Veelgestelde vragen werken in en met verontreinigde bodem

Veelgestelde vragen rondom de richtlijn werken in en met verontreinigde bodem worden voor u beantwoord.

Overgang naar CROW 400

DLP en R-DLP

Rekentool Bepaling veiligheidsklasse

Over de inhoud van CROW 400

Overgang naar CROW 400

Is er een overgangstermijn van CROW 132 naar CROW 400?

Ja, deze is vastgesteld in overleg tussen het Platform Verontreinigde bodem en CROW. Nu de nieuwe richtlijn CROW 400 onlangs verschenen is, hebben partijen tijd nodig voor de implementatie. Daartoe zal een overgangstermijn worden gehanteerd. Deze zou oorspronkelijk aflopen op 1 juli 2018. Maar vanwege de inmiddels beschikbare herdruk van CROW 400 is deze datum opgeschort naar 1 januari 2019. Daarna wordt verwacht dat personen en partijen werken volgens de nieuwe richtlijn.

Wat betekent de herdruk van de CROW 400 voor de overgangstermijn?

De herdruk is bedoeld om diverse, kleine onvolkomenheden te herstellen en onderwerpen duidelijker toe te lichten. Het betroffen geen wezenlijke wijzigingen van de publicatie. De herdruk is dus geen herziening maar alleen een 2e druk van dezelfde richtlijn. Daarom is op beide dezelfde overgangstermijn van toepassing. Deze overgangstermijn eindigt op 1 januari 2019.

Kan de nieuwe richtlijn CROW 400 nu al worden voorgeschreven?

Ja dat kan, de richtlijn is immers verschenen en de overgangstermijn is begonnen (zie de andere vragen over de overgangstermijn). Maar let op: opdrachtnemers kunnen nog niet direct voldoen aan alle onderdelen van de nieuwe richtlijn. Zo kan pas vanaf het voorjaar van 2018 het certificaat R-DLP worden behaald. En hebben ‘gewone’ DLPers ook tijd nodig om aan te kunnen tonen dat zij voldoen aan de aangescherpte eisen aan de DLP in de CROW 400, middels een nieuw examen. En opleiders DLP hebben tijd nodig om de DLPers hierin te ondersteunen, door hun opleidingen af te stemmen op de nieuwe richtlijn. Kortom: de overgangstermijn is juist bedoeld om te beginnen met het voorschrijven en toepassen van de nieuwe richtlijn, maar ook om elkaar de tijd te gunnen (tot 1 januari 2019, het einde van de overgangstermijn) om in alle opzichten aan de nieuwe richtlijn te kunnen voldoen.

In RAW-bestekken kan de richtlijn worden voorgeschreven door in deel 3 van het bestek op te nemen dat overal waar in de Standaard sprake is van de publicatie ‘Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water’ moet worden gelezen publicatie ‘Werken in of met verontreinigde bodem’. De resultaatsbeschrijvingen zullen door de bestekschrijver in eerste instantie zelf moeten worden aangepast op de nieuwe publicatie. CROW onderzoekt welke aanpassingen in de Standaard nodig zijn en zal deze zo spoedig mogelijk beschikbaar stellen.

Wat betekent de overgangstermijn voor (bestaande) DLP'ers?

De overgangstermijn duurt tot 1 januari 2019 en geldt ook voor het voldoen aan de diverse opleidings- en ervaringseisen (zowel door opleiders als door kandidaat DLPers). Certificaten van bestaande, ‘gewone’ DLPers blijven geldig tot het einde van bovengenoemde overgangstermijn (1 januari 2019), daarna moet een DLPer kunnen aantonen dat hij/zij voldoet aan de nieuwe toets- en eindtermen, conform de CROW 400. Dat betekent in de praktijk dat zij opnieuw examen moeten doen. Verloopt uw DLP-certificaat al vóór 1 januari 2019? Dan heeft u de keuze om een nieuw certificaat DLP (volgens de nieuwe toets- en eindtermen) te halen of om uw R-DLP certificaat te behalen. Dit is afhankelijk van de situaties waarin moet kunnen worden gewerkt. Zie hiervoor Module 5 van CROW 400. De kwalificatie R-DLP is nieuw en kan vanaf het voorjaar van 2018 worden behaald. CROW zal hierover nog nader communiceren.

Gezien de herdruk van de huidige publicatie CROW 400, welke publicatie is dan nu van kracht?

