Leerlingenvervoer

Gemeenten hebben de wettelijke plicht aan leerlingen van scholen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs vervoer aan te bieden en te bekostigen wanneer dit onderwijs niet in de (onmiddellijke) omgeving van de leerling wordt aangeboden. Beoogd is met deze regeling de toegankelijkheid van onderwijs op grond van religie, levensbeschouwing of functiebeperking te waarborgen. De algemene kaders voor het vervoer worden vastgesteld door het ministerie van OC&W; de uitvoering en financiering berust bij gemeenten. 

In het kader van speciaal onderwijs zijn er drie groepen leerlingen te onderscheiden; leerlingen in het speciaal basisonderwijs (sbao), overig speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso).
In het schooljaar 2016-2017 kwamen 70.000 leerlingen in aanmerking voor onderwijsgerelateerde vervoersoplossingen. Circa 79% maakten gebruik van het aangepaste vervoer (georganiseerd vervoer met bus of taxi). De overige ontvingen een compensatie voor eigen vervoer, bijvoorbeeld als passagier in auto van ouders of als fiets, of een onkostenvergoeding voor openbaar vervoer.
Vervoer naar speciaal onderwijs wordt in principe alleen bekostigd naar de dichtstbijzijnde, voor de leerling toegankelijke school, tenzij ouders overwegende bezwaren hebben tegen de richting van de school. Daarnaast is er de groep leerlingen die gebruikmaakt van leerlingenvervoer op basis van een religieuze grondslag. In dat geval wordt het vervoer bekostigd naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de richting die door de ouders wordt gewenst, met een kilometersgrens van minimaal 6 kilometer.
Het uitgangspunt is dat (ouders van) leerlingen een vergoeding krijgen op basis van de kosten van het openbaar vervoer, zo nodig met begeleiding. Wanneer leerlingen niet met het openbaar vervoer kunnen reizen, dan kunnen zij aanspraak maken op leerlingenvervoer met aangepaste taxi(busjes). In totaal maken in 2017 ruim 55.000 leerlingen gebruik van aangepast vervoer. Het aandeel in de kosten van het aangepaste vervoer bedraagt 86% van de totale vervoerskosten. De totale kosten voor het leerlingenvervoer in 2016 waren 205 miljoen. Het ministerie van OCW heeft een monitor leerlingenvervoer om de omvang in kaart te brengen en in de toekomst te blijven volgen.

Aanbesteden van Leerlingenvervoer

Het CROW-KpVV Handboek Professioneel aanbesteden Leerlingenvervoer biedt u een concrete basis voor het bewaken van de kwaliteit, begeleiding in het aanbestedingsproces van opdrachten en het managen van afgesloten contracten, en enkele nuttige voorbeeld-aanbestedingsdocumenten.

Dit handboek beschrijft alle samenhangende aspecten en stappen die bijdragen aan een goede kwaliteit van het leerlingenvervoer. Het geeft gemeenten de ingredi├źnten om lokaal tot maatwerkoplossingen te komen. De gemeente kan deze informatie gebruiken bij het aanbesteden, contracteren en beheren van contracten. Het is aan hen om te bepalen welke informatie en welke keuzes in specifieke situaties het beste aansluiten bij de eigen praktijk.

Duurzaamheid
Begin 2014 is de rapportage Professioneel aanbesteden Leerlingenvervoer, duurzaamheid van Rijkswaterstaat Leefomgeving verschenen. In deze rapportage is specifiek aandacht voor het stimuleren van het gebruik van milieuvriendelijke voertuigen op alternatieve brandstoffen. Dit rapport is een aanvulling op het Handboek Professioneel aanbesteden Leerlingenvervoer.

Voor meer informatie over aanbesteden, klik hier.

Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven