Veel gestelde vragen en antwoorden nieuwe richtlijnen Werk in Uitvoering 2020

Veelgestelde vragen rondom de nieuwe richtlijnen Werk in Uitvoering voor u beantwoord.

Algemeen

Principes

Standaardmaatregelen

Beleid en proces

Verkeersregelaars

Omleidingen

Spoorwegovergangen

Materiaal en materieel

Algemeen

Waarom zijn er nieuwe publicaties WiU?
Vanaf de eerste beschrijvingen van Maatregelen bij Werk in Uitvoering (WiU) in 1995 wordt door CROW gewerkt aan verbetering en vernieuwing van de richtlijnen. In de loop der jaren zijn de richtlijnen steeds verder uitgebreid en daarmee ook complexer geworden om in de praktijk te hanteren. Op verzoek van wegbeheerders en branchepartijen zijn de richtlijnen nu eenvoudiger en minder complex gemaakt. De belangrijkste doorgevoerde veranderingen zijn:
  • Invoering van Principes en onderscheid tussen Principes en Standaardmaatregelen.
  • Minder publicaties. Er zijn nu vier publicaties en twee handboeken. De delen Spoorwegovergangen, Omleidingen en Verkeersregelaars zijn vervallen. De relevante kennis uit die delen is geactualiseerd en opgenomen in de vier publicaties.
  • Betere samenhang en afstemming. Geen dubbele informatie meer.
Hoe ziet de nieuwe WiU-portfolio eruit?
Op verzoek van wegbeheerders en branchepartijen zijn de richtlijnen nu eenvoudiger en minder complex gemaakt en teruggebracht van zeven naar vier publicaties:
  • Beleid en proces. Werk in Uitvoering 96a/96b – 2020.
    Het kader met topeisen, rollen en verantwoordelijkheden in het traject voorafgaand aan de plaatsing van tijdelijke verkeersmaatregelen bij wegwerkzaamheden.
  • Werken op autosnelwegen. Werk in Uitvoering 96a – 2020.
    Met Principes en achtergronden en de opbouw van de te nemen verkeersmaatregelen bij wegwerkzaamheden op autosnelwegen op functioneel niveau. De Standaardmaatregelen zijn opgenomen in het betreffende handboek.
  • Werken op niet-autosnelwegen. Werk in Uitvoering 96b – 2020.
    Met voor de verschillende wegcategorieën zoekbomen die leiden tot Principes en tot de opbouw van de te nemen verkeersmaatregelen bij wegwerkzaamheden op niet-autosnelwegen op functioneel niveau. De Standaardmaatregelen zijn opgenomen in het betreffende handboek.
  • Specificaties voor materiaal en materieel. Werk in Uitvoering 96a/96b – 2020.
    Met informatie en richtlijnen over de toe te passen materialen en de componenten waarmee de verkeersmaatregelen bij wegwerkzaamheden moeten worden opgebouwd.
Daarnaast zijn er voor de concrete uitwerkingen tot de Standaardmaatregelen de twee bekende handboeken:
  • Standaardmaatregelen op autosnelwegen. Werk in Uitvoering 96a – 2020.
  • Standaardmaatregelen op niet-autosnelwegen. Werk in Uitvoering 96b – 2020.
Zowel de vier publicaties als de twee handboeken zijn online opgenomen in de kennismodule Werk in Uitvoering in de kennisbank van CROW. De kennisbank is bereikbaar via de website van CROW.