Na het verschijnen van de herdruk van publicatie CROW 400 zijn gedurende de overgangstermijn zowel de oude CROW 132 als de nieuwe herdruk van CROW 400 van kracht. Beide mogen toegepast worden.

DLP en R-DLP

Wat is het verschil tussen DLP en R-DLP?

Inzet van de R-DLP is volgens de CROW 400 straks verplicht voor de zwaardere veiligheidsklassen (zie hiervoor Module 5 van CROW 400). Ten opzichte van de reguliere DLP worden aan een R-DLP vooral extra eisen gesteld ten aanzien van het uitvoeren van luchtkwaliteitsmetingen.

Hoe word ik DLP?

U mag uzelf DLP noemen als u in het bezit bent van een bewijs van opleiding waarmee wordt aangetoond dat u het bijbehorende DLP-examen met een positief resultaat hebt afgerond. De opleiding en het bijbehorende examen en certificaat moeten voldoen aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van CROW 400. Wij adviseren u om dit expliciet te toetsen bij uw opleider.

Hoe word ik R-DLP?

U mag uzelf R-DLP noemen als u in het bezit bent van een certificaat waarmee wordt aangetoond dat u het door CROW afgenomen examen met positief resultaat hebt afgerond. Geslaagde kandidaten worden opgenomen in het openbare CROW register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. De toets- en eindtermen voor het R-DLP examen zijn beschreven in bijlage VI van het procesdeel van CROW 400. Zowel de examens als het register R-DLP komen het voorjaar van 2018 beschikbaar. CROW zal hierover nog nader communiceren.

Mag ik als DLP ook taken uitvoeren van de R-DLP?

Nee. De functie van de R-DLP is ‘zwaarder’ dan die van de ‘gewone’ DLP. Een R-DLP moet in het bezit zijn van een CROW certificaat R-DLP en ingeschreven staan in het CROW register R-DLP.

Mag ik als R-DLP ook taken uitvoeren van de DLP?

Ja, de functie van de R-DLP is ‘zwaarder’ dan die van de ‘gewone’ DLP.

Is een opleiding verplicht voor DLP of R-DLP?

  • Voor de DLP: ja. In bijlage V van CROW 400 is expliciet beschreven aan welke eisen de opleiding, het examen en het certificaat DLP moeten voldoen.
  • Voor de R-DLP: nee. Er worden geen expliciete eisen gesteld aan de (voor) -opleiding van een R-DLP; het examen R-DLP is van dien aard dat alle toets- en eindtermen worden geverifieerd. Dit betekent in de praktijk dat iedereen zich kan aanmelden voor het centraal door CROW georganiseerde examen R-DLP. Maar dat voldoende kennis en ervaring essentieel zijn om kans van slagen te hebben voor dat examen. Een opleiding is in dat kader niet verplicht, maar kan dus wel zinvol zijn om u goed voor te bereiden.

Is een examen verplicht voor DLP of R-DLP?

  • Voor de DLP: ja. In bijlage V van CROW 400 is expliciet beschreven aan welke eisen de opleiding maar ook het examen en het certificaat DLP moeten voldoen. Aanbeveling uit CROW 400 is dat het examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd. Wij adviseren u om dit expliciet te toetsen bij uw opleider.
  • Voor de R-DLP: ja. U kunt uzelf pas R-DLP noemen als u in het bezit bent van een certificaat waarmee wordt aangetoond dat u het door CROW afgenomen examen met positief resultaat hebt afgerond. Geslaagde kandidaten worden opgenomen in het openbare CROW register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. De toets- en eindtermen voor het examen zijn beschreven in bijlage VI van het procesdeel van CROW 400. De eerste examens R-DLP zullen plaatsvinden vanaf het voorjaar van 2018. CROW zal hierover nog nader communiceren.

Waar kan ik een opleiding doen voor DLP of R-DLP?

  • Er zijn diverse aanbieders van opleidingen DLP, deze kunt u online zoeken en vinden. Wij adviseren u om bij uw keuze voor een opleider expliciet te toetsen of de betreffende opleiding voldoet aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van CROW 400. Advies is bovendien om te kiezen voor een opleiding waarbij het bijbehorende DLP-examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd.

  • Een opleiding R-DLP is niet verplicht, kandidaten kunnen ook zonder specifieke opleiding toetreden tot het R-DLP-examen (zie ook de vraag: Is een opleiding verplicht voor DLP of R-DLP?). Wel kunnen opleiders u mogelijk helpen voor te bereiden op het examen R-DLP met een opleiding die specifiek gericht is op de essentiële kennis en ervaring waarover een R-DLP moet beschikken. Wij adviseren u om in dat geval expliciet te toetsen of de betreffende opleiding is toegespitst op de toets- en eindtermen zoals beschreven in bijlage VI van CROW 400.

Waar kan ik een examen doen voor DLP of R-DLP?

  • Er zijn diverse aanbieders van examens DLP. Vaak is het examen gekoppeld aan een opleiding, deze kunt u online zoeken en vinden. Wij adviseren u om bij uw keuze voor een opleider expliciet te toetsen of de betreffende opleiding voldoet aan de eisen zoals beschreven in bijlage V van CROW 400. En om te kiezen voor een opleiding waarbij het bijbehorende DLP-examen wordt afgenomen door een organisatie die niet verbonden is (anders dan als opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd.
  • Het R-DLP-examen wordt alleen verzorgd door CROW. Deze exclusieve positie is met draagvlak van de sector ontstaan met als doel om de kwaliteitsborging van de deskundigheid van de R-DLP centraal in Nederland te borgen. Kandidaten die slagen voor het CROW-examen R-DLP worden opgenomen in het openbare CROW -register R-DLP, dat door derden geraadpleegd kan worden op de website van CROW. Zowel de examens als het register R-DLP komen het voorjaar van 2018 beschikbaar.

Kan ik vrijstelling krijgen voor (onderdelen van) het examen R-DLP?

Het R-DLP examen zal bestaan uit een theorie- én een praktijkexamen. Voor geen van beide onderdelen kunt u vrijstelling krijgen.

Wat betekent de overgangstermijn voor (bestaande) DLPers?

De overgangstermijn duurt tot 1 januari 2019 en geldt ook voor het voldoen aan de diverse opleidings- en ervaringseisen (zowel door opleiders als door kandidaat DLPers). Certificaten van bestaande, ‘gewone’ DLP'ers blijven geldig tot het einde van bovengenoemde overgangstermijn (1 januari 2019), daarna moet een DLP'er kunnen aantonen dat hij/zij voldoet aan de nieuwe toets- en eindtermen, conform de CROW 400. Dat betekent in de praktijk dat zij opnieuw examen moeten doen. Verloopt uw DLP-certificaat al vóór 1 januari 2019? Dan heeft u de keuze om een nieuw certificaat DLP (volgens de nieuwe toets- en eindtermen) te halen of om uw R-DLP-certificaat te behalen. Dit is afhankelijk van de situaties waarin moet kunnen worden gewerkt. Zie hiervoor Module 5 van CROW 400.

Mijn DLP-certificaat is (net) verlopen maar het R-DLP-examen is nog niet beschikbaar. Wat nu?

Stel u heeft een DLP certificaat dat recent is afgelopen, of binnenkort afloopt, en u wilt straks uw R-DLP-examen doen. Dat R-DLP-examen is pas vanaf het voorjaar van 2018 beschikbaar. Een herhalingscursus DLP volgen is niet zinvol, als u over een paar maanden toch uw R-DLP-examen gaat doen. Dus wat is er dan geregeld voor die tussenperiode? Het antwoord is dat hiervoor feitelijk niets ‘geregeld’ is. Hoe vervelend ook, formeel is uw DLP-certificaat verlopen. Mag u dan ook geen DL- werkzaamheden uitvoeren? Dat is niet aan CROW om daar een oordeel over te hebben. Ons advies is dat u hierover in gesprek gaat met de veiligheidskundige die eindverantwoordelijk is/wordt voor het betreffende werk. Deze deskundige kan goed inschatten of u als DLP nog voldoende instaat bent om de begeleidingswerkzaamheden uit te voeren.

Wanneer starten de R-DLP examens?

Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de examens voor de R-DLP. De Examencommissie is onlangs geïnstalleerd en is bezig de inhoud van de examens te controleren en het Examenreglement vast te stellen. Daarna wordt de definitieve inhoud van het examen verwerkt in de systemen waarmee het examen zal worden afgenomen. Dit voorjaar zal de inschrijving voor de examens (zowel theorie als praktijk) geopend worden voor iedereen: het exacte moment zullen wij uiteraard nog breed communiceren. Het afnemen van de theorie-examens start direct daarna: je kunt als individuele kandidaat zelf een keuze maken uit datum en plaats. Het afnemen van de praktijkexamens start direct daarna. De praktijkexamens worden georganiseerd op vaste data, altijd op locatie in Nieuwegein. CROW rekent op veel belangstelling voor het R-DLP-examen en zal daarmee rekening houden bij het inplannen van data en faciliteiten, benodigd voor het examen. Streven is om de meeste kandidaten al voor de zomer te accommoderen.

