Samenvatting

Samenvatting over 2018

Achtergrond cijfers Staat van het ov

In de ‘Staat van het regionale openbaar vervoer 2018’ draait het voornamelijk om cijfers. Zij schetsen een kwantitatief beeld van het reilen en zeilen van het regionale openbaar vervoer in 2018. Dus van bus, tram, metro, regionale trein en ov-ferry. De cijfers komen vooral van de decentrale ov-autoriteiten en het in ontwikkeling zijnde OverOV-dashboard van DOVA (zie bijlage I). In enkele gevallen is gebruikgemaakt van cijfers van het Planbureau van de Leefomgeving en het Kennisinstituut Mobiliteit. CROW heeft zelf ook onderzoek verricht of laten verrichten. Er zijn verschillende gebeurtenissen die invloed hebben gehad op de cijfers van 2018. Het verhaal achter cijfers is immers vaak even belangrijk als de cijfers zelf. Hierover gaat het eerste deel van deze samenvatting. Verder in deze samenvatting een selectie van de meest opvallende cijfers.

Gebeurtenissen met invloed

 

Stakingen

2018 was geen doorsneejaar voor het regionale openbaar vervoer. De meerdaagse stakingen in het streekvervoer hebben logischerwijs effect gehad op de vervoerprestaties van de ov-bedrijven. De inzet van de stakingen was loonsverhoging, minder werkdruk en langere pauzes. De staking betrof zowel het streekvervoer als de regionale treindiensten. Het aantal stakingsdagen verschilde van gebied tot gebied. Er waren landelijke stakingen op 30 april, 1 mei en van 27 juni tot en met 1 juli. Daarnaast waren er regionaal stakingen op 8, 19, 26 en 31 mei en op 5, 7, 12 en 14 juni. Sommige delen van het land werden geconfronteerd met tien stakingsdagen, terwijl bijvoorbeeld de regionale treinen in het noorden slechts drie dagen niet reden. Op de Waddeneilanden (bussen) en op de veerdienst Vlissingen- Breskens is geen enkele dag gestaakt.


Ingebruikname/buitendienststelling

Behalve de stakingen zijn er nog enkele andere grotere gebeurtenissen waartegen de cijfers afgezet moeten worden. Zo was er op 22 juli de ingebruikneming van de Noord/Zuidlijn in Amsterdam. Deze ging vergezeld met een grote wijziging in het lokale en regionale ov-netwerk. Er trad direct een verschuiving op van tram en bus naar metro. Ook de buitendienststelling van station Zwolle heeft invloed gehad. In twee perioden van respectievelijk negen en zestien dagen was het station volledig buiten gebruik voor werkzaamheden. Deze waren ook nodig voor het regionale openbaar vervoer: sporen zijn aangepast, er is een extra perron voor de regionale treinen gebouwd en een busbrug aangelegd. Dit leidde tot een tijdelijke terugval in het gebruik van met name de regionale treinen.


Opening (bus)stations

Andere gebeurtenissen met invloed op reizigersstromen, looproutes en rijtijden zijn onder meer de openingen van de stations Waddinxveen Triangel, Eemshaven en Lansingerland-Zoetermeer, en de (her)opening van de busstations Utrecht Leidsche Rijn, Amsterdam Amstel, Utrecht centrumzijde, Joure en Drachten.


Cashloos betalen

In 2018 is cashloos betalen ingevoerd in bus en tram. In het grootste deel van het land kunnen alleen nog losse kaartjes worden gekocht via een pinbetaling, of bijvoorbeeld via een app. Het weren van betalingen met contant geld maakt het openbaar vervoer veiliger. Hoewel een causale relatie moeilijk is vast te stellen, zijn de rapportcijfers voor het veiligheidsgevoel in 2018 omhoog gegaan.

Opvallend in 2018


Nieuwe concessies

2018 was een druk jaar voor de concessies, de juridische basis voor de ov-exploitatie. Het dienstregelingjaar startte met vijf nieuwe concessies. Halverwege het jaar kwam daar een nieuwe concessie bij. En begin december, met de ingang van het nieuwe dienstregelingjaar 2019, nog eens drie. In de loop van het jaar zijn zeven concessies encontracten verlengd en vier gegund. Ten slotte werd bekend dat de concessie-indeling in de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland volledig op de schop gaat.


