Lijnen

Trends in ov-lijnen



Lijnen die maar enkele ritten per jaar kennen zoals carnavalsbussen zijn uit het overzicht gehouden. Dat geldt ook voor veel vraagafhankelijke lijnen die wel zijn gepland en zijn opgenomen in de reisinformatie, maar die weinig worden benut. Dit zijn bijvoorbeeld de Opstapperlijnen en OV-shuttles, die worden uitgevoerd met taxi’s. Belbuslijnen die op stille uren de route rijden van de vaste buslijn zijn, om dubbeltellingen te voorkomen, beschouwd als onderdeel van de vaste buslijn. Het hoofdstuk flexsystemen besteedt aandacht aan deze vraagafhankelijke lijnen, ook wel flexlijnen genoemd. Deze lijnen vullen het vaste lijnennet aan. De ov-autoriteiten Gelderland en Noord-Brabant beschikken met 14% en 13% in 2019 net als in 2018 over het grootste aandeel ov-lijnen in Nederland. Op ruime afstand gevolgd door Zuid-Holland en de MRDH (beide 9%). De ov-autoriteiten met het kleinste aandeel lijnen zijn Zeeland (4%) en Flevoland (3%). De grootste stijgers in 2019 ten opzichte van 2018 zijn de concessie in de provincie Limburg (+14) en de concessies in de provincie Gelderland (+7). MRDH kende over de concessies een kleine afname van zeven lijnen. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het eindigen van de vervangende bussen langs de Hoekse Lijn. In tabel 8 staat de verdeling van het aantal lijnen naar ov-autoriteit voor de periode 2014-2019. Een overzicht van het aantal lijnen per concessie is opgenomen in bijlage 2.

Voertuigritten, DRU’s en dienstregelingkilometers
In 2019 is het geregistreerde geplande aanbod aan openbaar vervoer groter geworden. Dit geldt zowel voor de aantallen voertuigritten, dienstregelinguren (dru’s) en dienstregelingkilometers (drkms). Het aantal voertuigritten van bus, tram, metro en vaarten van ov-ferry nam met 5,1% toe tot 32,8 miljoen, het aantal dru’s met 2,6% tot ruim 18 miljoen en het aantal drkms met 3,8% tot ruim 514 miljoen. In tabel 9 is het aantal onderverdeeld naar ov-autoriteit. De bron is het dashboard van DOVA, waarin het ov-aanbod op dagelijkse basis wordt opgeslagen. Er zullen altijd (kleine) verschillen zijn met de werkelijke geplande ritten zoals die zijn gerapporteerd door de vervoerder, bijvoorbeeld doordat ritten van onderaannemers of inhuurbussen niet automatisch waren doorgekomen. Ook moet worden bedacht dat de cijfers betrekking hebben op de geplande ritten; het aantal feitelijk uitgevoerde ritten ligt enkele promilles lager vanwege al dan niet gedeeltelijke uitval van ritten. Het aantal voertuigritten van regionale treindiensten nam ook toe en wel met 0,3% tot bijna 0,7 miljoen, het aantal dru’s met 2,1% tot 0,45 miljoen en het aantal drkms met 1,9% tot bijna 28 miljoen.



In tabel 10 is het ov-aanbod voor regionale trein aangegeven per ov-autoriteit. De bron van de gegevens is ProRail, dat dagelijks het aanbod vastlegt. Ook hier geldt dat door uitval het feitelijk uitgevoerde aanbod iets lager zal zijn. Een uitgebreider overzicht van het aanbod per concessie is opgenomen als bijlage 3. Daar is bijvoorbeeld goed het effect te zien van de ingebruikneming van de Noord/ Zuidlijn en van de metrolijn naar Hoek van Holland. Ook is het resultaat te zien van het inkorten en schrappen van enkele lijnen in de concessie Achterhoek Rivierenland. In de bijlage is ook de gemiddelde snelheid (inclusief de halteringen) en de gemiddelde bezetting te zien voor het jaar 2019. Voor bus, tram, metro en ferry is de gemiddelde snelheid 28,4 km/h en voor de regionale trein 61,5 km/h. De gemiddelde bezetting is respectievelijk 11,0 en 40,0 personen per rit.

Staat van het ov
Scroll naar boven