CROW Academie: vanaf 10 mei weer cursussen op locatie. Lees meer

'De beste innovaties gaan niet verloren dankzij het Asfaltkwaliteitsloket'

07-07-2021

Arie Bleijenberg, tot voor kort Business directeur bij TNO en voorzitter van de Stuurgroep Asfaltkwaliteitsloket, is de trotse ‘aanjager’ van het Asfaltkwaliteitsloket. Om de doelstellingen van het programma Asfalt-Impuls te kunnen bereiken zijn vernieuwingen nodig. Arie voelde de noodzaak om innovatieve asfaltproducten snel en breed toe te passen in de praktijk. Dat was de aanleiding om het Asfaltkwaliteitsloket op te zetten. In dit artikel bevragen we Arie over het proces, uitdagingen en succes, want dat is het.

Dit interview is een tweeluik. Tot maart van dit jaar was Arie voorzitter van de Stuurgroep Asfaltkwaliteitsloket. Een volgend interview zal gehouden worden met Peter Fraanje (TNO), die het stokje van Arie heeft overgenomen. Arie werkt na zijn vertrek bij TNO als ZZP’er verder aan het versnellen van innovaties.

 
Het plan en proces
 
Het Asfaltkwaliteitsloket is in maart 2018 officieel geopend. Je bent vanaf het begin af aan betrokken geweest bij de opzet van het loket. Kan je ons nog eens meenemen naar de aanleiding voor het oprichten van het loket?
 
 “Het begon met gesprek over innovatie met Ruud Smits, destijds van de BAM. De situatie was zo dat het Wegenbouw lab van BAM onder druk stond, omdat er geen afzet voor de innovaties was. Dit ondanks dat er wel veel mooie producten werden ontwikkeld. Labs en innovatie zijn juist nodig, en er ontstond bij ons beiden een drive om een oplossing te zoeken.”
 
“Ter plekke bedachten we dat het goed was om vooral te kijken naar ‘een praktisch oplossing voor de markt’. Dit klinkt logisch, maar bij innovaties heb je nu eenmaal te maken met risico’s. Vaak duurt het 5 jaar voordat de regelgeving klaar is om een innovatie te beoordelen. Dat is veel te lang voor een bedrijf dat innoveert. Dus bedachten we al vrij snel: dit moet sneller en tegelijkertijd voldoende degelijk. Dan moet je denken aan een ‘snelle en goede beoordeling’ laten plaatsvinden voor asfaltinnovaties.”
 
“We hebben toen eerst technische input gevraagd bij collega’s van BAM en TNO. Concrete vraag was: is het mogelijk om een spoedkeuring te doen – binnen 6 maanden – van een innovatief asfaltmengsel? Op dat moment is het spannend, want je ziet een kans om innovaties te versnellen, maar kan het ook wat je samen voor ogen hebt? Het resultaat: ja, een beoordeling kan zelfs binnen 2 maanden. Dat was een enorme meevaller, toen was het spel op de wagen en zijn we het concept gaan ontwikkelen.”
 
“De aanpak die ik koos met Ruud Smits en later Ronald van Hulst van de BAM bestond uit twee onderdelen:

1. We zijn een technisch team gaan samenstellen en we hebben gevraagd met een plan te komen over hoe innovatief asfaltmengsel moet worden beoordeeld. Remy van den Beemt (BAM), Steven Mookhoek en Suzanne de Vos (TNO) hebben hier een belangrijke rol in gespeeld.
2. Samen met Ronald ben ik toen een stuurgroep gaan maken voor directeuren om zo draagvlak te creëren bij opdrachtgevers.”
 
“Kijkend naar de technisch component van plan waren er nog wel vragen over of de innovaties helemaal dichtgetimmerd moesten worden en/of dat überhaupt kon? De vraag rees: moet er nog een testprotocol worden ontwikkeld? Het spanningsveld zat een beetje tussen teruggrijpen naar de bestaande methode; alles willen weten en uitzoeken om vooraf alle risico’s te vermijden. Nadeel daarvan is dat je dan weer bij beoordelingen terugkomt die 4 à 5 jaar duren. Dan wordt het ‘bijna regelgeving’ en duurt het te lang.”
 
We hebben toen een knoop doorgehakt en gezegd: “we gaan onafhankelijke deskundigen kiezen die geen belanghebbende zijn, en die gaan het beoordelen. Met een handreiking moesten 3 deskundigen een oordeel gaan vellen. De deskundigen zijn via provincies, gemeentes en kennisinstellingen naar voren geschoven.”
 
De Stuurgroep
 
“Vervolgens hebben we gesproken met de VBW (Vakgroep Bitumineuze Werken, onderdeel van Bouwend Nederland), want bouwbedrijven zullen hun innovaties aan het loket ter beoordeling moeten voorleggen. Na een stevig gesprek waren de leden van de VBW positief en is Jan de Boer (VBW en toen KWS) ook een grote rol gaan spelen in de stuurgroep. Marten Klein van Amsterdam en Lindy Molenkamp van Noord-Holland steunden dit initiatief als opdrachtgevers. Hierdoor werd de stuurgroep steviger en overtuigender, met mensen van de gemeentes, provincies, aannemerij en ikzelf. Opdrachtgevers en Opdrachtnemers kwamen toen goed bij elkaar, ze voelden zich goed vertegenwoordigd, met mij als onafhankelijke spin in het web daartussen. Dat de ‘belangrijke’ leidinggevenden toen achter het plan gingen staan was cruciaal”, zegt Arie.
 
En toen het concept Asfaltkwaliteitsloket eenmaal geopend was, liep het toen als verwacht?

“Het beoordelingsproces was klaar. Maar het had geen juridische status en niemand was verplicht om het te gebruiken, zegt Arie. Dus het is wel even spannend of dat wat je gaat maken straks ook daadwerkelijk zal worden gebruikt.” Arie heeft toen samen met de andere directeuren in de stuurgroep de urgentie naar voren gebracht om innovaties toe te passen, zonder dat er al te grote risico’s aan ten grondslag zouden liggen.

‘Zonder risico’s kun je niet innoveren’
  
Wie betaalt het Asfaltkwaliteitsloket eigenlijk?
 
“Na wat puzzelen hebben we een goede oplossing gevonden voor de financiering. Die luidt als volgt: de indiener van een innovatief product moet zijn eigen onderbouwing aanleveren en bekostigen. Hiermee leggen we de verantwoordelijkheid bij de indiener. Hij moet echt in zijn product geloven. Ook moet hij een klein bedrag betalen om de beoordelaars te betalen voor hun werk. De vaste kosten van het loket, komen voor rekening van de opdrachtgevers. Want zij hebben er ook belang bij.
 
Een innovatief product wil je niet voor elke opdrachtgever opnieuw laten testen. Als bijvoorbeeld de provincie Gelderland een product beoordeeld en goedkeurt, is het niet handig als de gemeente Rotterdam dit ook weer gaat doen. Als iedere opdrachtgever zelf een innovatief product wil beoordelen, geeft het veel tijdsvertraging. Dat is nu dus niet meer nodig, dit voorkomt dubbel werk en zo behaalt ook de opdrachtgever een enorme efficiencywinst.”
 
’Ook aan de opdrachtgeverszijde geeft het een enorme efficiencywinst’
 
Je hebt je opgeworpen als voorvechter van het loket. Vanwaar deze drive?
Innovaties vallen vaak niet binnen de bestaande kaders voor het beoordelen van asfaltmengsels. Wachten met toepassing tot alle papieren in orde zijn is een enorme rem op het innovatieproces. Tegelijkertijd moeten de risico’s van nieuwe producten wel aanvaardbaar zijn. De puzzel was om tussen deze twee klippen door te varen. Risico’s horen bij vernieuwen en innovaties, en ik geloof in innovatie net als TNO de organisatie waar ik 16 jaar als leidinggevende gewerkt. Daar kwam bij mij de drive vandaan om een praktische oplossing te zoeken en mooie innovaties niet verloren te laten gaan aan (loop)tijd, proces en regelgeving.
 
Hoe heb je de samenwerking met deze partners in het loket ervaren?
Ik kan snel een analyse maken of ik ergens kansen zie of niet. Toen ik vanuit mijn rol bij TNO rond 2015-2016 een kans zag om samen met opdrachtgevers en opdrachtnemers innovaties in asfalt te versnellen, ben ik ervoor gegaan. De samenwerking met en in de stuurgroep was uitstekend, omdat we er allemaal van overtuigd waren dat dit belangrijk was.
 
Na de lancering van het Asfaltkwaliteitsloket is mij in 2020 gevraagd om ook een Betoninnovatieloket op te zetten. Ik heb even de tijd genomen om hierover na te denken, maar ik heb besloten om het ‘gewoon’ te gaan doen Het Betoninnovatieloket is per april 2021 gelanceerd, via CROW. Ik ben er trots op, met als basis natuurlijk het Asfaltkwaliteitsloket als belangrijkste vliegwiel dat ‘mooi’ draait.
 
Over het Asfaltkwaliteitsloket
 
Het Asfaltkwaliteitsloket is in maart 2018 geopend. Het doel dat de initiatiefnemers van het loket nastreven is dat ‘innovatieve asfaltproducten sneller breed worden toegepast in de praktijk’. Dit om bijvoorbeeld sneller invulling te kunnen geven aan maatschappelijke vraagstukken op het gebied van duurzaamheid (CO2-reductie, circulariteit). Als middel hiervoor is het loket ingericht. Aanbieders van innovatieve asfaltproducten kunnen de door hun geclaimde eigenschappen van het product ter validatie voorleggen aan de onafhankelijke deskundigen van het loket. Dit onafhankelijke oordeel moet voor potentiële afnemers van het product voldoende garantie zijn om het product toe te laten in hun beheergebied. Inmiddels hebben verschillende innovatieve producten het validatietraject succesvol doorlopen en hebben een certificaat van het Asfaltkwaliteitsloket ontvangen.
 

Scroll naar boven