Ov-beschikbaarheid

Beschikbaarheid van openbaar vervoer

Beschikbaarheid openbaar vervoer

Met de vaste ov-lijnen en hun haltes valt uit te rekenen welk deel van de inwoners en arbeidsplaatsen binnen het bereik ligt van het openbaar vervoer. Eens per twee jaar rapporteert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over deze zogeheten ov-beschikbaarheid. De ‘Staat van het regionale openbaar vervoer 2017’ bevat de laatste analyses uit de dataset. Voor 2018 zijn geen nieuwe gegevens bekend. Omdat de wijzigingen over de jaren beperkt zijn, wordt in de tussengelegen jaren alleen een samenvatting gegeven van wat een jaar eerder is gepubliceerd. Een optimalisatie van het begrip ov-beschikbaarheid is in voorbereiding. De afgelopen jaren is gewerkt met het aantal inwoners en banen binnen cirkels om haltes en stations; straks is dat het aantal inwoners en banen binnen een bepaalde afstand over de weg. Met name ‘fouten’ door barrièrewerking van infrastructuur worden hiermee voorkomen. De planning is om in de ‘Staat van het regionale openbaar vervoer 2019’ de nieuwe methode operationeel te hebben.



Samenvatting 2017

In 2017 woonde 92,1 procent van de Nederlandse bevolking in de omgeving van een station of een halte met vaste lijndiensten. Dit betekent dat sprake is van een lichte daling ten opzichte van 2015, toen nog 92,4 procent binnen bereik van ov-stations en -haltes woonde. De daling is te relateren aan de ontwikkelingen in het lijnennet, aan het opheffen van ov-lijnen en van bijna 600 haltes en aan de introductie van vraagafhankelijke systemen. Dat 7,9 procent van de Nederlandse bevolking geen vaste ov-lijndienst in de directe nabijheid heeft, betekent niet noodzakelijkerwijs dat de desbetreffende inwoners geheel verstoken zijn van collectief vervoer. De afstand tot de halte kan net buiten de opgegeven maat van 500 meter hemelsbreed liggen. En ermkan openbaar vervoer beschikbaar zijn in de vorm van vraagafhankelijke systemen. Zie ook het onderdeel flexsystemen.

De ov-beschikbaarheid is het grootst in de Randstad. De Vervoerregio Amsterdam scoort met 97,9 procent het hoogst. De MRDH blijft daar met 97,6 procent weinig bij achter. De laagste ov-beschikbaarheid kent Zeeland met 85,6 procent en ook Fryslân scoort relatief laag met 86,3 procent. Het zijn de provincies met lage inwonertallen en met weinig steden. Op gemeentelijk niveau zijn er in 2017 zes gemeenten met een maximale ov-beschikbaarheid. In Rozendaal, Gouda, Hardinxveld-Giessendam, Leiden, Papendrecht en Sliedrecht wonen alle inwoners binnen de gedefinieerde kringen rond haltes en stations.

Staat van het ov
Scroll naar boven