Ruim één derde busvloot minder makkelijk te elektrificeren

02-06-2020

Bijna twee derde van de ov-bussen in Nederland rijdt minder dan 300 kilometer per dag en kan eenvoudig worden vervangen door elektrische bussen. Voor een deel is dat al gebeurd. Een derde van de vloot maakt meer kilometers per dag. Hoe kan dit deel worden verduurzaamd?

Elektrische bussen kunnen per dag 300, soms 350 kilometer, op een batterijlading rijden. Behalve in stadsdiensten rijden ze ook op streeklijnen. De provincies Limburg, Groningen en Drenthe lopen voorop met zero-emissiestreeklijnen. Eind 2020 volgen Gelderland en Overijssel met de grote streekconcessie IJssel-Vecht, die bijna helemaal komt te bestaan uit zero-emissie- (ze-)bussen. Een groter bereik van de batterijbus scheelt in de aanleg van dure laadportalen, want onderweg laden is dan minder of helemaal niet meer nodig. En het scheelt ook in oplaadtijd, want materieel dat niet rijdt en personeel dat moet wachten is duur.
 
Opgave
Toch heeft ook de nieuwste generatie ze-bussen een kleinere dagelijkse actieradius dan diesel- en gasbussen. Kunnen ook de kilometervreters onder de brandstofbussen betaalbaar worden vervangen door emissieloos materieel? CROW-KpVV heeft laten onderzoeken welk aandeel van de huidige bussen dagelijks minder of juist meer dan 300 kilometer rijdt. De grens van 300 kilometer is gekozen omdat dit de afstand is die met de huidige batterijtechniek kan worden gereden zonder opnieuw op- of bijladen onderweg. Een volgeladen batterij bij de start van de dienst is dan voldoende voor de hele dag.
 
Onderzoek
In opdracht van CROW-KpVV onderzocht Bureau Duinn aan de hand van de geplande dienstregeling hoeveel kilometers Nederlandse ov-bussen op de drukste werkdag van 2019 hebben gereden. Het resultaat:

  • 15% van de bussen rijdt minder dan 100 dienstregelingkilometers op een dag
  • 49% rijdt tussen 100 en 300 kilometer
  • 30% rijdt meer dan 300 kilometer
  • 6% rijdt meer dan 500 kilometer.
De verdeling geeft een eerste beeld van de huidige potentie aan betaalbaar in te zetten elektrisch materieel.
 
Oplossingen
64 procent van de bussen rijdt dus minder dan 300 kilometer per dag en is kansrijk voor betaalbare elektrificatie (als dat al niet is gebeurd). Samen rijden ze 43 procent van de dienstregelingkilometers. De opgave is dus nog aanzienlijk. Hoe kan de resterende 36 procent van de bussen – goed voor 57 procent van de kilometers – worden verduurzaamd? Dit zijn de oplossingen:
  • Een elektrische bus is minder flexibel inzetbaar in de dienstregeling dan een dieselbus en hoeft daarom niet per se één op één een brandstofbus te vervangen. We zien dan ook vaak dat meer zero-emissiebussen worden aangeschaft dan het aantal brandstofbussen dat plaats moet maken.
  • Een tweede mogelijkheid is het realiseren van extra laadvoorzieningen onderweg. Door steeds enkele minuten bij te laden onder een snellaadportaal kan de dagafstand van een ze-bus flink worden opgerekt. Nadeel zijn de extra kosten voor het aanleggen van de infrastructuur en voor de wachttijd.
  • De dagafstand van méér dan 300 kilometer biedt kansen voor waterstoftechniek. Waterstofbussen kunnen lange afstanden aan. Wel is het aantal in gebruik zijnde vulpunten in het land (vier) nog erg beperkt.
  • Nieuwe technieken dienen zich aan. Ebusco uit Deurne ontwikkelt lichte composietbussen waarmee de batterij een bereik van 500 kilometer heeft. In 2021 komen ze op de markt. Ze-bussen met deze actieradius kunnen liefst 94 procent van de huidige daginzet opvangen.
  • Verder in de tijd lijken zwavel-lithiumbatterijen een nieuwe revolutie mogelijk te maken. Daarmee zou de actieradius groeien tot 1000 kilometer en meer. Slechts op enkele ov-lijnen rijden bussen verder per dag.
Lees hier het onderzoek van Bureau Duinn

Scroll naar boven