Punctualiteit

Punctualiteit in 2019

Bus, tram, metro en ov-ferry
De punctualiteit (stiptheid) van het stads- en streekvervoer is in 2019 gestegen met 0,63%. De reiziger waardeerde de punctualiteit in het regionale ov in 2019 met een 7,7. Een lichte stijging ten opzichte van het jaar eerder. Een landelijk beeld geven over de punctualiteit is lastig, want de stiptheidseisen die de provincies en vervoerregio’s aan hun vervoerders stellen, kunnen van concessie tot concessie verschillen. Soms gaat het om de stiptheid op elke halte, in andere gevallen om de stiptheid op de knooppunten en op de zogeheten meethaltes of tijdhaltes. En ook de marges van wat nog op tijd is verschillen per regio. Om toch de punctualiteitsdata van bus, tram, metro en ov-ferry met elkaar te kunnen vergelijken zijn alle tientallen miljoenen meldingen van voer- en vaartuigen op haltes op een eenduidige manier verwerkt.
Er is gekozen voor een definitie van punctualiteit, waarbij ‘op tijd’ betekent dat een vertrek van een tijdhalte maximaal 30 seconden te vroeg mag zijn ten opzichte van de dienstregeling, of maximaal 180 seconden te laat. Vertrekpunctualiteit is dan de som van het aantal vertrekken op tijd, gedeeld door het totaal aantal vertrekken. Alleen beginhaltes en tijdhaltes zijn meegenomen in dit deel van de berekening. En dan is er uiteraard ook nog de aankomstpunctualiteit. Die geldt voor eindhaltes en tijdhaltes met een geplande halteertijd van minimaal 60 seconden. Hier is de maximale afwijking 30 seconden. Aankomsten en vertrekken worden dus apart geteld. Hierdoor is een rit 100 procent punctueel als zowel alle vertrekken als alle aankomsten ‘op tijd’ waren. Indien alle vertrekken wel op tijd, maar alle aankomsten niet op tijd waren, dan was de rit 50 procent punctueel

Voor het stads- en streekvervoer is de punctualiteit per modaliteit over het jaar 2018 en 2019 weergegeven in tabel 12. Hierdoor zijn de concessies, maar ook de modaliteiten onderling vergelijkbaar gemaakt. Dit maakt dat de cijfers er voor een aantal gevallen iets anders uitzien dan in de rapportage over het jaar 2018. Zoals hierboven toegelicht, wijken de cijfers door de uniforme definitie af van de cijfers die in regionale rapportages van ov-autoriteiten zijn vermeld. Zij stellen verschillende eisen aan de punctualiteit en berekenen ze ook op een andere wijze.

In tabel 12 is een vergelijking gemaakt tussen de feitelijk geconstateerde punctualiteit uit de data van de voertuigvolgsystemen en de door de reizigers ervaren punctualiteit uit het onderzoek OV-Klantenbarometer. In dat onderzoek geven meer dan 100.000 ov-reizigers antwoord op de vraag “Wat vindt u van de stiptheid van het voertuig (op tijd rijden/varen) bij uw instaphalte?” Geconstateerd kan worden dat op enkele uitzonderingen na de rapportcijfers die de reizigers geven goed overeenkomen met de feitelijke uitvoering van de dienstregeling. Bij de nieuwe concessie Voorne-Putten en Rozenburg waardeert de reiziger de punctualiteit minder dan de feiten weergeven.



De punctualiteit voor het streekvervoer als geheel is met 0,63% gestegen ten opzichte van het jaar 2018. Ook de beoordeling van de reiziger voor het stads- en streekvervoer is gestegen van een 7,6 naar een 7,7. Wanneer de tien hoogst scorende concessie van 2018 en 2019 vergeleken worden valt op dat de top-10 nauwelijks veranderd is. Er zijn enkele verschuivingen in rang en de concessies Voorne-Putten en Rozenburg en de tram van Tram en Bus Regio Utrecht verlaten de top-10. De concessie Bus Haaglanden stad en Busvervoer Almere komen de top-10 binnen. Deze laatste concessie had een lastige start, maar komt sterk terug in het tweede jaar van de concessie. In tabel 13 zijn de sterkste stijgers weergegeven voor de feitelijk gemeten punctualiteit: Busvervoer Almere, Amstelland-Meerlanden en de veerdienst Rotterdam–Drechtsteden. Overigens waarderen de ov-reizigers deze concessies ook met een hoger cijfer ten opzichte van 2018. Maar wat de beoordeling van de reizigers betreft zijn er drie andere ‘winnaars’, zie tabel 14. De sterkste stijgers qua beoordeling zijn de concessies Provincie Utrecht, Zeeland en Zuidoost-Brabant. Met de aantekening dat in Zuidoost-Brabant vreemd genoeg de feitelijk gemeten punctualiteit uit de voertuigvolgsystemen gedaald is.



