Ontwikkelingen concessies

Trends in concessies



De Wet personenvervoer 2000 verplicht ov-autoriteiten tot het aanbesteden van ov-concessies. Een ov-concessie geeft een vervoerondernemer het exclusieve recht openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied of op een bepaalde lijn of samenstel van lijnen. Alleen het stadsvervoer in de vier grote steden is in 2012 vrijgesteld van de verplichting tot aanbesteden. Het busvervoer in Rotterdam, Den Haag en Utrecht was toen echter al aanbesteed of in aanbesteding. Na een wat aarzelend begin is er een piek in aanbestedingen in de periode 2006-2010. Daarna neemt gemiddeld het aantal aanbestedingen per jaar af. Dit komt door de toenemende omvang van concessiegebieden en de langere looptijd. Door deze ontwikkeling kunnen schaalvoordelen worden behaald die het openbaar vervoer efficiënter maken. Anderzijds is het voor kleinere marktpartijen moeilijker mee te dingen in een aanbesteding. De waarde van een ov-concessie overstijgt soms een miljard euro.

Trend naar grotere concessiegebieden

De trend naar grotere concessiegebieden blijkt uit het staafdiagram in figuur 2. Waren er in 2010 nog 50 gebiedsconcessies, inmiddels is dit afgenomen tot 34. Dit proces van schaalvergroting zet nog enkele jaren door. Een eindbeeld van 27 of 28 gebiedsconcessies lijkt reëel. Er worden nog verschillende herindelingen van concessies voorbereid: Zaanstreek gaat samen met Waterland, de twee Friese concessies worden verenigd en in Overijssel, Gelderland en Flevoland worden zeven gebiedsconcessies teruggebracht tot drie. Ter vergelijking: kort na de inwerkingtreding van de Wet personenvervoer 2000 was het aantal gebiedsconcessies 74.

Trend van een langere looptijd

De trend van een langere looptijd is vooral het gevolg van de wettelijke mogelijkheden. Aanvankelijk mocht een busconcessie maar voor zes jaar worden uitgegeven. Dat werd verruimd naar acht en later tien jaar. Tegenwoordig kunnen ze zelfs op vijftien jaar staan als er sprake is van grootschalige investeringen. Ook in 2018 is de gemiddelde looptijd van concessies langer geworden door de twee nieuwe tienjarige concessies en door de tussentijdse verlenging van concessies in 2018. Eind 2018 is de gemiddelde looptijd van de vierendertig gebiedsconcessies 9,8 jaar en als de resterende vier verlengingsopties worden meegerekend, zelfs 10,2 jaar.



Aantal inschrijvers

In tabel 3 is te zien dat het gemiddeld aantal inschrijvers per aanbesteding aanvankelijk daalde, maar inmiddels weer op het niveau van de eerste periode van vijf jaar ligt: drie per aanbesteding. Anno 2018 rijdt en vaart rijwel het gehele Nederlandse regionale openbaar vervoer op basis van aanbestede concessies. Veel concessies zijn al voor de tweede of derde maal aanbesteed. Vier van de vierendertig gebiedsconcessies en negen lijnconcessies zijn onderhands gegund. Dat zijn de concessies Amsterdam (bus, tram en metro), Rail Rotterdam (tram en metro), Rail Haaglanden (tram) en Parkshuttle Rivium. Op grond van artikel 63a van de Wet personenvervoer valt het lokale openbaar vervoer in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht buiten de wettelijke verplichting tot aanbesteding, mits de concessieverlener over haar eigen ov-diensten zeggenschap heeft. Verder zijn de contracten voor de veerdiensten Vlissingen– Breskens en Hoek van Holland–Maasvlakte onderhands gegund.

Staat van het ov
Scroll naar boven