Dit handboek behandelt damwandconstructies die hun grondkerende functie in beginsel ontlenen aan de inklemming of verankering in de grand en de weerstand tegen buigende momenten en dwarskrachten. In beperkte mate wordt ook op alternatieve constructies ingegaan zoals een boorpalenwand of een diepwand. Ook wordt de zogenaamde kistdam besproken, die vaak voor waterkering wordt gebruikt.