Instappers

Instappers in 2018

Algemeen

Net als voor de reizigerskilometers, hebben de stakingen in het streekvervoer (zie samenvatting) in 2018 ook invloed gehad op het aantal instappers. Toch kan er een groei worden genoteerd van 1,1% voor al het openbaar vervoer onder de vlag van provincies en vervoerregio’s. In totaal gaat het om 960,3 miljoen instappers in 2018, tegen 949,5 miljoen een jaar eerder.

Als net als bij de reizigerskilometers rekening wordt gehouden met de niet-gemeten reizigers (buiten werking zijnde of afwezige OV-chipkaartapparatuur) kan worden uitgegaan van een kleine 1 miljard instappers. Ter  vergelijking: NS kende in 2018 ongeveer 410 miljoen ‘reizen’, waarbij in een reis uit meer overstappen kan bestaan. Het gaat dus bij een reis om de verplaatsing tussen de incheck en de uitcheck binnen het NS-domein.



De cijfers voor 2018 in tabel 22 zijn niet gecorrigeerd voor het stakingseffect; het zijn de feitelijke resultaten.

Bus, tram, metro en ferry

Het aantal instappers in bus, tram, metro en ferry in 2018 bedraagt 909 miljoen. Dat zijn er 2,52 miljoen  gemiddeld per dag. Dat betekent dat er ondanks de stakingsdagen een groei van het aantal instappers te noteren valt van 1,2%. Dit is opvallend omdat er juist sprake was van een lichte daling bij de  reizigerskilometers. Bij een vergelijking van reizigerskilometers met instappers, valt op dat de gemiddelde ritlengte van reizigers in 2018 korter is dan in 2017. Een exponent hiervan is de concessie Almere. Hoewel het aantal reizigerskilometers in deze concessie met 10% daalde, groeide het aantal reizigers met 2,6%. De verklaring schuilt in de volledig nieuwe opzet van het stadsnet. Reizigers reizen minder om; daarvoor moeten ze overigens soms wel een keer overstappen.

Invloed stakingen

De landelijke groei bij bus, tram, metro en ferry zou uiteraard hoger zijn uitgevallen als er geen stakingen zouden zijn geweest. Bij een correctie van de 909 miljoen instappers met de dagen die niet zijn gewerkt, zou er zijn uitgekomen op 922 miljoen instappers, wat een groei met 2,7% inhoudt ten opzichte van 2017.

Dominantie grote steden

Bij het aantal instappers is heel duidelijk de dominantie van de grote steden te zien bij de modaliteiten bus, tram, metro en ferry. Alleen al het stadsvervoer in Amsterdam verwerkt met 252,2 miljoen instappers 28% van alle instappers landelijk voor bus, tram, metro en ferry. Het stadsvervoer in Rotterdam verwerkt 19% (172,3 miljoen instappers) en dat in Den Haag 12% (99,7 miljoen). De vervoerbedrijven in de drie grote steden verwerken dus bijna 60% van alle instappers landelijk. Deze verdeling blijkt uiteraard ook uit de verdeling per ov-autoriteit. Een derde van alle instappers reist in de Vervoerregio Amsterdam (33%) en ook bijna een derde in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (32%). Het laatste derde deel verdeelt zich over de twaalf  provinciale ov-autoriteiten. Als ook de instappers bij de regionale treindiensten worden meegenomen  veranderen de aandelen nauwelijks: respectievelijk 32 en 30% van alle instappers in het regionale openbaar vervoer. 

Groei op niveau van concessies

Op het schaalniveau van de concessies springt, net als bij de reizigerskilometers, de groei van de metro Amsterdam er bovenuit. Als gevolg van de opening van de Noord/Zuidlijn en aanpassingen in het overige lijnennet in het stadsvervoer en in Waterland, zijn er in 2018 22,5% meer instappers in de metro. De Amsterdamse tram (-3,9%) en bus (-2,0%) leveren zoals te verwachten wat in. Opvallend is Waterland. Tegenover een verlies van 9% aan reizigerskilometers, hoeft de concessie slechts 2% aan instappers in te leveren. Dit heeft alles te maken met het aantakken van buslijnen op de nieuwe metrolijn.

Concessies die er procentueel veel instappers bij krijgen zijn:

  • veerdienst Rotterdam–Dordrecht en Drechtsteden
  • (9,8%);
  • busvervoer Waddeneilanden (6,3%);
  • veerdienst Vlissingen–Breskens (5,6%);
  • metro Rotterdam (3,3%);
  • Haarlem/IJmond (3,2%);
  • busvervoer Almere (2,6%);
  • de bus van de concessie Tram & Bus Utrecht (2,4%).

Dit alles zonder correctie voor de stakingsdagen.

Een dalend aantal instappers zijn te constateren voor de concessies:

  • Noord-Holland Noord (-8,8%);
  • Voorne-Putten en Rozenburg (-7,4%);
  • Gooi en Vechtstreek (-4,7%);
  • IJsselmond Flevoland (-4,6%);
  • Veluwe (-4,3%);
  • Arnhem Nijmegen (-4,4%).

In al deze gevallen is 2,3 procentpunt te wijten aan het stakingseffect. De feitelijke daling op dagbasis is dus kleiner dan de cijfers suggereren.



Opmerking: enkele cijfers voor 2017 zijn met terugwerkende kracht op basis van nieuwe inzichten iets aangepast ten opzichte van die in de ‘Staat van het regionale openbaar vervoer 2017’.

Regionale treinen

Het aantal instappers in de regionale treinen is in 2018 met 0,7% gedaald. Het gaat om een totaal aantal van 51,7 miljoen instappers ten opzichte van 52,1 miljoen in 2017. Deze daling is geheel te wijten aan de opheffing van de Hoekse Lijn op 1 april 2017 en aan de stakingen. Net als in het hoofdstuk over de reizigerskilometers is het zuiverder zonder de Hoekse Lijn te rekenen. Zonder de Hoekse Lijn zijn er in 2017 51,0 miljoen instappers. Vergeleken met de genoemde 51,7 miljoen van 2018 is er dan sprake van een groei met 1,5%. 

Invloed stakingen

Het is interessant na te gaan hoe de cijfers eruit zouden hebben gezien als er geen stakingen zouden zijn geweest. Het aantal instappers zou dan 52,8 miljoen zijn geweest. Vergeleken met de instappers in 2017 zonder Hoekse Lijn (51 miljoen), is er sprake van een groei met 3,7% voor de regionale treindiensten. Dit cijfer geeft het zuiverste beeld van de trend.

Groei op niveau van lijnen

Kijkend naar de verschillende lijnen valt de flinke groei op van de treindiensten Zutphen–Winterwijk (17%), Alphen aan den Rijn–Gouda (15%) en Zwolle–Kampen (10%). In aantallen instappers gerekend zijn Zwolle–Enschede (6,3 miljoen instappers), Nijmegen–Roermond (5,5) en Arnhem–Winterswijk (4,0) de meest gebruikte lijnen. 

Staat van het ov
Scroll naar boven