Veel gestelde vragen werken in en met verontreinigde bodem

Veel gestelde vragen rondom de richtlijn werken in en met verontreinigde bodem worden voor u beantwoord.

Algemeen


DLP en R-DLP

Rekentool Bepaling veiligheidsklasse

Over de inhoud van CROW 400

Algemeen

Medische keuring conform CROW 400 is vanwege de gevolgen van het corona-virus niet mogelijk, wat nu?

In deze tijd is het soms niet mogelijk om naar de bedrijfsarts te gaan. De medische beoordeling heeft tot doel om te bepalen of een werknemer op dat moment ‘gezond’ is, bepaald aan de hand van een aantal zaken, zoals longen, hart, en werking van lever en nieren. De frequentie van het onderzoek kan door een bedrijfsarts worden aangepast. In sommige gevallen is het nu niet mogelijk om het onderzoek uit te voeren. Dat is een feit waar we mee te maken hebben. Als de werknemer eerder goedgekeurd is EN aangeeft dat er in het afgelopen jaar géén zaken zijn voorgevallen ten aanzien van de gezondheid is er geen zwaarwegend argument om de werknemer niet in te zetten tijdens werkzaamheden met verontreinigde bodem. Bij twijfel is het advies om in overleg met de bedrijfsarts hier (eventueel telefonisch) overleg over te voeren.


DLP en R-DLP

Wat is het verschil tussen DLP en R-DLP?

Inzet van de R-DLP is volgens de CROW 400 verplicht voor de zwaardere veiligheidsklassen (zie hiervoor Module 5 van CROW 400). Ten opzichte van de reguliere DLP worden aan een R-DLP vooral extra eisen gesteld ten aanzien van het uitvoeren van luchtkwaliteitsmetingen. Zie voor de overige extra eisen Module 5 van CROW 400.

Hoe word ik DLP?

U mag uzelf DLP noemen als u in het bezit bent van een bewijs van opleiding waarmee wordt aangetoond dat u het bijbehorende DLP-examen met een positief resultaat hebt afgerond. De opleiding en het bijbehorende examen en certificaat moeten voldoen aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van het procesdeel van CROW 400. Wij adviseren u om dit expliciet te toetsen bij uw opleider.

Hoe word ik R-DLP?

U mag uzelf R-DLP noemen als u in het bezit bent van een certificaat waarmee wordt aangetoond dat u het, door CROW afgenomen, R-DLP-examen met positief resultaat hebt afgerond. Het gehele R-DLP-examen bestaat uit twee onderdelen: het theorie-examen (ook weer onderverdeeld in twee delen) en het praktijkexamen. U moet dus beide onderdelen behalen om R-DLP te worden. Geslaagde kandidaten worden opgenomen in het openbare CROW register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. De toets- en eindtermen voor het R-DLP examen zijn beschreven in bijlage VI van het procesdeel van CROW publicatie 400.

Mag ik als DLP ook taken uitvoeren van de R-DLP?

Nee. De functie van de R-DLP is ‘zwaarder’ dan die van de ‘gewone’ DLP. Een R-DLP moet in het bezit zijn van een CROW certificaat R-DLP en ingeschreven staan in het CROW register R-DLP. In uitzonderlijke gevallen kan de betrokken deskundige, onder verantwoording van die deskundige, onderbouwd vaststellen dat een DLP’er  voor een specifieke klus over voldoende kennis en ervaring beschikt om deze te kunnen begeleiden.
 

Mag ik als R-DLP ook taken uitvoeren van de DLP?

Ja, de functie van de R-DLP is ‘zwaarder’ dan die van de ‘gewone’ DLP.

Is een opleiding verplicht voor R-DLP?

Het R-DLP examen is van dien aard dat alle toets- en eindtermen worden geverifieerd. Dit betekent in de praktijk dat iedereen zich kan aanmelden voor het centraal door CROW georganiseerde examen R-DLP. Maar dat voldoende kennis en ervaring essentieel zijn om kans van slagen te hebben voor dat examen. Een opleiding is in dat kader niet verplicht, maar kan dus wel zinvol zijn om u goed voor te bereiden.

Is een examen verplicht voor DLP of R-DLP?

  • Voor de DLP: ja. In bijlage V van CROW 400 is expliciet beschreven aan welke eisen de opleiding maar ook het examen en het certificaat DLP moeten voldoen. Aanbeveling uit CROW 400 is dat het examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd. Wij adviseren u om dit expliciet te toetsen bij uw opleider.

  • Voor de R-DLP: ja. U kunt uzelf pas R-DLP noemen als u in het bezit bent van een certificaat waarmee wordt aangetoond dat u het door CROW afgenomen examen met positief resultaat hebt afgerond. Geslaagde kandidaten worden opgenomen in het openbare CROW register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. De toets- en eindtermen voor het examen zijn beschreven in bijlage VI van het procesdeel van CROW 400. De eerste examens R-DLP zullen plaatsvinden vanaf het voorjaar van 2018. CROW zal hierover nog nader communiceren.

Waar kan ik een opleiding volgen voor DLP of R-DLP?

  • Er zijn diverse aanbieders van opleidingen DLP, deze kunt u online zoeken en vinden. Wij adviseren u om bij uw keuze voor een opleider expliciet te toetsen of de betreffende opleiding voldoet aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van CROW 400. Advies is bovendien om te kiezen voor een opleiding waarbij het bijbehorende DLP-examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd.

  • Een opleiding R-DLP is niet verplicht, kandidaten kunnen ook zonder specifieke opleiding toetreden tot het R-DLP-examen (zie ook de vraag: Is een opleiding verplicht voor R-DLP?). Wel kunnen opleiders u mogelijk helpen voor te bereiden op het examen R-DLP met een opleiding die specifiek gericht is op de essentiële kennis en ervaring waarover een R-DLP moet beschikken. Wij adviseren u om in dat geval expliciet te toetsen of de betreffende opleiding is toegespitst op de toets- en eindtermen zoals beschreven in bijlage VI van CROW 400.

Waar kan ik een examen doen voor DLP of R-DLP?

  • Er zijn diverse aanbieders van examens DLP. Vaak is het examen gekoppeld aan een opleiding, deze kunt u online zoeken en vinden. Wij adviseren u om bij uw keuze voor een opleider expliciet te toetsen of de betreffende opleiding voldoet aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van CROW 400. En om te kiezen voor een opleiding waarbij het bijbehorende DLP-examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd.

  • Het R-DLP-examen wordt alleen verzorgd door CROW. Deze exclusieve positie is met draagvlak van de sector ontstaan met als doel om de kwaliteitsborging van de deskundigheid van de R-DLP centraal in Nederland te borgen. Kandidaten die slagen voor het CROW-examen R-DLP worden opgenomen in het openbare CROW -register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. Zowel de examens als het register R-DLP komen het voorjaar van 2018 beschikbaar.

Kan ik vrijstelling krijgen voor (onderdelen van) het examen R-DLP?

Het R-DLP examen zal bestaan uit een theorie- én een praktijkexamen. Voor geen van beide onderdelen kunt u vrijstelling krijgen.

Wat betekent de overgangstermijn voor (bestaande) DLPers?

De overgangstermijn duurde tot 1 januari 2019 en gold ook voor het voldoen aan de diverse opleidings- en ervaringseisen (zowel door opleiders als door kandidaat DLPers). Certificaten van bestaande, ‘gewone’ DLP'ers conform CROW132 waren geldig tot het einde van bovengenoemde overgangstermijn (1 januari 2019), daarna moet een DLP'er kunnen aantonen dat hij/zij voldoet aan de nieuwe toets- en eindtermen, conform de CROW 400. Dat betekent in de praktijk dat hij/zij opnieuw examen moet doen. Dan heeft u de keuze om een nieuw certificaat DLP (volgens de nieuwe toets- en eindtermen CROW400) te halen of om uw R-DLP-certificaat te behalen. Dit is afhankelijk van de situaties waarin moet kunnen worden gewerkt. Zie hiervoor Module 5 van CROW 400.

Wanneer starten de R-DLP examens?

De inschrijving voor de examens (zowel theorie als praktijk) is per mei 2019 geopend voor iedereen, je kunt als individuele kandidaat zelf een keuze maken uit datum en plaats. De praktijkexamens worden georganiseerd op vaste data, altijd op locatie in Nieuwegein. 
 

Hoe ziet het theorie-examen eruit?

In de toets- en eindtermen uit bijlage VI van CROW publicatie 400 is beschreven over welke kennis je moet beschikken, om het theorie-examen met goed gevolg af te kunnen leggen. Deze toets- en eindtermen vind je hier (zie eerste onderdeel van dit document). Het theorie-examen wordt digitaal afgenomen op verschillende locaties in het land. Het examen duurt maximaal 3 uur en bestaat uit twee delen: één deel toetsing van parate kennis aan de hand van meerkeuzevragen (maximaal 1 uur 15 minuten) en één deel toetsing van inzicht aan de hand van casuïstiek met open vragen (maximaal 1 uur en 45 minuten). Alleen bij het tweede deel mag de CROW 400 gebruikt worden met daarin eventueel aantekeningen. Losse aantekeningen of ander naslagwerk zijn niet toegestaan. Zie ook het examenreglement R-DLP voor meer informatie over het theorie-examen (artikel 6).

Hoe ziet het praktijkexamen eruit?

In de toets- en eindtermen uit bijlage VI van CROW publicatie 400 is beschreven wat je moet kunnen om het praktijkexamen met goed gevolg af te kunnen leggen, en welke onderdelen geëxamineerd kunnen worden. Deze toets- en eindtermen vind je in dit document, waarin ook meer concreet is beschreven wat van de kandidaat wordt verwacht. Het praktijkexamen duurt maximaal 50 minuten en zal individueel, worden afgenomen. De locatie van het praktijkexamen is altijd Nieuwegein (Fultonbaan 80, 3439 NE). Zie ook het examenreglement R-DLP voor meer informatie over het praktijk examen (artikel 7).

Wat moet ik eerst doen: theorie-examen of praktijkexamen R-DLP?

De kandidaat mag zelf kiezen in welke volgorde hij/zij het theorie- en praktijkexamen aflegt. Advies is echter om eerst theorie-examen te doen, dat geeft een goed beeld of je ‘klaar bent’ voor het praktijkexamen: dan moet de theoretische kennis namelijk echt routine zijn.

Wat is het niveau van de examens?

De theorie-examens zijn niet letterlijk gekoppeld aan schoolse niveaus en iedereen kan toetreden tot het examen. Verwachting is wel dat kandidaten minimaal over mbo-niveau moeten beschikken om het theorie-examen met succes af te leggen (maar dit is dus niet verplicht). Ook het praktijkexamen is vrij toegankelijk voor iedereen. Om dat examen te halen moet een kandidaat niet alleen de theoretische kennis goed beheersen (advies is dus ook om eerst theorie-examen te doen), ook zal hij over de nodige routine moeten beschikken met betrekking tot diverse praktische verrichtingen. Het is dus raadzaam dat de kandidaat hier in de praktijk veel ervaring mee heeft opgedaan, alvorens hij/zij het examen aflegt.

Is een opleiding verplicht voor R-DLP? Is er een toelatingseis?

In beide gevallen: nee. Er worden geen expliciete eisen gesteld aan de (voor-) opleiding van een kandidaat, voordat deze kan toetreden tot het examen. Het examen R-DLP is van dien aard dat alle toets- en eindtermen worden geverifieerd. Dit betekent in de praktijk dat iedereen zich kan aanmelden voor het centraal door CROW georganiseerde examen R-DLP. Maar dat voldoende kennis en ervaring essentieel zijn om kans van slagen te hebben voor dat examen. Een opleiding is in dat kader niet verplicht, maar kan wel zinvol zijn om u goed voor te bereiden.

Waar kan ik een opleiding doen voor R-DLP?

Een opleiding R-DLP is niet verplicht, kandidaten kunnen ook zonder specifieke (voor-) opleiding toetreden tot het R-DLP-examen. Wel kunnen opleiders u mogelijk helpen voor te bereiden op het examen R-DLP met een opleiding die specifiek gericht is op de essentiële kennis en ervaring waarover een R-DLP moet beschikken. Wij adviseren u om in dat geval expliciet te toetsen of de betreffende opleiding is toegespitst op de toets- en eindtermen zoals beschreven in bijlage VI van CROW 400.

Hoe lang is een deelresultaat (alleen theorie of alleen praktijk) geldig?

Als een kandidaat één onderdeel van het examen behaalt (of theorie of praktijk), dan blijft dat deelresultaat maximaal 6 maanden geldig. Binnen die termijn dient de kandidaat óók het andere onderdeel te behalen om recht te hebben op het R-DLP-certificaat.      

Hoe lang is mijn R-DLP-certificaat geldig?

Het R-DLP-certificaat is geldig tot vijf jaar na datum van afgifte. Hierna zal voor het verlengen van (de geldigheid van) het certificaat, opnieuw het theorie- en praktijkexamen met voldoende resultaat afgelegd moeten worden.

Kan ik vrijstelling krijgen voor (onderdelen van) het examen R-DLP?

Het R-DLP-examen bestaat uit een theorie- én een praktijkexamen. Voor geen van beide onderdelen kunt u (gedeeltelijke) vrijstelling krijgen.

In welke talen wordt het examen afgenomen?

Zowel het theorie-examen als praktijkexamen R-DLP worden uitsluitend in het Nederlands afgenomen.

Hoe kan ik me inschrijven voor het examen?

Het examen bestaat uit twee onderdelen: het theorie-examen en het praktijkexamen. Een kandidaat die zowel het theorie- als praktijkexamen heeft behaald, mag zichzelf R-DLP noemen zoals bedoeld in CROW publicatie 400. Wilt u zich inschrijven, ga dan naar deze bestelpagina voor het theorie-examen of deze bestelpagina voor het praktijkexamen. Let op: wilt u zowel het theorie- als praktijkexamen doen? Dan zult u beide ‘artikelen’ apart moeten bestellen in onze webshop.

Kan iemand anders mij inschrijven / kan ik iemand anders inschrijven?

In principe schrijft een kandidaat zichzelf in, want voor de inschrijving wordt ook de nodige persoonlijke informatie gevraagd en zijn persoonlijke profielen nodig. Als de kandidaat dergelijke informatie ter beschikking stelt aan derden (bijvoorbeeld een secretaresse), kan deze derde de kandidaat ook inschrijven. CROW zal geen inschrijvingen (van individuen of groepen) faciliteren en adviseert elke kandidaat om zijn inschrijving zelf te doen: hij/zij kan dan zelf keuzes maken ten aanzien van data en (in geval van het theorie-examen) locatie.

Kan het examen worden afgenomen op locatie van de kandidaat (of zijn werkgever / opleider)?

Nee. Zowel het theorie- als praktijkexamen vinden plaats onder goed gecontroleerde omstandigheden. Daarom is het niet mogelijk om af te wijken van de op voorhand vastgestelde locaties. Voor het theorie-examen zijn dat diverse locaties verspreid over heel Nederland. Voor het praktijkexamen is dat altijd in Nieuwegein.

Hoe kom ik in het officiële R-DLP register van CROW?

Iemand die zowel het theorie- als praktijkexamen heeft behaald, ontvangt een officieel certificaat en een pasje van CROW waaruit blijkt dat hij/zij zich voortaan R-DLP mag noemen. Zijn of haar naam wordt dan opgenomen in het officiële R-DLP register dat op de CROW-website getoond wordt. Door de algemene voorwaarden bij inschrijving te accepteren, geeft de kandidaat toestemming om zijn persoonlijke gegevens (naam, nummer en expiratiedatum certificaat) te publiceren in dat register.

Is er een Examenreglement?

Ja, in dat reglement zijn zaken geregeld zoals de beoordeling en uitslag van de examens, beleid bij fraude en onregelmatigheden en de regels ten aanzien van bezwaar maken. U kunt het Examenreglement hier downloaden.

Hoe wordt de kwaliteit en onafhankelijkheid van het examen geborgd?

Op verschillende manieren:

  • Het examen is ontwikkeld onder toezicht van een Examencommissie waarin diverse stakeholders vertegenwoordigd zijn. Deze commissie heeft toegezien op de kwaliteit en het niveau van de examens. De commissie heeft een onafhankelijke voorzitter en de secretaris is van CROW.

  • Door de Examencommissie is een Examenreglement vastgesteld waarin ‘de spelregels’ vastliggen. Deze zijn voor iedereen toegankelijk en gelijk.

  • De inhoud van het examen is tot stand gekomen met input van diverse inhoudelijke experts. De structuur en vorm van het examen zijn tot stand gekomen onder toezicht van een didactisch adviseur van CROW zelf en didactische adviseurs van het examenbureau (de partij die CROW ondersteunt bij de organisatie en uitvoering van het examen).

  • De examinatoren (voor het praktijkexamen) moeten voldoen aan een profiel van eisen, opgesteld door de Examencommissie. CROW ziet toe of de examinatoren voldoen aan die eisen. CROW stelt  deze examinatoren ook aan.

  • De beoordeling van het praktijkexamen vindt plaats op basis van een objectief kader. Dit kader werkt op basis van gidswoorden (woorden die genoemd moeten worden in een antwoord) en een bepaalde puntentelling (sommige vragen en/of praktijkhandelingen moeten 100% goed beantwoord worden, van de resterende vragen en/of handelingen moet 75% goed beantwoord worden). Dit kader is vastgesteld door de Examencommissie. Het kader is zo eenduidig dat de examinator direct na afloop van het examen tot een oordeel kan komen. Mocht dat toch niet het geval zijn, dan zal de examinator eerst nog overleggen met een tweede examinator voordat hij zijn oordeel definitief maakt.

Wat zijn de kosten voor het R-DLP examen?

Het theorie-examen kost € 150,- excl. btw per kandidaat, het praktijk examen: € 345,- excl. btw per kandidaat (in beide gevallen: prijspeil 2018, genoemde prijzen kunnen per jaar worden geïndexeerd). Behaalt een kandidaat onvoldoende resultaat voor een examen dan zal hij/zij zich opnieuw moeten aanmelden voor dat examen en gelden dezelfde prijzen.

Vanaf wanneer is een R-DLP verplicht?

Voor het inzetten van een R-DLP conform CROW publicatie 400 gold een overgangstermijn tot 1 januari 2019. Na die datum is het voor sommige werken (zie CROW 400) verplicht om een R-DLP in te zetten, als de CROW 400 op dat werk van toepassing is verklaard. Certificaten van bestaande, ‘gewone’ DLP'ers waren geldig tot het einde van bovengenoemde overgangstermijn (1 januari 2019), daarna moet een DLP'er kunnen aantonen dat hij/zij voldoet aan de nieuwe toets- en eindtermen, conform de CROW 400. Dat betekent in de praktijk dat zij voor sommige werken ook hun R-DLP-certificaat moeten halen om als R-DLP op te kunnen treden.

Hoe kan ik bezwaar maken tegen de uitslag?

Ja, zie het Examenreglement voor de regels ten aanzien van bezwaar maken (artikel 13).

Welke opleidings- en ervaringseisen gelden er voor de HVK/AH (voor R-DLP)?

Om de veiligheid binnen projecten te kunnen waarborgen, is het noodzakelijk dat een R-DLP beschikt over praktische basiskennis om op een verantwoorde manier om te gaan met de mogelijke blootstellingsrisico’s als gevolg van werkzaamheden in bodem of baggerspecie, om hierop te sturen en om effectief luchtkwaliteitsmetingen uit te voeren. Hij bezit een certificaat waarmee wordt aangetoond dat het door CROW afgenomen examen met positief resultaat is afgerond. Hij is opgenomen in het openbare R-DLP-register dat op de CROW-website is in te zien.
De opleidings- en ervaringseisen voor de HVK / AH zijn:

  • HVK: Opleiding minimaal (post) HBO HVK, afgesloten met een diploma.
    AH: Opleiding minimaal (post) HBO of WO Arbeidshygiëne, afgesloten met een diploma.

  • Separate certificering indien asbest op het project aanwezig is (certificering kan geschieden door een door het Ministerie van SZW aangewezen instelling).

  • Geregistreerd zijn als R-DLP (met 2 jaar aantoonbare ervaring met het begeleiden van projecten met bodemverontreiniging en/of werkzaamheden in verontreinigde grond / waterbodem)
    of gelijkwaardig qua kennis (door minimaal 5 jaar relevante ervaring in het werken met verontreinigde grond / waterbodem of baggerspecie).

Rekentool Bepaling veiligheidsklasse

Is er een rekentool voor bepaling van de veiligheidsklasse uit CROW 400?

De Kennismodule bepaling veiligheidsklasse (de rekentool) is beschikbaar voor het bepalen van de veiligheidsklasse conform CROW 400.

 

Waarom kan ik voor sommige stoffen geen waarden invoeren?

Van sommige stoffen is op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar. De CROW-tool voor de bepaling van de veiligheidsklassen conform CROW 400 kan vooralsnog voor deze stoffen niet gehanteerd worden. Indien van een bepaalde stof onvoldoende informatie bekend is en de stof om die reden niet in de CROW-tool is opgenomen betekent dat niet dat er geen toetsing hoeft plaats te vinden. In dat geval zal door de betreffende deskundige het veiligheidsrisico moeten worden ingeschat en op basis daarvan onderbouwd de bijbehorende beheersmaatregelen moeten worden genomen.

Werkt de rekentool met SRC-arbo?

Ja, voor niet-vluchtige stoffen. De term SRC-arbo is in CROW 400 ingevoerd. De term wordt uitvoerig uitgelegd in de CROW-publicatie (In de Inleiding, zie procesdeel pagina 10 en in Module 3, zie moduledeel pagina 27). De SRC-arbowaarden met toelichting kunt u hier vinden.

Moeten invoerwaarden gecorrigeerd worden naar standaardbodem?

In de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse voor CROW 400 (de rekentool) dienen, in tegenstelling tot de rekentool van CROW 132, altijd de gecorrigeerde waarden te worden ingevoerd. Voor zowel vluchtige als niet vluchtige stoffen.. Gecorrigeerd naar standaardbodem conform werkwijze BoToVa. Uitzondering hierop vormen de toetsing van PFAS (o.a. PFOS, PFOA en GenX) Deze worden NIET gecorrigeerd naar standaardbodem. De onderbouwing kunt u hier vinden.

Moet ik net als bij vluchtige stoffen ook voor niet vluchtige stoffen bodemtypecorrectie toepassen bij de bepaling van de veiligheidsklassen?

De onderbouwing voor de toepassing van de bodemtypecorrectie (correctie gemeten gehalten voor lutum en organisch stof) bij het bepalen van de veiligheidsklassen voor niet vluchtige stoffen in CROW 400 en de Rekentool Bepaling veiligheidsklasse is hierna beschreven.

Uniformiteit
De belangrijkste reden om ook de niet vluchtige stoffen te corrigeren is een uniforme werkwijze. Voor vluchtige stoffen wordt getoetst aan de tussen- en interventiewaarde die volgen uit de Wet bodembescherming. Bij de methodiek worden de gehalten gecorrigeerd voor standaard bodem. Om fouten te voorkomen is ervoor gekozen om net als bij de vluchtige stoffen ook de gehalten aan niet vluchtige stoffen te corrigeren naar standaardbodem.

Bodemtypecorrectie en niet vluchtige stoffen
In Nederland komen verschillende bodemtypen voor, zoals klei, veen en zandgronden. De verschillende bodemtypen bevatten sterk variërende percentage aan lutum- en organisch stof. Lutum en organisch stof hebben beiden de eigenschap om zware metalen te binden aan de bodemdeeltjes. Organische verontreinigingen worden daarnaast gebonden door organische stof. Bijvoorbeeld, hoe lager het lutum en organische stof gehalte, hoe slechter de zware metalen en organische verontreinigingen aan de bodemdeeltjes binden. Er is voor gekozen om voor alle niet vluchtige stoffen bodemtype correctie toe te passen. Zie verdere toelichting in de voetnoot1.
 
Correctie leidt niet tot extra blootstellingsrisico’s
Door het corrigeren van de gehalten niet vluchtige stoffen naar standaardbodem wordt afhankelijk van het bodemtype (lage lutum en lage organische stof) het gemeten gehalte hoger waardoor de toetsingswaarde (SRCarbo) eerder wordt overschreden. Dit leidt ertoe dat bij een slechte binding van de verontreinigingen, het blootstellingsrisico wordt verhoogd. Dit betekent theoretisch dat in sommige situaties medewerkers eerder (bij lagere gemeten gehalten) in een veiligheidsklasse zullen werken. Dit leidt nooit tot een onderschatting van het risico.

Overigens ontbreekt momenteel een gedegen wetenschappelijk onderzoek waarin de blootstellingsroutes voor grondwerkers goed gekwantificeerd zijn. Zo is bijvoorbeeld de hoeveelheid grondingestie van grondwerkers nog onduidelijk. CROW is voornemens nader te kijken naar de belangrijkste blootstellingsroutes van bodemverontreiniging voor grondwerkers. Aan de hand van deze bevindingen worden de SRCarbo-waarden in de toekomst mogelijk aangepast.
 
[1] In de literatuur wordt ervan uitgegaan dat er een sterke relatie bestaat tussen bodemeigenschappen zoals lutum en organische stof en de bio beschikbaarheid van verontreinigingen (bijvoorbeeld de opname van verontreinigingen in planten en opname door bodemfauna). Dit verband is uitvoerig onderzocht en in sommige blootstellingsroutes ook opgenomen in blootstellingsmodellen zoals Sanscrit. Ook wordt in de literatuur bij de blootstellingsroute ingestie grond (de voornaamste blootstellingsroute bij werken in met niet vluchtige stoffen verontreinigde bodem) een verband verondersteld tussen de bodemeigenschappen en de orale bio beschikbaarheid in het maagdarmstelsel. De mate waarin verontreinigingen worden opgenomen in het maag-/darmstelsel wordt de orale bio-beschikbaarheidsfactor genoemd. Deze parameter geeft de verhouding weer tussen de hoeveelheid van een stof die via ingestie in het maagdarmstelsel terechtkomt en de hoeveelheid van die stof die wordt opgenomen in het maagdarmstelsel. Landelijk is er discussie over de invloed van bodemeigenschappen op de orale bio beschikbaarheid. Het RIVM adviseert aanvullend onderzoek om hier meer duidelijkheid over te verkrijgen. Tot op heden heeft dit onderzoek nog niet plaatsgevonden (met uitzondering van lood). Ook zijn er voorstellen gedaan door het RIVM voor een alternatieve bodemtypecorrectie voor zware metalen. 
 

Waar vind ik de stoffenlijst met SRC-arbo-toetswaarden?

De toetswaarden die in de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse worden gehanteerd (inclusief de SRC-arbotoetswaarden) zijn opgenomen in de stoffenlijst.

Waarom kan ik geen projecten opslaan?

In de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse voor CROW 400 (de rekentool) is, in tegenstelling tot de rekentool van CROW 132,  vooralsnog geen mogelijkheid opgenomen om projecten op te slaan. 

Over de inhoud van CROW 400

Waar vind ik de SRCarbo-waarden?

De meest recente stoffenlijst, inclusief de gehanteerde SRC-arbowaarden kunt u hier met toelichting vinden.

Wat zijn CM-stoffen?

De C staat voor carcinogeen en de M voor mutageen. Carcinogeen is kankerverwekkend. Dit betekent dat wanneer men in contact met de stof komt, dit kanker kan veroorzaken. Hoe kankerverwekkender de stof en hoe vaker en intensiever het contact, hoe groter de kans is dat men daadwerkelijk kanker krijgt. Een mutagene stof is een chemische stof die het DNA beschadigt en hierdoor erfelijke veranderingen (mutaties) kan veroorzaken.

Moet voor minerale oliën de SRCarbo-waarde of de Interventiewaarde gebruikt worden voor de bepaling van de veiligheidsklasse?

Minerale olie is een vluchtige stof (mengsel) en hiervoor wordt de Interventiewaarde gehanteerd. Zie ook Module 3 en het overzicht met de SRC-arbowaarden en Interventiewaarden op de website van CROW.  
De samenstelling van het mengsel bepaald het kooktraject en dampspanning en daarmee het risico op uitdamping. Het is aan de betrokken deskundige te bepalen in welke mate blootstelling door uitdamping kan plaatsvinden en welke maatregelen daarbij van toepassing zullen zijn.

Als voor bepaalde stoffen alleen de SOM bekend is, hoe bepaal ik dan de veiligheidsklasse?

In de rekenmodule kunnen enkel individuele paramaters worden ingevoerd. In een voorgaande versie van het toetsprogramma kon PAK Som worden ingevoerd en werd gerekend met een 20% regel (de aangetoonde concentratie van de SOM wordt voor maximaal 20% veroorzaakt door een individuele parameter). In de praktijk leidde dit vrijwel altijd tot overschatting van het blootstellingsrisico door de concentratie Naftaleen. Naftaleen is de enige vluchtige PAK.

Als er geen SRCarbo-waarde bekend is, hoe bepaal ik dan de veiligheidsklasse?

Er zijn altijd stoffen die geen duidelijk beeld geven. Het is dan aan de betrokken deskundige om hier een antwoord op  te geven. Dat was voorheen conform de CROW 132 ook al zo. Als er in zijn geheel geen duidelijkheid is aangaande de aanwezige stoffen en concentraties, en er ook geen indicatie is via de bodemkwaliteitskaarten, dan dient aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd te worden.

Waar vind ik informatie over (secundaire) bouwstoffen in CROW 400?

In het procesdeel staat in het hoofdstuk ‘toepassingsgebied’ (pagina 12, procesdeel) van de nieuwe CROW 400 dat meer grondroerende activiteiten zijn opgenomen dan in de CROW-publicaties 132 en 307. Het toepassingsgebied van de richtlijn is dus breder en betreft ook de werkzaamheden met bodemvreemde materialen in de bodem, zoals (secundaire) bouwstoffen. Aan dergelijke werkzaamheden is geen veiligheidsklasse toegekend (zie onder andere hoofdstuk 3.3.3.3 van Module 3).

Wel wordt aangegeven welke risico’s de aangetroffen materialen met zich meebrengen en welke projectspecifieke maatregelen nodig zijn om deze risico’s te beheersen (zie ook tabel M4-1 in Module 4):

  • Door de kwaliteit van bodemvreemde materialen zoals vliegassen te analyseren en te toetsen;

  • Door aandacht te besteden aan stofvorming en hoge pH-waarde van de bouwstoffen;

  • Door in de RI&E bodemvreemde materialen mee te wegen en/of verwerken van deze stoffen als kritische werkzaamheid mee te nemen in het V&G-plan.

Tip: zoek in de kennismodule op ‘(secundaire)’ en overal waar in de CROW 400 gesproken wordt over (secundaire) bouwstoffen zal dit in beeld komen.

Als de veiligheidsklasse is vastgesteld, is dan automatisch bekend welke beheersmaatregelen moeten worden genomen?

De veiligheidsklasse bepaalt niet automatisch welke maatregelen moeten worden getroffen, maar vormt een indicatie voor de veiligheidskundige om te bepalen welke maatregelen(niveaus) passend zijn. De afweging welke beheersmaatregelen nodig zijn, wordt gemaakt en onderbouwd door de veiligheidskundige.

Moet er (in het algemeen) nog gecorrigeerd worden voor lutum en organische stof?

In de nieuwe systematiek voor de bepaling van veiligheidsklassen en in de nieuwe Kennismodule bepaling veiligheidsklasse (de rekentool) voor CROW 400 dienen, in tegenstelling tot de oude richtlijn CROW 132 en de oude rekentool van CROW 132, altijd gecorrigeerde waarden te worden ingevoerd voor zowel vluchtige als niet vluchtige stoffen. Gecorrigeerd naar standaardbodem conform werkwijze BoToVa. De uitzondering op deze regel vormen de PFAS, deze worden niet-gecorrigeerd ingevoerd.

Hoe bepaal ik de veiligheidsklasse als er PAK wordt aangetroffen?

Ten aanzien van PAK wordt onderscheid gemaakt tussen de ‘vluchtige’ PAK (Naftaleen) en de ‘niet vluchtige’ PAK. Bij de ‘niet vluchtige’ PAK wordt de SRCarbo-waarde gehanteerd. Bij de ‘vluchtige’ PAK de Interventiewaarde en wordt er alleen gecorrigeerd op organische stof.
Als er wel een totaalgehalte PAK(10) bekend is, maar de gehalten van de afzonderlijke PAK’s ontbreken, kan een extra bemonstering en analyse worden uitgevoerd op de afzonderlijke componenten van PAK.

Moet kwik beschouwd worden als een niet-vluchtige of vluchtige stof?

In veel gevallen wordt er gekeken naar het vlampunt van een stof. Er zijn echter uitzonderingen. Kwik is zo’n uitzondering. Hierbij wordt gekeken naar de dampspanning bij 20°C. Als de stof zal verdampen wordt deze toch als vluchtig beschouwd. Er is immers een blootstelling mogelijk. Het is aan de veiligheidskundige om verder het risico in te schatten.

Waarom moet er een filteroverdruksysteem aanwezig zijn als deze niet wordt gebruikt?

Omdat gedurende de uitvoering van het werk de situatie kan veranderen en de veiligheidskundige in dat geval kan beslissen dat het filteroverdruksysteem wel gebruikt moet worden.

Terug naar 'Verontreinigde bodem'
Submenu openen

Veel gestelde vragen werken in en met verontreinigde bodem

Scroll naar boven