Instappers

Instappers in 2017

Landelijke cijfers


Bus, tram, metro en ferry

In 2017 is het gebruik van bus, tram, metro en ov over water, gemeten in aantallen instappers, met 3,5% gestegen ten opzichte van 2016. Het betreft in 2017 bijna 900 miljoen instappers. Dus gemiddeld 2,46 miljoen per dag. Zoals mocht worden verwacht zijn de meeste instappers te vinden in de grote steden. Alleen al GVB heeft een aandeel van 27% van de instappers (241 miljoen). RET volgt met 19% (170 miljoen) en HTM met ruim 12% (109 miljoen). Deze scheve verdeling blijkt uiteraard ook als we kijken naar de verdeling per ov-autoriteit. Een derde van alle instappers reist in de Vervoerregio Amsterdam en ook bijna een derde in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Het laatste derde deel verdeelt zich over de twaalf provinciale ov-autoriteiten. 


Regionale treindiensten

Ook het aantal instappers in de regionale treinen is in 2017 gestegen, en wel met 6,5%. Het gaat om een totaal aantal van 51,8 miljoen instappers. Maar bedacht moet worden dat er verschillende veranderingen in de vervoerdiensten zijn geweest. Er zijn twee treindiensten in Limburg bij gekomen, een derde is qua lijnvoering veranderd, de Hoekse lijn reed op 31 maart 2017 voor het laatst en de zware verbinding Zwolle–Oldenzaal–Enschede kreeg er tussen Hengelo en Enschede reizigers bij omdat de NS-sprinter Apeldoorn–Enschede buiten de spits is ingekort tot Oldenzaal. Als we deze treindiensten buiten de berekening houden bedraagt de landelijke groei 6,3%. 


Totaal

Totaal gaat het dus om ongeveer 950 miljoen instappers. Als we net als bij de reizigerskilometers rekening houden met de niet gemeten reizigers (buiten werking zijnde of afwezige OV-chipkaartapparatuur) kunnen we uitgaan van een kleine 1 miljard instappers. Ter vergelijking, NS kende in 2017 ongeveer 0,4 miljard instappers.

Cijfers per ov-autoriteit


Bus, tram, metro en ferry

De sterkste groei bij bus, tram, metro en ferry deed zich voor in Groningen Drenthe en in Overijssel (zie bovenstaande tabel). De enige daling is te zien in Limburg, maar deze is het gevolg van een trendbreuk na de concessiewissel van eind 2016. De concessie is grotendeels nieuw opgezet, waarbij de dunst bezette lijnen zijn vervangen door een vraagafhankelijk systeem. Tevens zijn de berekeningen voor de oudere jaren gecorrigeerd aan de hand van nieuwe inzichten over vooral het aandeel ‘papieren’ kaartjes en de ophoogfactor die daarvoor moet worden gehanteerd. Verder is ook in 2017 nog gereisd op ‘papieren’ kaartsoorten, met een andere berekeningsmethode voor instappers en reizigerskilometers dan in de periode t/m 2016. 

Regionale treindiensten

De sterke mutaties in 2017 in MRDH en Limburg zijn geheel te verklaren uit respectievelijk de opheffing van de Hoekse lijn en de toevoeging van twee regionale lijnen in Limburg (zie bovenstaande tabel). De Limburgse cijfers voor 2014-2016 zijn aangepast door een correctie op de ophoogfactor voor instappers die reisden met ‘papieren’ kaartsoorten. Dit leidde tot lagere cijfers. De sterke groei in Overijssel in 2015 is het gevolg van de
toevoeging van de treindienst Zwolle–Enschede. Diezelfde treindienst Zwolle–Enschede is met 5,9 miljoen instappers de meest gebruikte regionale treindienst. Nijmegen–Roermond volgt met 5,3 miljoen niet ver daar achter. Almelo–Mariënberg–Hardenberg heeft de minste instappers: 424.000.


Verantwoording

De cijfers per ov-autoriteit zijn opgebouwd uit de gegevens per concessie. Deze zijn verkregen via een inventarisatieronde bij ov-autoriteiten. De cijfers zijn gecrosscheckt met opgevraagde OV-chipkaartgegevens van LPR (Landelijk Product Regisseur). Vanwege een meetbreuk waren de instapcijfers voor Noord-Holland niet beschikbaar. Daarom is voor de drie concessies in deze provincies uitgegaan van de data van LPR voor OV-chipkaart, waarna deze zijn opgehoogd met dezelfde percentages ritten met papieren kaartjes als welke voor 2016 waren gebruikt. 

Staat van het ov
Scroll naar boven