Thema Smart Mobility
Slimme verkeerslichten, zelfrijdende shuttles, realtime verkeersinformatie en deelmobiliteit: wie zich verdiept in Smart Mobility komt al snel terecht in een wereld vol technische mogelijkheden en regelgeving. Interessant, maar voor de meeste wegbeheerders is het veel en ook best taai, merkt Gerard van Dijck van CROW. En waar begin je? De geactualiseerde Ladder van Smart Mobility helpt overheden op weg.
Smart Mobility is echt een containerbegrip, vertelt Van Dijck. “Het gaat over alles wat al bestond binnen verkeer en mobiliteit, maar dan met een slim sausje eroverheen. Denk aan digitalisering, communicatie tussen voertuigen en infrastructuur, rijtaakondersteuning en datagedreven verkeersmanagement. Alleen: doordat het zo breed is, raken organisaties al snel het overzicht kwijt.”
Er is dus behoefte aan goede informatie en overzicht. Daar probeert de vernieuwde online omgeving van de Ladder van Smart Mobility op aan te sluiten. Maar het is geen traditionele kennisbank, legt Van Dijck uit. “Zie de ‘ladder’ meer als een gids die je door een complex speelveld leidt. Het is een portaal dat laat zien waar je moet beginnen, welke keuzes je eerst moet maken en waar je vervolgens de juiste kennis kunt vinden.”
Visie ontwikkelen
In de praktijk gaat het vaak mis wanneer organisaties enthousiast starten met afzonderlijke innovaties, zonder die te verbinden aan hun beleidsdoelen. “Je ziet regelmatig dat gemeenten aan de slag willen met Smart Mobility omdat het innovatief en aantrekkelijk klinkt. Vervolgens worden bijvoorbeeld een zelfrijdende shuttle of een deelsysteem geïntroduceerd, vooral vanwege het vernieuwende karakter. Zonder duidelijke visie of beleidsmatige onderbouwing bestaat echter het risico dat zo’n initiatief vooral een experimenteel karakter houdt en onvoldoende bijdraagt aan de bredere mobiliteitsdoelstellingen.”
Daarom zet de ladder veel meer in op de ambitie en positionering. Wat wil een overheid eigenlijk bereiken? Wil je vooral voldoen aan wettelijke verplichtingen? Wil je voorbereid zijn op toekomstige ontwikkelingen? Of wil je bewust een koplopersrol vervullen? Die vragen vormen de kern van de drie ambitieniveaus van deze ladder: Basis op orde, Toekomstbestendig en Koploper. Van Dijck: “Als je dat niet eerst voor jezelf bepaalt, is het heel lastig om de juiste keuzes te maken. Dan blijf je losse toepassingen stapelen zonder dat duidelijk is waarom je ze inzet.”
Data op orde brengen
Het eerste niveau van de ladder, Basis op orde, richt zich op zaken die overheden simpelweg moeten regelen. Denk aan data op orde brengen, privacy waarborgen en infrastructuur geschikt maken voor slimme toepassingen. “Veel mensen denken bij Smart Mobility meteen aan futuristische toepassingen”, zegt Van Dijck. “Maar er zit ook gewoon een wettelijke kant aan. Europese regelgeving verplicht overheden bijvoorbeeld om verkeersdata beschikbaar te stellen.”
Het tweede ambitieniveau, Toekomstbestendig, gaat meer over beleidskeuzes. Organisaties kijken dan verder vooruit en zetten Smart Mobility actief in om bredere maatschappelijke doelen te ondersteunen. Bijvoorbeeld via slim verkeersmanagement, deelmobiliteit, laadinfra of stedelijke logistiek.
“Dan ga je nadenken over vragen als: welk mobiliteitssysteem past bij onze gemeente? Hoe houden we de stad bereikbaar? Hoe beperken we parkeerdruk? Hoe zorgen we dat nieuwe woonwijken goed ontsloten blijven?”
Op het derde niveau, Koploper, verschuift de aandacht naar innovatie, pilots en internationale samenwerking. “Dan kom je terecht bij gemeenten als Helmond of Amsterdam, die al jarenlang meedoen aan Europese projecten en actief nieuwe toepassingen testen. Niet omdat het hip is, maar omdat ze daarmee vroegtijdig kunnen participeren en invloed kunnen uitoefenen op ontwikkelingen die er toch aankomen.”
Waarom wil je het?
Smart Mobility moet geen doel op zich worden, waarschuwt Van Dijck. “Het is en blijft een middel. Als je het tot doel maakt, ga je verkeerde keuzes maken.” Hij vergelijkt het met een wethouder die tijdens een buitenlandse reis een innovatieve toepassing ziet en die vervolgens direct ook in de eigen gemeente wil invoeren. “Dan denkt zo’n bestuurder: dit ziet er modern uit, dat moeten wij ook doen. Maar dan ontbreekt vaak de vraag: waarom eigenlijk en hoe past dit in de landelijke lijn van herkenbaarheid en bruikbaarheid?”
Goed beleid begint altijd bij maatschappelijke doelen, stelt Van Dijck. “Wil je verkeersveiligheid verbeteren? Wil je personeelstekorten opvangen? Wil je beter inspelen op vergrijzing of bereikbaarheid van kleine kernen? Dan kun je kijken welke Smart Mobility-toepassingen daarbij passen.”
Daarbij speelt ook schaal een belangrijke rol. Veel toepassingen werken alleen als ze regionaal, landelijk of zelfs Europees op elkaar aansluiten. “Je kunt niet in iedere gemeente met compleet andere systemen werken. Als gebruikers voor iedere stad een andere app nodig hebben, dan werkt het uiteindelijk niet meer.”
Gebruiker centraal
Een belangrijk onderdeel van de ladder is het zogenoemde human factors-denken. Volgens Van Dijck wordt dat aspect nog te vaak vergeten. “We kijken vaak eerst naar techniek en beleid. Maar uiteindelijk bepaalt de gebruiker of iets succesvol wordt.” Binnen de ladder werkt CROW daarom met drie invalshoeken: de value case, business case en user case.
“Een toepassing moet beleidsdoelen ondersteunen. Er moet een gezond verdienmodel achter zitten. Maar vooral: mensen moeten het daadwerkelijk willen gebruiken.” Van Dijck noemt voorbeelden waarbij dat misging. Zoals deelscooters die werden afgerekend per minuut, waardoor gebruikers juist harder gingen rijden om goedkoper uit te zijn. Of intelligente snelheidsassistenten in auto’s die vaak worden uitgezet omdat bestuurders het systeem onbetrouwbaar of hinderlijk vinden. “Dan heb je technisch gezien alles geregeld, maar in de praktijk gebruikt niemand het.”
Hij vindt het belangrijk dat organisaties voortdurend nadenken over gedrag en gebruikservaring. “Je hoeft daarvoor niet altijd ingewikkeld onderzoek te doen. Je bent zelf ook gebruiker. Vraag jezelf eerlijk af: zou ik dit prettig vinden, zou ik het langdurig blijven gebruiken in deze vorm?”
De ladder leidt gebruikers stap voor stap door het speelveld. Van uitleg over Smart Mobility en beleidskaders tot voorbeelden van regionale aanpakken, effectenmonitoring en datawetgeving. Daarnaast verwijst de omgeving door naar bestaande kennisbronnen, helpdesks en praktijkvoorbeelden. “Als iemand vastloopt op datawetgeving, dan staat er gewoon bij welke helpdesk je kunt bellen. Soms is dat de snelste route.”
Richting geven aan praktijk
Daar zit wat hem betreft de kracht van de ladder. “Google geeft je vooral wat het meest aangeklikt wordt. Deze omgeving probeert juist richting te geven vanuit de Nederlandse praktijk en het nationale beleid.”
Toch beseft hij ook dat het speelveld voortdurend verandert. Nieuwe Europese regelgeving, digitalisering en toepassingen rond kunstmatige intelligentie zorgen ervoor dat de ladder continu moet worden bijgewerkt. “Het zal nooit af zijn. Maar juist daarom is het belangrijk dat organisaties een plek hebben waar de samenhang zichtbaar wordt.”
Uiteindelijk gaat het vooral om bewustwording, weet Van Dijck. “De belangrijkste vraag is misschien wel: waarom doen we dit eigenlijk? Zodra organisaties dat helder hebben, wordt het ook veel makkelijker om keuzes te maken.”
Hij vat het tot slot nog even samen: “Gebruik de ladder om te weten wat Smart Mobility is en op welk ambitieniveau het past bij je ambities en kennis in je organisatie. Maar ook om te weten wat er landelijk en Europees bepaald is. Daarnaast doe je inspiratie op door voorbeelden uit andere uitvoeringsprogramma’s en netwerken van stedelijke of rurale overheden.”
Meer lezen
Delen via