Sociale Veiligheid

Klachten in 2019

De mate van sociale veiligheid in het regionale openbaar vervoer wordt op drie manieren gekwantificeerd: met de registratie van incidenten, met het achterhalen van de veiligheidsbeleving van reizigers en met de zogeheten Personeelsmonitor.

Incidenten
Voor het regionale openbaar vervoer hebben vervoerders, ov-autoriteiten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat afspraken gemaakt om incidenten eenduidig te registreren volgens de zogeheten ABC-methodiek1. Het doel van de vervoerbedrijven om dit te doen is inzicht krijgen in ontwikkelingen en bijzonderheden. Na analyse en duiding kan daar vervolgens, samen met de politie, tijdig op worden ingespeeld met preventieve maatregelen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het landelijk registratiesysteem TRIAS, dat wordt beheerd door DOVA. Dit is echter geen verplichting. De cijfers in de tabellen in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit TRIAS. Omdat een aantal vervoerders binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag een eigen registratiesysteem hanteert en geen gebruikmaakt van TRIAS zijn de cijfers niet compleet. Bovendien zeggen de aantallen niet alles; ook de registratiebereidheid van politie en vervoerbedrijf speelt een grote rol, met name bij lichte overtredingen. Dat betekent dat de gepresenteerde cijfers een goed overzicht geven van spreiding en trend, maar niet altijd goed zijn op te tellen.


Onder incidenten in de categorie A vallen de strafrecht- en APV-incidenten. Voorbeelden zijn ‘spugen’ en ‘bedreiging personeel’. B-incidenten zijn gerelateerd aan de Wet personenvervoer 2000. Voorbeelden hiervan zijn ‘Misbruik voorzieningen (waarbij aanwijzingen personeel niet worden opgevolgd)’ en ‘Optreden bij betalingsproblemen’. ‘Categorie C’-incidenten zijn incidenten met betrekking tot het ‘Besluit personenvervoer en huisregels’. Verontreiniging en vernieling kenmerken deze categorie. In bijlage 6 is specifieker aangegeven welke typen incidenten vallen onder A, B en C. In tabel 35 staan de geregistreerde incidenten per ov-autoriteit weergegeven. Het aantal A- en B-incidenten is elk met 9,5% toegenomen. Het aantal C-incidenten is met 4,9% gedaald.



In tabel 36 staan de cijfers voor de regionale treindiensten. Ook hier gaat het voor het grootste deel om B-incidenten. De incidenten per regel hebben meestal betrekking op meerdere treindiensten. Zo bestaat de concessie over de treindiensten in Groningen en Fryslân uit zeven lijnen, de treindiensten Limburg uit 6 lijnen en de treindiensten in Achterhoek Rivierenland uit vier treindiensten. In 2019 ligt het aantal A-incidenten 29% hoger dan in 2018. Ook het aantal B-incidenten is toegenomen, met 13%. Het aantal C-incidenten daalt met 21%.


Naast de cijfers van de ov-autoriteiten en de treindiensten bevatten de cijfers ook een categorie ‘overig’. Dit zijn incidenten die niet toegedeeld konden worden aan een ov-autoriteit. Voor het jaar 2019 gaat het om 209 incidenten.

De conclusie uit bovenstaande cijfers is dat in 2019 het aantal ernstige incidenten is toegenomen tot meer dan 1000. Het lijkt een weerspiegeling van de gevoelde verharding in de maatschappij. Hoewel het afgezet tegen de 1 miljard instappende ov-reizigers (zie hoofdstuk 7) om een zeer klein aantal gaat, is de impact van een A-incident vaak groot. Daarom zijn de laatste jaren extra maatregelen genomen. Eind 2019 kunnen losse vervoerbewijzen in vrijwel het gehele regionale openbaar vervoer alleen nog digitaal worden betaald. Dit moet het aantal incidenten verminderen en het personeel beschermen. In de personeelsmonitor 2020 zal blijken hoe groot het effect van deze maatregel is. Voorts zijn in verschillende concessies bodycams beproefd, zoals bij de RET en in de treinen van Arriva in Groningen en Fryslân.

Veiligheidsbeleving ov-reizigers
Naast het aantal geregistreerde incidenten is ook het veiligheidsgevoel een belangrijke indicator van het niveau van sociale veiligheid. Dat geldt voor zowel de reizigers als het personeel. In het onderzoek OV-Klantenbarometer2 wordt ov-reizigers jaarlijks gevraagd hoe zij de veiligheid in het ov ervaren. In 2019 geven de reizigers de sociale veiligheid hogere cijfers dan ooit. Er wordt onderscheid gemaakt naar de veiligheid in het ov (algemeen), tijdens de rit en op de halte/het station. In 2019 is het oordeel over de veiligheid verder gestegen. Dit geldt voor alle drie items. De sprong van 8,1 naar 8,4 bij het onderdeel ‘tijdens de rit’ is waarschijnlijk deels het gevolg van de iets gewijzigde vraagstelling in 2018. Aanvankelijk luidde de vraag: hoe veilig voelt u zich (meestal) tijdens de rit? Omdat de OV-Klantenbarometer zich richt op de ov-rit waar de reiziger op dat moment gebruik van maakt is in 2018 het woord ‘meestal’ geschrapt.

De gestegen waardering van de veiligheid vanaf 2015 speelt in het gehele land. In tabel 38 is het item ‘tijdens de rit’ onderscheiden per ov-autoriteit en per vervoerwijze. Opvallend is dat stad en streek en soort modaliteit nauwelijks voor elkaar onderdoen. Zo wijkt het veiligheidsgevoel in de tram en de metro niet of nauwelijks af van dat in de bus in een provincie met een lage stedelijkheidsgraad.


Veiligheidsbeleving personeel 
Eens per twee jaar wordt onder het personeel van de ov-bedrijven in het stads- en streekvervoer een enquête gehouden over hun gevoel van sociale veiligheid. In 2019 is deze zogeheten Personeelsmonitor3 uitgevoerd om het oordeel van het ov-personeel over het jaar 2018 in kaart te brengen. Dit zijn de laatst beschikbare cijfers. Alleen de cijfers over bus, tram en metro zijn meegenomen. Gemiddeld genomen geeft het personeel een 6,9 voor de algemene sociale veiligheid in 2018.

Van het totaal aantal geënquêteerde medewerkers (6.800) voelt 58% zich veilig of zeer veilig in het Nederlandse openbaar vervoer. 6% voelt zich onveilig of zeer onveilig. De resterende 36% voelt zich soms wel en soms minder veilig. Dit zijn landelijke cijfers. In dit getal is ook de regionale en landelijke trein meegenomen. Uitgesplitst over bus, tram en metro geeft dat de cijfers uit tabel 40. Hierbij zij aangetekend dat de omvang van het buspersoneel veel groter is dan dat van tram en metro. De cijfers bij tram zijn indicatief; ze hebben een nauw - keurigheidsmarge van groter dan 5% en kleiner dan 10%. Volgens de medewerkers is het gevoel van onveiligheid vooral een gevolg van een toename van criminaliteit en agressie en minder toezicht en controle.

 







 

Staat van het ov
Scroll naar boven