Ov-beschikbaarheid

Verantwoording cijfers

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft een methode ontwikkeld om de ov-beschikbaarheid zichtbaar te maken. Eens in de twee jaar publiceert het PBL deze cijfers. In zijn geografisch informatiesysteem (GIS) met de ruimtelijke spreiding van inwoners en arbeidsplaatsen, legt het PBL ‘lagen’ over elkaar met alle stations en haltes en met alle ov-lijnen en hun frequenties. Door rond haltes en stations digitaal cirkels te trekken, stelt het vast hoeveel inwoners bijvoorbeeld vier keer, twee keer of een keer per uur een vertrekmogelijkheid in de omgeving hebben. Met ‘in de omgeving’ wordt bedoeld:

  • hemelsbreed binnen 500 meter een bus- of tramhalte;
  • en/of hemelsbreed binnen 1.000 meter een metro- of sneltramhalte;
  • en/of hemelsbreed binnen 2.000 meter een treinstation;
  • en/of hemelsbreed binnen 3.000 meter een Intercitystation.
Voor ‘arbeidsplaatsen’ zijn de kringen iets anders gedefinieerd,namelijk
  • hemelsbreed 500 meter tot een bus-, tram of metrohalte;
  • 1000 meter tot een treinstation of
  • 1500 meter tot een intercityknooppunt.
Maatgevend is de frequentie overdag op werkdagen in de drukste richting. CROW-KpVV werkt aan een meer gedetailleerde uitwerking van het begrip ov-beschikbaarheid, waarbij de hemelsbrede afstand van haltes wordt vervangen voor de werkelijke afstand over de weg.

Staat van het ov
Scroll naar boven