Toename aantal ov-lijnen

Het aantal ov-lijnen is in 2018 met 2,4% toegenomen tot 1908. Op die lijnen zijn 31,3 miljoen voertuigritten, 18,7 miljoen dienstregelinguren en 574,1 miljoen voertuigkilometers gepland. Voor een aantal aanbodindicatoren is nog geen tijdreeks, omdat ze dit jaar voor het eerst in de ‘Staat’ voorkomen. Maar voor de geplande dienstregelingkilometers zijn er wel oudere cijfers, uit 2009. Geconcludeerd kan worden dat het ov-aanbod stabiel is; er is in tien jaar tijd slechts een kleine daling van het aanbod te zien. Het geplande aanbod voor 2018 is niet volledig uitgevoerd. Uiteraard speelden de stakingen een rol (circa 1,7%) en daarnaast is er altijd een bepaalde mate van uitval van ritten, zo’n 0,1 à 0,2%.


Stijging ov-gebruik

Met het uitgevoerde aanbod maakten 960,1 miljoen instappers 6,5 miljard reizigerskilometers. Het ov-gebruik is tussen 2014 en 2018 flink gestegen, met 11,8% bij bus, tram en metro en met 30,3% bij de regionale trein, al is die laatste groei ook deels het gevolg van de toevoeging van drie lijnen (en het schrappen van een lijn). Voor de aantallen instappers gelden ongeveer dezelfde percentages. Gemiddeld legden reizigers in 2018 10 kilometer af per rit en was de gemiddelde bezetting van de voertuigen 11,6 reizigers.


Afname aantal haltes

Het aantal haltes is met 2,6% afgenomen. Toch woont 92,4% van de Nederlandse bevolking (cijfer 2017) binnen het bereik van een ov-halte of -station. Dat is ongeveer hetzelfde percentage als twee jaar eerder, toen ook de balans werd opgemaakt.


Flexsystemen

Naast vaste ov-lijnen, waar het bovenstaande betrekking op heeft, is er ook een diversiteit aan flexsystemen. De verhouding qua aantallen voertuigritten tussen ‘vast’ en ‘flex’ is ongeveer 50 op 1. De meeste flexritten zijn echter formeel geen openbaar vervoer omdat er geen sprake is van een dienstregeling.


Toename aantal zero-emissiebussen

In 2018 trok de flinke toename van het aantal zero-emissiebussen de aandacht, ook internationaal. Hun aantal groeide van 164 naar 360 op een totaal van 5208 ov-bussen. Vooral in het oog springend was de ingebruikneming in april van 100 gelede zero-emissiebussen op lijnen rond Schiphol. Overigens kan voor 2019 wederom een verdubbeling worden bijgeschreven.


CO2-footprint

De CO2-footprint van reizigers bedroeg 69,2 gram per reizigerskilometer ‘well-to-wheel’. Dat is minder dan de helft van die van reizigers per auto. In totaal gaat het om 448.200 ton CO2 in 2018. Met de snelle toename van zero-emissiematerieel en gebruik van niet-fossiele brandstof, neemt het tonnage de komende jaren snel af.


Reizigerswaardering

Reizigers waarderen hun ov-ritten gemiddeld met hoge cijfers, een 7,7 is het rapportcijfer voor het gehele regionale openbaar vervoer. Niettemin zijn er ook 90.000 klachten ingediend bij de vervoerbedrijven; dat betekent dat 1 op 10.000 ov-ritten een klacht oplevert. Vaak gaan deze over punctualiteit, rituitval, houding personeel en rijstijl.


Regionale verschillen

Er zijn grote verschillen over het land als het gaat om de omvang van het regionale openbaar vervoer. De twee stadsgewesten spannen de kroon. Een groot deel van het openbaar vervoer speelt zich daar af. Dit valt vast te stellen uit tabel 1. De Vervoerregio Amsterdam genereert met 8% van alle ov-lijnen van ons land 20% van alle voertuigritten, 14% van alle dienstregelingkilometers, 32% van alle instappers en 22% van alle reizigerskilometers. Voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) geldt ongeveer hetzelfde: op 9% van de lijnen in het land wordt 15% van de voertuigritten en 12% van de landelijke dienstregelingkilometers gereden. Daarmee wordt 30% van alle instappers verwerkt en 21% van alle reizigerskilometers.

Staat van het ov
Scroll naar boven