maar komen snel weer terug bij het loket.
 
Welke oproep wil je doen aan de wegbeheerders die dit innovatieve product of andere innovatieve asfaltproducten willen toepassen?
Eigenlijk is er maar één oproep mogelijk. Maak gebruik van het Asfaltkwaliteitsloket en pas de mengsels die gevalideerd zijn verstandig toe. Help daarmee de transitie vorm te geven, langzaam de transitieagenda in te vullen, bij te dragen aan het voldoen aan het akkoord van Parijs en de belastingbetaler een mooier en schoner Nederland te geven. En dat alles terwijl je de opdrachtnemers helpt om het TRL-niveau van hun producten te verhogen en hun investeringen terug te verdienen zodat ze andere innovaties kunnen oppakken.
We zullen het samen moeten gaan doen!

Vragen over het Asfaltkwaliteitsloket? Neem dan contact op met Marc Eijbersen via marc.eijbersen@crow.nl.
 
Lees meer over Asfaltkwaliteitsloket.

Lees meer over Asfalt-Impuls (waarvan het Asfaltkwaliteitsloket één van de projecten is).
 

Scroll naar boven