We moeten kennis over gladheidsbestrijding behouden

02-03-2018

Voor weggebruikers is het winterse weer op de weg hooguit vijf maanden per jaar een onderwerp van belang, maar voor wegbeheerders staat gladheidsbestrijding het hele jaar op de agenda.

Jan van der Beek

Bovendien zorgen nieuwe onderzoeken nog steeds voor nieuwe inzichten. En die nieuwe inzichten komen aan bod in de CROW-cursussen Coördinator Gladheidsbestrijding (Cogla) en Specifieke Deskundigheid Winterdienst (SDW). 

Gladheidbestrijdend Nederland was goed voorbereid op de forse sneeuwval in het weekend van 9 en 10 december vorig jaar. De ploegen, strooiwagens en de uitvoerders stonden klaar, de steunpunten met strooizout waren tot de nok toe gevuld. Maar voor projectleider Gladheidsbestrijding Jan van der Beek van de provincie Gelderland waren de buien toch verrassend zwaar. “Niemand had verwacht dat het zo snel zou gaan. De sneeuw viel uren eerder dan was voorspeld en hield ook veel langer aan. Zoiets is ook moeilijk te zien voor de meteodiensten. Soms maakt het maar een halve graad uit of neerslag valt als regen of sneeuw. En met dit relatief warme weer vielen sneeuwvlokken als kussenslopen naar beneden.” In heel Nederland werden alle verloven ingetrokken: overal viel een dik pak sneeuw die zo snel mogelijk van het wegennet geveegd moest worden. Maar met zo’n sterke sneeuwval lopen de gladheidbestrijders al snel tegen de grenzen van het menselijk kunnen. Vrachtwagens kwamen de hellingen niet meer op. “Na verloop van tijd ga je wel op je tenen lopen. Dan wordt het steeds moeilijker om de hele logistiek op orde te houden. Op een gegeven moment kwamen zelfs de strooiwagens bij de Veluwe niet meer omhoog.” De provincie Gelderland, met afstand de grootste wegbeheerder op provinciaal niveau, strooide in een weekend de halve voorraad strooizout op de wegen. Toch zijn dit soort weekenden de momenten waarvoor Van der Beek en zijn collega’s het allemaal doen. “Ik denk dat het heel goed gegaan is. Het is mooi om te zien hoeveel inzet er bij alle collega’s  is.”

Cursussen

Van der Beek werkt al 25 jaar als gladheidsbestrijder en is ook al jaren actief als lid van de examencommissie van de Cogla en SDW-cursussen. “De Cogla-cursus is bedoeld voor werknemers van de wegbeheerders die de coördinatie van de gladheidsbestrijding doen en soms middenin de nacht de beslissing moeten nemen of er gestrooid wordt of niet. De ééndaagse SDW-cursus is specifiek voor de mensen die de uitvoering doen: de chauffeurs van de strooiwagens en ploegen. In veel gemeenten zijn dat eigen werknemers, maar bij de provincies en het Rijk zijn dat meestal werknemers van gecontracteerde aannemers.”

In die 25 jaar heeft hij veel zien veranderen. “We strooien meer dan vroeger, en op meer plekken. Dat heeft met het klimaat te maken, en met de toename van de verkeersintensiteit. Maar ook met de mondigheid van de burger die het niet accepteert dat bepaalde wegen glad blijven. Het aspect veiligheid speelt ook een steeds grotere rol. Een nacht strooien kost een wegbeheerder veel geld, maar liever voor niks gestrooid dan een auto tegen een boom vanwege de gladheid.” Ook de techniek verandert. “Waar 25 jaar geleden uitsluitend “droog” werd gestrooid, is nat strooien nu de standaard. Met deze werkwijze kunnen we preventief strooien, strooien voordat het al glad is, al geeft het geen garantie dat het nergens toch glad kan zijn. Op de strooiwagen wordt het zout gemengd met een mengsel van natrium- of calciumchloride en water en direct op de weg gestrooid. Het voorkomt het verwaaien van het strooizout en dringt beter door de sneeuw- of ijslaag op de weg.”

Publicaties

Die nieuwe inzichten en technieken vinden hun weg in de CROW-publicaties en cursussen. “In de nieuwste publicatie 353 zijn we meer technisch ingegaan op ploegen, of sneeuwschuiven. De oude publicatie was vooral gebaseerd op de richtlijnen van Rijkswaterstaat, maar die rijden over de brede autosnelwegen tegenwoordig met ploegen van 5 meter breed. Die passen niet op secundaire wegen. Sterker nog, als je die ploegen niet deels inklapbaar maakt, dan wordt het heel moeilijk om ze überhaupt op die snelweg te krijgen. Maar voor provincies, waterschappen en gemeenten is het juist belangrijk om te weten hoe je met kleinere ploegen werkt en hoe je ze zo efficiënt mogelijk inzet. Bijvoorbeeld: waar leg je de prioriteiten? In welke volgorde ploeg je? Het is niet de bedoeling dat de sneeuw op de hoofdrijbaan zo op het net geveegde fietspad wordt geploegd. Dit soort overweging hangt van allerlei factoren af: hoe zit je wegennet in elkaar? Hoe ontwikkelt de sneeuwval zich? Wat moet vanuit veiligheidsoogpunt het eerst gedaan worden? Om een voorbeeld te geven: bij ons  in de provincie Gelderland worden fietspaden altijd schoongemaakt, ook al is het verkeer erop niet heel groot. Je wilt altijd voorkomen dat fietsers, geconfronteerd met een glad fietspad, ineens op de weg gaan fietsen. Dat is een te groot veiligheidsrisico.”

Kennisborging

Het zijn allemaal onderwerpen die in de Cogla-cursus aan bod komen. Na een pittige hoeveelheid theorie krijgen cursisten een casus uit de praktijk voorgelegd en moeten daar het geleerde toepassen. In de SDW-cursus worden cursisten op de hoogte gehouden van de techniek achter de gladheidsbestrijding. Volgens van der Beek blijven deze cursussen hard nodig. “Een grote uitdaging is de enorme uitstroom van mensen bij overheden, maar ook bij marktpartijen. Daarmee verdwijnt ook veel kennis. Kennisborging is daarom ook een van de speerpunten. Want je kan het papiertje wel halen, maar dat betekent nog niet dat je ervaring hebt. Het is als met een rijbewijs: echt rijden leer je pas als je vaak genoeg in de auto stapt.”
Van der Beek ziet dat de professionaliteit in de gladheidsbestrijding nog steeds toeneemt. “De samenwerking tussen wegbeheerders wordt steeds beter. In sommige regio’s wordt de gladheidsbestrijding beter onderling gecoördineerd of worden er steunpunten en vulinstallaties gedeeld. Met rekenmodules kunnen we in kaart brengen hoeveel er gestrooid moet worden en met routesystemen op de wagens weten we steeds beter hoe de stand van zaken op elk moment is.” Maar één ding zit hem nog wel eens dwars: bij wegontwerp wordt zelden rekening gehouden met gladheidsbestrijding. Bijvoorbeeld bij het maken van een verhoogde rijbaanscheiding, waardoor het strooien van een weg niet in één keer kan, maar de strooiwagen afzonderlijk heen en terug moet. “Of het ontwerpen van rotondes waar een ploeg net de bocht niet kan maken. Die zorgt dan voor schade die later weer hersteld moet worden. Dat is echt onnodig.”

Interview door Michiel Maas

Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven