Flexvervoer

Trends flexvervoer

In 2019 zijn er enkele flexsystemen bijgekomen: U-Flex in Houten, SyntusFlex in Mijdrecht, de Delfthopper, lijn 103 en 107 op VoornePutten en pilots in Eindhoven, Moerdijk en Roosendaal (Bravoflex). Daarentegen is Brengflex in en rond Nijmegen beëindigd. Hieronder staat een korte beschrijving van de nieuwe en beëindigde systemen:

Op 31 maart 2019 is U-Flex van start gegaan in Houten en het gebied ten zuiden ervan. U-Flex vervangt een vaste lijndienst, maar rijdt kriskras van halte naar halte, zoveel mogelijk rechtstreeks. Qbuzz rijdt de diensten met achtpersoonsbusjes in concessiehuisstijl. Reizigers betalen € 2,50 per rit.

Op 20 december 2018 is Syntus gestart in Woerden/ Linschoten met SyntusFlex. Het is een flexibele vervoerdienst tussen 34 haltes in het gebied. Aanvankelijk reden de busjes alleen tijdens de avonduren en in het weekend; sinds 15 december 2019 ook overdag. De OV-chipkaart is geldig. Sinds december 2019 is SyntusFlex ook beschikbaar in Mijdrecht. SyntusFlex wordt in opdracht van Keolis uitgevoerd door Van Rhijn Taxivervoer, met voertuigen in Syntus-huisstijl.

De Delfthopper vervangt sinds 25 augustus 2019 een slecht renderende buslijn in Delft en Rijswijk. Reizigers kunnen alleen opstappen op haltes waar geen ander openbaar vervoer rijdt (voor uitstappen geldt die regel niet). Onderaannemer Noot rijdt in opdracht van concessiehouder EBS met achtpersoonsbusjes in concessiehuisstijl. De OV-chipkaart is geldig; een rit kost € 1,25.

Op Voorne-Putten en Rozenburg begonnen in 2019 twee nieuwe belbuslijnen. Ze rijden een vaste dienstregeling, maar alleen op aanvraag.

In december 2018 is een proef gestart om te onderzoeken of binnen het stedelijk gebied van Eindhoven, Veldhoven en Waalre flexvervoer (BravoFlex) in een behoefte voorziet. Het is niet-lijngebonden vervoer van halte naar halte. Reizigers betalen 2,5 x het ov-tarief met een maximum van € 7,-. Taxionderneming CTS rijdt in opdracht van Hermes.

In het landelijk gebied van de gemeente Moerdijk begint in december 2019 een proef met BravoFlex voor de uren dat er geen lijnbussen meer rijden (avond en weekend). Hiervoor is aansluiting gezocht met de Regiotaxi. Het tarief is € 3,50 per persoon. Uitvoerder is Taxi Goverde in opdracht van Arriva.

Na het eindigen van de stadsdienst ’s avonds om 21.40 uur kunnen reizigers in Roosendaal gebruikmaken van een andere vorm van BravoFlex. Ook hier betreft het een pilotproject. Reizigers kunnen kriskras van halte naar halte rijden voor een tarief van € 1,50. Ze hoeven niet te reserveren voor een rit vanaf het station. Uitvoerder van de service is TCR in opdracht van Arriva.

Brengflex is op 15 december 2019 komen te vervallen. Het werd een te duur systeem voor de opdrachtgevende overheid. Ter vervanging zijn er twee reguliere buslijnen gestart tussen Oosterhout en station Nijmegen en tussen station Nijmegen en het Afrikamuseum. De provincie denk nu na over een concessiebreed flexsysteem. Brengflex was in december 2016 als proef begonnen. De reiziger betaalde € 3,65 per rit, maar de overheid legde een veelvoud bij.



De verschillende vormen van flexsystemen zijn aan de hand van hun kenmerken in te delen in een viertal hoofdgroepen:

1. Opgenomen in de ov-concessie, met dienstregeling Voorbeelden zijn de Opstapper (Fryslân), Kolibrie en de Vlindersystemen (Gelderland), Overalflex (Noord-Holland), de OV-shuttle (Limburg), en belbuslijnen en ov-lijntaxi’s die op stille uren de reguliere lijnbus vervangen. Vaak is de uitvoering door de concessiehouder uitbesteed aan lokale taxiondernemers. De voertuigen zijn soms uitgedost in de concessiehuisstijl.

2. Opgenomen in de ov-concessie, zonder dienstregeling (kris-kras). Voorbeelden zijn Brengflex (Gelderland), de al genoemde SyntusFlex (Utrecht) en BravoFlex (Noord-Brabant) en de Hubtaxi (Groningen en Drenthe). De Hubtaxi is overigens niet ondergebracht in de concessie Groningen Drenthe, maar samen met ander kleinschalig vervoer in zeven miniconcessies onder de vlag van Publiek Vervoer.

3. Geen onderdeel van een ov-concessie, uitgevoerd met professionele chauffeurs. Voorbeelden hiervan zijn de Haltetaxi (Zeeland) en de Regiotaxisystemen (Wmo-vervoer) in opdracht van samenwerkingsverbanden van gemeenten. Met een bijdrage van de ov-autoriteit kunnen ook tegen bepaalde voorwaarden ov-reizigers worden vervoerd. De uitvoering geschiedt door taxiondernemers. Een derde voorbeeld is de Zonetaxi van NS. Deze is eind 2019 beschikbaar op 327 treinstations. Het tarief bestaat uit een opstaptarief van € 7,30 en een zonetarief.

4. Geen onderdeel van de ov-concessie, uitgevoerd met vrijwilligers. Voorbeelden zijn Twentsflex (Overijssel), de Plusbus, de Boodschappenbus, De Bij Bus, kerkvervoer, Klaartje, Vlearmoesbus en Graag gedaan Duiven. Het gaat vaak om vervoer dat wordt gesubsidieerd door een gemeente en/of een zorginstantie of dat wordt georganiseerd door buurtbewoners onderling. CROW-KpVV beschreef in 2018 na een eerste inventarisatie ongeveer vijftig van dergelijke vrijwilligersprojecten.

Groeimarkt of niet?
Het is nog moeilijk aan te geven in hoeverre flexvervoer een groeimarkt is. Aan de ene kant is het gebruik van de ov-functie van de Regiotaxi de afgelopen jaren afgenomen nadat ov-autoriteiten zich hieruit terugtrokken (Noord-Holland en Overijssel) of de gebruiksregels aanpasten (hoger tarief, toepassing van leeftijdscriterium). Aan de andere kant komen er elk jaar enkele nieuwe flexsystemen bij, vaak met hun eigen specifieke kenmerken en tarieven. Soms zijn het overigens uitbreidingen van een bestaand flexconcept naar een ander gebied. Ov-autoriteiten zijn zoekende naar betaalbare vormen van vervoer voor zoveel mogelijk reizigers, of voor bepaalde doelgroepen. De ondergrens van wat mogelijk is hangt van vele factoren af. Vaak is sprake van een dilemma. Langjarig slecht renderende buslijnen kunnen niet eeuwig overeind worden gehouden. En flexvervoer – dat per definitie veel minder bundeling van reizigers kent dan regulier openbaar vervoer – is per rit duur en loopt tegen hetzelfde subsidieplafond aan. Het is een kwestie van balanceren op een dun koord. Lopende proeven moeten meer duidelijkheid geven over wat in de toekomst het meest kansrijk is. Daarom zal er steeds sprake zijn van maatwerk. En het doel dat met een systeem wordt gediend, moet steeds goed voor ogen worden gehouden. De voorlopige verwachting is dat het flexvervoer nog wel gaat groeien, maar dat het een nichemarkt blijft voor relatief kleine groepen reizigers, met name in het landelijk gebied en in kleine steden waar de stadsdienst te duur is geworden. Voor die reizigers kan een dergelijke voorziening heel belangrijk zijn.

Staat van het ov
Scroll naar boven