Materieel en milieuprestatie

Trends op gebied van milieuprestaties

Algemene trends

Sinds 2009 houdt CROW-KpVV de ontwikkelingen bij van de milieuprestatie van ov-bussen. Ongeveer 53 procent van de bussen die in 2009 werden ingezet vielen toen onder de categorieën Euro III of Euro II. De ov-bussenvloot is sindsdien heel veel schoner geworden. De Euro II- en III-bussen zijn nagenoeg verdwenen. EEV en Euro VI zijn de norm in 2017 en de transitie naar zero-emissiebussen is begonnen.

De verschillen in de Euronormen zijn goed te zien in het bovenstaande figuur. In de figuur staat tussen haakjes het jaar wanneer de desbetreffende Euronorm verplicht werd voor nieuwe bussen. Uit de uitlaat van een Euro VI-bus (het blauwe vlakje linksonder) komt nog maar een fractie van de lokaal vervuilende stoffen ten opzichte van een Euro III-bus. 

De verschuiving in de aandelen bussen per Euronorm is goed te zien in onderstaande figuur. Hij verbeeldt de ontwikkeling tussen 2009 (links) en voorjaar 2017 (rechts).

Naar steeds schonere concessies

Door bussen met een bepaalde milieunorm of andere kenmerken, zoals hybride of gas een waarde te geven kunnen we op hoofdlijnen bepalen hoe ‘schoon’ een concessie is. Daartoe zijn voor de uitstoot van PM10, NOx en CO2 de kengetallen uit het rapport STREAM en de factsheets Brandstoffen wegverkeer vertaald naar rapportcijfers. Aanvullend hebben ook hybride-voertuigen, aardgas- en groengasbussen een kwaliteitscijfer gekregen.

Door per ov-autoriteit het aantal bussen per categorie te vermenigvuldigen met bovenstaande waardes kan een gemiddelde milieuscore per bus worden berekend. Eind 2016 was de landelijke score 3,69[1]. In 2017 is deze waarde verbeterd tot 3,93. In 2030 moet de milieuwaarde 10 zijn: de gehele vloot moet dan zero emissie zijn en gebruik maken van groene stroom. Met de instroom van elektrische bussen – een ontwikkeling waarin Nederland voorop loopt in Europa – verbetert de milieuwaarde van het wagenpark in een rap tempo.

 
[1] Cijfer wijkt iets af van de publicatie over 2016 (3,66). Er is nu categorie groene stroom toegevoegd.

Groene vloot in Gelderland

Onderstaande tabel presenteert de duurzaamheidsscores per ov-autoriteit in het voorjaar van de jaren 2014 tot en met 2017, en de stand eind december 2017.

Gelderland heeft de meest schone en groene busvloot. Dit is vooral te danken aan de bussamenstelling van de concessie Arnhem Nijmegen. Deze concessie heeft dankzij de trolleybussen op groene stroom en 210 groengasbussen een milieuwaarde van 6,83. De vergroening gaat over het algemeen schoksgewijs. Na de start van een nieuwe concessie stromen er meestal veel nieuwe schone bussen in. Zo is de verwachting dat de concessies die in 2017 nog onderaan in de ranking van de milieuwaarde staan, in 2018 bovenaan komen te staan. 

 

CO2-emissie

Sinds 2009 worden in de aanbestedingen van ov-concessies eisen gesteld over de reductie van de CO2-uitstoot (en ook lokale emissies). De eerste concessies met CO2-eisen waren Veluwe, Achterhoek Rivierenland en Zaanstreek. Gelderland stelde toen eisen aan het jaarlijkse totale tonnage CO2, en de toenmalige Stadsregio Amsterdam limiteerde het maximale aantal gram CO2 per kilometer aan de uitlaat. In Gelderland was het reductiebeleid zeer succesvol dankzij de inzet van kleiner materieel en de toepassing van een slimme brandstofmix. In beide Gelderse concessies halveerde de uitstoot. In 2010 volgde de Stadsregio Arnhem Nijmegen met aanvankelijk 75 groengasbussen (nu 210). Die zijn door het kortcyclisch karakter van groengas te beschouwen als CO2-vrij. Maar het is geen zero emissie, omdat wel lokale emissies vrijkomen (PM10, NOx etc.).
 
Sinds 2010 wordt er in elke aanbesteding van een ov-concessie wel aandacht besteed aan duurzaamheid. Zij het dat de nadruk verschilt. Over het algemeen kan gesteld worden dat naarmate er meer punten zijn te verdienen de uitkomst succesvoller is. Recentelijk zien we in ov-aanbestedingen vaak een eis voor ZE-bussen voor stadslijnen (of andere lijnen van korte afstand) en een wens van verdere CO2-reductie, waarbij ook punten zijn te verdienen met het oog op de gunning.
 
De toegenomen aandacht is direct verbonden aan de doelstellingen van het Bestuursakkoord Zero Emissie Regionaal Openbaar Vervoer Per Bus van 22 maart 2016. De ondertekenaars van het akkoord – Rijk, provincies en vervoerregio’s – zijn overeengekomen om in 2030 het regionale busvervoer volledig emissievrij bij de uitlaat te hebben. En uiterlijk 2025 moeten alle nieuw instromende ov-bussen emissievrij aan de uitlaat (tank-to-wheel).

Verantwoording en toelichting

Sinds 2009 houdt CROW-KpVV bij wat de milieuprestatie is van de Nederlandse ov-bussen. Jaarlijks wordt de ov-autoriteiten gevraagd om het actuele wagenpark. Hierbij wordt per concessie bijgehouden hoeveel bussen er per Euronorm worden ingezet. Deze Euronormen hebben betrekking op emissies van voertuigen die de lokale luchtkwaliteit beïnvloeden, zoals stikstofoxides en fijnstof. In 1992 voerde de Europese Gemeenschap de Euro I-norm in. De EU scherpte deze uitstootnormen geregeld aan. Sinds begin 2014 geldt de Euro VI-norm voor nieuw verkochte voertuigen. De EEV-norm (Enhanced Environmentally friendly Vehicles) is een vrijwillige norm van de voertuigindustrie, tussen Euro V en VI in.

Euronormen gaan niet over de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 en CH4. Daarom kijken we in aanvulling op de Euronormen ook naar zero emissie en is een categorie ‘elektrisch’ opgenomen.
 
Bronnen​
CROW, posters Milieuprestatie ov-bussen en CE Delft, STREAM

Staat van het ov
Scroll naar boven