Is er een overgangsregeling?
  • Ja, omdat voor sommige materialen en materieel een aanpassing is doorgevoerd. Daarbij is een specifieke overgangstermijn benoemd. Zie hiervoor de publicatie ‘Specificaties voor materiaal en materieel. Werk in uitvoering 96a/96b – 2020’.
  • Nee, omdat voor de verkeersmaatregelen er verder geen ingrijpende wijzigingen zijn doorgevoerd. De nieuwe richtlijnen zijn daarom bij uitkomen gelijk van kracht en vervangen daarmee de vorige edities.
Waarom is er geen tervisielegging geweest?
Er is bij deze editie van de nieuwe richtlijnen geen tervisielegging geweest. Dat was ook niet nodig omdat de Standaardmaatregelen (op enkele kleine aanvullingen na) niet zijn gewijzigd. Wel zijn de richtlijnen aangepast op de volgende punten:
  • Eenduidige formulering van de eisen (minder complex), terug van zeven naar vier kernpublicaties;
  • Meer samenhang in de richtlijnen en maatregelen;
  • Minder spreiding van de informatie (en geen dubbele informatie);
  • Toevoeging van Principes en daarmee meer afstemming op de rol van de wegbeheerder: wegbeheerders en/of opdrachtgevers kunnen beter sturen op de uiteindelijke maatregel;
  • Duidelijk onderscheid in Principe, Standaardmaatregel en locatie-specifieke aanpassingen.
Daarbij is ons doel altijd tweeledig:
  1. We luisteren goed naar de wensen van de gebruikers van de richtlijnen, zodat de richtlijnen steeds toegankelijker worden en gemakkelijker kunnen worden toegepast.
  2. We kijken voortdurend of we de richtlijnen kunnen verbeteren en het werken aan de weg veiliger kunnen maken voor zowel de verkeersdeelnemers als de wegwerkers.
De aanpassingen zijn ingegeven door gebruikers en marktpartijen en met instemming van vertegenwoordigers vanuit de belangrijkste marktpartijen doorgevoerd (waaronder wegbeheerders en bedrijven die werkzaam zijn in voorbereiding en uitvoering).

Principes

Wat is een Principe? 
De wens van opdrachtgevers en marktpartijen om de richtlijnen beter te laten aansluiten op de verschillende contractvormen en samenwerkingsverbanden is ingevuld door de introductie van Principes. De Principes tonen in figuren de opbouw van de te nemen verkeersmaatregelen op functioneel niveau (inleidende ruimte, de nulpuntinrichting, de langsafzetting en het eindpunt). Deze Principes zijn opgenomen in de twee publicaties ‘Werken op autosnelwegen’ en ‘Werken op niet-autosnelwegen’. De uitwerking tot de bekende standaardmaatregelen is beschikbaar in de twee handboeken ‘Standaardmaatregelen op autosnelwegen’ en ‘Standaardmaatregelen op niet-autosnelwegen’.

Waarom zijn de Principes ingevoerd?
Wegbeheerders en opdrachtgevers hebben nu de mogelijkheid om in contracten een Principe voor te schrijven waarmee aannemers en opdrachtnemers (met behulp van een standaardmaatregel) de feitelijke maatregel(en) kunnen uitwerken. De gebruiker kan op basis van een Principe kiezen voor een Standaardmaatregel en deze vertalen naar een locatie-specifieke maatregel. Door het gebruik van Principes is het eenvoudiger geworden om vanuit een of meer Principes een maatregel en/of verkeersplan op te stellen dat is toegesneden op de karakteristieken van het werk en de lokale weg- en verkeerskenmerken.

Wat is de status van het Principe?
De status van het Principe is gelijk aan die van de Standaardmaatregel. Beiden zijn onderdeel van de richtlijnen Werk in Uitvoering 96a/96b – 2020 en worden gebruikt voor de uitwerking van een maatregel en/of verkeersplan dat is toegesneden op de karakteristieken van het werk en de lokale weg- en verkeerskenmerken.

Wat is het verschil tussen Principe en Standaardmaatregel?
In het Principe wordt alleen aangegeven hoe een maatregel is opgebouwd, er wordt niet tot in detail ingegaan op bijvoorbeeld de afstanden ten opzichte van de feitelijke werkplek.

De Standaardmaatregel is een uitwerking van het Principe voor een veelvoorkomende (standaard-)situatie, waarbij de gewenste configuratie en concrete plaats van de onderdelen van de maatregel zijn aangegeven, inclusief de standaardmaatvoering. De Standaardmaatregel vormt de basis voor de concrete uitwerking van de maatregel afgestemd op de locatie-specifieke kenmerken.

Waar vind ik de Principes en waar de Standaardmaatregelen?
De Principes zijn opgenomen in de twee publicaties ‘Werken op autosnelwegen’ en ‘Werken op niet-autosnelwegen’. De uitwerking tot de bekende standaardmaatregelen is beschikbaar in de twee handboeken ‘Standaardmaatregelen op autosnelwegen’ en ‘Standaardmaatregelen op niet-autosnelwegen’.

Standaardmaatregelen

Wat zijn de belangrijkste veranderingen met betrekking tot de Standaardmaatregelen?
De Standaardmaatregelen zijn in hoofdlijnen gelijk gebleven, er zijn geen ingrijpende wijzigingen doorgevoerd.
De meest opvallende verandering is het vervallen van de standaardmaatregelen voor verkeersregelaars en omleidingen.

Voor verkeersregelaars is een uitgebreide keuzeboom opgenomen voor het bepalen of verkeersregelaars ingezet mogen worden en zijn enkele figuren opgenomen met de plaats van de verkeersregelaars nabij de nulpuntinrichtingen.

Voor omleidingen zijn basisconfiguraties opgenomen voor de uitvoering en plaatsing van tijdelijke bewegwijzering. Deze zijn te beschouwen als Principes en vormen de basis voor de uitwerking van de tijdelijke bewegwijzering als onderdeel van het omleidingsplan.
 
Daarnaast zijn de volgende kleine aanpassingen doorgevoerd:

  • In de publicatie 96b is de term ‘obstakel vrije zone’ vervangen door ‘invloedsfeer van de weg’. Daarmee sluit deze publicatie aan bij de formulering in publicatie 96a.
  • Bij stationaire afzettingen op niet-autosnelwegen wordt het nulpunt (de grens tussen werkruimte en veiligheidsruimte) gemarkeerd met drie verkeerskegels. Wegwerkers kunnen dan zien waar de werkruimte eindigt en de veiligheidsruimte begint. Daarmee sluit deze publicatie aan bij de richtlijnen voor autosnelwegen. De markering van het nulpunt kan achterwege blijven bij afzettingen op voetpaden, fietspaden en erftoegangswegen.
  • Voor de onderlinge afstand van de geleidebakens en verkeerskegels in de langsafzetting wordt nu alleen de maat aangegeven die is afgestemd op de reguliere lengtemarkering. Daarmee wordt nog meer aangesloten bij de dagelijkse praktijk en worden discussies over de aan te houden afstand voorkomen.
  • Andreasstrips moeten onder de meest risicovolle omstandigheden worden aangebracht en verwijderd. Om die reden mogen vanaf 1 september 2020 de andreasstrips op autosnelwegen enkel nog machinaal worden aangebracht. Dit houdt in dat aan de andreasstrips ook enkele operationele eisen worden gesteld.
  • Op regionale stroomwegen is het toepassen van ‘werken in de luwte van het werkvoertuig’ opgenomen als mogelijke standaardmaatregel voor kortdurende werkzaamheden naast de rijbaan (≤ 30 min). Deze standaardmaatregel heeft nu een maatregelnummer en is daardoor eenvoudiger in het meldsysteem van Rijkswaterstaat (SPIN) op te nemen.

Beleid en proces

Is de publicatie Beleid en proces gewijzigd?
De inhoud van de publicatie Beleid en proces is op enkele onderdelen aangepast en aangevuld. Naast de afstemming met de nieuwe publicaties ‘Werken op autosnelwegen’ en ‘Werken op niet-autosnelwegen’ wordt er aandacht besteed aan de inzet van verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden en de veiligheid van wegwerkers die de afzettingen plaatsen en verwijderen. Ook is de tekst voor het nemen van een verkeersbesluit aangescherpt.

Verkeersregelaars

Waarom is het deel Verkeersregelaars vervallen?
Op verzoek van wegbeheerders en branchepartijen zijn de richtlijnen nu eenvoudiger en minder complex gemaakt en teruggebracht tot vier publicaties. De oude publicatie ‘Verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden’ is geactualiseerd en geïntegreerd in de publicatie ‘Werken op niet-autosnelwegen’ (hoofdstuk 10, Verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden).

Welke wijzigingen zijn er t.a.v. de verkeersregelaars?
De inzet van verkeersregelaars is alleen toegestaan als dit in de basis veilig kan én als de verkeersregelaars een aantoonbare meerwaarde genereren ten opzichte van de verkeersmaatregel zonder verkeersregelaars. De uitgangspunten en eisen voor het inzetten van verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden vormen de basis voor een nieuwe keuzeboom waarmee de inzet van verkeersregelaars kan worden bepaald.
 
Dit heeft geleid tot de volgende wijzigingen voor de inzet van verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden:
  • In hoofdstuk 10 is een keuzeboom opgenomen voor het bepalen van de inzet van verkeersregelaars.
  • In figuur 58 wordt de plaats van de verkeersregelaars aangegeven bij stationaire afzettingen (met waarschuwingshek, actieraam en/of tijdelijke verkeerslichten) en bij rijdende afzettingen die kortdurend stilstaan (blokwerken). Het gaat dan met name om de afstand ten opzichte van de nulpuntinrichting en/of tijdelijke verkeerslantaarn (VRI) en stopstreep op de geblokkeerde rijstrook.
  • De standaardfiguren met verkeersregelaars zijn komen te vervallen.

Als het doorlopen van de keuzeboom leidt tot de mogelijkheid verkeersregelaars in te zetten, kan op basis van figuur 58 en de standaardmaatregel voor de wegafzetting worden bepaald waar de verkeersregelaars moeten staan.

Waarom is er een keuzeboom om al dan niet tot de inzet van verkeersregelaars te komen?
Verkeersregelaars werken buiten de wegafzetting. Dit heeft tot gevolg dat de aanrijdrisico’s voor de verkeersregelaars groter zijn dan voor de wegwerkers. Wegbeheerders, opdrachtgevers en opdrachtnemers moeten altijd een goede afweging maken van de risico’s, alvorens te besluiten tot inzet van verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden. De inzet van verkeersregelaars is alleen toegestaan als dit in de basis veilig kan én als de verkeersregelaars een aantoonbare meerwaarde genereren ten opzichte van de verkeersmaatregel zonder verkeersregelaars. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een nieuwe keuzeboom waarmee de inzet van verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden kan worden bepaald.

Het schema is van toepassing voor de inzet van verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden op voetpaden (Vp) en fietspaden/bromfietspaden (Fp), erftoegangswegen (ETW), gebiedsontsluitingswegen (GOW) en regionale stroomwegen (RSW).

Het schema is opgebouwd uit twee delen. In het eerste deel wordt bepaald of kan worden volstaan met een verkeersmaatregel zonder verkeersregelaars. Het tweede deel gaat in op de aanrijdrisico’s voor de verkeersregelaars, mede in relatie tot het totale risicoprofiel van de verkeersmaatregel.

Zijn de Standaardmaatregelen voor de inzet van verkeersregelaars gehandhaafd in de richtlijnen?
Nee, de standaardfiguren met verkeersregelaars zijn komen te vervallen. In plaats daarvan kan gebruik worden gemaakt van keuzeboom 5 (figuur 56) om te bepalen of verkeersregelaars kunnen worden ingezet en figuur 58  voor het bepalen van de plaats van de verkeersregelaar ten opzichte van de nulpuntinrichting.

Omleidingen

Waarom is het deel Omleidingen en Tijdelijke Bewegwijzering vervallen?
Op verzoek van wegbeheerders en branchepartijen zijn de richtlijnen nu eenvoudiger en minder complex gemaakt en teruggebracht tot vier publicaties. De oude publicatie ‘Omleidingen en tijdelijke bewegwijzering’ is geactualiseerd en geïntegreerd in de twee publicaties ‘Maatregelen op autosnelwegen’(hoofdstuk 6, Omleidingen) en ‘Maatregelen op niet-autosnelwegen’ (hoofdstuk 12, Omleidingen). Daarnaast zijn er Basisconfiguraties opgesteld voor omleidingen op de verschillende wegtypen en zijn aanduidingen van adviesroutes toegevoegd.

Wat zijn de belangrijkste veranderingen bij de omleidingen?
De belangrijkste veranderingen bij omleidingen zijn:
  • de inhoud is aangepast aan de vigerende richtlijnen voor bewegwijzering;
  • de aanduidingen van ‘adviesroutes’ zijn toegevoegd;
  • er zijn Basisconfiguraties opgesteld voor omleidingen op voetpaden, fietspaden, erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen, regionale stroomwegen (autowegen) en nationale stroomwegen (autosnelwegen);
  • de afzonderlijke maatregelfiguren voor omleidingen zijn komen te vervallen.
Zijn de Standaardfiguren voor de omleidingen gehandhaafd?
Nee, de afzonderlijke maatregelfiguren voor omleidingen zijn komen te vervallen. In plaats daarvan kan gebruik worden gemaakt van de Basisconfiguraties (lees: Principes) voor de uitvoering en plaatsing van tijdelijke bewegwijzering. Deze configuraties vormen de basis voor de uitwerking van de tijdelijke bewegwijzering als onderdeel van het omleidingsplan.

Spoorwegovergangen

Waarom is het deel Spoorwegovergangen vervallen?
Op verzoek van wegbeheerders en branchepartijen zijn de richtlijnen nu eenvoudiger en minder complex gemaakt en teruggebracht tot vier publicaties. De oude publicatie ‘Maatregelen bij spoorwegovergangen’ is geactualiseerd en geïntegreerd in de publicatie ‘Werken op niet-autosnelwegen’ (hoofdstuk 11, Maatregelen bij overwegen). Hierbij moet worden opgemerkt dat de aanduiding ‘spoorwegovergang’ is vervangen door ‘overweg’. Dit sluit beter aan bij de aanduiding die in het RVV1990 wordt gebruikt.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen t.a.v. spoorwegovergangen?
De belangrijkste veranderingen bij overwegen zijn:
  • De inhoud is geactualiseerd aan de vigerende richtlijnen voor het werken binnen de invloedsfeer van een spoorlijn.
  • Er is een keuzeboom opgenomen voor de maatregelen bij weg- en spoorwerkzaamheden op of nabij overwegen. Deze keuzeboom vervangt de vier beslis- en zoekschema’s in de oude publicatie.
    De gebruiker kan aan de hand van de nieuwe keuzeboom bepalen of extra maatregelen noodzakelijk zijn, zowel bij wegwerkzaamheden op of nabij overwegen als bij spoorwegwerkzaamheden op of nabij openbare wegen.
  • De afzonderlijke maatregelfiguren met aanduiding van de maatregelen in relatie tot de plaats van de werkzaamheden ten opzichte van de spoorwegovergang zijn komen te vervallen.

Materiaal en materieel

Is de opbouw van het deel ‘Specificaties voor materiaal en materieel’ gelijk gebleven?
De opbouw van de publicatie ‘Specificaties voor Materiaal en Materieel’ is vereenvoudigd. De indeling in deel A en B is vervallen. De algemene functie-eisen, aspecteisen en raakvlakeisen zijn samengevoegd met de objecteisen en per onderdeel van de tijdelijke verkeersmaatregel in een hoofdstuk opgenomen. Door deze aanpassingen is de samenhang in de richtlijnen vergroot en zijn de afzonderlijke delen beter op elkaar afgestemd.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in het deel ‘Specificaties voor materiaal en materieel’?
De belangrijkste wijzigingen in dit deel zijn als volgt:
  • de eisen aan omleidingsborden en tijdelijke bewegwijzeringsborden zijn aangepast aan de Richtlijn bewegwijzering 2014;
  • de eisen aan de verzwaarde actiewagen zijn aangepast;
  • de eisen aan het retroreflecterend materiaal op geleidebakens en verkeerskegels is aangepast;
  • de eisen aan uitvoering en kleur van de signaalkleding zijn aangescherpt.
Verder zijn de eisen aan elektronische informatiepanelen, tijdelijke en mobiele signaleringssystemen en tijdelijke rijbaanverlichting afgestemd op de overeenkomstige functionele specificaties van Rijkswaterstaat.
Daarnaast wordt in de inleiding kort aandacht besteed aan de duurzaamheid en zijn het toepassen van tijdelijke aanduidingen met alleen pijlfiguratie (borden met chevronpijl zonder nummer of hoofdletter) en tekstpanelen met schuifletters vervallen.
 
Zie hiervoor ook de publicatie ‘Specificaties voor materiaal en materieel. Werk in uitvoering 96a/96b - 2020’.

Wat is het minimale gewicht van een verzwaarde actiewagen (voertuig met botsabsorber)?
De eis aan het gewicht van de verzwaarde actiewagen is aangepast. De combinatie van het voertuig met botskussen en actieraam moet vanaf 1 januari 2022 een massa van minimaal 10.000 kg bedragen. Deze combinatie dient te zijn getest en goedgekeurd door het RDW voordat deze gebruikt mag worden.

Is een kunstmatige verzwaring van een verzwaarde actiewagen toegestaan?
Het toepassen van een kunstmatige verzwaring is enkel toegestaan als deze zo is uitgevoerd dat bij aanrijding van het voertuig geen extra gevaar voor chauffeur, weggebruikers en wegwerkers ontstaat en het gewicht staat opgenomen is in het kentekenbewijs.

Moet een verzwaarde actiewagen worden voorzien van een ‘safe stop’ systeem?
De verzwaarde actiewagen moet worden voorzien van een ‘safe stop’ systeem. Door het ‘safe stop’ systeem blokkeren de remmen van het voertuig wanneer het van achteren wordt aangereden. Het systeem wordt vanaf 1 januari 2021 verplicht gesteld.

Wat is de reflectieklasse van de afbeelding op geleidebakens en verkeerskegels?
De eis aan de retroreflectie van de afbeelding op geleidebakens en verkeerskegels is aangepast. De afbeelding op geleidebakens en verkeerskegels moet uitgevoerd zijn in retroreflecterend materiaal, minimaal klasse III, volgens NEN-EN 12899-1 en, NEN 3381.
Voor nieuwe en bestaande geleidebakens en verkeerskegels gelden de volgende overgangstermijnen:
  • Nieuwe geleidebakens en verkeerskegels moeten vanaf 1 januari 2021 zijn voorzien van een afbeelding in retroreflecterend materiaal, minimaal klasse III;
  • Geleidebakens en verkeerskegels met een afbeelding in retroreflecterend materiaal, klasse II (of lager) mogen vanaf 1 januari 2026 niet meer worden toegepast als onderdeel van een wegafzetting.
Wat is er gewijzigd m.b.t. signaalkleding en waarom?
De eisen aan uitvoering en kleur van de signaalkleding zijn aangescherpt en afgestemd op de richtlijnen van Rijkswaterstaat. De wijzigingen zijn:
  • Wegwerkers moeten altijd signaalkleding dragen in fluorescerend oranjerood.
  • Andere kleuren of combinatie van kleuren zijn alleen toegestaan voor specifieke functies, zoals verkeersregelaars, veiligheidsfunctionarissen en weginspecteurs.
  • Bij daglicht wordt minimaal signaalkleding conform klasse 2 (hesje) gedragen.
  • Bij duisternis en andere omstandigheden die het zicht beperken wordt signaalkleding conform klasse 3 (jas of pak) gedragen. Het dragen van signaalkleding zonder mouwen (hesje, overall) of met korte mouwen (shirt) is bij deze omstandigheden onvoldoende vanwege het ontbreken van de figuratie op de mouwen.

Ter toelichting:
De NEN-EN-ISO normen bieden ruimte voor nationale voorschriften, mits deze niet in strijd zijn met de Europese normen. Voor de signaalkleding bij werk in uitvoering zijn in Nederland nadere eisen gesteld aan vorm, kleur en strepen. Deze eisen zijn vastgelegd in de RWS-richtlijnen en in de CROW-publicatie ‘Specificaties voor materiaal en materieel’. Dit houdt in dat signaalkleding, die wel voldoet aan de NEN-EN-ISO maar niet aan de in Nederland geldende aanvullende eisen, niet mag worden toegepast.

Bij werk in uitvoering is signaalkleding in andere kleuren dan oranjerood en/of in twee kleuren alleen toegestaan voor specifieke functies, zoals verkeersregelaars, veiligheidsfunctionarissen en weginspecteurs. Voor welke functies dat geldt is vastgelegd in de betreffende richtlijnen van RWS, ProRail en CROW. Uit oogpunt van het onderscheid en de herkenbaarheid van de speciale functionarissen, is het bij wegwerkzaamheden niet toegestaan signaalkleding met verschillende kleuren te dragen, bijvoorbeeld een oranjerood hesje of jas op een gele broek.

Geldt er een overgangsregeling voor signaalkleding?
Ja, voor de nieuwe eisen aan signaalkleding geldt de volgende overgangsregeling:

  • Nieuwe signaalkleding moet vanaf 1 januari 2021 worden uitgevoerd in de voorgeschreven fluorescerende oranjerode kleur;
  • Signaalkleding in een andere kleur dan de voorgeschreven fluorescerende oranjerode kleur mag vanaf 1 januari 2026 niet meer worden gedragen bij wegwerkzaamheden.
Zijn er overgangstermijnen voor materiaal en materieel van toepassing?
Ja, omdat voor sommige materialen en materieel een aanpassing is doorgevoerd. De eisen aan het materiaal en materieel zijn aangepast aan de meest recente normen en richtlijnen. Daarbij is een specifieke overgangstermijn benoemd. Het betreft de volgende materialen en materieel:
  • De eis aan het gewicht van de verzwaarde actiewagen is aangepast. De combinatie van het voertuig met botskussen en actieraam moet vanaf 1 januari 2022 een massa van minimaal 10.000 kg bedragen.
  • De eisen aan retroreflecterend materiaal op geleidebakens en verkeerskegels is aangepast naar minimaal klasse III, volgens NEN-EN 12899-1 en NEN 3381. Nieuwe geleidebakens en verkeerskegels moeten vanaf 1 januari 2021 zijn voorzien van een afbeelding in retroreflecterend materiaal, minimaal klasse III. Geleidebakens en verkeerskegels met een afbeelding in retroreflecterend materiaal, klasse II (of lager) mogen vanaf 1 januari 2026 niet meer worden toegepast als onderdeel van een wegafzetting.
  • De eisen aan uitvoering en kleur van de signaalkleding zijn aangescherpt en afgestemd op de richtlijnen van Rijkswaterstaat. Nieuwe signaalkleding moet vanaf 1 januari 2021 worden uitgevoerd in de voorgeschreven fluorescerende oranjerode kleur. Signaalkleding in een andere kleur dan de voorgeschreven fluorescerende oranjerode kleur mag vanaf 1 januari 2026 niet meer worden gedragen bij wegwerkzaamheden.
Wat zijn de belangrijkste aanpassingen naar aanleiding van de functionele specificaties van Rijkswaterstaat?
De eisen aan elektronische informatiepanelen, tijdelijke en mobiele signaleringssystemen en tijdelijke rijbaanverlichting zijn afgestemd op de overeenkomstige functionele specificaties van Rijkswaterstaat.
De belangrijkste aanpassingen zijn als volgt:
  • De afbeelding van het rood-witte actieraam mag in het elektronische informatiepaneel worden getoond, mits het paneel continue in bedrijf is en daarmee de zichtbaarheid wordt gewaarborgd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de informatiepanelen die op autosnelwegen worden ingezet bij een rijdende afzetting in de nacht (RAIN).
  • De eisen aan tijdelijke en mobiele signaleringsystemen (TMS’en) die worden ingezet bij wegwerkzaamheden zijn gebundeld, waarbij onderscheid is gemaakt in Mobiele Rijstrook Signaalgever (MRS), Mobiele Route-informatie (MRI), Tijdelijke Rijstrook Signaalgever (TRS) en Tijdelijke Route-informatie (TRI).
  • Voor tijdelijke rijbaanverlichting zijn minder eisen opgenomen en wordt vaker verwezen naar het brondocument (Voorschriften tijdelijke rijbaanverlichting (4 maart 2016) van Rijkswaterstaat).
Moeten Andreasstrips machinaal worden aangebracht?
Ja, Andreasstrips moeten op rijstroken van autosnelwegen per 1 september 2020 machinaal worden aangebracht. Handmatige plaatsing is immers op rijstroken zeer gevaarlijk. Op vluchtstroken is machinale plaatsing niet vereist.
Waarom zijn de publicaties Werk in Uitvoering herzien? Wat zijn de belangrijkste doorgevoerde veranderingen? Een overzicht van de nieuwe CROW-richtlijnen, meer informatie hierover en de bestelmogelijkheden zijn te vinden in de brochure. 
Terug naar 'Verkeersmaatregelen/WIU'
Submenu openen

Veel gestelde vragen en antwoorden nieuwe richtlijnen Werk in Uitvoering 2020

Scroll naar boven