Paperrondes CROW Infradagen 2016: dag 1

23-06-2016

Na de plenaire opening in de ochtend op de eerste dag is de rest van de CROW Infradagen 2016 gevuld met paperrondes. Lees een terugkoppeling van dag 1 (22 juni 2016).

Ronde 1: Asfalt van de 21ste eeuw

De techniek mag dan voortschrijden, de eisen die opdrachtgevers aan asfalt stellen stammen voor een groot gedeelte nog uit 1978. Dat betoogt Jan Stigter van Boskalis en de werkgroep asfaltverhardingen van CROW in de sessie Asfalt van de 21ste eeuw. Stigter schetst hoe die systematiek wantrouwen bij opdrachtgevers veroorzaakt over nieuwe, door aannemers aangedragen, technieken. Hoe die opdrachtgevers vaak niet krijgen wat ze willen en hoe daardoor de basis onder innovatie wordt weggeslagen. Stigter: “De vooruitgang stokt hierdoor.” 
Maar hoe stel je nieuwe, door de hele branche gedragen eisen aan asfalt? “Onderzoek door NL-LAB laat zien dat de eigenschappen van een en hetzelfde asfaltmengsel gedurende de hele route van ‘wieg tot weg’ enorm kunnen verschillen. Het maakt zogezegd nogal uit of je asfalt test in het lab, in de fabriek of op de weg waar het voor bedoeld is. Iedere keer krijg je andere waarden voor dichtheid, korrel en andere functionele eigenschappen”, laat Stigter zien. “We moeten dus over een veel grotere dataset kunnen beschikken, willen we conclusies kunnen trekken.” Stigter roept op tot het verzamelen van gedeelde, objectief verifieerbare data. “Dat is in het belang van alle partijen.”

Vanuit de zaal oogst Stigter bijval maar ook scepsis. “Regelgeving maken voor technieken die nog niet bestaan is onmogelijk,” klinkt het. En “bedrijven willen die data niet delen met concurrenten. Daar hebben ze jaren in geïnvesteerd.” Een ambtenaar uit Noord-Holland stelt dat zijn provincie sowieso niet meer met bestekken werkt. “Wij vragen alleen nog maar functioneel uit. Bij kenniscentra als het CROW checken we of de claims van aannemers kloppen. Dat werkt prima.”

Ronde 2: Beheer en onderhoud

“Welkom bij de belangrijkste sessie van deze twee dagen.” Zo opent sessievoorzitter Dan Bekker van de gemeente Utrecht de sessie ‘Beheer en Onderhoud’. Want zodra werken klaar zijn begint het pas. Pas na jaren blijkt of wat opdrachtgevers en aannemers ooit hebben bedacht en uitgevoerd ook daadwerkelijk uitkomt. Of dat er uiteindelijk nog veel geld en tijd in herstel moeten worden gestoken. Maar liefst 5 verschillende papers worden er in het anderhalf uur dat de sessie duurt behandeld. Van waterpasserende verhardingen in de gemeente Rotterdam via reparatie van scheuren naar de ins en outs van wegreflectie, de groeivoorspelling van bomen en een toekomstvoorspelling over de asfaltindustrie. 

De lezing over hoe je met 3D-animaties kunt voorspellen hoe bomen groeien van het Ruyten Instituut en TSD kan op veel belangstelling rekenen. Juist hier gaat het vaak mis. Bomen die in de ontwerpfase zijn ingetekend kunnen immers binnen tien jaar zo gegroeid zijn dat ze alleen nog maar overlast en extra werk veroorzaken. Alle aanwezigen zien nut en noodzaak van goede software waarmee te voorspellen is hoe het groen er over tien of twintig jaar bij staat. 

Ook de toekomstschets van de asfaltindustrie krijgt bijval. Want het betoog Rien Huurman van BAM dat de sector aan de vooravond van een transitie van forse proporties staat snijdt volgens de aanwezigen hout. Huurman staaft zijn visie met grafieken over de asfaltproductie sinds de aanleg van de eerste snelwegen. Hij voorspelt dat de nieuwbouw en verbreding van asfaltwegen zijn eindpunt nadert. “Die markt krimpt tot 2050 met 75 procent. Onderhoud plust met 39 procent in die periode. We zullen de komende periode dus vol moeten inzetten op recycling van bestaand asfalt. Dat is de enige weg.”

Ronde 3: Proeven

Je kunt asfalt op vele manieren testen, maar uiteindelijk zijn het altijd rubberen banden die dagelijks miljoenen kilometers over het wegdek rollen. En dus is het zinvol de interactie tussen de verschillende wegdeksoorten en verschillende rubbervarianten te meten. Tijdens de sessie ‘proeven’ doet Radjan Khedoe van Ooms Civiel uit de doeken hoe hij en zijn onderzoeksteam met de zogenoemde Skid Resistance & Smart Ravelling Interface Testing Device onder andere slijtage en rafeling van het asfalt door verschillende bandensoorten in een laboratoriumopstelling hebben getest. Het leverde behalve spectaculaire beelden van een rubber wieltje op een soort uit de kluiten gewassen grammofoonplaatspeler nog niet voldoende testgegevens op, maar het onderzoek oogt veelbelovend volgens velen in de zaal. 

Het voorspellen van rafelingsgedrag van SMA 8G+ door BAM in drie verschillende proefopstellingen leverde te weinig op om harde conclusies aan te verbinden. Behalve dat SMA nauwelijks rafelt. Maar dat wisten de onderzoekers eigenlijk al. 

Marco Poot van de TU Delft liet de uitkomsten zien van twee wrijvingsreductiesystemen in een triaxiaalproef op asfalt. Meer dan dat het systeem met latex verkeerde resultaten opleverde en die met teflon slechte resultaten, kon Poot zijn toehoorders eigenlijk niet melden. Voor echt zinnige conclusies zijn grotere boorkernen nodig en extra onderzoek. 
Jan Stigter van Boskalis riep aanwezigen op mee te doen in een pilotproject van Boskalis waarin geprobeerd wordt zo veel mogelijk data te verzamelen waarmee nieuwe technieken en mengsels functioneel geverifieerd kunnen worden. “Dat moet leiden tot nuttige informatie voor de hele branche en wellicht zelfs een voorzet voor een nieuwe standaard in 2020.” 

Rob Hofman van Rijkswaterstaat sloot de middagsessie af met een uitleg over hoe ‘s lands grootste opdrachtgever vanaf nu omgaat met nieuwe, nog niet gevalideerde, technieken. Het Innovatie Test Centrum van Rijkswaterstaat zal die technieken onderzoeken en beoordelen op toepasbaarheid.

Papers

Benieuwd naar de ingediende papers om bovenstaande sessierondes vorm te geven? Ga naar Papers 22 juni.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht
Abonneer
 Security code
Mét CROW onzichtbaar goed geregeld
Scroll naar boven