Regionaal openbaar vervoer zet in op efficiëntie

28-02-2019

Er worden minder bussen ingezet, maar er stappen per saldo meer reizigers op. Dat is een van de bevindingen in het rapport ‘Staat van het regionale ov’ over 2017 van CROW.

Staat van het OVNiet alleen het aantal streeklijnen is afgenomen, ook de stadslijnen hebben een daling ingezet. In 2017 was er een daling van 14 procent te zien bij de streeklijnen. In de stad was dat een daling van 7 procent.

‘Zo ontwikkelt het regionale openbaar vervoer zich naar een steeds efficiënter opererende bedrijfstak’ is een van de conclusies. Dagblad Trouw sprak met Gerard van Kesteren van CROW en Wijnand Veeneman van de TU Delft over het rapport.

Efficiëntie

Wijnand Veeneman ziet de noodzaak voor deze afname. Verschillende buslijnen kenden veel stops bij bijvoorbeeld het zwembad of het bejaardenhuis. Deze bussen waren veelal leeg en daarom niet rendabel. Vandaar dat van deze trend wordt afgestapt door de bussen vooral bij hubs of drukke plekken te laten stoppen.
“Daar heeft oma met haar rollator last van maar veel studenten zijn er juist blij mee”, aldus Veeneman in Trouw.

De veranderingen zorgen wel voor meer efficiëntie: de bussen hebben meer capaciteit, maken minder stops en vervoeren ook meer reizigers. Dit is ook wat Gerard van Kesteren ziet. “Het is opmerkelijk dat als het op reizigerskilometers aankomt, het regionale openbare vervoer harder groeit dan de auto of de trein. Daar is vooral de stedeling verantwoordelijk voor”, aldus Van Kesteren van CROW, “Liefst 43 procent van de reizigerskilometers in het gehele regionale openbaar vervoer, dus inclusief regionale trein, wordt gemaakt in twee vervoerregio's: Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag.”

In totaal ging het in 2017 in het regionale openbaar vervoer om 6,7 miljard reizigerskilometers en een kleine 1 miljard instappers. Ter vergelijking: op het hoofdrailnet dat NS exploiteert gaat het om 18 miljard reizigerskilometers en ongeveer 400 miljoen instappers.

Trend

Deze ‘efficiëntie-ontwikkeling’ speelt zowel op het platteland als in de stad. “In de streek rijden de bussen ook niet meer alle dorpjes door. Nu gaan ze vaker langs de provinciale weg en kunnen mensen opstappen bij een soort ‘hub’ , waar ook een fietsenstalling is en waar straks ook vaker deelauto's zijn te vinden”, concludeert Veeneman, “Het gevolg is dat bussen dan niet meer bij heel veel haltes stoppen maar bij een paar knooppunten. Ze rijden dan niet meer om de 3 uur, maar ieder half uur.”

Beschikbaarheid

Ondanks dat het aantal stads- en streeklijnen is verminderd,  is er een hoge beschikbaarheid aan openbaar vervoer te zien: 92 procent van de Nederlandse bevolking woont binnen het bereik van een opstappunt van de 1.880 regionale ov-lijnen.

In de functie van deze lijnen verandert overigens wel het een en ander. Diverse reguliere streek- en stadslijnen zijn ofwel opgewaardeerd naar kwaliteitslijn (bijvoorbeeld Rnet), ofwel vervangen door spitslijnen, scholierenlijnen of flexsystemen. Hierdoor is het totaal aantal buslijnen in 2017 niet afgenomen.

Het hele rapport is hier te vinden.
Lees het hele stuk in Trouw.

Scroll naar boven