Veel gestelde vragen werken in en met verontreinigde bodem

Veel gestelde vragen rondom de richtlijn werken in en met verontreinigde bodem worden voor u beantwoord.

Overgang naar CROW 400

DLP en R-DLP

Rekentool Bepaling veiligheidsklasse

Over de inhoud van CROW 400

Overgang naar CROW 400

Is er een overgangstermijn van CROW 132 naar CROW 400?

Ja, deze is vastgesteld in overleg tussen het Platform Verontreinigde bodem en CROW. Nu de nieuwe richtlijn CROW 400 is verschenen, hebben partijen tijd nodig voor de implementatie. Daartoe is een overgangstermijn ingesteld tot 1 januari 2019. Daarna wordt verwacht dat personen en partijen werken volgens de nieuwe richtlijn.

Kan de nieuwe richtlijn CROW 400 nu al worden voorgeschreven?

Ja dat kan, de richtlijn is immers verschenen en de overgangstermijn is begonnen (zie de andere vragen over de overgangstermijn). Maar let op: niet alle opdrachtnemers kunnen direct voldoen aan alle onderdelen van de nieuwe richtlijn. Vanaf het voorjaar van 2018 kan het certificaat R-DLP worden behaald. Ook ‘gewone’ DLP’ers hebben tijd nodig om aan te kunnen tonen dat zij voldoen aan de aangescherpte DLP-eisen van de CROW 400, middels een nieuw examen. Opleiders DLP en R-DLP hebben tijd nodig om hun opleidingen af te stemmen op de nieuwe richtlijn. Kortom: de overgangstermijn is juist bedoeld om te beginnen met het voorschrijven en toepassen van de nieuwe richtlijn, maar ook om elkaar de tijd te gunnen (tot 1 januari 2019, het einde van de overgangstermijn) om in alle opzichten aan de nieuwe richtlijn te kunnen voldoen.

In RAW-bestekken kan de richtlijn worden voorgeschreven door in deel 3 van het bestek op te nemen dat overal waar in de Standaard sprake is van de publicatie ‘Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water’ moet worden gelezen publicatie ‘Werken in of met verontreinigde bodem’. De resultaatsbeschrijvingen zullen door de bestekschrijver in eerste instantie zelf moeten worden aangepast op de nieuwe publicatie. CROW onderzoekt welke aanpassingen in de Standaard nodig zijn en zal deze zo spoedig mogelijk beschikbaar stellen.

Wat betekent de overgangstermijn voor (bestaande) DLP'ers?

 De overgangstermijn duurt tot 1 januari 2019 en geldt ook voor het voldoen aan de diverse opleidings- en ervaringseisen (zowel door opleiders als door kandidaat DLP’ers en R-DLP’ers). Certificaten van bestaande, ‘gewone’ DLP’ers blijven geldig tot het einde van bovengenoemde overgangstermijn (1 januari 2019), daarna moet een DLP’er kunnen aantonen dat hij/zij voldoet aan de nieuwe toets- en eindtermen, conform de CROW 400. Dat betekent in de praktijk dat de DLP’er opnieuw examen moet doen. Verloopt uw DLP-certificaat al vóór 1 januari 2019? Dan heeft u de keuze om een nieuw certificaat DLP (volgens de nieuwe toets- en eindtermen) te halen of om uw R-DLP certificaat te behalen. Dit is afhankelijk van de situaties waarin moet kunnen worden gewerkt. Zie hiervoor Module 5 van CROW 400. De kwalificatie R-DLP is nieuw en kan vanaf het voorjaar van 2018 worden behaald.

Gezien de herdruk van de huidige publicatie CROW 400, welke publicatie is dan nu van kracht?

Na het verschijnen van de herdruk van publicatie CROW 400 (tweede gewijzigde druk) zijn gedurende de overgangstermijn zowel de oude CROW 132 als de nieuwe herdruk van CROW 400 van kracht. Beide mogen toegepast worden. Vanaf 1 januari 2019 is alleen nog publicatie CROW 400 (tweede gewijzigde druk) van kracht.

Hoe om te gaan met werkzaamheden en contracten die doorlopen naar 2019?

We onderscheiden de volgende situaties:

  1. Voor activiteiten die starten in 2018 en voor einde van dit jaar worden afgerond geldt dat contractpartijen de keuze hebben om te werken onder het regime van CROW 132 of CROW 400. Het is echter aan te bevelen om nu al onder het regime van CROW 400 te werken.
  2. Voor activiteiten die starten in 2019 geldt CROW 400. Ook als het contract daarvoor nu al wordt overeengekomen tussen twee partijen.
  3. Activiteiten die nu nog moeten starten in 2018 en die doorlopen tot in 2019 (of eventueel verder) kunnen formeel tot eind 2018 vallen onder het regime van CROW 132 en vanaf januari 2019 onder het regime van CROW 400. In de praktijk is het echter handiger om alle activiteiten onder het regime van CROW 400 te laten vallen.
  4. Activiteiten die reeds worden uitgevoerd onder het regime van CROW 132 en nog korte tijd doorlopen tot in 2019, kunnen worden afgerond onder het regime van CROW 132. Contractpartijen kunnen in dit geval echter ook met elkaar overeenkomen om vanaf januari 2019 onder het regime van CROW 400 te gaan werken en het contract daarop aan te passen.
  5. Activiteiten die reeds worden uitgevoerd onder het regime van CROW 132 en voor langere tijd doorlopen tot in 2019, of zelfs tot in jaren daarna (meerjarige onderhoudscontracten) dienen door partijen vanaf januari 2019 uitgevoerd te worden onder het regime van CROW 400. Contractpartijen dienen het contract daarop aan te passen.

Wanneer zijn de RAW-teksten aangepast op de inhoud van CROW 400?

Medio december kunnen de teksten voor gebruik in RAW-bestekken worden gedownload vanaf de website van CROW. De teksten worden als tervisielegging beschikbaar gesteld

Hoe moeten de teksten in een RAW-bestek worden verwerkt?

In deel 3 van het bestek moet de Tervisielegging van toepassing worden verklaard. Voorbeeldteksten zijn te vinden in de Tervisielegging zelf. De besteksposten zullen voorlopig nog handmatig moeten worden aangepast naar het voorbeeld uit de Tervisielegging.

Hoelang duurt de periode van RAW-tervisielegging en wat kan er dan nog wijzigen?

De teksten zullen tot medio februari 2019 voor commentaar ter visie liggen. Het ontvangen commentaar wordt beoordeeld en verwerkt en daarna worden de teksten definitief vastgesteld. Zolang de definitieve teksten nog niet beschikbaar zijn, zijn de bepalingen uit de Tervisielegging toe te passen in bestekken, daarna kunnen de definitieve teksten worden gebruikt. Bestekken waarbij de Tervisielegging van toepassing is, hoeven niet te worden aangepast bij het verschijnen van de definitieve teksten.

DLP en R-DLP

Wat is het verschil tussen DLP en R-DLP?

Inzet van de R-DLP is volgens de CROW 400 straks verplicht voor de zwaardere veiligheidsklassen (zie hiervoor Module 5 van CROW 400). Ten opzichte van de reguliere DLP worden aan een R-DLP vooral extra eisen gesteld ten aanzien van het uitvoeren van luchtkwaliteitsmetingen. Zie voor de overige extra eisen Module 5 van CROW 400.

Hoe word ik DLP?

U mag uzelf DLP noemen als u in het bezit bent van een bewijs van opleiding waarmee wordt aangetoond dat u het bijbehorende DLP-examen met een positief resultaat hebt afgerond. De opleiding en het bijbehorende examen en certificaat moeten voldoen aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van het procesdeel van CROW 400. Wij adviseren u om dit expliciet te toetsen bij uw opleider.

Hoe word ik R-DLP?

U mag uzelf R-DLP noemen als u in het bezit bent van een certificaat waarmee wordt aangetoond dat u het, door CROW afgenomen, R-DLP-examen met positief resultaat hebt afgerond. Het gehele R-DLP-examen bestaat uit twee onderdelen: het theorie-examen (ook weer onderverdeeld in twee delen) en het praktijkexamen. U moet dus beide onderdelen behalen om R-DLP te worden. Geslaagde kandidaten worden opgenomen in het openbare CROW register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. De toets- en eindtermen voor het R-DLP examen zijn beschreven in bijlage VI van het procesdeel van CROW publicatie 400.

Mag ik als DLP ook taken uitvoeren van de R-DLP?

Nee. De functie van de R-DLP is ‘zwaarder’ dan die van de ‘gewone’ DLP. Een R-DLP moet in het bezit zijn van een CROW certificaat R-DLP en ingeschreven staan in het CROW register R-DLP.

Mag ik als R-DLP ook taken uitvoeren van de DLP?

Ja, de functie van de R-DLP is ‘zwaarder’ dan die van de ‘gewone’ DLP.

Is een opleiding verplicht voor DLP of R-DLP?

  • DLP is van dien aard dat alle toets- en eindtermen worden geverifieerd. Dit betekent in de praktijk dat iedereen zich kan aanmelden voor het centraal door CROW georganiseerde examen R-DLP. Maar dat voldoende kennis en ervaring essentieel zijn om kans van slagen te hebben voor dat examen. Een opleiding is in dat kader niet verplicht, maar kan dus wel zinvol zijn om u goed voor te bereiden.

Is een examen verplicht voor DLP of R-DLP?

