Beschikbaarheid

Trends over de ov-beschikbaarheid

Dat 8,1% van de Nederlandse bevolking geen vaste ov-lijndienst in de directe nabijheid heeft, betekent niet noodzakelijkerwijs dat deze groep geheel verstoken is van collectief vervoer. De afstand tot de halte kan net buiten de opgegeven grens van 500 meter hemelsbreed liggen. En er kan openbaar vervoer beschikbaar zijn in de vorm van vraagafhankelijke systemen. Zie hiervoor hoofdstuk 4.

De ov-beschikbaarheid is begrijpelijkerwijs het grootst in de Randstad. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag scoort met 97,5% het hoogst. De Vervoerregio Amsterdam blijft daar met 97,4% weinig bij achter. De provincies Drenthe en Zeeland kennen de laagste ov-beschikbaarheid met vaste lijnen. Het zijn de provincies met lage inwonertallen en weinig steden. Met vraagafhankelijke Hubtaxi (Zeeland) en de Haltetaxi (Groningen Drenthe) kan toch een groot deel van de inwoners van vervoerdiensten gebruikmaken.

Ten opzichte van 2016 is er in 2018 sprake van een lichte daling van het aantal inwoners binnen het invloedsgebied van de trein; dat is hier inclusief het hoofdrailnet. In 2018 heeft 51,5% van de bevolking een treinstation binnen bereik. In 2016 was dit nog 52,1%. Uit tabel 19 blijkt dat er weinig opvallende veranderingen zijn door de jaren heen. Soms worden nieuwe stations geopend – 45 stations sinds 1 januari 2004 – of verandert de dichtheid van woningen binnen een invloedsgebied. Maar dit heeft slechts zelden een merkbare invloed op de cijfers. Wel valt in de cijferreeks het effect te zien van de opening in 2011 van het Groningse station Veendam – een gemeente met 27.500 inwoners – en in 2017 van de opheffing van de MRDH-treindienst Rotterdam–Hoek van Holland.

Als we inzoomen op metro en tram zien we dat in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag 63,0% van de inwoners een metrostation of tramhalte binnen bereik heeft. Voor de Vervoerregio Amsterdam is het aandeel 52,7% en voor de provincie Utrecht 12,5%.

In tabel 20 is te zien welk deel van de inwoners binnen het bereik wonen van een metrostation, tramhalte of van een bushalte met minimaal vier vertrekmogelijkheden per uur. Ook hier wordt duidelijk dat de inwoners van de dichtbevolkte Randstedelijke ov-autoriteiten goed bedeeld zijn, terwijl in Friesland, Drenthe en Zeeland, provincies met veel platteland en weinig steden, vooral met lagere frequenties wordt gereden.

Gemeenten
Op gemeentelijk niveau zijn er in 2018 vijf gemeenten met een maximale ov-beschikbaarheid. In Gouda, Hardinxveld-Giessendam, Leiden, Papendrecht en Sliedrecht wonen alle inwoners binnen de gedefinieerde kringen rond haltes en stations. Hoorn valt daar met 99,99% net buiten; slechts vijf inwoners in deze gemeente vallen buiten deze cirkels. De laagste ov-beschikbaarheid is te vinden in de gemeenten Heerde (47,2%), Epe (51,4%), Noordoostpolder (53,9%), Bergen L. (55,4%) en Gennep (55,6%). Een laag cijfer zegt echter niet alles. Zo kent Heerde een uitstekende busverbinding naar Apeldoorn en Zwolle. De lijnen 202 en 203 doorsnijden het dorp, maar de helft van de bevolking valt net buiten de kringen van 500 meter.

Over het algemeen zijn er door de jaren heen niet veel grote veranderingen in het aandeel van de inwoners dat openbaar vervoer binnen bereik heeft. Toch zijn er gemeenten die wat betreft deze ov-beschikbaarheid met een verandering te maken hebben gehad tussen 2016 en 2018. De verandering heeft waarschijnlijk eerder te maken met mutaties in haltes en al dan niet tijdelijke wijziging van de ov-route dan in uitbreiding van het aantal woningen. De grootste stijgers staan in tabel 21, de grootste dalers in tabel 22.

Over een langere periode beschouwd hebben de verschillen in ov-beschikbaarheid natuurlijk meer reliëf. Tussen 2004 en 2018 zijn vooral de gemeenten Oudewater, Waalre, Eemnes, Noord-Beveland, Horst aan de Maas en Voorst een duidelijk hoger percentage inwoners binnen bereik van het openbaar vervoer. Zij scoren alle meer dan 20 procentpunten hoger. Hoogeveen (opheffing stadslijnen), Woudenberg en Zoeterwoude hebben het omgekeerde meegemaakt: een daling met meer dan 20 procentpunten.

Als we kijken naar metro, tram en bushalte met minimaal vier vertrekmogelijkheden per uur is een divers beeld te zien. Er zijn gemeenten waarvan bijna alle inwoners binnen de kringen vallen van metro, tram of bus van 4 keer per uur. Voorbeelden zijn Nieuwegein (99,9%), Purmerend (99,5%), Zoetermeer (99,4%), Diemen (99,0%), Amsterdam (98,9%), IJsselstein (97,2%), Den Haag (96,7%), Alblasserdam (96,2%) en Rotterdam (95,7%). Maar er zijn ook vijftig gemeenten die alleen haltes kennen waar minder dan vier keer per uur een bus halteert (en ook niet in het invloedsgebied liggen van metro of tram).

In de periode 2004-2018 zijn er 199 gemeenten waarvan een groter deel van de bevolking binnen het bereik is komen te wonen van een metrostation, tramhalte of bushalte met minimaal vier vertrekmogelijkheden. 146 gemeenten dalen en 35 gemeenten blijven gelijk (alle met zowel 0% in 2004 als 2018). De grootste ‘stijgers’ qua beschikbaarheid van ‘frequent’ vervoer tussen 2004 en 2018 zijn de gemeenten Bunschoten, Ferwerderadiel, Scherpenzeel, Stein en Someren. Bunschoten gaat zelfs van een aandeel inwoners van 0,4% in 2004 binnen het invloedsgebied van bushaltes met vier vertrekmogelijkheden of meer, via 83,3% in 2006 naar 92,1% in 2018. Met andere woorden 92,1% van de inwoners woont nu binnen een hemelsbrede afstand van maximaal 500 meter van een bushalte met minimaal vier vertrekmogelijkheden per uur (tram en metro zijn hier niet aanwezig). Bij Ferwerderadiel stijgt het percentage inwoners van 0 via 32,8% in 2016 naar 61,6% in 2018. De andere genoemde drie gemeenten springen van 0 naar ongeveer 55%. De grootste dalers in de periode 2004-2018 zijn Enkhuizen (–80,7 procentpunt), Westervoort (–71,4 procentpunt), Zeewolde (64,3 procentpunt), Vlissingen (–62,1 procentpunt) en Noordwijkerhout (60,5 procentpunt).

Banen binnen bereik ov
De ov-beschikbaarheid kan ook worden bezien vanuit de locatie van het aantal banen. In de berekening zijn betrokken alle banen van minimaal 12 uur per week die binnen 500 meter van een halte zijn geregistreerd, 1000 meter van een treinstation en 1500 meter van een Intercityknooppunt. Van de ruim 7,18 miljoen banen in ons land blijkt in 2018 87,0% een ov-halte of station in de nabijheid te hebben. Dit is een iets lager percentage dan in 2016, toen het aandeel 87,7% was.

Tegen de landelijke trend in stijgt in 2018 het aandeel banen in de ov-cirkels in Zuid-Holland en Noord-Brabant. In Utrecht en Zeeland blijft het aandeel gelijk. Het aandeel van de banen binnen ov-bereik neemt het meest af in Noord-Holland, Limburg, Drenthe en Vervoerregio Amsterdam.




Staat van het ov
Scroll naar boven