Sla navigatie over

Het inschrijfproces voor onze cursussen is gewijzigd. Lees meer over de veranderingen

Lotte Notelaers tijdens paneldiscussie

Sturen op de toekomst van autonome mobiliteit

22 september 2026

Thema Smart Mobility

Zelfrijdende deelvoertuigen of Shared Autonomous Vehicles (SAV’s) bieden kansen voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid in steden. Maar de overheid moet wel actief sturen op de juiste inzet van die voertuigen, betoogt Lotte Notelaers in haar doctoraatsonderzoek aan de KU Leuven.

Zonder actieve sturing is het risico dat autonome voertuigen leiden tot extra autoverkeer, meer lege kilometers en verdringing van het openbaar vervoer, wandelen en fietsen. Het onderzoek van Notelaers biedt wetenschappelijke onderbouwing voor de keuzes waar overheden en wegbeheerders nu voor staan. Dit sluit naadloos aan bij de inzichten uit de CROW-whitepaper Toekomstvaste inrichting van wegen en de bijbehorende oplegnotitie. Tijdens het KU Leuven seminarie ging het panel - waarin CROW vertegenwoordigd was - hierover uitgebreid in gesprek.

Sturen in de hybride overgangsfase

Waar beleidsdocumenten zoals ‘Toekomstvaste inrichting van wegen’ zich richten op een stip op de horizon rond 2060, zoomt het onderzoek van Notelaers juist in op de tussenliggende hybride overgangsfase. De komende decennia zullen zelfrijdende voertuigen namelijk nog gemengd moeten rijden en de weg delen met door mensen bestuurde auto's en bussen, en met fietsers en voetgangers. Volgens experts blijft Level 4-automatisering voorlopig het hoogst haalbare. Dit maakt instrumenten zoals geofencing en ODD-subnetwerken nu al cruciaal. Met die technologie kunnen overheden autonome voertuigen weren uit kwetsbare binnensteden of woonwijken en enkel toelaten op hoofdroutes. Dat vraagt wel om een bewuste afweging tussen veiligheid en doorstroming. Bij een hoge doorstroming kan de veiligheid in het gedrang komen.

Sturen op context

De belangrijkste uitkomst van het onderzoek is dat de impact van autonome voertuigen niet vastligt in de technologie, maar afhangt van de beleidskeuzes en de specifieke lokale context. Er bestaat geen universele oplossing: wat werkt in de ene stad of regio, leidt niet automatisch tot dezelfde resultaten in een andere omgeving. Notelaers introduceert een diagnostisch kader waarmee beleidsmakers op basis van verkeerssimulaties concrete beleidsdoelen (zoals bereikbaarheid en het beperken van externe kosten) kunnen koppelen aan effectieve sturing.

Sturingsknoppen voor beleidsmakers

Het onderzoek reikt overheden vier instrumenten aan om autonome mobiliteit te sturen op maatschappelijk gewenste wijze:

1. Hubs als nieuwe 'parkeerplaatsen'

In plaats van onbeperkte deur-tot-deurservices pleit het onderzoek voor een systeem met vaste op- en afstappunten (Pick-Up and Drop-Off – PUDO) of hubs. Hubs worden net zo bepalend voor verplaatsingen als parkeerplaatsen dat vandaag zijn. Door hubs strategisch te plaatsen, bijvoorbeeld aan de rand van de stad of bij ov-knooppunten, voorkomt de overheid overlast op het trottoir en fietspad en vullen autonome deelvoertuigen het ov aan in plaats van het te beconcurreren. Wandelen en fietsen op korte afstanden blijft sneller en aantrekkelijker.

2. Slimme prijszetting (Pricing)

Prijszetting is een krachtig sturingsmiddel. Door te werken met een vast instaptarief gecombineerd met een variabel kilometertarief worden korte ritten relatief duurder. Dit voorkomt dat mensen niet langer gaan fietsen of lopen op korte afstanden, terwijl het autonome deelvoertuig wel aantrekkelijk blijft voor langere ritten ter vervanging van de privéauto.

3. Zonering en subnetwerken (ODD-geofencing)

Overheden kunnen bepalen waar autonome voertuigen mogen rijden, op basis van de Automated Drivability Index (ADX) en wegcapaciteit. Zo kan de overheid de kwetsbare historische binnenstad of verzadigde ringwegen uitsluiten (door geofencing), en autonome voertuigen enkel toelaten op daarvoor geschikte en veilige subnetwerken.

4. Sturen via vergunningen en eisen stellen aan lege kilometers

Zonder afspraken kunnen commerciële diensten of private auto's veel lege kilometers maken, bijvoorbeeld om parkeerkosten te vermijden. Beleidsmakers kunnen in vergunnings- of concessiekaders harde eisen opnemen rond een maximaal percentage lege herpositioneringskilometers of een minimale bezettingsgraad per voertuig.

Van strategie naar toekomstvaste praktijk

Het onderzoek laat zien dat overheden niet hoeven af te wachten tot de technologie volledig is volgroeid. Door nu al duidelijke kaders te stellen voor ruimtelijke inpassing, hubs en prijsstructuren, kunnen beleidsmakers zorgen dat autonome voertuigen bijdragen aan een bereikbare, veilige en duurzame leefomgeving.

Het onderzoek is te downloaden vanaf de website van KU Leuven.

Lees meer

Lotte Notelaers in collegezaal

Delen via