  • Voor de DLP: ja. In bijlage V van CROW 400 is expliciet beschreven aan welke eisen de opleiding maar ook het examen en het certificaat DLP moeten voldoen. Aanbeveling uit CROW 400 is dat het examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd. Wij adviseren u om dit expliciet te toetsen bij uw opleider.
  • Voor de R-DLP: ja. U kunt uzelf pas R-DLP noemen als u in het bezit bent van een certificaat waarmee wordt aangetoond dat u het door CROW afgenomen examen met positief resultaat hebt afgerond. Geslaagde kandidaten worden opgenomen in het openbare CROW register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. De toets- en eindtermen voor het examen zijn beschreven in bijlage VI van het procesdeel van CROW 400. De eerste examens R-DLP zullen plaatsvinden vanaf het voorjaar van 2018. CROW zal hierover nog nader communiceren.

Waar kan ik een opleiding doen voor DLP of R-DLP?

  • Er zijn diverse aanbieders van opleidingen DLP, deze kunt u online zoeken en vinden. Wij adviseren u om bij uw keuze voor een opleider expliciet te toetsen of de betreffende opleiding voldoet aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van CROW 400. Advies is bovendien om te kiezen voor een opleiding waarbij het bijbehorende DLP-examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd.

  • Een opleiding R-DLP is niet verplicht, kandidaten kunnen ook zonder specifieke opleiding toetreden tot het R-DLP-examen (zie ook de vraag: Is een opleiding verplicht voor DLP of R-DLP?). Wel kunnen opleiders u mogelijk helpen voor te bereiden op het examen R-DLP met een opleiding die specifiek gericht is op de essentiële kennis en ervaring waarover een R-DLP moet beschikken. Wij adviseren u om in dat geval expliciet te toetsen of de betreffende opleiding is toegespitst op de toets- en eindtermen zoals beschreven in bijlage VI van CROW 400.

Waar kan ik een examen doen voor DLP of R-DLP?

  • Er zijn diverse aanbieders van examens DLP. Vaak is het examen gekoppeld aan een opleiding, deze kunt u online zoeken en vinden. Wij adviseren u om bij uw keuze voor een opleider expliciet te toetsen of de betreffende opleiding voldoet aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van CROW 400. En om te kiezen voor een opleiding waarbij het bijbehorende DLP-examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd.
  • Het R-DLP-examen wordt alleen verzorgd door CROW. Deze exclusieve positie is met draagvlak van de sector ontstaan met als doel om de kwaliteitsborging van de deskundigheid van de R-DLP centraal in Nederland te borgen. Kandidaten die slagen voor het CROW-examen R-DLP worden opgenomen in het openbare CROW -register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. Zowel de examens als het register R-DLP komen het voorjaar van 2018 beschikbaar.

Kan ik vrijstelling krijgen voor (onderdelen van) het examen R-DLP?

Het R-DLP examen zal bestaan uit een theorie- én een praktijkexamen. Voor geen van beide onderdelen kunt u vrijstelling krijgen.

Wat betekent de overgangstermijn voor (bestaande) DLPers?

De overgangstermijn duurt tot 1 januari 2019 en geldt ook voor het voldoen aan de diverse opleidings- en ervaringseisen (zowel door opleiders als door kandidaat DLPers). Certificaten van bestaande, ‘gewone’ DLP'ers blijven geldig tot het einde van bovengenoemde overgangstermijn (1 januari 2019), daarna moet een DLP'er kunnen aantonen dat hij/zij voldoet aan de nieuwe toets- en eindtermen, conform de CROW 400. Dat betekent in de praktijk dat zij opnieuw examen moeten doen. Verloopt uw DLP-certificaat al vóór 1 januari 2019? Dan heeft u de keuze om een nieuw certificaat DLP (volgens de nieuwe toets- en eindtermen) te halen of om uw R-DLP-certificaat te behalen. Dit is afhankelijk van de situaties waarin moet kunnen worden gewerkt. Zie hiervoor Module 5 van CROW 400.

Wanneer starten de R-DLP examens?

Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de examens voor de R-DLP. De Examencommissie is onlangs geïnstalleerd en is bezig de inhoud van de examens te controleren en het Examenreglement vast te stellen. Daarna wordt de definitieve inhoud van het examen verwerkt in de systemen waarmee het examen zal worden afgenomen. Dit voorjaar zal de inschrijving voor de examens (zowel theorie als praktijk) geopend worden voor iedereen: het exacte moment zullen wij uiteraard nog breed communiceren. Het afnemen van de theorie-examens start direct daarna: je kunt als individuele kandidaat zelf een keuze maken uit datum en plaats. Het afnemen van de praktijkexamens start direct daarna. De praktijkexamens worden georganiseerd op vaste data, altijd op locatie in Nieuwegein. CROW rekent op veel belangstelling voor het R-DLP-examen en zal daarmee rekening houden bij het inplannen van data en faciliteiten, benodigd voor het examen. Streven is om de meeste kandidaten al voor de zomer te accommoderen.

Hoe ziet het theorie-examen eruit?

In de toets- en eindtermen uit bijlage VI van CROW publicatie 400 is beschreven over welke kennis je moet beschikken, om het theorie-examen met goed gevolg af te kunnen leggen. Deze toets- en eindtermen vind je hier (zie eerste onderdeel van dit document). Het theorie-examen wordt digitaal afgenomen op verschillende locaties in het land. Het examen duurt maximaal 3 uur en bestaat uit twee delen: één deel toetsing van parate kennis aan de hand van meerkeuzevragen (maximaal 1 uur 15 minuten) en één deel toetsing van inzicht aan de hand van casuïstiek met open vragen (maximaal 1 uur en 45 minuten). Alleen bij het tweede deel mag de CROW 400 gebruikt worden met daarin eventueel aantekeningen. Losse aantekeningen of ander naslagwerk zijn niet toegestaan. Zie ook het examenreglement R-DLP voor meer informatie over het theorie-examen (artikel 6).

Hoe ziet het praktijkexamen eruit?

In de toets- en eindtermen uit bijlage VI van CROW publicatie 400 is beschreven wat je moet kunnen om het praktijkexamen met goed gevolg af te kunnen leggen, en welke onderdelen geëxamineerd kunnen worden. Deze toets- en eindtermen vind je in dit document, waarin ook meer concreet is beschreven wat van de kandidaat wordt verwacht. Het praktijkexamen duurt maximaal 50 minuten en zal individueel, worden afgenomen. De locatie van het praktijkexamen is altijd Nieuwegein (Fultonbaan 80, 3439 NE). Zie ook het examenreglement R-DLP voor meer informatie over het praktijk examen (artikel 7).

Wat moet ik eerst doen: theorie-examen of praktijkexamen R-DLP?

De kandidaat mag zelf kiezen in welke volgorde hij/zij het theorie- en praktijkexamen aflegt. Advies is echter om eerst theorie-examen te doen, dat geeft een goed beeld of je ‘klaar bent’ voor het praktijkexamen: dan moet de theoretische kennis namelijk echt routine zijn.

Wat is het niveau van de examens?

De theorie-examens zijn niet letterlijk gekoppeld aan schoolse niveaus en iedereen kan toetreden tot het examen. Verwachting is wel dat kandidaten minimaal over mbo-niveau moeten beschikken om het theorie-examen met succes af te leggen (maar dit is dus niet verplicht). Ook het praktijkexamen is vrij toegankelijk voor iedereen. Om dat examen te halen moet een kandidaat niet alleen de theoretische kennis goed beheersen (advies is dus ook om eerst theorie-examen te doen), ook zal hij over de nodige routine moeten beschikken met betrekking tot diverse praktische verrichtingen. Het is dus raadzaam dat de kandidaat hier in de praktijk veel ervaring mee heeft opgedaan, alvorens hij/zij het examen aflegt.

Is een opleiding verplicht voor R-DLP? Is er een toelatingseis?

In beide gevallen: nee. Er worden geen expliciete eisen gesteld aan de (voor-) opleiding van een kandidaat, voordat deze kan toetreden tot het examen. Het examen R-DLP is van dien aard dat alle toets- en eindtermen worden geverifieerd. Dit betekent in de praktijk dat iedereen zich kan aanmelden voor het centraal door CROW georganiseerde examen R-DLP. Maar dat voldoende kennis en ervaring essentieel zijn om kans van slagen te hebben voor dat examen. Een opleiding is in dat kader niet verplicht, maar kan wel zinvol zijn om u goed voor te bereiden.

Waar kan ik een opleiding doen voor R-DLP?

Een opleiding R-DLP is niet verplicht, kandidaten kunnen ook zonder specifieke (voor-) opleiding toetreden tot het R-DLP-examen. Wel kunnen opleiders u mogelijk helpen voor te bereiden op het examen R-DLP met een opleiding die specifiek gericht is op de essentiële kennis en ervaring waarover een R-DLP moet beschikken. Wij adviseren u om in dat geval expliciet te toetsen of de betreffende opleiding is toegespitst op de toets- en eindtermen zoals beschreven in bijlage VI van CROW 400.

Hoe lang is een deelresultaat (alleen theorie of alleen praktijk) geldig?

Als een kandidaat één onderdeel van het examen behaalt (of theorie of praktijk), dan blijft dat deelresultaat maximaal 6 maanden geldig. Binnen die termijn dient de kandidaat óók het andere onderdeel te behalen om recht te hebben op het R-DLP-certificaat. Tijdens de overgangsperiode in het jaar 2018 geldt een periode van 12 in plaats van 6 maanden.              

Hoe lang is mijn R-DLP-certificaat geldig?

Het R-DLP-certificaat is geldig tot vijf jaar na datum van afgifte. Hierna zal voor het verlengen van (de geldigheid van) het certificaat, opnieuw het theorie- en praktijkexamen met voldoende resultaat afgelegd moeten worden.