Rekentool Bepaling veiligheidsklasse

Wanneer komt de rekentool beschikbaar?

De Kennismodule bepaling veiligheidsklasse (de rekentool) is inmiddels beschikbaar.

Waarom kan ik geen waarden voor PCB’s invoeren?

Over de PCB’s is op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar. De CROW-tool voor de bepaling van de veiligheidsklassen conform CROW 400 kan vooralsnog voor deze stoffen niet gehanteerd worden. Indien van een bepaalde stof onvoldoende informatie bekend is en de stof om die reden niet in de CROW tool is opgenomen betekent dat niet dat er geen toetsing hoeft plaats te vinden. In dat geval zal door de betreffende deskundigen het veiligheidsrisico moeten worden ingeschat en op basis daarvan de bijbehorende beheersmaatregelen moeten worden genomen.

Waarom kan ik voor sommige stoffen geen waarden invoeren?

Van sommige stoffen (o.a. de PCB’s) is op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar. De CROW-tool voor de bepaling van de veiligheidsklassen conform CROW 400 kan vooralsnog voor deze stoffen niet gehanteerd worden. Indien van een bepaalde stof onvoldoende informatie bekend is en de stof om die reden niet in de CROW-tool is opgenomen betekent dat niet dat er geen toetsing hoeft plaats te vinden. In dat geval zal door de betreffende deskundigen het veiligheidsrisico moeten worden ingeschat en op basis daarvan de bijbehorende beheersmaatregelen moeten worden genomen.

Werkt de rekentool met SRC-arbo?

Ja. De term SRC-arbo is in CROW 400 ingevoerd. De term wordt uitvoerig uitgelegd in de CROW-publicatie (In de Inleiding, zie procesdeel pagina 10 en in Module 3, zie moduledeel pagina 27). De SRC-arbowaarden met toelichting kunt u hier vinden.

Moeten invoerwaarden gecorrigeerd worden naar standaardbodem?

In de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse voor CROW 400 (de rekentool) dienen, in tegenstelling tot de rekentool van CROW 132, altijd de gecorrigeerde waarden te worden ingevoerd. Voor zowel vluchtige als niet vluchtige stoffen.. Gecorrigeerd naar standaardbodem conform werkwijze BoToVa.

Moet ik net als bij vluchtige stoffen ook voor niet vluchtige stoffen bodemtypecorrectie toepassen bij de bepaling van de veiligheidsklassen?

De onderbouwing voor de toepassing van de bodemtypecorrectie (correctie gemeten gehalten voor lutum en organisch stof) bij het bepalen van de veiligheidsklassen voor niet vluchtige stoffen in CROW 400 en de Rekentool Bepaling veiligheidsklasse is hierna beschreven.

Uniformiteit
De belangrijkste reden om ook de niet vluchtige stoffen te corrigeren is een uniforme werkwijze. Voor vluchtige stoffen wordt getoetst aan de tussen- en interventiewaarde die volgen uit de Wet bodembescherming. Bij de methodiek worden de gehalten gecorrigeerd voor standaard bodem. Om fouten te voorkomen is ervoor gekozen om net als bij de vluchtige stoffen ook de gehalten aan niet vluchtige stoffen te corrigeren naar standaardbodem.

Bodemtypecorrectie en niet vluchtige stoffen
In Nederland komen verschillende bodemtypen voor, zoals klei, veen en zandgronden. De verschillende bodemtypen bevatten sterk variërende percentage aan lutum- en organisch stof. Lutum en organisch stof hebben beiden de eigenschap om zware metalen te binden aan de bodemdeeltjes. Organische verontreinigingen worden daarnaast gebonden door organische stof. Bijvoorbeeld, hoe lager het lutum en organische stof gehalte, hoe slechter de zware metalen en organische verontreinigingen aan de bodemdeeltjes binden. Er is voor gekozen om voor alle niet vluchtige stoffen bodemtype correctie toe te passen. Zie verdere toelichting in de voetnoot1.
 
Correctie leidt niet tot extra blootstellingsrisico’s
Door het corrigeren van de gehalten niet vluchtige stoffen naar standaardbodem wordt afhankelijk van het bodemtype (lage lutum en lage organische stof) het gemeten gehalte hoger waardoor de toetsingswaarde (SRCarbo) eerder wordt overschreden. Dit leidt ertoe dat bij een slechte binding van de verontreinigingen, het blootstellingsrisico wordt verhoogd. Dit betekent theoretisch dat in sommige situaties medewerkers eerder (bij lagere gemeten gehalten) in een veiligheidsklasse zullen werken. Dit leidt nooit tot een onderschatting van het risico.

Overigens ontbreekt momenteel een gedegen wetenschappelijk onderzoek waarin de blootstellingsroutes voor grondwerkers goed gekwantificeerd zijn. Zo is bijvoorbeeld de hoeveelheid grondingestie van grondwerkers nog onduidelijk. CROW is voornemens nader te kijken naar de belangrijkste blootstellingsroutes van bodemverontreiniging voor grondwerkers. Aan de hand van deze bevindingen worden de SRCarbo-waarden in de toekomst mogelijk aangepast.
 
[1] In de literatuur wordt ervan uitgegaan dat er dan ook een sterke relatie bestaat tussen bodemeigenschappen zoals lutum en organische stof en de bio beschikbaarheid van verontreinigingen (bijvoorbeeld de opname van verontreinigingen in planten en opname door bodemfauna). Dit verband is uitvoerig onderzocht en in sommige blootstellingsroutes ook opgenomen in blootstellingsmodellen zoals Sanscrit. Ook wordt in de literatuur bij de blootstellingsroute ingestie grond (de voornaamste blootstellingsroute bij werken in met niet vluchtige stoffen verontreinigde bodem) een verband verondersteld tussen de bodemeigenschappen en de orale bio beschikbaarheid in het maagdarmstelsel. De mate waarin verontreinigingen worden opgenomen in het maag-/darmstelsel wordt de orale bio-beschikbaarheidsfactor genoemd. Deze parameter geeft de verhouding weer tussen de hoeveelheid van een stof die via ingestie in het maagdarmstelsel terechtkomt en de hoeveelheid van die stof die wordt opgenomen in het maagdarmstelsel. Landelijk is er discussie over de invloed van bodemeigenschappen op de orale bio beschikbaarheid. Het RIVM adviseert aanvullend onderzoek om hier meer duidelijkheid over te verkrijgen. Tot op heden heeft dit onderzoek nog niet plaatsgevonden (met uitzondering van lood). Ook zijn er voorstellen gedaan door het RIVM voor een alternatieve bodemtypecorrectie voor zware metalen. 
 

Waar vind ik de stoffenlijst met SRC-arbowaarden?

De toetswaarden die in de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse worden gehanteerd (inclusief de SRC-arbotoetswaarden) zijn opgenomen in de stoffenlijst.

Waarom kan ik geen projecten opslaan?

In de nieuwe kennismodule Bepaling veiligheidsklasse voor CROW 400 (de rekentool) is, in tegenstelling tot de rekentool van CROW 132,  vooralsnog geen mogelijkheid opgenomen om projecten op te slaan. 

Over de inhoud van CROW 400

Waar vind ik de SRC-waarden?

De meest recente stoffenlijst, inclusief de gehanteerde SRC-waarden kunt u hier met toelichting vinden.

Wat zijn CM-stoffen?

De C staat voor carcinogeen en de M voor mutageen. Carcinogeen is kankerverwekkend. Dit betekent dat wanneer men in contact met de stof komt, dit kanker kan veroorzaken. Hoe kankerverwekkender de stof en hoe vaker en intensiever het contact, hoe groter de kans is dat men daadwerkelijk kanker krijgt. Een mutagene stof is een chemische stof die het DNA beschadigt en hierdoor erfelijke veranderingen (mutaties) kan veroorzaken.

Moet voor minerale oliën de SRC-waarde of de Interventiewaarde gebruikt worden voor de bepaling van de veiligheidsklasse?

Minerale olie is een vluchtige stof (mengsel) en hiervoor wordt de Interventiewaarde gehanteerd. Zie ook Module 3 en het overzicht met de SRC-waarden en Interventiewaarden op de website van CROW.

Als voor bepaalde stoffen alleen de SOM bekend is, hoe bepaal ik dan de veiligheidsklasse?

Bij stoffen die middels een Som worden weergegeven moet gekeken worden naar de 'worst case'. Dus de component met de laagste SRC-waarde is in dat geval leidend.

Als er geen SRC-waarde bekend is, hoe bepaal ik dan de veiligheidsklasse?

Er zijn altijd stoffen die geen duidelijk beeld geven. Het is dan aan de HVK om hier een oplossing voor te geven. Dat was conform de CROW 132 ook al zo. Als er in zijn geheel geen duidelijkheid is aangaande de aanwezige concentratie, en er ook geen indicatie is via de bodemkwaliteitskaarten, dan kan het wenselijk zijn om een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren.

Waar vind ik informatie over (secundaire) bouwstoffen in CROW 400?

In het procesdeel staat in het hoofdstuk ‘toepassingsgebied’ (pagina 12) van de nieuwe CROW 400 dat meer grondroerende activiteiten zijn opgenomen dan in de CROW-publicaties 132 en 307. Het toepassingsgebied van de richtlijn is dus breder en betreft ook de werkzaamheden met bodemvreemde materialen in de bodem, zoals (secundaire) bouwstoffen. Aan dergelijke werkzaamheden is geen veiligheidsklasse toegekend (zie onder andere hoofdstuk 3.3.3.3 van Module 3).

Wel wordt aangegeven welke risico’s de aangetroffen materialen met zich meebrengen en welke projectspecifieke maatregelen nodig zijn om deze risico’s te beheersen (zie ook tabel M4-1 in Module 4):

  • Door de kwaliteit van bodemvreemde materialen zoals vliegassen te analyseren en te toetsen;
  • Door aandacht te besteden aan stofvorming en hoge pH-waarde van de bouwstoffen;
  • Door in de RI&E bodemvreemde materialen mee te wegen en/of verwerken van deze stoffen als kritische werkzaamheid mee te nemen in het V&G-plan.

Tip: zoek in de kennismodule op ‘(secundaire)’ en overal waar in de CROW 400 gesproken wordt over (secundaire) bouwstoffen zal dit in beeld komen.

Als de veiligheidsklasse is vastgesteld, is dan automatisch bekend welke beheersmaatregelen moeten worden genomen?

De veiligheidsklasse bepaalt niet automatisch welke maatregelen moeten worden getroffen, maar vormt een indicatie voor de veiligheidskundige om te bepalen welke maatregelen(niveaus) passend zijn. De afweging welke beheersmaatregelen nodig zijn, wordt gemaakt en onderbouwd door de veiligheidskundige.

Moet er (in het algemeen) nog gecorrigeerd worden voor lutum en organische stof?

In de nieuwe systematiek voor de bepaling van veiligheidsklassen en in de nieuwe Kennismodule bepaling veiligheidsklasse (de rekentool) voor CROW dienen, in tegenstelling tot CROW 132 en de rekentool van CROW 132, altijd gecorrigeerde waarden te worden ingevoerd voor zowel vluchtige als niet vluchtige stoffen.. Gecorrigeerd naar standaardbodem conform werkwijze BoToVa.

Hoe bepaal ik de veiligheidsklasse als er PAK wordt aangetroffen?

Ten aanzien van PAK wordt onderscheid gemaakt tussen de ‘vluchtige’ PAK en de ‘niet vluchtige’ PAK. Bij de ‘niet vluchtige’ PAK wordt de SRC-waarde gehanteerd. Bij de ‘vluchtige’ PAK de Interventiewaarde en wordt er alleen gecorrigeerd op organische stof.

Als er wel een totaalgehalte PAK(10) bekend is, maar de gehalten van de afzonderlijke PAK’s ontbreken, zijn er twee mogelijkheden:

  • een extra bemonstering en analyse laten uitvoeren op de afzonderlijke componenten van PAK;
  • de zogeheten 20%-standaardregel toepassen.

(Zie hoofdstuk 3.3.4 van Module 3).

Moet kwik beschouwd worden als een niet-vluchtige of vluchtige stof?

In veel gevallen wordt er gekeken naar het vlampunt van een stof. Er zijn echter uitzonderingen. Kwik is zo’n uitzondering. Hierbij wordt gekeken naar de dampspanning bij 20°C. Als de stof zal verdampen wordt deze toch als vluchtig beschouwd. Er is immers een blootstelling mogelijk. Het is aan de Veiligheidkundige om verder het risico in te schatten.

Waarom moet er een filteroverdruksysteem aanwezig zijn als deze niet wordt gebruikt?

Omdat gedurende de uitvoering van het werk de situatie kan veranderen en de veiligheidskundige in dat geval kan beslissen dat het filteroverdruksysteem wel gebruikt moet worden.

Terug naar 'Grondwerk en ondergrond'
Submenu openen

Veelgestelde vragen werken in en met verontreinigde bodem

Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven