Materieel en milieuprestatie

Milieukwaliteit materieel

Railmateriaal
Eind 2019 zijn er in het openbaar vervoer 195 regionale treinen in gebruik. Op de volgende lijnen rijden elektrische treinen, die groene stroom gebruiken: Zwolle–Emmen, Zwolle–Enschede, Zwolle–Kampen, Amersfoort–Ede-Wageningen, Alphen a/d/ Rijn–Gouda, Dordrecht–Geldermalsen, Maastricht Randwyck–Heerlen, Maastricht Randwyck–Roermond en Sittard–Kerkrade. Op de resterende veertien regionale spoorlijnen rijden dieseltreinen. Met een lengte van 85 kilometer is de treindienst Nijmegen–Roermond de langste diesellijn. Deze spoorlijn staat op de nominatie om geëlektrificeerd te worden en krijgt deels dubbelspoor. Voor de regionale treindiensten op het 250 kilometer lange spoornet in Groningen en Fryslân is elektrificatie niet haalbaar. Maar met de start van de nieuwe concessie Noordelijke treindiensten, eind 2020, vindt wel verdere vergroening plaats. Vervoerbedrijf Arriva zet 18 nieuwe Wink-treinen in die op Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) rijden, maar ook een batterij aan boord hebben voor energieopslag. De 51 bestaande Stadler-treinen in de concessie worden gemoderniseerd en krijgen batterijen die remenergie opslaan. Ook vijf treindiensten in Gelderland en Overijssel worden na 2023 duurzamer, onder meer dankzij het gebruik van biodiesel. Mogelijk wordt een van de lijnen geëlektrificeerd. De genoemde maatregelen zijn belangrijke stappen op weg naar het landelijke doel van de spoorsector om het spoorvervoer in 2050 geheel CO2-neutraal te hebben.




Eind 2019 zijn er 257 metro’s en 573 trams in gebruik. In 2019 zijn 27 nieuwe trams in gebruik genomen op de al 11 Milieukwaliteit materieel even nieuwe Uithoflijn in Utrecht. De metro’s en trams gebruiken groene stroom. Hier is qua duurzaamheid weinig winst meer te boeken, afgezien van het beperken van het energiegebruik.


Busmaterieel
Eind 2019 zijn er 5300 grote en middelgrote ov-bussen in gebruik. Dit aantal is berekend aan de hand van de jaarlijkse inventarisatie van CROW-KpVV van de milieuprestatie van de ov-bussen. Zo is ook voor het voorjaar 2019 precies bekend welke bussen worden ingezet per concessie. Om te komen tot de stand van zaken aan het einde van 2019 is het voorjaarsoverzicht aangevuld met de mutaties in de nieuwe concessies Haaglanden Streek, Bus Haaglanden Stad, Bus Rotterdam e.o. en Groningen Drenthe, alsmede met de instroom van nul-emissiematerieel elders.

Zero-emissiebussen
Van die 5300 ov-bussen zijn er 773 zonder uitstoot. In het begin van het jaar waren dat er nog minder dan de helft: 359. Er zijn in een jaar tijd 414 elektrische bussen bij gekomen. Het grootste deel van de groei is te danken aan de nieuwe concessies Groningen Drenthe (+152), Bus Rotterdam e.o. (+55), Dordrecht Molenlanden Gorinchem (+40) en Haaglanden Streek (+23) en aan de instroom in de lopende concessies Limburg (+55), Noord-Holland Noord (+50) en Zuid-Holland Noord (+23). Het aandeel elektrische bussen in het totale wagenpark groeide in het verslagjaar van 7 naar 15%. Eind 2017 was het nog slechts 3,5%. Toch wordt met die 15% nog slechts 7% van de voertuigkilometers gereden. Dat komt omdat batterijbussen nog voor het grootste deel worden ingezet in en om steden. De lange streeklijnen, die vooral met dieselbussen worden gereden, maken de meeste kilometers.

Eind 2019 kan twee derde van de zero-emissiebussen overdag snel bijladen (opportunity charging). Een kwart wordt uitsluitend ’s nachts opgeladen (overnight charging). Verder zijn er nog zes waterstofbussen en 3 inductiebussen. Deze laatste zijn overigens begin 2020 uit dienst genomen. Bij de bussenbouwers is VDL met afstand marktleider bij de zero-emissiebussen: het bedrijf heeft een aandeel van 63%. Ebusco (14%) en Heuliez (6%) volgen op gepaste afstand. Bij de vervoerbedrijven ligt de top-3 dichter bij elkaar: Qbuzz heeft met 225 de meeste zero-emissiebussen in gebruik (29% van alle zero-emissiebussen), Connexxion heeft er 193 (25%) en Arriva 157 (20%). Als bij Connexxion de 86 bussen worden opgeteld van dochterbedrijf Hermes voert Connexxion onbetwist de lijst aan (36%).

Brandstofbussen
Alle andere grote bussen en midi-bussen zijn brandstofbussen. Het betreft 649 gasbussen, 3.685 dieselbussen en 190 bussen die HVO (hydrotreated vegetable oil) als brandstof gebruiken. Van de 649 gasbussen (12% van het wagenpark) rijden er 195 op aardgas, alle met EEV als uitstootnorm. Verder zijn er 308 groengasbussen in de categorie EEV en 146 groengasbussen met norm Euro VI. De laatstgenoemde slaan tevens remenergie op, en zijn daarmee hybride voertuigen. Van de dieselbussen zijn er nog slechts 375 (7%) in de relatief vuile categorieën Euro III, Euro IV en Euro V. Een deel van deze bussen wordt alleen ingezet voor scholierenritten en gebruikt als achtervang, een ander deel maakt deel uit van oude concessies die op de nominatie staan te worden vervangen door een nieuwe (dit speelt met name in Overijssel en Gelderland). Dan zijn er nog 1589 EEV dieselbussen (30%) en 1721 Euro VI-dieselbussen (32,5%). Deze laatste zijn zeer schoon qua lokale emissies (roet, stikstof), maar stoten nagenoeg evenveel CO2 uit als andere brandstofbussen. Voor het probleem van de opwarming van het klimaat zijn alleen zero-emissiebussen (met groene energie) en eventueel bussen op niet-fossiele brandstof een oplossing. Ten slotte zijn er de al genoemde 190 bussen die op HVO rijden. Deze biologische brandstof is gemaakt van plantaardige afvaloliën uit de voedingsindustrie. Het is dus niet-fossiel en telt daarom nauwelijks mee in voor de CO2-uitstoot (circulair). Ze rijden in de concessie Groningen Drenthe (180) en in de concessie ZuidoostFryslân (gemiddeld 10 op proef). Ze vallen qua lokale emissies in de categorie Euro VI.

Voor buurtbussenlijnen en de inzet op stille uren zijn er ook nog ruim 400 kleine bussen in gebruik, bussen voor maximaal 9 personen, inclusief de chauffeur. 340 daarvan zijn Euro 6-bussen.

In 1992 voerde de Europese Gemeenschap de Euronorm in om de toelaatbare emissies van wegvoertuigen te begrenzen. De EU scherpte deze emissienormen geregeld aan. Sinds begin 2014 geldt voor nieuw verkochte ov-bussen de strenge Euro VI-norm. Euronormen hebben betrekking op emissies die schadelijk zijn op lokaal niveau, zoals roet en stikstofoxides. Ze gaan niet over gassen die bijdragen aan de opwarming van het klimaat (CO2). De EEV-norm (Enhanced Environmentally friendly Vehicle) is een vrijwillige norm van de voertuigindustrie, tussen Euro V en VI in.
 

Staat van het ov
Scroll naar boven