CO2-footprint

CO2-footprint in 2019

Landelijk beeld
De CO2-footprint in het regionale openbaar vervoer is in 2019 63,4 gram CO2 per reizigerskilometer well to wheel-emissies4 (WTW). Dat is een flinke verbetering ten opzichte van 2018 toen deze gemiddelde emissie 69,2 gram per reizigerskilometer bedroeg. De verbetering is voornamelijk te danken aan de verduurzaming van het bussenpark. Als op de vervoerwijze bus wordt ingezoomd zien we dat in 2019 de footprint van deze modaliteit 103,1 gram per reizigerskilometer bedraagt, terwijl dit in 2018 nog 113,3 gram was. De uitstoot per voertuigkilometer bus gaat in 2019 van 890 gram naar 831 gram. Dit is het gemiddelde van alle typen ov-bussen, van klein materieel tot gelede bus. Voor de regionale trein – deels gebruikmakend van diesel en deels van elektrische tractie op groene stroom – is de footprint licht verbeterd, van 49,4 naar 48,0 gram per reizigerskilometer. Afgezien van vervangende busdiensten is de footprint bij tram en metro nagenoeg nul. Deze voertuigen rijden op groene stroom.

Om deze landelijke cijfers te duiden, wordt de uitstoot vergeleken met de uitstoot WTW per auto, trein en vliegtuig (bron voor auto en vliegtuig: de geüpdatete cijfers op www.co2emissiefactoren.nl). Uitgangspunt is een gemiddelde bezettingsgraad van 1,4 bij de auto. De ov-cijfers komen uit eigen onderzoek.



De conclusie is dat in bijna alle gevallen het openbaar vervoer gunstiger scoort dan auto of vliegtuig. Het bestuursakkoord over zero-emissiebussen is erop gericht dat het gemiddelde cijfer voor de ov-bus verder blijft dalen tot in 2030 volledig emissieloos busvervoer is bereikt.

Per concessie
Een landelijk getal zegt niet alles; de verschillen per concessie zijn namelijk aanzienlijk. Voor de footprint maakt het veel uit of een bus op diesel, groengas, aardgas of elektriciteit rijdt. In sommige concessiegebieden rijden veel kleine voertuigen, in andere juist veel 18-meterbussen. Dit heeft uiteraard veel invloed op de CO2-footprint. Ook de inzet in de dienstregeling is een belangrijke factor. En ten slotte is het aantal vervoerde reizigers belangrijk. Met al deze elementen is in de berekeningen rekening gehouden (zie ook de verantwoording).

Dat oudere concessies over het algemeen minder goed scoren op uitstoot dan de nieuwere is begrijpelijk. Er rijdt daar immers ouder materieel. Toch zegt dit niet alles. De al wat oudere concessie Arnhem Nijmegen heeft een zeer duurzame vloot dankzij de trolleybussen en het gebruik van lokaal geproduceerd groengas. De concessie scoort al sinds jaar en dag zeer lage emissies per reizigerskilometer.

Uit tabel 48 blijkt dat de 10,1 gram reductie landelijk vooral op het conto komt van een select aantal concessies. De nieuwe concessie Voorne-Putten en Rozenburg laat de grootste reductie zien door de overgang naar groengasbussen, maar is op landelijke schaal een ‘kleine speler’. Veel meer impact heeft de concessie Amstelland-Meerlanden, met zijn 259 vooral gelede bussen, waarvan er in 2019 100 zero emissie zijn. De concessie laat ruim 40 gram minder CO2-uitstoot zien per reizigerskilometer. Ook de concessies Limburg (–40,6 gram), Busvervoer Almere (–21,0), Haaglanden Streek (–20,2), Bus Rotterdam e.o. (–15,5), Concessie Amsterdam (–14,20) en Tram & Bus Regio Utrecht (–12,5) laten een flinke daling zien. In de Groningen Drenthe, waar in december de nieuwe ZE-vloot in dienst kwam, is het grote effect pas later zichtbaar. Dat er bij verschillende concessies, tegen de trend in, stijgingen optreden heeft meestal niet te maken met het soort bussen, maar met een dalende ontwikkeling van reizigerskilometers. De grote CO2-footprint bij het stadsvervoer in Lelystad heeft te maken met een ongunstige verhouding tussen het hoge voorzieningenniveau (veel voertuigkilometers) en de bezettingsgraad (relatief weinig reizigerskilometers).



Volume van de CO2-emissie
De totale CO2-uitstoot van de ov-bussen is in 2019 met 6,1% verminderd tot ruim 370.000 ton. In 2010 was de uitstoot nog ongeveer 470.000 ton. En in het basisjaar 1990 moet het om ongeveer 600.000 ton zijn gegaan. Ov-bussen zijn veel lichter en zuiniger geworden. De 370.000 ton – oftewel 0,37 Megaton (Mton) – heeft alleen betrekking op ov-bussen. Behalve bussen stoten ook regionale dieseltreinen CO2 uit. Dat gaat om een kleine 53.000 ton. Voor het gehele regionale openbaar vervoer gaat het dus om 0,42 Mton. Ter vergelijking: de emissie van de mobiliteitssector is in 2019 35,0 Mton en van alle sectoren samen 182,5 Mton (bron CBS).



Uit tabel 49 blijkt dat Limburg, de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag procentueel de grootste sprongen maken. De inzet van elektrische voertuigen is gestegen tot 31,0 miljoen voertuigkilometers. In 2018 ging het om 18,0 miljoen kilometers en in 2017 om 7,2 miljoen. Door deze ontwikkeling en door het gebruik van groengas daalt ook de gemiddelde uitstoot per gereden buskilometer. Deze was in 2017 nog 909 gram. Via 890 gram in 2018 komt de uitstoot in 2019 uit op 831 gram CO2 per buskilometer.

Voor regionale treindiensten is de uitstoot bekend met ingang van het jaar 2018. Aangezien alle elektrische treinen op groene stroom rijden en daarmee geen CO2-emissie hebben, spelen hier alleen de dieseltreinen een rol, met als enige uitzondering in 2018 vervangende busdiensten op de treindienst Amersfoort–Ede-Wageningen. De emissie is in 2019 1,5% lager dan in 2018.



Verantwoording
De berekeningen voor dit hoofdstuk zijn in opdracht van CROW-KpVV uitgevoerd door bureau Duinn BV. De in het NDOV-loket geregistreerde uitgevoerde dienstregelingkilometers zijn gekoppeld aan de soorten voertuigen die zijn ingezet. Deze inzet is omgezet in het energieverbruik op basis van de relevante inzet-, voertuig- en beladingkarakteristieken. Het energieverbruik is omgerekend naar een hoeveelheid brandstof, biobrandstof, waterstof, aardgas, groengas en/of elektriciteit. De CO2-uitstoot is verkregen door het energieverbruik te vermenigvuldigen met de CO2-emissiefactor. De CO2-prestatie per (reizigers) kilometer is vervolgens berekend door de totale CO2-uitstoot van well-to-wheel te delen door het totaal aantal (reizigers)kilometers. De berekeningen zijn nauwkeurig. Wel ontbraken soms data bij inzet van bussen zonder voertuigvolgsysteem (reserve- of inhuur) of wanneer zo’n systeem tijdelijk is uitgevallen. 

Staat van het ov
Scroll naar boven