Materieel en milieuprestatie

Trends op gebied van milieuprestaties


Schoner busmaterieel

Het busmaterieel is sinds het jaar dat CROW-KpVV het eerste landelijke overzicht van de milieuprestatie maakte, veel schoner en duurzamer geworden. Vielen er in 2009 nog 2530 bussen onder de categorie├źn Euro 0 t/m Euro III, inmiddels is dit aantal teruggelopen tot 98, alle Euro III-bussen. EEV (Enhanced Environmental friendly Vehicle) en Euro VI zijn de norm in 2018 en de transitie naar zero-emissiebussen is volop gaande.

De verschillen in de Euronormen zijn goed te zien in figuur 14. In de figuur staat tussen haakjes het jaar wanneer de desbetreffende Euronorm verplicht werd voor nieuwe bussen. Uit de uitlaat van een Euro VI-bus (het blauwe vlakje linksonder) komt nog maar een fractie van de lokaal vervuilende stoffen ten opzichte van een Euro III-bus.

Het aantal Euro VI-bussen is de laatste jaren sterk gegroeid ten koste van het EEV-aandeel. Dit nieuwe materieel is zeer schoon als het gaat om de lokale luchtkwaliteit (PM10 en NOx). Maar voor de CO2-reductie is de winst gering. Nieuw in 2018 is echter de instroom van 53 Euro VI groengasbussen. Vanwege de niet-fossiele CO2-uitstoot wordt dit als klimaatgunstig beschouwd. De verschuiving in de aandelen bussen per Euronorm is goed te zien in figuur 15. Hij toont de ontwikkeling tussen 2009 (links) en voorjaar 2018 (rechts). 



Milieuwaarde

Door bussen met een bepaalde milieuprestatie een waarde te geven kan op hoofdlijnen worden bepaald hoe ‘schoon’ een concessie is. Milieuwaarde bevat de componenten ‘invloed op schone lucht’ en ‘invloed op klimaat’. Er is voor gekozen beide even zwaar te wegen. Als voorbeeld Euro VI: bussen met deze milieunorm zijn extreem schoon, maar dragen nauwelijks iets bij aan verlichting van het klimaatprobleem. Bij groengas is het andersom. Omdat dit geen fossiele bron heeft, wordt deze categorie als klimaatneutraal beschouwd, maar er zijn wel lokale emissies, zij het minder dan bij dieselbussen (met name veel minder roet). Aan de hand van kengetallen uit het rapport STREAM Personenvervoer 2014 en de factsheets Brandstoffen voor het wegverkeer is een inschatting gemaakt van de milieuwaarde in termen van rapportcijfers.  



Door per ov-autoriteit het aantal bussen per categorie te vermenigvuldigen met de waardes in tabel 45, kan een gemiddelde milieuwaarde per bus worden berekend. Eind 2017 was de landelijke score 3,93. In 2018 is deze waarde verbeterd tot 4,26. In 2030 moet de milieuwaarde 10 zijn: de gehele vloot moet dan zero emissie zijn en gebruikmaken van groene stroom. Met de instroom van elektrische bussen – een ontwikkeling waarin Nederland voorop loopt in Europa – verbetert de milieuwaarde van het wagenpark in een rap tempo.



In tabel 46 staat de milieuwaarde van het wagenpark per ov-autoriteit in het voorjaar van de jaren 2014 tot en met 2016, en de stand eind december 2017 en 2018.

Gelderland heeft niet langer de meest schone en groene busvloot van Nederland. Die eer is in 2018 te beurt gevallen aan Limburg door de 40 ZE-bussen en 177 Euro VI-bussen. Flevoland komt nu op de derde plaats. Sterkste stijger is de Vervoerregio Amsterdam dankzij de 100 ZE-bussen die rondom Schiphol in gebruik werden genomen. Er is ook een daler, Zeeland. Dit houdt verband met het niet langer gebruikmaken van certificaten voor groengas. 

Op het schaalniveau van de concessies ziet de top-3 vanmilieuwaarde er als volgt uit: 

  1. 1. Voorne Putten en Rozenburg 7,5
  2. 2. Amstelland-Meerlanden 6,9
  3. 3. Arnhem Nijmegen 6,6
En onderaan staan logischerwijze binnenkort aflopende concessies met relatief oude bussen: Gooi en  Vechtstreek, Zaanstreek, Twente, Achterhoek Rivierenland en Bus Rotterdam e.o. Zij scoren niet hoger dan 2,8 tot 2,6.

Staat van het ov
Scroll naar boven