Ontwikkelingen concessies

Trends in concessies

Trends

De Wet personenvervoer 2000 verplicht ov-autoriteiten tot het aanbesteden van ov-concessies. Een ov-concessie geeft een vervoerondernemer het exclusieve recht openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied of op een bepaalde lijn of samenstel van lijnen. Alleen het stadsvervoer in de vier grote steden kent per 1 januari 2013 geen verplichting tot aanbesteden; hier mag het openbaar vervoer worden ‘inbesteed’. 


Na een wat aarzelend begin is er een piek in aanbestedingen in de periode 2006-2010. Daarna neemt gemiddeld het aantal aanbestedingen per jaar af. Dit komt door de toenemende omvang van concessiegebieden en de langere looptijd. Door deze ontwikkeling kunnen schaalvoordelen worden behaald die het openbaar vervoer effici├źnter maken. Anderzijds is het voor kleinere marktpartijen moeilijker mee te dingen in een aanbesteding. De waarde van een ov-concessie overstijgt soms 1 miljard euro.



De trend naar grotere concessiegebieden blijkt uit het staafdiagram in figuur 2. Waren er in 2000 nog 74 gebiedsconcessies, en 50 in 2010, inmiddels is het aantal teruggelopen tot 34. Met de nieuwe concessie Groningen Drenthe vervalt de HOV-lijnconcessie in het gebied, die bestond uit twee ov-lijnen richting Drachten. 


In 2019 is de gemiddelde looptijd van concessies opnieuw langer geworden. Hij gaat voor de gebiedsconcessies van 9,8 naar 10,6 jaar en als twee verlengingsopties worden meegerekend, zelfs naar 10,9 jaar. De trend van een langere looptijd van concessies is het gevolg van de ruimere wettelijke mogelijkheden. Aanvankelijk was in de Wp2000 de maximale looptijd voor concessies vastgelegd op zes jaar. Dat werd later acht, respectievelijk tien jaar. Tegenwoordig is op grond van de Europese PSO-richtlijn zelfs vijftien jaar mogelijk als er sprake is van grootschalige investeringen. Voor treindiensten is dat bij grote investeringen 22,5 jaar.

In tabel 4 is te zien dat het gemiddeld aantal inschrijvers per aanbesteding aanvankelijk daalde, maar inmiddels weer op het niveau van de eerste vijf jaar ligt: drie per aanbesteding.



Eind 2019 rijdt en vaart vrijwel het gehele Nederlandse regionale openbaar vervoer op basis van aanbestede concessies. Veel concessies zijn al voor de tweede of derde maal aanbesteed. Zes gebiedsconcessies zijn onderhands gegund. Dat zijn de op grond van artikel 63a van de Wp2000 de concessies Amsterdam, Bus Haaglanden Stad, Rail Haaglanden, Bus Rotterdam e.o., Rail Rotterdam en Parkshuttle Rivium. Verder zijn er de gunning van de lijnconcessie Fietsvoetveer Vlissingen–Breskens en het contract van de veerdienst Hoek van Holland–Maasvlakte.


 

Staat van het ov
Scroll naar boven