6. Geeft het TCO-model Zero Emissie Bussen duidelijk inzicht in samenhangende parameters?

De transitie naar Zero Emissie Bussen is een complex geheel ‘met veel verschillende knoppen waar je aan kunt draaien’. Het gaat dan om samenwerking tussen degene (provincie of gemeente) die de concessie verleent, de busbedrijven en de leveranciers van de techniek om elektrisch te rijden. “Per schakel alleen lukt het niet”, aldus Pieter Tanja, Beheerder TCO-model Zero Emissie Bussen. Het gaat om ingewikkelde samengestelde vraagstukken.

De investering in een elektrische bus is bijvoorbeeld hoger dan een dieselvariant, maar de brandstofkosten zijn een stuk lager en de levensduur is langer. Vervolgens moet er worden geïnvesteerd in laadvoorzieningen. Daarbij dient de keuze zich aan tussen (dure) ‘opportunity charging’ met hoog vermogen langs de route en een kleinere (minder dure) batterij in de bussen; of een grotere batterij met alleen ‘overnight charging’ in de stalling. Deze keuze hangt sterk af van de vervoersvraag en de dienstregeling.

Andere afwegingen zijn: Waar moeten de laadpalen komen of wie wordt de eigenaar van de laadvoorzieningen? Vanuit de exploitatie worden belangrijke eisen gesteld, maar ook de netbeheerder en de gemeente hebben wensen. De eigendomsvraag hangt vervolgens weer samen met de zoektocht naar zo laag mogelijke financieringsrente.

Allemaal vragen die aantonen dat alle spelers van elkaar afhankelijk zijn om de transitie daadwerkelijk tot een succes te maken. Dat komt samen in een integrale kostenafweging, die het TCO-model Zero Emissie Bussen mogelijk maakt. Pieter Tanja geeft in deze korte film bondig uitleg over hoe de verschillende parameters samenhangen.


Lees meer over het TCO-model Zero Emissie Bussen en hoe u toegang krijgt tot het model.

 

Terug naar 'Onderzoek en modellen'
Submenu openen

6. Geeft het TCO-model Zero Emissie Bussen duidelijk inzicht in samenhangende parameters?

Mét CROW onzichtbaar goed geregeld
Scroll naar boven