Kan ik vrijstelling krijgen voor (onderdelen van) het examen R-DLP?

Het R-DLP-examen bestaat uit een theorie- én een praktijkexamen. Voor geen van beide onderdelen kunt u (gedeeltelijke) vrijstelling krijgen.

In welke talen wordt het examen afgenomen?

Zowel het theorie-examen als praktijkexamen R-DLP worden uitsluitend in het Nederlands afgenomen.

Hoe kan ik me inschrijven voor het examen?

Het examen bestaat uit twee onderdelen: het theorie-examen en het praktijkexamen. Een kandidaat die zowel het theorie- als praktijkexamen heeft behaald, mag zichzelf R-DLP noemen zoals bedoeld in CROW publicatie 400. Wilt u zich inschrijven, ga dan naar deze bestelpagina voor het theorie-examen of deze bestelpagina voor het praktijkexamen. Let op: wilt u zowel het theorie- als praktijkexamen doen? Dan zult u beide ‘artikelen’ apart moeten bestellen in onze webshop.

Kan iemand anders mij inschrijven / kan ik iemand anders inschrijven?

In principe schrijft een kandidaat zichzelf in, want voor de inschrijving wordt ook de nodige persoonlijke informatie gevraagd en zijn persoonlijke profielen nodig. Als de kandidaat dergelijke informatie ter beschikking stelt aan derden (bijvoorbeeld een secretaresse), kan deze derde de kandidaat ook inschrijven. CROW zal geen inschrijvingen (van individuen of groepen) faciliteren en adviseert elke kandidaat om zijn inschrijving zelf te doen: hij/zij kan dan zelf keuzes maken ten aanzien van data en (in geval van het theorie-examen) locatie.

Kan het examen worden afgenomen op locatie van de kandidaat (of zijn werkgever / opleider)?

Nee. Zowel het theorie- als praktijkexamen vinden plaats onder goed gecontroleerde omstandigheden. Daarom is het niet mogelijk om af te wijken van de op voorhand vastgestelde locaties. Voor het theorie-examen zijn dat diverse locaties verspreid over heel Nederland. Voor het praktijkexamen is dat altijd in Nieuwegein.

Hoe kom ik in het officiële R-DLP register van CROW?

Iemand die zowel het theorie- als praktijkexamen heeft behaald, ontvangt een officieel certificaat en een pasje van CROW waaruit blijkt dat hij/zij zich voortaan R-DLP mag noemen. Zijn of haar naam wordt dan opgenomen in het officiële R-DLP register dat op de CROW-website getoond wordt. Door de algemene voorwaarden bij inschrijving te accepteren, geeft de kandidaat toestemming om zijn persoonlijke gegevens (naam, nummer en expiratiedatum certificaat) te publiceren in dat register.

Is er een Examenreglement?

Ja, in dat reglement zijn zaken geregeld zoals de beoordeling en uitslag van de examens, beleid bij fraude en onregelmatigheden en de regels ten aanzien van bezwaar maken. U kunt het Examenreglement hier downloaden.

Hoe wordt de kwaliteit en onafhankelijkheid van het examen geborgd?

Op verschillende manieren:

  • Het examen is ontwikkeld onder toezicht van een Examencommissie waarin diverse stakeholders vertegenwoordigd zijn. Deze commissie heeft toegezien op de kwaliteit en het niveau van de examens. De commissie heeft een onafhankelijke voorzitter en de secretaris is van CROW.
  • Door de Examencommissie is een Examenreglement vastgesteld waarin ‘de spelregels’ vastliggen. Deze zijn voor iedereen toegankelijk en gelijk.
  • De inhoud van het examen is tot stand gekomen met input van diverse inhoudelijke experts. De structuur en vorm van het examen zijn tot stand gekomen onder toezicht van een didactisch adviseur van CROW zelf en didactische adviseurs van het examenbureau (de partij die CROW ondersteunt bij de organisatie en uitvoering van het examen).
  • De examinatoren (voor het praktijkexamen) moeten voldoen aan een profiel van eisen, opgesteld door de Examencommissie. CROW ziet toe of de examinatoren voldoen aan die eisen. CROW stelt  deze examinatoren ook aan.
  • De beoordeling van het praktijkexamen vindt plaats op basis van een objectief kader. Dit kader werkt op basis van gidswoorden (woorden die genoemd moeten worden in een antwoord) en een bepaalde puntentelling (sommige vragen en/of praktijkhandelingen moeten 100% goed beantwoord worden, van de resterende vragen en/of handelingen moet 75% goed beantwoord worden). Dit kader is vastgesteld door de Examencommissie. Het kader is zo eenduidig dat de examinator direct na afloop van het examen tot een oordeel kan komen. Mocht dat toch niet het geval zijn, dan zal de examinator eerst nog overleggen met een tweede examinator voordat hij zijn oordeel definitief maakt.

Wat zijn de kosten voor het R-DLP examen?

Het theorie-examen kost € 150,- excl. btw per kandidaat, het praktijk examen: € 345,- excl. btw per kandidaat (in beide gevallen: prijspeil 2018, genoemde prijzen kunnen per jaar worden geïndexeerd). Behaalt een kandidaat onvoldoende resultaat voor een examen dan zal hij/zij zich opnieuw moeten aanmelden voor dat examen en gelden dezelfde prijzen.

Vanaf wanneer is een R-DLP verplicht?

Voor het inzetten van een R-DLP conform CROW publicatie 400 geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2019. Na die datum is het voor sommige werken (zie CROW 400) verplicht om een R-DLP in te zetten, als de CROW 400 op dat werk van toepassing is verklaard. Certificaten van bestaande, ‘gewone’ DLP'ers blijven geldig tot het einde van bovengenoemde overgangstermijn (1 januari 2019), daarna moet een DLP'er kunnen aantonen dat hij/zij voldoet aan de nieuwe toets- en eindtermen, conform de CROW 400. Dat betekent in de praktijk dat zij voor sommige werken ook hun R-DLP-certificaat moeten halen om als R-DLP op te kunnen treden.

Hoe kan ik bezwaar maken tegen de uitslag?

Ja, zie het Examenreglement voor de regels ten aanzien van bezwaar maken (artikel 13).

Rekentool Bepaling veiligheidsklasse

Is er een rekentool voor bepaling van de veiligheidsklassen uit CROW 400?

De Kennismodule bepaling veiligheidsklasse (de rekentool) is beschikbaar voor het bepalen van de veiligheidsklasse conform CROW 400.

Waarom kan ik geen waarden voor PCB’s invoeren?

Over de PCB’s is op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar. De CROW-tool voor de bepaling van de veiligheidsklassen conform CROW 400 kan vooralsnog voor deze stoffen niet gehanteerd worden. Indien van een bepaalde stof onvoldoende informatie bekend is en de stof om die reden niet in de CROW tool is opgenomen betekent dat niet dat er geen toetsing hoeft plaats te vinden. In dat geval zal door de betreffende deskundigen het veiligheidsrisico moeten worden ingeschat en op basis daarvan de bijbehorende beheersmaatregelen moeten worden genomen.

Waarom kan ik voor sommige stoffen geen waarden invoeren?

Van sommige stoffen (o.a. de PCB’s) is op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar. De CROW-tool voor de bepaling van de veiligheidsklassen conform CROW 400 kan vooralsnog voor deze stoffen niet gehanteerd worden. Indien van een bepaalde stof onvoldoende informatie bekend is en de stof om die reden niet in de CROW-tool is opgenomen betekent dat niet dat er geen toetsing hoeft plaats te vinden. In dat geval zal door de betreffende deskundigen het veiligheidsrisico moeten worden ingeschat en op basis daarvan de bijbehorende beheersmaatregelen moeten worden genomen.

Werkt de rekentool met SRC-arbo?

Ja. De term SRC-arbo is in CROW 400 ingevoerd. De term wordt uitvoerig uitgelegd in de CROW-publicatie (In de Inleiding, zie procesdeel pagina 10 en in Module 3, zie moduledeel pagina 27). De SRC-arbowaarden met toelichting kunt u hier vinden.

Moeten invoerwaarden gecorrigeerd worden naar standaardbodem?

In de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse voor CROW 400 (de rekentool) dienen, in tegenstelling tot de rekentool van CROW 132, altijd de gecorrigeerde waarden te worden ingevoerd. Voor zowel vluchtige als niet vluchtige stoffen.. Gecorrigeerd naar standaardbodem conform werkwijze BoToVa.

Moet ik net als bij vluchtige stoffen ook voor niet vluchtige stoffen bodemtypecorrectie toepassen bij de bepaling van de veiligheidsklassen?

De onderbouwing voor de toepassing van de bodemtypecorrectie (correctie gemeten gehalten voor lutum en organisch stof) bij het bepalen van de veiligheidsklassen voor niet vluchtige stoffen in CROW 400 en de Rekentool Bepaling veiligheidsklasse is hierna beschreven.

Uniformiteit
De belangrijkste reden om ook de niet vluchtige stoffen te corrigeren is een uniforme werkwijze. Voor vluchtige stoffen wordt getoetst aan de tussen- en interventiewaarde die volgen uit de Wet bodembescherming. Bij de methodiek worden de gehalten gecorrigeerd voor standaard bodem. Om fouten te voorkomen is ervoor gekozen om net als bij de vluchtige stoffen ook de gehalten aan niet vluchtige stoffen te corrigeren naar standaardbodem.

Bodemtypecorrectie en niet vluchtige stoffen
In Nederland komen verschillende bodemtypen voor, zoals klei, veen en zandgronden. De verschillende bodemtypen bevatten sterk variërende percentage aan lutum- en organisch stof. Lutum en organisch stof hebben beiden de eigenschap om zware metalen te binden aan de bodemdeeltjes. Organische verontreinigingen worden daarnaast gebonden door organische stof. Bijvoorbeeld, hoe lager het lutum en organische stof gehalte, hoe slechter de zware metalen en organische verontreinigingen aan de bodemdeeltjes binden. Er is voor gekozen om voor alle niet vluchtige stoffen bodemtype correctie toe te passen. Zie verdere toelichting in de voetnoot1.
 
Correctie leidt niet tot extra blootstellingsrisico’s
Door het corrigeren van de gehalten niet vluchtige stoffen naar standaardbodem wordt afhankelijk van het bodemtype (lage lutum en lage organische stof) het gemeten gehalte hoger waardoor de toetsingswaarde (SRCarbo) eerder wordt overschreden. Dit leidt ertoe dat bij een slechte binding van de verontreinigingen, het blootstellingsrisico wordt verhoogd. Dit betekent theoretisch dat in sommige situaties medewerkers eerder (bij lagere gemeten gehalten) in een veiligheidsklasse zullen werken. Dit leidt nooit tot een onderschatting van het risico.

Overigens ontbreekt momenteel een gedegen wetenschappelijk onderzoek waarin de blootstellingsroutes voor grondwerkers goed gekwantificeerd zijn. Zo is bijvoorbeeld de hoeveelheid grondingestie van grondwerkers nog onduidelijk. CROW is voornemens nader te kijken naar de belangrijkste blootstellingsroutes van bodemverontreiniging voor grondwerkers. Aan de hand van deze bevindingen worden de SRCarbo-waarden in de toekomst mogelijk aangepast.
 
[1] In de literatuur wordt ervan uitgegaan dat er een sterke relatie bestaat tussen bodemeigenschappen zoals lutum en organische stof en de bio beschikbaarheid van verontreinigingen (bijvoorbeeld de opname van verontreinigingen in planten en opname door bodemfauna). Dit verband is uitvoerig onderzocht en in sommige blootstellingsroutes ook opgenomen in blootstellingsmodellen zoals Sanscrit. Ook wordt in de literatuur bij de blootstellingsroute ingestie grond (de voornaamste blootstellingsroute bij werken in met niet vluchtige stoffen verontreinigde bodem) een verband verondersteld tussen de bodemeigenschappen en de orale bio beschikbaarheid in het maagdarmstelsel. De mate waarin verontreinigingen worden opgenomen in het maag-/darmstelsel wordt de orale bio-beschikbaarheidsfactor genoemd. Deze parameter geeft de verhouding weer tussen de hoeveelheid van een stof die via ingestie in het maagdarmstelsel terechtkomt en de hoeveelheid van die stof die wordt opgenomen in het maagdarmstelsel. Landelijk is er discussie over de invloed van bodemeigenschappen op de orale bio beschikbaarheid. Het RIVM adviseert aanvullend onderzoek om hier meer duidelijkheid over te verkrijgen. Tot op heden heeft dit onderzoek nog niet plaatsgevonden (met uitzondering van lood). Ook zijn er voorstellen gedaan door het RIVM voor een alternatieve bodemtypecorrectie voor zware metalen. 
 

Waar vind ik de stoffenlijst met SRC-arbo-toetswaarden?

De toetswaarden die in de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse worden gehanteerd (inclusief de SRC-arbotoetswaarden) zijn opgenomen in de stoffenlijst.

Waarom kan ik geen projecten opslaan?

In de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse voor CROW 400 (de rekentool) is, in tegenstelling tot de rekentool van CROW 132,  vooralsnog geen mogelijkheid opgenomen om projecten op te slaan. 

Over de inhoud van CROW 400

Waar vind ik de SRCarbo-waarden?

De meest recente stoffenlijst, inclusief de gehanteerde SRCarbo-waarden kunt u hier met toelichting vinden.

Wat zijn CM-stoffen?

De C staat voor carcinogeen en de M voor mutageen. Carcinogeen is kankerverwekkend. Dit betekent dat wanneer men in contact met de stof komt, dit kanker kan veroorzaken. Hoe kankerverwekkender de stof en hoe vaker en intensiever het contact, hoe groter de kans is dat men daadwerkelijk kanker krijgt. Een mutagene stof is een chemische stof die het DNA beschadigt en hierdoor erfelijke veranderingen (mutaties) kan veroorzaken.

Moet voor minerale oliën de SRCarbo-waarde of de Interventiewaarde gebruikt worden voor de bepaling van de veiligheidsklasse?

Minerale olie is een vluchtige stof (mengsel) en hiervoor wordt de Interventiewaarde gehanteerd. Zie ook Module 3 en het overzicht met de SRCarbo-waarden en Interventiewaarden op de website van CROW.

Als voor bepaalde stoffen alleen de SOM bekend is, hoe bepaal ik dan de veiligheidsklasse?

Bij stoffen die middels een Som worden weergegeven moet gekeken worden naar de 'worst case'. Dus de component met de laagste SRCarbo-waarde is in dat geval leidend.

Als er geen SRCarbo-waarde bekend is, hoe bepaal ik dan de veiligheidsklasse?

Er zijn altijd stoffen die geen duidelijk beeld geven. Het is dan aan de HVK om hier een oplossing voor te geven. Dat was conform de CROW 132 ook al zo. Als er in zijn geheel geen duidelijkheid is aangaande de aanwezige concentratie, en er ook geen indicatie is via de bodemkwaliteitskaarten, dan kan het wenselijk zijn om een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren.

Waar vind ik informatie over (secundaire) bouwstoffen in CROW 400?

In het procesdeel staat in het hoofdstuk ‘toepassingsgebied’ (pagina 12, procesdeel) van de nieuwe CROW 400 dat meer grondroerende activiteiten zijn opgenomen dan in de CROW-publicaties 132 en 307. Het toepassingsgebied van de richtlijn is dus breder en betreft ook de werkzaamheden met bodemvreemde materialen in de bodem, zoals (secundaire) bouwstoffen. Aan dergelijke werkzaamheden is geen veiligheidsklasse toegekend (zie onder andere hoofdstuk 3.3.3.3 van Module 3).

Wel wordt aangegeven welke risico’s de aangetroffen materialen met zich meebrengen en welke projectspecifieke maatregelen nodig zijn om deze risico’s te beheersen (zie ook tabel M4-1 in Module 4):

  • Door de kwaliteit van bodemvreemde materialen zoals vliegassen te analyseren en te toetsen;
  • Door aandacht te besteden aan stofvorming en hoge pH-waarde van de bouwstoffen;
  • Door in de RI&E bodemvreemde materialen mee te wegen en/of verwerken van deze stoffen als kritische werkzaamheid mee te nemen in het V&G-plan.

Tip: zoek in de kennismodule op ‘(secundaire)’ en overal waar in de CROW 400 gesproken wordt over (secundaire) bouwstoffen zal dit in beeld komen.

Als de veiligheidsklasse is vastgesteld, is dan automatisch bekend welke beheersmaatregelen moeten worden genomen?

De veiligheidsklasse bepaalt niet automatisch welke maatregelen moeten worden getroffen, maar vormt een indicatie voor de veiligheidskundige om te bepalen welke maatregelen(niveaus) passend zijn. De afweging welke beheersmaatregelen nodig zijn, wordt gemaakt en onderbouwd door de veiligheidskundige.

Moet er (in het algemeen) nog gecorrigeerd worden voor lutum en organische stof?

In de nieuwe systematiek voor de bepaling van veiligheidsklassen en in de nieuwe Kennismodule bepaling veiligheidsklasse (de rekentool) voor CROW 400 dienen, in tegenstelling tot CROW 132 en de rekentool van CROW 132, altijd gecorrigeerde waarden te worden ingevoerd voor zowel vluchtige als niet vluchtige stoffen.. Gecorrigeerd naar standaardbodem conform werkwijze BoToVa.

Hoe bepaal ik de veiligheidsklasse als er PAK wordt aangetroffen?

Ten aanzien van PAK wordt onderscheid gemaakt tussen de ‘vluchtige’ PAK en de ‘niet vluchtige’ PAK. Bij de ‘niet vluchtige’ PAK wordt de SRCarbo-waarde gehanteerd. Bij de ‘vluchtige’ PAK de Interventiewaarde en wordt er alleen gecorrigeerd op organische stof.
Als er wel een totaalgehalte PAK(10) bekend is, maar de gehalten van de afzonderlijke PAK’s ontbreken, kan een extra bemonstering en analyse worden uitgevoerd op de afzonderlijke componenten van PAK.

Moet kwik beschouwd worden als een niet-vluchtige of vluchtige stof?

In veel gevallen wordt er gekeken naar het vlampunt van een stof. Er zijn echter uitzonderingen. Kwik is zo’n uitzondering. Hierbij wordt gekeken naar de dampspanning bij 20°C. Als de stof zal verdampen wordt deze toch als vluchtig beschouwd. Er is immers een blootstelling mogelijk. Het is aan de veiligheidskundige om verder het risico in te schatten.

Waarom moet er een filteroverdruksysteem aanwezig zijn als deze niet wordt gebruikt?

Omdat gedurende de uitvoering van het werk de situatie kan veranderen en de veiligheidskundige in dat geval kan beslissen dat het filteroverdruksysteem wel gebruikt moet worden.

Terug naar 'Verontreinigde bodem'
Submenu openen

Veel gestelde vragen werken in en met verontreinigde bodem

Mét CROW onzichtbaar goed geregeld
Scroll naar boven