Deze website maakt gebruik van cookies. Met functionele- en analytische cookies zorgen we er voor dat website goed werkt en verbeteren wij onze websites. Ook plaatsen we marketing cookies om je van persoonlijke content te voorzien. Wil je dit niet? Kies dan voor weigeren, we plaatsen dan alleen functionele en analytische cookies. Meer informatie.

Visie en doel

De onderzoekers Femke Nannes en Marieke Boon hebben geen achtergrond in het openbaar vervoer, wel ervaring met vraagafhankelijk vervoer door vrijwilligersorganisaties in het hele land. Onderdeel van de vraag aan hen was om te formuleren waar zij zich met hun ‘blik van buiten’ over verbazen. Die verbazing is gestoeld op één of twee gesprekken per concessiehouder en niet op uitgebreid kwalitatief onderzoek.

Waarom wordt een flexsysteem ingezet? Welk probleem wordt ermee ondervangen? En voor wie is het flexsysteem met name bedoeld? Op deze vragen kregen wij weinig antwoorden. De doelstellingen die wij hoorden vonden wij vaak vaag en breed gedefinieerd. Dat is bij vrijwilligersvervoer anders. De betrokken organisaties weten precies voor wie zij vervoer bieden en waarom. Meer aandacht voor de visie op flexvervoer en heldere doelstellingen voor flexsystemen kunnen waardevol zijn. De doelen kunnen leidend zijn in de keuzes die worden gemaakt op het gebied van samenwerkingspartners, kosten, communicatie, evaluatie en bijsturing et cetera.
 

Voorbeeld

Een fictief voorbeeld: flexsysteem A heeft als doelstelling om de inwoners van 7 gemeenten in provincie X te voorzien van vervoer nu de reguliere buslijn vervalt buiten de spits. Het flexsysteem is met name bedoeld voor mensen zonder goed ov-alternatief. Omdat het ov is, kunnen ook andere mensen er gebruik van maken. Nader onderzoek leert dat de doelgroep voornamelijk bestaat uit ouderen zonder rijbewijs of met een fysieke beperking die de bus gebruiken om boodschappen te doen en naar activiteiten te gaan. De samenwerking met de zeven betrokken gemeenten is erop gericht om oudere inwoners te informeren en flexvervoer te zien als alternatief voor WMO-vervoer. De haltes worden gekozen in samenspraak met gemeenten en lokale ouderenorganisaties. Bij de communicatie wordt ook ingezet op informatie op papier, die bijvoorbeeld een plek krijgt in lokale informatiegidsen. De welzijnsorganisaties organiseren gratis proefmiddagen om te oefenen met het reserveren via de app. De vervoerder krijgt als opdracht om te monitoren welke passagiers zij daadwerkelijk vervoeren. Een reizigerspanel krijgt inspraak in de keuze voor een extra halte.
 

Politieke keuzes

De inzet van flexvervoer is vaak ook het gevolg van politieke keuzes. Dit kan grote gevolgen hebben: het is bijvoorbeeld denkbaar dat flexsystemen die niet voldoen aan doelen om politieke redenen toch in de lucht worden gehouden. Of dat samenwerkingspartners die elkaar veel te bieden hebben tegenover elkaar komen te staan vanwege politieke compromissen of eerder gemaakte beloften. Dit maakt ook dat er belangen kunnen spelen bij het bepalen (of vaag houden) van de doelen van flexsystemen. 
Het politieke aspect speelt ook een rol in de mogelijke betrouwbaarheid van onderzoek naar flexvervoer. Bij het flexsysteem waar we bij wijze van steekproef niet één maar drie contactpersonen hebben gesproken, kregen wij drie heel andere antwoorden op dezelfde vragen.

Lees verder over agendapunten voor het Netwerk Flexvervoer.

Scroll naar boven