Dienstregelinguren en -kilometers

Dienstregelinguren- en kilometers 2018

In 2018 waren er voor bus, tram, metro en ferry 18,2 miljoen dienstregelinguren (dru’s) gepland en ruim 546,6 miljoen dienstregelingkilometers (drkms). Voor regionale treindiensten die onder de verantwoordelijkheid van de provincies vallen, gaat het om een kleine 0,5 miljoen dienstregelinguren en 27,5 miljoen dienstregelingkilometers. Samen zijn dat bijna 18,7 miljoen uren en 574,1 miljoen kilometer. Tien jaar geleden heeft onderzoeksbureau NEA in opdracht voor het toenmalige KpVV ook een dergelijke analyses gedaan voor de dienstregelingkilometers van bus, tram en metro. Het bureau telde voor het jaar 2009 566 miljoen dienstregelingkilometers voor bus, tram en metro. In tien jaar tijd is het aantal dienstregelingkilometers dus gedaald met 3,4 procent. Hierbij moet wel bedacht worden dat de berekeningswijze in deze tijdspanne is gewijzigd: van zogeheten WROOV-bestanden die zijn gecheckt aan de hand van dienstregelingboekjes tien jaar terug, naar dagelijkse updates uit automatische systemen anno nu (koppelvlak 1; zie ook de verantwoording).



Cijfers per concessie en modaliteit

Door de per concessie geplande dienstregelingkilometers te delen door de geplande dienstregelinguren, ontstaat een grof beeld van de gemiddelde snelheid voor het gehele gebied. Hoewel dit getal vooral gebruikt wordt als controle, weerspiegelt de snelheid ook het type gebied: een relatief lage snelheid in de steden (zie de stadsbus in Den Haag en de trams van Amsterdam en Rotterdam) en een hoge snelheid op doorgaande routes buiten de Randstad (zie de concessies IJsselmond, Zeeland, Hoeksche Waard/Goeree Overflakkee en Waterland). De treinen gaan uiteraard nog sneller, soms gemiddeld 70 km/h, inclusief stops. Overigens zal de gemiddelde snelheid naar verwachting het zelfde zijn als niet de geplande, maar de gerealiseerde dru’s en drkms zouden zijn gebruikt, aangezien de verhouding tussen teller en noemer in principe hetzelfde blijft.



Cijfers naar ov-autoriteit

Als de cijfers uit tabel 18 worden toegewezen aan de regionale ov-autoriteiten, ontstaat het beeld in tabel 19.

Staat van het ov
Scroll naar boven