Ov-lijnen en flexsystemen

Ov-lijnen en flexsystemen in 2017

Een van de indicatoren voor het aanbod aan openbaar vervoer is de omvang van het lijnennet in  termen van aantal ov-lijnen. De indicator geeft – in tegenstelling tot bijvoorbeeld voertuigkilometers en ritten – geen absoluut beeld van het aanbod, omdat lijnen bijvoorbeeld samengevoegd of gesplitst kunnen worden, zonder dat dit consequenties is. Daarom is het accent gelegd op de veranderingen in de functie die lijnen hebben en op de relatie met het (groeiend) flexvervoer. De wijzigingen spelen vooral bij het busvervoer; bij railvervoer zijn de mutaties zeer beperkt. Eind 2017 waren er 1.880 ov-lijnen in het regionale openbaar vervoer (bus, tram, metro, ferry en regionale trein). Dit aantal is nagenoeg hetzelfde als in 2016.  Dit zou vermoeden dat er weinig dynamiek is geweest. Maar die is niet het geval: er is een fors aantal verschuivingen te constateren wat betreft functie van lijnen.

Vooral valt de daling op van het aantal streeklijnen (-14%) en het aantal stadslijnen (-7%). Een deel van de daling van de streeklijnen wordt gecompenseerd door een stijging van de kwaliteitslijnen, zoals Rnet- en Qlinerlijnen. Een ander deel komt terug als scholieren- en spitsbuslijnen. Zo wordt beter ingespeeld op de vervoersvraag en wordt voorkomen dat er een deel van de dag vooral lege bussen rijden. Verder zijn er ook slecht renderende streeklijnen vervangen door buurtbuslijnen. De categorie ‘Overig’ groeit van 28 naar 46. Hieronder vallen 13 carnavallijnen, 12 zomerlijnen, 9 voetballijnen en 6 lijnen naar themaparken.

De belangrijkste veranderingen in 2017 vinden plaats bij concessiewisselingen. Zo daalt in Zuidoost-Fryslân het aantal lijnen met 16, in Zuidoost-Brabant met 11 en in Limburg met 30 lijnen. Los van concessiewisselingen zijn er ook in de concessie Groningen Drenthe lijnen vervallen (13), maar daar staat tegenover dat er 16 lijnen bijkomen in de concessies voor het Kleinschalig openbaar vervoer (KLOV). Een stijging van het aantal lijnen valt te constateren in de concessie Provincie Utrecht (onder meer 7 nieuwe buurtbuslijnen), rond Rotterdam (8 treinvervangende buslijnen) en West-Brabant (10 extra spits- en schoolbussen, 9 carnavalsbuslijnen een nieuwe Volanslijn).

Verantwoording
Een lijndienst is een volgens de dienstregeling aangeboden mogelijkheid van vervoer volgens een vastgestelde route. Ondanks deze heldere definitie moet goed worden vastgesteld wat er nog net wel moet worden meegeteld en wat niet meer. Als wordt uitgegaan van alle unieke lijnnummers die er per maand of jaar en per
concessie of ov-autoriteiten zijn gebruikt kan een scheef beeld ontstaan.
Niet meegeteld zijn:
  • De lijnen die slechts enkele ritten per jaar kennen. Een voorbeeld zijn de 15 Vrijmarktbuslijnen in Utrecht;
  • De belbuslijnen die in de avonduren of op zondag een vaste lijndienst vervangen onder een ander lijnnummer; wij beschouwen zo’n lijn als dezelfde lijn.
  • De ruim 400 taxibuslijnen die voornamelijk ‘virtueel’ zijn. Bedoeld zijn de taxi’s die kunnen worden ingezet vanuit een dorp zonder regulier ov naar een vastgestelde ov-halte in een andere kern. Deze hebben elk een eigen lijnnummer. Omdat het voornamelijk om weinig gebruikte lijnen gaat, nemen we deze taxilijnen niet mee.
  • Wat betreft het onderbrengen van bepaalde lijnen in een functiecategorie is ervoor gekozen om streeklijnen met een HOV-karakter op te nemen onder ‘kwaliteitslijnen’. Bij de belbussen is gekeken of het een zelfstandige belbuslijn betreft of een vervanging van een reguliere lijnbus.
Bron voor de berekening waren de gedetailleerde Wiki-pagina’s over de ov-concessies.
 

Staat van het ov
Scroll naar boven