Verkeersveilige schoolomgeving is altijd maatwerk 21 sep 2015

    MariaKuiken.JPGDe weblog Mobiliteit en Gedrag stelt elke maand vijf vragen aan een expert op het gebied van gedrag en mobiliteit. Deze keer spreken we Maria Kuiken. Zij is zelfstandig verkeerspsycholoog en gedragsdeskundige en heeft daarin vaak te maken met vragen over schoolomgevingen.

    Jonge kinderen zijn bijzondere verkeersdeelnemers. Met welke gedrags- en fysieke kenmerken van (jonge) kinderen moeten we rekening houden bij het inrichten van een verkeersomgeving?


    “Je moet als eerste met hun fysieke kenmerken rekening houden. Hun lengte en daarmee hun ooghoogte en hun zichtlijnen zijn anders. Ze zien dus andere dingen bij het oversteken dan wij. Bovendien kunnen ze bepaalde dingen nog niet goed, zoals snelheid van ander verkeer inschatten. Kinderen doen dingen ook anders; bij het verplaatsen is er vaak een spelelement. Ze zijn gauw afgeleid. Jonge kinderen worden vaak begeleid door ouders, maar niet altijd.”

    “Kinderen kunnen niet zomaar zelfstandig aan het verkeer deelnemen. Het gevaar is te groot. Dit gevaar kun je niet voorkomen met het aanpassen van de infrastructuur of de schoolomgeving. Een veilige schoolomgeving kan het gevaar wel kleiner maken. Daarvoor zijn bijvoorbeeld prachtige fietsstraten ontworpen. Het is goed om fietsende kinderen van ander verkeer te scheiden. Het is bovendien heel belangrijk om ervoor te zorgen dat andere verkeersdeelnemers alert zijn op de mogelijke aanwezigheid van kinderen. Ook wordt op veel scholen gewerkt met verkeersouders om de kinderen op een veilige manier te laten oversteken.”

    Wat kom jij in jouw werk tegen aan problematiek op het gebied van schoolomgevingen?

    “Een van de dingen die ik vaak tegenkom is het spitsuur rondom het halen en brengen van kinderen. Het probleem is dat er heel veel verkeersdeelnemers zijn in een heel korte tijd. Daardoor wordt de situatie chaotisch en dat ervaren mensen als een probleem. Ik heb veel gewerkt in Gelderland en Overijssel. Daar wonen veel mensen in een buitengebied waarbij kinderen op weg naar school een provinciale weg moeten oversteken. Dat is vaak echt een probleem.

    Ook wegwerkzaamheden en bouwputten bij scholen zijn vaak lastig; je moet omgaan met een tijdelijke situatie op weg naar school. Je kunt dat afsluiten, maar kinderen vinden het juist prachtig speelterrein. Ik krijg ook veel algemene vragen over veilige inrichting van schoolomgeving. Er  zijn veel mogelijkheden om de omgeving rondom scholen herkenbaar in te richten, bijvoorbeeld vrolijk gekleurde paaltjes en hekjes.”

    “Er gebeuren niet veel dodelijke ongevallen met kinderen. Slechts 2% van de verkeersdoden is jonger dan 15. Kinderen zijn wel altijd beschouwd als een kwetsbare groep in het verkeer. Dit komt voort uit hun onbeschermde status en hun onervarenheid. Uiteindelijk moeten we niet te veel van de inrichting van een schoolomgeving op de verkeersveiligheid verwachten. Naast de schoolomgeving is de route naar school minstens zo belangrijk, en voor elk kind anders.

    Het zou helpen als ouders  hun kind niet met de auto brengen, maar hun kind goed leren fietsen. Onderweg leren de kinderen het snelst omgaan met verkeer en de gevaren daarvan. Er zijn leuke programma's waarmee ouders en kinderen samen de schoolroute kunnen doornemen, bijvoorbeeld door lastige kruispunten te fotograferen en te bespreken. Die informele educatie is heel belangrijk.”

    “Het is ook heel belangrijk om te zorgen dat kinderen zichtbaar zijn. Dat geldt vooral voor buitengebieden. Je ziet daar steeds meer dat kinderen felgekleurde jassen aan hebben. Sommige ouders laten hun kinderen zelfs felgekleurde hesjes dragen. Een goede fietsverlichting is altijd van groot belang. Het dragen van een fietshelm zit niet in onze cultuur en de tijdgeest roept ook niet om meer regels. Ik ben er niet voor om ouders te dwingen hun kind een helm te laten dragen op de fiets. Als ouders kinderen al een helm willen laten dragen, lukt het misschien met een vrolijk gekleurde helm. Het moet leuk worden om een helm te dragen, anders stoppen ze hem onder de snelbinders.”
     

    Veel ouders halen en brengen hun kinderen per auto. Hoe kunnen scholen hier het beste mee omgaan? Is het beter om autogebruik tegen te gaan, of om de situatie te accepteren en zo goed mogelijk te faciliteren?

    “Dit soort problematiek is altijd maatwerk. Een goede diagnose is de eerste stap. Als eerste is er een goede omschrijving van het probleem nodig; waar hebben we het eigenlijk over? Daarna moeten scholen in gesprek gaan met de ouders om er een gezamenlijk probleem van te maken. Als je de ouders niet meeneemt in de oplossing van het probleem, kun je hoog of laag springen, maar er gebeurt niets. Geef ouders informatie en ga met ze in gesprek. De toon is vaak 'de school moet dit of dat doen'. Er wordt dan inderdaad te hard gereden bij de school, maar veelal zijn het de ouders zelf die dat doen. Daarom moet het een gezamenlijk probleem worden.”
     
    “De beste optie lijkt me om te stimuleren dat ouders vertrouwen krijgen dat het kind kan leren fietsen en dat ze actief helpen om dit te realiseren. Om dit te stimuleren kunnen scholen  bijvoorbeeld ouders educatietips meegeven, zodat ze beter weten waar ze op moeten letten bij het verkeersgedrag van hun kind. Ouders moeten zich ook realiseren dat ze een voorbeeld zijn voor hun kinderen.
    Scholen hebben maar heel beperkt invloed op het gedrag van ouders. In veel gezinnen hebben de ouders tegenwoordig allebei een baan, daardoor is het echt drukker voor hen. Dat heeft invloed op de beschikbare tijd om kinderen naar school te brengen. Maar je kunt wel iets doen, bijvoorbeeld ouders die openstaan voor verkeerseducatie helpen met tips en informatie.”
     

    Welke rol kunnen gemeenten spelen in het zo veilig mogelijk inrichten van een schoolomgeving? Is die rol beperkt tot fysieke maatregelen, of hebben gemeenten ook mogelijkheden op het gebied van gedragsmaatregelen?

    “Gemeenten kunnen al vóór de bouw van een school, of bij naderende fusies al wat doen. Bekijk het breed; waar komt de school? Wat komt daar in de buurt? Welke schoolroutes gaan mensen kiezen? Hoe ziet de omgeving eruit? Hoe wordt de wijk ingericht? Dat is nu vaak geen criterium bij een bestuurlijk besluit. Ik zie vaak scholen waarvan ik denk; 'Oh jongens, waarom staat die school dáár?'
    Als een school eenmaal op een bepaalde plek staat, kunnen gemeenten kijken wat ze kunnen doen om automobilisten te beïnvloeden om voorzichtig te rijden en goed op te letten. Je moet ze uit hun routinegedrag halen; hier is een school, hier zijn kinderen. Kinderen laten zich maar beperkt sturen. Ik ken een geval waarin een provincie een prachtig, veilig fietspad aanlegde. De kinderen kozen echter een andere route. Als een nieuw fietspad net iets langer is, wordt het bijvoorbeeld niet gebruikt.”

    Hoe ziet de ideale schoolomgeving er volgens jou uit?

    “We willen tijdens de haal- en brengspits liever geen vrachtwagens, dat is een echte no-go. Maar verder is een schoolinrichting maatwerk. Een weg langs een school kan wel een bepaalde categorisering krijgen, bijvoorbeeld als dertig kilometerweg, maar hoe die weg gebruikt wordt is ook afhankelijk van gewoonte en historie. Er is vaak geen kant- en-klare oplossing. Je moet naar het specifieke probleem gaan kijken; waar is nog ruimte voor verbetering? Meestal is er niet een oplossing, maar zit die op meerdere vlakken: in de inrichting en het gedrag.”

     

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW