Flexsystemen

Flexsystemen 2018

Het ‘traditionele’ lijn-gebonden openbaar vervoer maakt ontwikkelingen door. Waar traditionele ov-lijnen niet meer haalbaar zijn of niet mogelijk zijn, worden deze soms vervangen door flexibele, vraaggerichte mobiliteitsinitiatieven. Deze ontwikkeling is vaak onvermijdelijk vanwege de kostendekking. Het resultaat van deze verandering is dat het aanbod beter aansluit bij de omvang en het gebruik. Al zal er zeker een beperkte groep reizigers zijn waarbij de nieuwe vorm van vervoer niet past. Een tweede ontwikkeling is dat vervoerbedrijven de grootte van hun voertuigen steeds beter aanpassen aan het verwachte aantal reizigers. Vaak door kleiner materieel in te zetten waar dat passend is. Maar soms ook door langer en hoger materieel in te zetten als er sprake is van een grote vervoerbehoefte. Overigens zijn flexsystemen niet louter vervangers van vaste ov-lijnen. Denk aan de Regiotaxi en de Zonetaxi als aanvulling op de vaste ov-lijnen. Flexsystemen vallen lang niet altijd binnen de definitie van openbaar vervoer (zie kader). Voor reizigers in landelijke gebieden, kleine steden en krimpgebieden zijn dit wel belangrijke vervoermiddelen.

Vormen van flexvervoer

Flexsystemen zijn in verschillende vormen beschikbaar, met elk hun eigen kenmerken en voorwaarden: met of zonder dienstregeling; binnen of buiten de concessie; gereden door professionals of door vrijwilligers; indien professionals: gereden door de concessiehouder of door onderaannemers; lijn-gebonden of kriskras; en bij kriskras kan het gaan om halte-halte, deur-halte of deur-deur; bedoeld voor iedereen of uitsluitend voor een (oudere) doelgroep.

De belangrijkste categorieën van flexvervoer anno 2018 zijn:

1. Opgenomen in de concessie, met dienstregeling, maar uitbesteed aan onderaannemers.

Deze vormen vanflexvervoer zijn ter vervanging van traditionele ov-lijnen, aansluitend in de avonduren of rijden aanvullend in de haarvaten van het ov-net. Dit vraagafhankelijke vervoer wordt vaak uitgevoerd door taxibedrijven in opdracht van de concessiehouder. Voorbeelden zijn de Opstapper (Fryslân) en de OV-shuttle (Limburg). Het tarief is afhankelijk van de regio. Voor een rit met deze systemen kan niet met de OV-chipkaart worden betaald. Op de OV-shuttlelijnen zijn de Studentenkaart en het regioabonnement geldig (print van vervoerbewijs). Bij diverse andere belbuslijnen en lijntaxi’s is betalen met de OV-chipkaart wel mogelijk. Hier betaalt de klant het gewone
ov-tarief.

2. Opgenomen in de concessie, uitgevoerd onder eigen vlag en met eigen materieel.

Voor deze vorm van flexvervoer rijdt men met eigen huisstijl en materieel, maar verder zijn er diverse verschillen.
  • De Kolibrie (Keolis), de Nachtvlinder, Avondvlinder en Vlinder (alle Arriva) rijden op de stille uren als aanvulling op de reguliere dienst, bijvoorbeeld op werkdagen na 19:00 uur en op zaterdag en soms ook op zondag, afhankelijk van het gebied. Ze rijden op aanvraag de lijndienst met vast dienstregelingpatroon, met klein materieel. In Venlo rijdt de Avondvlinder vanaf het station overigens zonder reservering, maar uiteraard alleen als er reizigers zijn. Er zijn geen vaste lijnen voor opgeheven. De ritten betaalt de klant met OV-chipkaart. Studentenkaart en abonnement zijn geldig.
  • Breng flex (tot eind 2019), AMLflex en Overalflex zijn merken van Connexxion en dochter Hermes. Bravoflex is een merk van de provincie Noord-Brabant. Met Breng flex en Bravoflex wordt de klant binnen een afgebakend gebied tussen twee willekeurige haltes vervoerd voor een vast tarief. Ook hier is de OV-chipkaart geldig. Studentenkaart en abonnementen zijn echter niet geldig. Bij AMLflex en Overalflex geldt het normale ov-tarief. Hier zijn de studentenkaart en abonnementen wel geldig. Ook hier rijdt de bus van halte naar halte.
  • In de Texelhopper van Connexxion betalen reizigers vooraf online, in het voertuig, met de  OV chipkaart of met een eerder aangeschaft kaartje. Men kan uit meer dan honderd opstap- en bestemmingsplekken kiezen.
  • Twentsflex in Rijssen en Holten (Keolis) rijdt niet volgens een vaste lijn, maar kriskras door het gebied tussen 120 haltes, waarvan de meeste nieuw zijn. Een kaartje (buurtbusticket) is vooraf te koop of bij de chauffeur voor een vast bedrag. De OV-chipkaart en abonnementen kunnen nog niet gebruikt worden; een vast tarief (‘flatfare’) via de OV-chipkaart wordt voorbereid.
  • SyntusFlex rijdt sinds 9 december 2018 in Woerden en omgeving. Het is kriskrasvervoer tussen 34 haltes in de avonduren en in het weekend als reguliere lijnen niet in gebruik zijn. OV-chipkaart en abonnementen zijn niet geldig.

3. Valt buiten de concessie, wordt uitgevoerd met professionele chauffeurs

Twee voorbeelden hiervan zijn de Haltetaxi (Zeeland) en de Hubtaxi (Groningen en Drenthe). Voor de Haltetaxi is een gebruikerspas vereist. Voor een rit met deze systemen kan niet met de OV-chipkaart worden betaald. De tarieven verschillen van het reguliere ov-tarief. Zo kost een rit met de Hubtaxi 2,5 maal het ov-tarief (maar bij twee personen wordt de prijs gehalveerd). De Hubtaxi is een speciaal geval. Hij is ondergebracht in zeven regionale contracten onder de vlag van Publiek Vervoer, samen met lijnen voor kleinschalig openbaar vervoer en buurtbussen. Net als bij de Opstapper brengt hij de klant naar een knooppunt (‘hub’). Of uiteraard andersom: van de hub naar de plek waar iemand niet met openbaar vervoer kan komen. De OV-chipkaart is niet geldig.

De Regiotaxi valt ook onder deze categorie. De Regiotaxi bestaat uit twee componenten: het Wmo-vervoer – voor mensen die om een bepaalde reden niet zelfstandig kunnen reizen – en een ov-deel voor ov-reizigers. De gemeente subsidieert het Wmo-vervoer, de ov-autoriteit het ov-deel. De Regiotaxi rijdt niet overal in Nederland. Zie de kaart in figuur 10 om te zien waar de ov-component gekoppeld is aan het Wmo-vervoer. Soms geldt een leeftijdsgrens. De tarieven zijn meestal vergelijkbaar met regulier openbaar vervoer. Meer over deze vorm van vervoer en de diverse uitvoeringen staat in CROW-publicatie 'Wmo-vervoerregelingen'. Een derde voorbeeld is de Zonetaxi van NS. Het aantal treinstations met Zonetaxi is eind 2018 fors uitgebreid naar 377 stations. Het tarief bestaat uit een opstaptarief van € 7,30 (in 2018) en een zonetarief. Het gaat om circa 20.000 ritten op jaarbasis, dus zo’n 50 à 60 per dag. De OV-chipkaart is niet geldig.

4. Valt buiten de concessie, wordt uitgevoerd met vrijwilligers

Naast de bovenstaande vormen van flexvervoer zijn er in Nederland diverse vrijwilligersprojecten. Een snelle rondgang van CROW-KpVV in 2018 leverde rond de vijftig projecten op. Zoals de Plusbus, de Boodschappenbus, De Bij Bus, kerkvervoer, Klaartje, Vlearmoesbus, Graag gedaan Duiven, allerlei wijkbussen en nog vele andere initiatieven. Het gaat vaak om vervoer dat wordt gesubsidieerd door een gemeente en/of een zorginstantie of dat wordt georganiseerd door buurtbewoners onderling.



Verdeling flexvervoer over de vormen

In tabel 17 zijn de diverse flexsystemen in verschillende flexvormen uitgesplitst.

Staat van het ov
Scroll naar boven