Wat is publieke mobiliteit?
Van concept naar nationaal programma
De kern van Publieke Mobiliteit is niet nieuw: het mobiliteitssysteem in Nederland staat onder druk. Het openbaar vervoer kampt met stijgende kosten, personeelstekorten en lagere reizigersaantallen dan vóór de coronapandemie. Tegelijkertijd groeit de vraag naar Wmo-, leerlingen- en doelgroepenvervoer, terwijl budgetten onder druk staan en de samenleving vergrijst. Hierdoor komt de bereikbaarheid van werk, onderwijs, zorg en andere belangrijke voorzieningen steeds vaker in het gedrang.
Bovendien verandert mobiliteit in hoog tempo. Naast het traditionele openbaar vervoer ontstaan steeds meer flexibele vervoersvormen, zoals deelmobiliteit en vervoer op afroep. Ook zijn er veel mensen met een Wmo-indicatie die graag gebruik zouden maken van regulier vervoer als dat beter aansluit op hun behoeften. Hoewel er de afgelopen jaren veel initiatieven zijn ontwikkeld, functioneren deze oplossingen nog te vaak naast elkaar. Verschillende vervoersvormen worden afzonderlijk georganiseerd, gefinancierd en aangestuurd, waardoor reizigers niet altijd eenvoudig hun weg vinden. Dit noodzaakt om het samenbrengen van verschillende vormen van collectief vervoer tot één samenhangend systeem.
Definitie en ambitie
Een belangrijke voorwaarde voor succes is een gezamenlijke definitie en ambitie. Publieke Mobiliteit kan worden gezien als:
een samenhangend stelsel van collectieve vervoervoorzieningen onder regie van de overheid, dat ervoor zorgt dat iedereen zich op elk moment veilig, toegankelijk en betaalbaar kan verplaatsen.
De potentiële baten van Publieke mobiliteit zijn aanzienlijk. Een goed functionerend collectief vervoerssysteem draagt bij aan bereikbaarheid, inclusiviteit en leefbaarheid. Daarnaast zijn er duidelijke voordelen op het gebied van ruimtegebruik, energieverbruik, verkeersveiligheid en klimaat.
Meer lezen over de definitie van publieke mobiliteit? Lees het rapport Sturing geven aan publieke mobiliteit (pdf)
Zeven pijlers van Publieke mobiliteit
We kijken bij publieke mobiliteit naar zeven pijlers: openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, flexvervoer, deelmobiliteit, meerijddiensten, hubs en reizigersservices.
In plaats van verschillende vervoersvormen te ‘fuseren’, is het productiever om ze te zien als onderdelen van een orkest. Elke modaliteit behoudt zijn eigen kracht en identiteit, maar draagt bij aan het geheel. Juist deze diversiteit maakt het systeem robuust en flexibel. Overheden spelen hierin een cruciale rol als ‘dirigent’: zij bepalen de kaders, bewaken de samenhang en zorgen voor een goed functionerende uitvoering. Tegelijk is operationele regie essentieel, zodat het systeem in de praktijk soepel werkt voor de gebruiker.
Stapsgewijze realisatie
De ontwikkeling naar Publieke Mobiliteit is een meerjarig traject. Niet alles kan tegelijk, maar dat betekent niet dat vooruitgang moet wachten. Terwijl op nationaal niveau stappen worden gezet, kunnen regio’s experimenteren met pilots, innovaties en lokale verbeteringen. Binnen deze omgeving vind je hiervoor handvatten en best-practices.
Lees meer
Delen via