Voertuigritten

Voertuigritten in 2018

Naast het aantal lijnen, de dienstregelinguren en -kilometers en het aantal voertuigen, zegt ook het aantal geplande voertuigritten iets over het aanbod van openbaar vervoer. Deze indicator zit tussen lijnen en geplande dienstregelingkilometers in. Zoals bij elke indicator, valt ook op deze wel iets af te dingen. Niettemin geeft hij enig inzicht in de spreiding van openbaar vervoer over het land en over de verhouding met het aantal voertuigritten op het hoofdrailnet. Een livebeeld van de uitvoering van de voertuigritten staat op www.ovradar.nl.



Bus, tram, metro en ferry

In tabel 14 staat het aantal voertuigritten voor bus, tram, metro en ferry. De gegevens komen uit het OverOV-dashboard van DOVA (zie bijlage I). Ook is een relatie gelegd met het aantal lijnen per concessie. Hieruit blijkt dat de concessieZeeland en de veerdienst Hoek van Holland–Maasvlakte per lijn het laagste aantal ritten heeft. Stadsvervoer Amsterdam en Rail Haaglanden hebben de meeste ritten per lijn. Onder de categorie ‘Overig’ vallen lijnen die niet automatisch toebedeeld konden worden. Dit speelt bijvoorbeeld bij lijnen die onderdeel zijn van twee concessies. Uit tabel 14 blijkt dat er, exclusief regionale treindiensten, jaarlijks 31,3 miljoen voertuigritten zijn ingepland. Ter vergelijking: NS verwerkt jaarlijks 1,6 miljoen ritten.



Per ov-autoriteit

In tabel 15 zijn de geplande vraagafhankelijke ritten van de Opstapper in Fryslân en de OV-shuttle in Limburg niet meegerekend. Het geplande aanbod van deze twee flexsystemen met ov-taxi’s vertekent het ‘echte’ concessieaanbod. Zo wordt bijvoorbeeld maar 1 procent van de in de dienstregeling opgenomen Opstapper- en OV-shuttleritten daadwerkelijk gereden. In de tabel staan dus alleen de ‘vaste’ ov-ritten. Ritten die feitelijk volgens dienstregeling uitgevoerd moeten worden. De vervoerregio’s Amsterdam en MRDH hebben het grootste aandeel in de geplande ritten. In de Vervoerregio Amsterdam wordt 19,8% van de ritten afgewikkeld. MRDH zit daar met 15,5% niet ver achter. Daarna volgen Noord-Brabant en Gelderland met respectievelijk 10,3% en 9,8%. In Zeeland (1,5%), Fryslân (2,9%) en Flevoland, inclusief IJsselmond (4,3%) worden de minste ritten aangeboden. Het is duidelijk dat het merendeel van de voertuigritten in de Randstad plaatsvindt. Maar de verdeling over het land is niet zo ‘scheef’ als bijvoorbeeld bij de aantallen instappers. Zo heeft de Vervoerregio Amsterdam een aandeel van bijna 20% van alle voertuigritten, terwijl hier 31,7% van het aantal instappers wordt verwerkt. Voor bijvoorbeeld Noord-Holland is het andersom: met 5,2% van de ritten wordt 2,2% van de instappers verwerkt.



Flexsystemen

Behalve Opstapper en OV-shuttle zijn er nog veel meer vormen van flexvervoer. Het aantal gerealiseerde voertuigritten blijkt (nog) relatief gering te zijn, zo’n 600.000 voertuigritten. Dit cijfer geeft een gevoel van verhoudingen ten opzichte van het aantal voertuigritten op vaste lijnen: ongeveer 98 procent van de voertuigritten betreft vaste ov-ritten met dienstregeling en 2 procent is flexvervoer. Deze verhouding wordt natuurlijk nog veel schever als niet wordt gekeken naar voertuigritten, maar naar aantallen instappers en reizigerskilometers. De bezettingsgraad van lijnen van het vaste ov-net is immers veel hoger dan die vanritten met de flexsystemen. Zie ook het onderdeel over flexsystemen. Als flexvervoer geen dienstregeling heeft, valt dat feitelijk niet onder de wettelijke definitie van openbaar vervoer, maar duidelijk is dat flexsystemen een belangrijke, maar in omvang nog bescheiden aanvulling vormen op het vaste net.

Staat van het ov
Scroll naar boven