Sociale veiligheid

Sociale veiligheid in 2018

Algemeen

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de aantallen feitelijke incidenten rond sociale veiligheid (objectieve  informatie) en van het gevoel dat reizigers en het personeel hebben over hun sociale veiligheid in en rond het openbaar vervoer (subjectieve informatie). 2018 was voor de sociale veiligheid een bijzonder jaar omdat in een groot deel van het regionale openbaar vervoer het cashloos betalen is ingevoerd. Alleen in de voertuigen van Qbuzz in Groningen Drenthe, bij de RET en de ferry’s was het in 2018 nog mogelijk contant te betalen. Aangenomen mag worden dat dit het veiligheidsgevoel bij het personeel heeft vergroot. In de personeelsmonitor 2019 zal blijken hoe groot het effect is. 







Incidenten streekvervoer

Voor het regionale openbaar vervoer hebben vervoerders, ov-autoriteiten en het ministerie van Infrastructuur en Milieu afspraken gemaakt om incidenten eenduidig volgens de zogeheten ABC-methodiek³ te registreren. Het doel van de vervoerbedrijven om dit te doen is inzicht krijgen in ontwikkelingen en bijzonderheden. Na analyse en duiding kan daar vervolgens, samen met de politie, tijdig op worden ingespeeld met preventieve maatregelen. Verschillende ov-autoriteiten rapporteren deze aantallen incidenten in hun jaarlijkse trendrapporten. Voor de andere ov-autoriteiten zijn de incidentencijfers uit het Trias-bestand geëxporteerd. Een aantal concessies van de MRDH is niet aangesloten bij TRIAS (landelijk registratiepunt voor meldingen van incidenten) waarop deze cijfers zijn gebaseerd, maar maken gebruik van een eigen registratiesysteem.

Omdat deze informatie niet apart is opgevraagd, wordt voor 2018 de MRDH wat betreft de incidenten niet in de tellingen vermeld. Daarom is besloten voor de registratie de MRDH buiten beschouwing te houden. Voorts zijn ook de incidenten in Ter Apel niet in onderstaande tabellen meegenomen.⁴ Dat geldt ook voor de categorie ‘overig’ (incidenten die niet toegekend konden worden aan een ov-autoriteit). De totalen zijn dus niet compleet. Bovendien moet bedacht worden dat de aantallen niet alles zeggen; ook de registratiebereidheid speelt mee. Zie ook de indeling in subcategorieën in bijlage III.

Onder de ‘A-incidenten’ vallen de strafrecht en APV-incidenten⁵. Onder andere ‘spugen’ en ‘bedreiging personeel’ vallen onder deze categorie. Voor het jaar 2018 geeft het overzicht per ov-autoriteit het aantal incidenten weer. 

De meest geregistreerde incidenten komen voor bij de ‘B-incidenten’. Deze incidenten zijn gerelateerd aan de Wet personenvervoer 2000. Voorbeelden hiervan zijn ‘Misbruik voorzieningen (waarbij aanwijzingen personeel niet worden opgevolgd)’ en ‘Optreden bij betalingsproblemen’. Hieronder de uitsplitsing per ov-autoriteit.

‘Categorie C’-incidenten zijn incidenten met betrekking tot het ‘Besluit personenvervoer en huisregels’.  Verontreiniging en vernieling kenmerken deze categorie. In tabel 30 de geregistreerde C-incidenten van 2018.

3) Bron: Integraal Actieprogramma Sociale veiligheid; zie bijlage I voor een toelichting.

4) Het aantal incidenten in Groningen Drenthe, inclusief de speciale problematiek bij het aanmeldcentrum voor asielzoekers Ter Apel (lijn 73), is voor de categorieën A, B en C respectievelijk 244, 1096 en 64. In 2019 is als proef een speciale pendelbus ingezet. Er zijn sindsdien op lijn 73 veel minder incidenten geweest.

5) APV staat voor algemene plaatselijke verordening.



Incidenten regionale treindiensten

In tabel 31 staan de cijfers voor de regionale treindiensten. Ook hier gaat het voor het grootste deel om B- incidenten. De incidenten per regel hebben meestal betrekking op meerdere treindiensten. Zo bestaat de concessie over de treindiensten in Groningen en Drenthe uit zeven lijnen en de treindiensten in Achterhoek Rivierenland en Limburg beide uit vier treindiensten.



Rapportcijfers reizigers

Naast de geregistreerde gemelde incidenten zijn er ook subjectieve cijfers bekend. Zowel betrekking hebbend  op het personeel, als op de reizigers. Eerst de reizigers. Elk jaar worden reizigers in de OV-Klantenbarometer gevraagd naar hun beleving van de sociale veiligheid. Tabel 32 toont de ontwikkeling van het oordeel over de drie aspecten van sociale veiligheid: algemeen, tijdens de rit en op de halte. De waardering voor de drie aspecten is bij alle vervoerwijzen met uitzondering van de ferry verder gestegen, en dat terwijl de veiligheidsbeleving al hoog was. De veiligheid tijdens de rit krijgt door de jaren heen het hoogste waarderingscijfer.

Het zijn hoge cijfers vergeleken met andere onderwerpen in de OV-Klantenbarometer. Reizigers voelen zich kennelijk prettig in de voer- en vaartuigen en op de haltes. Met een nog altijd hoge 7,7 is het oordeel over de algemene veiligheid het laagst bij de metro en met een 8,7 het hoogst bij de ferry.



Rapportcijfers personeel

Eens per twee jaar wordt onder het personeel van de openbaarvervoerbedrijven in het stads- en streekvervoer (18.000 werknemers) een enquête gehouden over hun gevoel van sociale veiligheid. De cijfers in tabel 34 komen uit de tweejaarlijkse personeelsmonitor⁶, een onderzoek dat binnen alle openbaarvervoerbedrijven gehouden wordt. Begin 2019 is een enquête uitgezet om het oordeel van het ov-personeel over het jaar 2018 in kaart te brengen. Alleen de cijfers over bus, tram en metro zijn meegenomen in dit hoofdstuk. Gemiddeld genomen geeft het personeel in het streekvervoer een 6,9 voor de algemene sociale veiligheid in 2018.

6) Bron: Personeelsmonitor



Van het totaal aantal geënquêteerde medewerkers (6.800) voelt 58 procent zich (zeer) veilig in het Nederlandse openbaar vervoer. Dit zijn landelijke cijfers. In dit getal is ook de regionale en landelijke trein meegenomen.



Uitgesplitst over de bus, tram en metro geeft dat de cijfers uit tabel 36. Bedenk hierbij dat de omvang van het buspersoneel veel groter is dan dat van tram en metro.

Staat van het ov
Scroll naar boven