Wat is doelgroepenvervoer?

Wie doet wat?

Er zijn verschillende vormen van doelgroepenvervoer. De volgende vormen vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente:

  • Wmo-vervoer: In het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) kan een burger aanspraak maken op aan mobiliteit gerelateerde hulpmiddelen en voorzieningen. Binnen de vervoersvoorzieningen is onderscheid gemaakt in individuele voorzieningen ) zoals de rolstoel en scootmobiel, en collectieve vervoersvoorzieningen, zoals de regiotaxi. Voor het gebruik van Wmo-vervoer moet men een speciale indicatie hebben. De gemeente verstrekt deze indicatie.
  • Vervoer van en naar de dagbesteding (voorheen AWBZ, nu Wmo)
  • Leerlingenvervoer: Leerlingenvervoer betreft het vervoer van en naar onderwijsinstellingen op primair en secundair niveau. De doelgroep bestaat uit leerlingen in het speciaal onderwijs of leerlingen die niet bij het reguliere onderwijs in de directe woonomgeving terecht kunnen.
  • Het vervoer in het kader van de Jeugdwet: Jeugdhulpvervoer wordt sinds 2015 aangeboden in het kader van de Jeugdwet. Het gaat om het vervoer van en naar dagbesteding of kortdurend verblijf voor jongeren.
  • Het vervoer in het kader van de Participatiewet: De Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is per 1 januari 2015 overgegaan in de Participatiewet. Het betreft het vervoer voor mensen met een arbeidshandicap van en naar de sociale werkvoorziening.

Daarnaast zijn er vormen van doelgroepenvervoer, die door andere overheden worden uitgevoerd en bekostigd door het Rijk:

  • Valys: Valys is een dienstverlening die in het leven is geroepen voor bovenregionaal vervoer met een sociaal-recreatief karakter om meer geografische actieradius te geven. Voor Wmo-vervoer geldt een beperking tot maximaal 5 zones, Valys is juist voor 5 zones of meer.
  • Vervoer van en naar het werk op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia)
  • Vervoer van en naar beroepsgerichte opleidingen (WOOS)
  • Vervoer op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) naar dagbesteding of dagbehandeling.

Tot slot is er het zittend ziekenvervoer. Het betreft vervoer per auto (eigen auto of taxi) of openbaar vervoer naar instellingen of personen bij wie patiënten zorg ontvangen. Dit vervoer wordt bekostigd door de zorgverzekeraar.
 
In onderstaand schema laat zien welke regelingen er zijn en welke organisaties daarbij betrokken zijn.
Overzicht-regelingen-dgv.PNG

Hoe groot is de doelgroep?

Type Schatting huidig aantal gebruikers
WMO 650.000
Voorheen AWBZ (totaal, aantal gebruikers dat naar dagbesteding wordt vervoerd is onbekend) 80.000
Leerlingenvervoer 73.000

De Handreiking organisatie samenwerking doelgroepenvervoer van CROW (2014) geeft de tot dusver meest recente inventarisatie van het doelgroepenvervoer en komt voor zeven regelingen (Wsw is onbekend) op een totaal van minimaal 925 miljoen euro dat er in omgaat.   

Doelgroepenvervoer onder druk

De kwaliteit en betaalbaarheid van het huidige doelgroepenvervoer (met name het Leerlingenvervoer en het Wmo-vervoer, waaronder het vervoer van en naar de dagbesteding) staan onder druk, en zijn op lange termijn onhoudbaar. Dit komt door een combinatie van ontwikkelingen:

  • Demografische ontwikkelingen: het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid voorspelt een groei van het aantal mensen met een beperking (8,3%), tot een aantal van 1,2 miljoen in 2030 dat ondersteuning nodig heeft bij hun mobiliteit buitenshuis.

  • Veranderingen in het sociale domein: gemeenten ondervinden grote gevolgen van de decentralisaties in het sociale domein. Gemeenten moeten met minder geld meer taken uitvoeren.

  • Er is ook een relatie met het toegankelijker worden van het reguliere openbaar vervoer. Want met een betere toegankelijkheid zijn minder ‘doelgroep’reizigers aangewezen op het veel duurdere vervoer met taxi’s en taxibusjes. Bovendien zijn mensen die gebruik kunnen maken van algemene voorzieningen meer zelfredzaam. Tegelijkertijd staat het ov buiten de grote steden steeds meer onder druk. In het landelijk gebied (en krimpgebieden in het bijzonder) neemt de vraag dermate af, dat betaalbaar ov niet meer mogelijk is. Veel buslijnen zullen de komende tijd in hun huidige vorm verdwijnen. Het ligt in de verwachting dat dan een groter beroep wordt gedaan op het doelgroepenvervoer. Er is nog een wereld te winnen door het verbeteren van het doelgroepenvervoer en het vergroten van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer

Optimalisatie

De regelingen beslaan verschillende beleidsterreinen (bijvoorbeeld onderwijs en welzijn). Tot nu toe is vooral gezocht naar optimalisatie binnen de eigen regeling. Door de beperkte onderlinge afstemming kent de huidige uitvoering van het doelgroepenvervoer veel inefficiëntie en is de bezettingsgraad van de voertuigen lager dan wat optimaal mogelijk is. Daarom is meer samenwerking noodzakelijk. Dit kan zowel binnen het doelgroepenvervoer als door een betere afstemming met het reguliere openbaar vervoer (zie ook integratie doelgroepenvervoer en ov). Anticiperend op deze situatie slaan in steeds meer regio’s gemeenten onderling of in samenwerking met de provincie de handen ineen. Oplossingsrichtingen zijn bundeling van verschillende vervoerscontracten, meer samenwerking met buurtgemeenten, sturing via beleidsinstrumenten, verbeterde afstemming met het reguliere openbare vervoer of een andere aansturing van het doelgroepenvervoer. 
 
Welke vorm van samenwerking een gemeente uiteindelijk kiest is maatwerk. De ervaring leert dat dergelijke veranderingsprocessen tijd vergen. Van groot belang is om binnen de gemeenten op ambtelijk en bestuurlijk niveau zorgvuldig af te stemmen en goed rekening te houden met de positie van reizigers en vervoerder.

Duurzaamheid

Coalition of the Willing
De afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs stellen voor de mobiliteitssector als doel een uitstootafname van 95% in 2050. Ook het doelgroepenvervoer zal uiteindelijk 'Zero Emissie' moeten worden. Op initiatief van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zet een groep koplopers uit de volle breedte van de sector (de 'Coalition of the Willing') zich in voor het versnellen van de overgang. Op 31 mei ondertekenden 32 gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een bestuursakkoord waarin zij afspreken dat hun doelgroepenvervoer vanaf 2025 volledig zero emissie zal zijn. In het bijbehorende convenant leggen partijen uit de sector hun commitment vast om de gezamenlijke ambitie te ondersteunen met acties. Gemeenten die ondertekenden zijn Publiek Vervoer Groningen Drenthe (namens 21 gemeenten), Zwolle, Amsterdam, Den Haag, Regio Drechtsteden (7 gemeenten) en Hoorn. Andere deelnemers zijn vervoerders, leveranciers van voertuigen en laadinfrastructuur, de VNG en het GNMI, KNV Taxi, de verenigde netbeheerders, Natuur & Milieu, en kennisorganisaties. Ook CROW heeft het convenant ondertekend. In het convenant is vastgelegd dat partijen gaan samenwerken op het gebied van kennisontwikkeling, het benutten van schaalvoordelen en het aanhaken van de vervoerssector in alle ontwikkelingen. Dit alles om toe te werken naar Zero Emissie in het doelgroepenvervoer in 2025.

Zie ook:

Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven