Wat vraagt de nieuwe Omgevingswet van de afstemming tussen ruimte en mobiliteit?

21-07-2016

Om van de Omgevingswet een succes te maken, is een integrale aanpak nodig vanuit ruimte én mobiliteit. In deze blog leg ik uit hoe deze wet ingrijpt op de domeinen ruimte en mobiliteit.
  
De Omgevingswet is een ingrijpende opschoning van wetten en regels: van 26 wetten naar 1 en van 120 Algemene Maatregelen van Bestuur naar 4 AMvB’s. Het doel is vereenvoudiging (meer inzicht en gebruiksgemak), samenhang, meer bestuurlijke afwegingsruimte en betere en snellere besluitvorming.

De omgevingswet

omgevingswetDe kern van de Omgevingswet wordt gevormd door zes kerninstrumenten waarvan omgevingsvisie en omgevingsplan de belangrijkste zijn. De omgevingsvisie is een verplichte, integrale visie (zowel door Rijk als door provincies en gemeenten) met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Die trechtert 65 verschillende structuurvisies tot één visie. Met het omgevingsplan (het vroegere bestemmingsplan) worden er functies toegekend aan locaties voor het grondgebied van een gemeente. Hierin kunnen regels staan over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving.
 
Naast deze procesmatige zijn er meer inhoudelijke uitgangspunten. De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn – met het oog op duurzame ontwikkeling – het in samenhang:

  • bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit
  • doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.
Het wetsvoorstel laat ruimte voor het realiseren van activiteiten van burgers en bedrijven en maakt het realiseren van internationale, nationale, regionale en lokale beleidsdoelen mogelijk.
 
Op dit moment wordt hard gewerkt aan de clustering van de uitvoeringsregels via vier AMvB’s. Deze zijn op 1 juli 2016 openbaar gemaakt en gaan dan tot 1 oktober 2016 de inspraak in. Dan wordt ook de juridische uitwerking van de Omgevingswet duidelijker.
 

In praktijk weinig contact tussen ruimte en mobiliteit

In de praktijk zijn er weinig of geen (structurele) contacten tussen de vakgebieden ruimte en mobiliteit. Voor de integrale aanpak van de Omgevingswet is dat wel gewenst of zelfs vereist. Hoe kom je anders tot een omgevingsvisie met sectoroverstijgende doelstellingen met thema’s als water, energie, klimaat, leefomgeving, verkeer en vervoer?  Ruimte en mobiliteit kennen een sectorale traditie, met eigen disciplines, instituties, taal en werkcultuur. Hoe ga je hiermee om?
 
Kennis van decentrale overheden op het gebied van ruimte en mobiliteit die nodig is bij de Omgevingswet in relatie tot verkeer, is niet alleen inhoudelijke maar ook proceskennis.
  • Hoe zorg je dat de goede opgaven op tafel komen (om tot een visie te komen)?
  • Wat zijn de gevolgen van de Omgevingswet voor onderwerpen als parkeren, veilig verkeer en aanleg van infrastructuur?
  • Hoe vertaal je trends en ontwikkelingen naar gemeente, regio en provincie?
  • Bij wie liggen de verantwoordelijkheden en hoe betrek je bij integrale planvorming alle belanghebbenden, zoals bedrijven, burgers en belangenorganisaties?

Succesfactoren

Op basis van de eerste pilots Omgevingswet/Omgevingsvisie komt een aantal succesfactoren naar boven.
  • Zorg dat de (integrale) doelstellingen helder, bezielend en richtinggevend zijn. Hou deze goed voor ogen in de waan van de dag.
  • Synchroniseer de verschillende beleidsvelden vanuit deze gezamenlijke visie en een gezamenlijk motto zoals de gezonde of innovatieve stad.  Gebruik de omgevingsvisie als katalysator voor cultuurverandering.
  • Stel doelen, gebiedsgericht werken en het benoemen van gemeenschappelijke kernwaarden centraal; dit draagt bij aan het synchroniseren van beleid.
  • Neem het bestuur mee in dit proces, met name waar het gaat om rollen en verantwoordelijkheden.
 
Op diverse bijeenkomsten van de Omgevingswet heb ik gemerkt dat de Omgevingswet wel leeft bij mensen uit het domein van de ruimtelijke ordening en juristen, maar niet of nauwelijks bij professionals uit de verkeer- en vervoersector. Dit moet en kan anders, wil de Omgevingswet een succes worden in de praktijk. Wij willen daar een steentje aan bijdragen. Het is bij CROW immers ons doel om praktische kennis direct toepasbaar te maken. Heeft u ideeën hoe we dat kunnen doen? Laat dan vooral een reactie achter op dit bericht.
  
Frans Bekhuis
Projectmanager Verkeer en Vervoer
frans.bekhuis@crow.nl  
 


 

Reacties

Karin
In de Telegraaf las ik vandaag dat de effecten van de reclamemast langs de A12 in Zoetermeer door uw buro onderzicht wordt.
Het plan in De Zoetermeerse gemeenteraad is nu om de mast af te schermen met een kunstwerk of bomen. De mast schijnt met fel en om de 6 sec verspringend licht de woningen in. Daarnaast ligt er bij de Raad een rapport van Rijkswaterstaat dat de mast onveilig is voor het verkeer aldaar.
Ik ben heel boos als burger hoe de mast er gekomen is. Hij is door de Welstanscommissie gerold, de Raad er had geen besef van hoe de mast eruit zou zien en Rijkswaterstaat is geen advies gevraagd.
Wanneer ik gebiedsvisies van Zoetermeer of visies van Rijkswaterstaat lees past de mast niet in die visies.
Hoe is het mogelijk dat er met zulke grootschalige bouwwerken, als de huidige moderne reclamemasten (met 2 schermen van 130 m2) door gemeenten zo onzorgvuldig wordt omgegaan?
Ik hoop dat uw buro in uw onderzoek een gedegen advies kunt uitbrengen inzake omgevingsvisies wb reclamemasten. Reclame en lichtwetten of welstandscriteria schieten hierin ernstig tekort.
27-10-2016 09:53:20

Abonneer
 Security code
Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven