Hoe beïnvloedt autodelen het reisgedrag? 31 okt 2014

    Door Friso Metz, CROW-KpVV 

    Autodelen heeft een grote impact op het reisgedrag van mensen. In de literatuur over het onderwerp is veel aandacht voor de vraag hoe groot deze effecten zijn. Er is minder aandacht voor de vraag naar de reden waarom autodelen zo sterk ingrijpt op het gedrag. De laatste tijd ben ik heel actief met het onderwerp autodelen bezig geweest. Omdat ik ook veel met gedragsbeïnvloeding bezig ben, wordt het tijd om in te gaan op het verband tussen deze twee thema’s. Hieronder doe ik een eerste aanzet. Ik ben benieuwd naar je reactie!

    Autodelen: anders betalen voor mobiliteit 

    De gedachte achter autodelen is dat veel auto’s een groot deel van de dag stilstaan. Jammer eigenlijk, want voor veel huishoudens is een auto een grote investering, waar maar weinig gebruik van gemaakt. Voor mensen die weinig autorijden, maar wel af en toe een auto nodig hebben, bieden deelauto’s een oplossing. Ze kunnen een auto reserveren en betalen voor de keren dat ze hem gebruiken. Een sympathiek idee, en uit cijfers van CROW-KpVV  blijkt dat steeds meer mensen de voordelen ontdekken. 

    Autorijden is duur. Maar het verraderlijke is dat we dit eigenlijk niet zo goed merken. De auto is betaald, en de verzekering en de belasting worden maandelijks afgeschreven. Als je niet hoeft te tanken, merk je eigenlijk niet dat het geld kost. De auto staat als het even kan voor de deur. Daarmee wordt de auto al gauw de default option om je te verplaatsen. 

    Bij autodelen is dit heel anders. Omdat autodelers per rit betalen, zien ze de kosten van die ene rit. Omdat die hoog zijn, bedenken ze zich wel goed, voordat ze er één reserveren. Het openbaar vervoer is al gauw goedkoper (zeker als je al een abonnement hebt). Misschien besluit je zelfs om toch maar door de regen naar de supermarkt om de hoek te fietsen. De auto is hierdoor niet meer de default option, maar de last option. Trouwens, uit gewoonte de auto pakken is er ook niet bij, omdat je een deelauto vooraf moet reserveren. 

    De auto als statusmiddel 

    Dat klinkt leuk, maar is de auto niet een fantastische manier om je status en je identiteit uit te drukken? Gerard Tertoolen heeft al eens eerder geschreven over de magische krachten die uitgaan van het bezitten van een auto. Staat de deelauto hier niet haaks op? 

    Zeker wel, maar niet iedereen hecht even sterk aan het bezit van een auto. Anders gezegd: niet iedereen is een velgenlikker. Voor de nog kleine groep autodelers is het eerder andersom: het autodelen – en daaraan gekoppeld het niet bezitten van een eigen auto – blijkt een deel van hun identiteit te zijn. Deze mensen zijn er trots op dat ze een autodeler zijn. 

    Er is veel discussie over de vraag of jongeren niet minder waarde hechten aan het bezitten van auto’s. Het is lastig om te bewijzen of dit soort zaken verandert bij de ‘generatie Y’. Maar stel nu dat je enorm aan status hecht; wat dacht je er dan van om een coole cabrio te boeken via SnappCar en vervolgens een selfie te posten op Facebook. 

    Gemak: auto versus deelauto 

    Die auto voor de deur, dat is toch wel gemakkelijk. Dat mis je bij de deelauto. Hoezo, gemakkelijk, vragen autodelers zich af. Gedoe met onderhoud, dure reparaties, onverwachts hoge kosten en sparen voor een nieuwe auto: daar heb je als autodeler geen last van. 

    Zowel de eigen auto als de deelauto bevatten gemaksaspecten. De eigen auto speelt sterk in op de luie, gemakzuchtige mens. En die hoge onderhoudskosten? Die accepteren veel mensen, “want de auto is toch eenmaal duur”. Dit verschijnsel heet de ‘referentie-bias’: een vertekening waarbij mensen zichzelf laten leiden door een referentiekader, dat niet eens relevant hoeft te zijn. Opvallend is dat veel mensen de onderhoudskosten van een fiets duur vinden. Een fiets wordt gezien als een goedkoop vervoermiddel, en dat mag dan ook niets kosten. 

    Zonder auto kom je nergens

    Het bovenstaande is redelijk bekend uit de literatuur. Laten we daarom eens dieper graven. 

    Bij mensen die weinig autorijden, zal wellicht eens de gedachte opkomen dat die auto toch wel duur is, en dat ze voor dat geld veel leukere dingen kunnen doen dan van A naar B te rijden. Maar als je je dan probeert voor te stellen hoe het is om zonder auto door het leven te gaan, bekruipt je al gauw het gevoel dat je jezelf in een isolement plaatst. “Zonder auto kan ik nooit meer bij mijn beste vriend langs die erg afgelegen woont”. “Wat als ik dan ineens wel een auto nodig heb? “ enz. Mensen zijn bang om iets te verliezen dat ze bezitten. Dit heet verliesaversie. 

    Er is een grote groep die weinig rijdt, maar de auto niet weg wil doen. De deelauto kan dit effect verzachten: als je dan toch eens een auto nodig hebt, dan kun je op de deelauto terugvallen. In de praktijk blijkt, dat autodelers helemaal niet zo vaak een auto nodig hebben als ze eerst dachten. In de loop van de jaren neemt het aantal verhuringen zelfs af! 

     
    Trigger om gewoontes te doorbreken 

    Allemaal mooi, maar hoe krijg je mensen nu zover dat ze de stap zetten om te gaan autodelen? 
    De grote vraag is hoe je de gewoonte van het autogebruik doorbreekt. Al weer enige tijd geleden deed de Zwitserse Sylvia Harms hier onderzoek naar. In een stabiele situatie ontwikkelen mensen gewoonten. Als men tevreden is met die gewoonte, is er geen reden om te veranderen. Harms noemt hiervoor enkele oorzaken: 

    - cognitieve blindheid: mensen overwegen geen andere opties of doen dit slechts oppervlakkig 

    - motivationele blindheid: mensen overwegen geen opties die tegen hun eigen overtuiging ingaan 

    - onzekerheid: nieuwe opties brengen veel onzekerheid met zich mee, waardoor mensen zich geen volledig beeld vormen 

    - sociale normen: mensen steunen eerder op wat anderen zeggen, dan dat ze de opties objectief afwegen. 

    Volgens Harms zijn er drie manieren om “slechte” gewoontes te doorbreken: het automatische proces doorbreken en/ of de context veranderen waarin het gedrag plaatsvindt. Voorbeelden: een andere baan, een nieuwe gezinssituatie, een verhuizing of een parkeerverbod in je straat, auto komt niet door de APK, hoge reparatiekosten. Zulke veranderingen hebben impact op iemands mobiliteitsbehoefte en kunnen mensen triggeren om bijvoorbeeld over autodelen na te denken. 

    Van de deelnemers aan haar onderzoek die een auto bezaten voordat ze gingen autodelen, onderging 85 procent een gebeurtenis die hen triggerde om te gaan autodelen. Zelfs mensen met sterk ontwikkelde gewoonten vroegen informatie over autodelen op, hoewel de kans dat het uiteindelijk gingen doen, klein was. 

    Gewoontes veranderen gaat stap voor stap 

    Volgens het MaxSem-model gaat gedragsverandering meestal niet in één keer, maar in fasen. Hoe werken deze fasen bij autodelen? 

    1 Voorstadium 
    Mensen in deze fase zijn niet bezig met de vraag of autodelen iets is voor hen. Deze groep hoort vanuit de media wel dat autobezit minder ‘in’ is. Hij/zij vindt dit op zich wel positief. 

    Wellicht kun je inspelen is op ‘cognitieve dissonantie’: een deel van deze mensen gebruikt hun auto relatief weinig, maar hecht toch aan het bezit ervan. Beseffen ze wel hoe weinig ze de auto eigenlijk gebruiken, en hoeveel kosten gedoe dit met zich meebrengt? 

    Uiteraard moet autodelen wel in hun lifestyle passen, willen mensen er überhaupt voor open staan. 

    2 Overwegen 
    Door een trigger (zie boven) kunnen mensen open gaan staan voor autodelen of voor het verhuren van hun eigen auto. Ze doen het echter nog niet. Misschien hebben ze er nog nooit over nagedacht of zijn ze er vanuit hun omgeving nog nooit mee geconfronteerd. 

    Deze groep vindt autorijden handig, maar is niet negatief ten opzichte van openbaar vervoer en de fiets. 

    Wanneer anderen enthousiast over autodelen vertellen, kan dit impact hebben. Ook objectieve informatie is nuttig: hoe werkt het? Wat kost het huidige autogebruik? Welke deelconcepten zijn er (in de buurt)? Wat zijn de voor- en nadelen? Wat zijn de risico’s als je je eigen auto deelt met anderen? Gedragsdoel van deze fase: mensen denken dat autodelen wellicht iets voor hen is. 

    3 Beslissen 
    Of iemand daadwerkelijk besluit om te gaan autodelen, hangt af van onder meer: 
    • de mate waarin routines zijn ingeslepen; 
    • persoonlijke waarden en de houding ten opzichte van andere vervoerwijzen; 
    • de vraag hoe radicaal de gedragsverandering is. 
    Hoe groter de verandering, hoe kleiner de kans dat mensen die stap zetten. Een auto wegdoen die je veel gebruikt, is zo’n grote stap. De tweede auto die vaak stilstaat wegdoen is een kleinere stap. Zeker als je de mogelijkheid hebt om een (deel)auto te gebruiken als het echt nodig is. Voor wie al regelmatig met het openbaar vervoer reist, is de stap gemakkelijker dan voor een verstokte automobilist. Zij zien de deelauto als een middel om hun auto-arme leefstijl vol te houden. Sommige ‘zwaargebruikers’ van het openbaar vervoer vinden overigens autodelen overbodig. 

    4. Handelen/ proberen 
    Als je je eigen auto van de hand doet, speelt het eenmalig uitproberen van de nieuwe optie minder. Ineens ben je een autodeler. Hooguit kun je, als het autodelen niet bevalt, besluiten om weer een auto aan te schaffen. Het ‘huren van de buren’ of het verhuren van je eigen auto kun je wel uitproberen. Als het bevalt, kun je besluiten om dit vaker te doen. 

    5. Vasthouden 
    Eenmaal een autodeler, dan is de kans groot dat mensen steeds minder autoritten maken. 

    De groep die geen auto heeft, kan, als autodelen bevalt, tot het besluit komen om af te zien van de aanschaf van een eigen auto. Die mensen zullen geen gewoonte ontwikkelen om zomaar voor van alles de auto te pakken. 

    Strategie: 
    • richt je niet op de op mensen in het voorstadium 
    • stimuleer mensen om het eens uit te proberen (bijv. eens een deelauto huren, of je eigen auto verhuren) 
    • zet mensen uit de ‘overwegingsfase’ aan tot nadenken: is het wat voor mij? 


    Autodelen: wanneer wordt het normaal? 

    Op dit moment is de groep autodelers nog vrij klein. Als je autodeelt ben je dus bijzonder. Terwijl het heel normaal is dat je een auto hebt. In de media is de laatste jaren veel positieve aandacht voor autodelen. Dat is een steun voor die kleine groep, die zich steeds minder als uitzondering ziet, en steeds meer als modern en innovatief. Hoe meer mensen gaan autodelen, hoe normaler het wordt om dit ook te doen. De vraag is dus hoe snel de ontwikkeling gaat. Mond-tot-mondreclame helpt om het groeiproces te versnellen. Het is daarom nuttig om na te denken hoe je autodelers kunt aanzetten tot het delen van hun enthousiasme met anderen. 

    Reageer hier of in onze LinkedIn-groep


    Bronnen: 
    Syvia Harms, From routine choice tot rational decision making between mobility alternatives, Swiss Transport Research Conference, 2003 

    TNS Nipo, Monitor autodelen: wordt de markt volwassen?, 2014 

    KpVV dashboard duurzame en slimme mobiliteit, Opnieuw forse groei: 11.210 deelauto’s, 110.000 autodelers, 2014 

    Friso Metz, Staat jouw doelgroep open voor gedragsverandering? KpVV weblog reisgedrag, 2013

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW