Thema Openbaar vervoer
Thema Toegankelijkheid
Hoe toegankelijk is het Nederlandse openbaar vervoer eigenlijk? Die vraag stond centraal tijdens het webinar ‘Aan de slag met de Leidraad Toegankelijkheid: ov en route- en reisinformatie’, georganiseerd door CROW. Vertegenwoordigers van overheden, adviesbureaus, platformen van ervaringsdeskundigen, kennisinstellingen en ov-organisaties gingen in op de toegankelijkheid van haltes.
Aanleiding voor het webinar waren onder meer recente mediaberichten over ontoegankelijke bushaltes en de verschillen tussen regio’s. Volgens de deelnemers aan het webinar is de urgentie duidelijk: reizigers moeten erop kunnen vertrouwen dat de informatie in reisplanners klopt. “Het is frustrerend als data niet kloppen en je dus een verkeerd reisadvies krijgt”, zei sessievoorzitter Wilma Slinger van CROW.
Toegankelijkheid in het hele netwerk
Projectleider Edwin Thoen van CROW gaf tijdens het webinar een toelichting op de uitgangspunten van de Leidraad Toegankelijkheid. Toegankelijkheid draait niet alleen om de halte zelf, maar om het complete netwerk, dus ook om de route naar de halte toe en de hele reiservaring. CROW spreekt daarbij over de zogenoemde ‘vijf B’s’: bereikbaar, begaanbaar, begrijpelijk, betrouwbaar en bruikbaar.
Bij begaanbaarheid gaat het onder meer over voldoende ruimte voor reizigers met hulpmiddelen, het beperken van hoogteverschillen en het aanbieden van alternatieven wanneer liften of roltrappen uitvallen. Begrijpelijkheid draait om logische inrichting, herkenningspunten en uniforme bewegwijzering. “Zorg dat voorzieningen intuïtief te gebruiken zijn”, aldus Thoen. “Dat ze letterlijk laagdrempelig zijn.”
Ook onderhoud is volgens CROW nog een belangrijke opgave. “Een voorziening realiseren is één, maar die vervolgens ook goed onderhouden blijft een aandachtspunt.” De leidraad wijdt hier een compleet hoofdstuk aan.
Belang van actuele haltegegevens
Een belangrijk deel van het webinar stond in het teken van het Centraal Halte Bestand (CHB), de landelijke database met daarin alle Nederlandse ov-haltes. DOVA, een samenwerkingsverband van vijftien decentrale ov-autoriteiten, beheert het haltebestand.
Jenske Gosens, beleidscoördinator openbaar vervoer bij DOVA, omschreef het CHB als 'de centrale applicatie waar alle haltes van Nederland in vastgelegd zijn'. Het systeem bevat niet alleen basisgegevens zoals naam en locatie, maar ook informatie over toegankelijkheid zoals bijvoorbeeld geleidelijnen, instapmarkeringen, verlichting en de aanwezigheid van abri’s. Die gegevens zijn de basis voor reisplanners als 9292.nl voor het plannen van een toegankelijke reis. “Alles staat of valt met het goed invoeren van deze data door beheerders in het CHB”, aldus Jenske.
Bruikbare liften en roltrappen zijn relevant als het gaat om toegankelijkheid. Voor de liften stuurt ProRail iedere vijf minuten automatisch een statusupdate. RET, GVB en HTM werken aan vergelijkbare systemen voor metrohaltes.
Data voor beleid en toegankelijk ov
De aandacht voor data is niet toevallig. De afgelopen maanden groeide de politieke druk om beter inzicht te krijgen in de toegankelijkheid van het ov. Tijdens het webinar verwees Wilma Slinger naar een recent aangenomen motie waarin de Tweede Kamer oproept om sneller en uniformer te rapporteren over de toegankelijkheid van haltes.
Aan de orde kwam verder het nieuwe dashboard van CROW-KpVV waarmee gemeenten en provincies inzicht kunnen krijgen in de toegankelijkheid van haltes binnen hun eigen gebied. Gebruikers kunnen bijvoorbeeld filteren op verschillende criteria, zoals beheergebied gemeente, motorische of visuele toegankelijkheid, aanwezigheid van een abri en fietsparkeervoorzieningen. Uit de landelijke cijfers blijkt dat het aantal toegankelijke haltes groeit, al zijn de verschillen tussen regio’s nog groot.
Gemeenten werken aan toegankelijke haltes
In een panelgesprek vertelden vertegenwoordigers van provincie Zuid-Holland, gemeente Goeree-Overflakkee en gemeente Amersfoort hoe zij in de praktijk werken aan toegankelijke haltes.
De gemeente Amersfoort wist de afgelopen jaren met de aanpak van 55 haltes het aandeel toegankelijke bushaltes op te schroeven naar 95 procent. “Elke halte bleek weer anders”, vertelde ov-adviseur Elian Korsaan. “Bij ongeveer twee derde van de haltes ging het om relatief kleine ingrepen, zoals een paar tegels met geleidelijnen. Op andere plekken waren grotere maatregelen nodig.”
Volgens Elian was samenwerking met de provincie Utrecht daarbij cruciaal. De provincie stelde niet alleen subsidie beschikbaar, maar hielp gemeenten ook actief met inventarisaties, prioritering en ramingen van verbeterpunten. “Het belangrijkste was dat de provincie gemeenten echt uitnodigde om hiermee aan de slag te gaan”, zei hij.
Ook belangenorganisaties werden betrokken. In Amersfoort werkte de gemeente samen met stichting Onbeperkt Amersfoort. Volgens Korsaan leverde dat waardevolle inzichten op. “Het hoeft niet altijd honderd procent perfect te zijn”, zei hij namens de gebruikers die hun ervaringen deelden. “Maar doordat het overal op dezelfde manier is ingericht, kunnen mensen toch goed hun weg vinden.”
Begin gewoon
Bij kleinere gemeenten blijkt capaciteit vaak een uitdaging. Patrick Mol, beleidsadviseur verkeer en mobiliteit bij gemeente Goeree-Overflakkee, vertelde dat toegankelijkheid regelmatig concurreert met andere urgente dossiers. Toch pleitte hij ervoor om vooral te beginnen. Hij had bijvoorbeeld een tijdblok gereserveerd om zelf haltes in te meten. Volgens hem is die investering de moeite waard, juist omdat reizigers afhankelijk zijn van correcte informatie. “Het levert echt meerwaarde op voor de toegankelijkheidsinformatie in reisplanners. Mensen moeten ervan op aan kunnen.”
Ook Korsaan benadrukte dat overheden zich niet moeten laten verlammen door perfectie. “We kijken vooral naar wat wel kan”, zei hij. “Ik heb liever een toegankelijke halte waarbij je niet helemaal optimaal op een voetpad uitkomt, dan helemaal niks.”
Veiligheid blijft een dilemma
Tijdens het webinar kwam ook een ingewikkelde vraag aan bod: hoe maak je haltes toegankelijk langs drukke 60- en 80-kilometerwegen buiten de bebouwde kom?
Mick van der Steeg, beleidsmedewerker openbaar vervoer bij de provincie Zuid-Holland, erkende dat daar soms lastige afwegingen bij komen kijken. “Er zijn situaties waar veilig oversteken eigenlijk niet mogelijk is”, zei hij. De provincie voert daarom schouwen uit samen met belangenorganisaties zoals de Oogvereniging. In sommige gevallen wordt bewust besloten om geen extra oversteekvoorzieningen aan te leggen, juist vanwege de verkeersveiligheid.
Tegelijkertijd probeert Zuid-Holland gemeenten actief te stimuleren om haltes aan te pakken. De provincie heeft al jaren een subsidieregeling voor toegankelijke haltes en verdubbelde de bijdrage voor haltes bij belangrijke voorzieningen of in kleine kernen. “Wij kunnen gemeenten niet dwingen”, aldus Van der Steeg. “We kunnen ze alleen verleiden.”
Toegankelijkheid stopt niet bij de halte
Een terugkerend thema tijdens het webinar was dat toegankelijkheid verder gaat dan de halte zelf. Uit de chat kwam de vraag hoe reizigers met een visuele beperking eigenlijk bij een halte komen als alleen de halte zelf voorzien is van geleidelijnen. Daar ligt nog een belangrijke opgave. Wilma Slinger wees erop dat niet overal fysieke geleidelijnen nodig zijn. “Het streven is juist om zo min mogelijk geleidetegels te plaatsen”, zei ze. “De omgeving zelf moet een goede gidslijn vormen.”
Zie ook de eerder uitgebrachte publicatie over de route naar de halte.
Van bewustwording naar handelen
Volgens de deelnemers is er nog veel werk te doen. Niet alleen in de fysieke inrichting van haltes, maar ook in het actueel houden van data en het verbeteren van de samenwerking tussen gemeenten, provincies, vervoerders en belangenorganisaties. De oproep aan gemeenten was dan ook helder: wacht niet op perfectie, maar begin met het in beeld brengen en realiseren van verbeterpunten en met het actueel houden van de data. Voor mensen met een functionele beperking kan dat het verschil maken tussen wel of niet zelfstandig kunnen reizen. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de reisinformatie klopt, voorafgaand aan de reis én onderweg.
Ondersteuning van gemeenten
Vanuit diverse provincies worden gemeenten ondersteund als het gaat om inventarisatie van toegankelijkheidsknelpunten, (ramingen van) verbeterpunten en subsidiemogelijkheden. Neem dus contact op met de provincie of er mogelijkheden zijn.
Ov-autoriteiten kunnen gemeenten ook faciliteren. Een aantal jaar geleden heeft DOVA aan (met name de kleinere) gemeenten ondersteuning geboden bij het actief digitaliseren en actueel houden van infrastructuurkenmerken op momenten dat er lokaal onvoldoende capaciteit beschikbaar was. Dit heeft geleid tot een hogere datakwaliteit en betere reisinformatie voor reizigers.
Heb je als gemeente destijds geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, of was je er niet van op de hoogte, neem dan contact op met je ov‑autoriteit om te controleren of deze ondersteuning nog beschikbaar is binnen je regio. Op de concessieposter vind je welke ov-autoriteit de concessie beheert.
Videoregistratie van het webinar
U kunt deze inhoud niet zien vanwege de cookievoorkeuren.
Vervolg reeks webinars toegankelijkheid
Het webinar maakte deel uit van een bredere reeks bijeenkomsten over de nieuwe Leidraad Toegankelijkheid van CROW. Die leidraad moet overheden en ontwerpers helpen om toegankelijkheid vanaf het begin mee te nemen in beleid, ontwerp, uitvoering en beheer. Zie ook de sessies later dit jaar:
- Voetganger en fietser: 8 oktober 2026
- Parkeren en opladen: 3 december 2026 (onder andere over de gehandicaptenparkeerkaart)
Meer lezen
Delen via