Overheidsbijdrage

Aandeel overheidsbijdrage 2015-2019

De ov-autoriteiten zijn niet alleen concessieverlener, ze stellen ook subsidies beschikbaar om het openbaar vervoer op een betaalbare manier aan te bieden aan de ov-reiziger. In tabel 5 is een overzicht opgenomen van de in 2019 verleende exploitatiebijdragen. Het betreft subsidies (meestal) zonder bijdragen voor sociale veiligheid, bonus/ malus en infrastructuur. Met dit overzicht wordt voldaan aan artikel 7, lid 1 van de Public Service Obligation, de ‘Europese wet personenvervoer’. Dit artikel schrijft voor dat elke ov-autoriteit jaarlijks verslag doet van de concessies en contracten die onder haar verantwoordelijkheid vallen. Een van de onderdelen in het verslag betreft de zogeheten compensaties (subsidies) aan de exploitanten van de vervoerdiensten. De lidstaten dienen de centrale toegang tot deze verslagen te faciliteren, bijvoorbeeld via een gemeenschappelijk portaalsite. Voor de lidstaat Nederland kan de jaarlijks verschijnende Staat van het regionale openbaar vervoer hiertoe dienen.



Voor Rail Haaglanden en Rail Rotterdam is het vaststellen van de exploitatiebijdrage ingewikkeld, aangezien de subsidie aan respectievelijk HTM en RET ook de infrastructuur betreft en andere vergoedingen. De bedragen zijn zo goed mogelijk vergelijkbaar gemaakt. Dat er sprake is van een negatieve exploitatiebijdrage bij Rail Rotterdam is virtueel. De bijdragen voor het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur en de railvoertuigen overstijgen in ruime mate het genoemde bedrag. 

Aandeel overheidsbijdrage
In de Staat van het regionale openbaar vervoer over 2018 was een tabel opgenomen waaruit bleek dat de overheidsbijdrage voor het busvervoer in de periode 2015-2017 bijna 50% is. De ov-reizigers betalen dus de andere helft van de kosten die de vervoerbedrijven maken. Ook voor 2019 is in tabel 6 het zogeheten aandeel overheidsbijdrage (AOB) in beeld gebracht. 



Voor de regionale treindiensten is het ook mogelijk het AOB te berekenen. Publicatie op lijnniveau legt evenwel bedrijfsvertrouwelijke informatie bloot. Daarom wordt hier volstaan met enkele algemenere noties. De concessies voor de regionale treindiensten – of het treindeel van intermodale concessies – kennen alle een AOB dat lager is dan 50%. Een van de concessies is zelfs nagenoeg kostendekkend. Alle treindiensten tezamen kennen een AOB van 37,9%. 

Staat van het ov
Scroll naar boven