In tabel 15 en 16 zijn de grootste dalers weergegeven voor zowel de feitelijk gemeten punctualiteit als voor de beoordeling van de reiziger over de stiptheid. Bij de dalers in de feitelijke punctualiteit gaven de reizigers over het jaar 2019 wel een hoger rapportcijfer in vergelijking met 2018. Tussen de dalers bij de beoordeling van de reizigers zitten twee nieuwe concessies: Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem en de concessie Voorne-Putten en Rozenburg.



Regionale trein
Ook voor de regionale treindiensten zijn de punctualiteitscijfers bekend. Deze zijn niet afkomstig van het dashboard van DOVA, maar van ProRail. Anders dan bij bus, tram, metro en ov-ferry bevat de tabel het percentage aankomsten van treinen op het eindstation, met een norm van maximaal plus drie minuten. Alle ritten die binnen die limiet vallen worden beschouwd als op tijd. In 2019 is zowel de feitelijke punctualiteit gestegen als de waardering door reizigers uit het onderzoek OV-Klantenbarometer. Die laatste cijfers zijn wel weer volstrekt vergelijkbaar met de resultaten uit het overige regionale openbaar vervoer; het zijn ook hier de antwoorden op de vraag: wat vindt u van de stiptheid van het voertuig (op tijd rijden/varen) bij uw instaphalte? De grootste verschillen tussen 2018 en 2019 in de gemeten punctualiteit zien we bij de treindiensten die Zwolle als begin- en eindpunt hebben. Het station van Zwolle en de toeleidende baanvakken zijn in 2018 en een deel van 2019 ingrijpend aangepast, met positieve gevolgen voor de punctualiteit.

Ter vergelijking het punctualiteitscijfer van de treindiensten op het hoofdrailnet. Dat is de concessie die de Nederlandse Spoorwegen uitvoert in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Over 2019 was op het hoofdrailnet 92,6% van de diensten op tijd. In het geval van het hoofdrailnet wil dat zeggen: maximaal 5 minuten vertraagd. Dat is een kleine daling ten opzichte van 2018, toen de punctualiteit 92,9% bedroeg. Bij deze vergelijking moet bedacht worden dat de uitvoering van treindiensten op het hoofdrailnet complexer is en meer kwetsbaarheden kent dan die van de regionale treindiensten.



Verantwoording
Het Samenwerkingsverband DOVA beschikt over een informatiesysteem waarin de stiptheid van alle ritten en vaarten van bus, tram, metro en ov-ferry is verwerkt. Bron is het MIS, dat dagelijks gevuld wordt met vertrek- en aankomsten (KV6-berichten). Dit is dezelfde informatie die dagelijks verspreid wordt voor de reisinformatie op de haltes. Steeds zijn de laatst bekende dienstregelingen en wijzigingen daarin de basis voor de berekening. Wel worden soms meldingen van de voertuigen gemist, bijvoorbeeld door haperende apparatuur. Maar dit betreft maar een klein aandeel. De data die niet aan concessies konden worden toebedeeld – categorie ‘overig’ – zijn niet meegenomen in het hoofdstuk. De punctualiteitscijfers betreffen alleen de ritten die daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Uitgevallen ritten zijn niet ‘gezien’.

De punctualiteitscijfers van regionale treindiensten zijn afkomstig van ProRail. De waarderingscijfers over punctualiteit komen uit het onderzoek OV-Klantenbarometer dat CROW-KpVV jaarlijks uitvoert in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de provincies en de vervoerregio’s.

Staat van het ov
Scroll naar boven