Mobiele paradoxen 20 nov 2015

    Als psycholoog ben ik bijzonder geïnteresseerd in knopen in het brein. Optische illusies, denkfoutjes, verwarrende berichten die kortstondig onze wereld doen wankelen. Prachtig. Onze hersenen, waar we denken blind op te kunnen varen, blijken dan niet de bakens waar we ze voor aanzien. ´Paradoxen´ passen ook goed in het rijtje breinbrekers.

    Gerard-1.jpg
    Een paradox is een ogenschijnlijk tegenstrijdige situatie, die lijnrecht in gaat tegen ons gevoel voor logica of onze verwachting. Meestal zit er wel een addertje onder het gras en berust de paradox op een gebrekkige redenering. Maar voordat je dat door hebt, ben je al behoorlijk van je voetstuk gebracht. Soms komen we er echt niet uit en moeten we ons gewonnen geven. De paradox gaat ons verstand te boven zogezegd. We zijn als mensen over het algemeen behoorlijk eigenwijs, maar dan staan we toch weer even met beide benen op de grond.

    Ik presenteer u hieronder twee beroemde paradoxen om er een beetje in te komen. De tweede daarvan heeft al een klein beetje met mobiliteit te maken, hoewel dat nog heel indirect is. Daarna neem ik u mee naar drie paradoxen die ons werk als vervoer- en verkeerskundigen bijna dagelijks beheersen. Of er ook een oplossing voor is voor deze drie paradoxen, laat ik hoofdzakelijk aan de lezer over. Die hebben er tenslotte voor gestudeerd.

    Van de leugenaar en de geiten

    De leugenaarsparadox is een bekende paradox die als volgt geformuleerd kan worden:

    Deze zin is niet waar.

    Als deze zin waar zou zijn, dan is hij niet waar. Als de zin echter niet waar is, dan is het dus ook niet zo dat hij niet waar is en dus is hij waar. Hij spreekt zichzelf dus lijnrecht tegen. De zin is alleen waar als hij dat niet is. De indirecte variant van de leugenaarsparadox gaat als volgt:

    De volgende zin is waar.
    De vorige zin is onwaar.


    Denk er niet te lang over na, want het houdt je gevangen. Kijk liever mee naar een andere interessante paradox: het driedeurenprobleem. Hett gaat over twee geiten en een auto. Op dit punt komt de mobiliteit dus al een beetje om de hoek kijken, want er valt een prachtige nieuwe auto te winnen.
    In een quiz staat de deelnemer voor drie gesloten deuren. Achter één van de deuren staat een auto, achter de andere twee een geit. De deelnemer mag een deur aanwijzen en krijgt als prijs wat er zich achter die deur bevindt. Als de deelnemer een deur heeft aangewezen, opent de presentator (die weet waar de auto staat) een van de andere deuren waarachter een geit staat. De presentator geeft de deelnemer daarna de mogelijkheid om te wisselen. Blijft hij bij zijn oorspronkelijke keuze, of neemt hij de andere deur die nog gesloten is? De meeste mensen zullen zeggen dat het niets uitmaakt, omdat de kans nu fifty-fifty is. Maar dat is niet zo.

    Het gaat in tegen ons gevoel, maar de deelnemer doet er wijs aan te wisselen. De winstkans wordt zelfs twee keer zo hoog als de deelnemer van deur wisselt. Het is lastig in te zien dat er weliswaar twee mogelijkheden zijn, maar dat deze niet gelijke kansen hebben, omwille van de kennis van de presentator.  Als je me niet gelooft; zelfs beroemde wiskundigen hebben hun hoofd er over gebroken voor dat ze moesten toegeven dat het echt zo was.
    Nu we een beetje in de sfeer van paradoxen zijn aangeland, neem ik jullie mee naar drie mobiliteitsparadoxen. Ik ben tenslotte verkeerspsycholoog. Breinbrekers dus uit onze dagelijkse praktijk.

    De bereikbaarheidsparadox

    Om de bereikbaarheid te verbeteren en de ellenlange files van elke dag te verminderen, stellen we alles in het werk om mensen tot bezinning te brengen. Weg uit die auto in de spits: ga fietsen, met de trein, thuiswerken of op andere tijden reizen! We doen dit vanuit de overtuiging dat als we maar genoeg mensen weten te motiveren, de files sterk zullen afnemen. Mensen vinden files vervelend, denken we, en dus zijn ze – met een beetje hulp - gemotiveerd die files te vermijden. Zo komt er weer ruimte op de weg. En daar hebben we best wat geld en menskracht voor over. We noemen het slim reizen of mobiliteitsmanagement.
    Maar dat is niet alles wat we doen. Om de doorstroming te verbeteren passen we ook verkeersmanagement toe. We hangen van alles langs en boven de weg (en stoppen apparatuur in de auto zelf), om mensen beter te informeren en om hen andere routes te laten nemen. Zo kunnen zij files vermijden en verminderen wij de files.

    In feite is hier sprake van een dubbele paradox. Als het verkeersmanagement voldoende zoden aan de dijk zet, nemen de files sterk af en dan valt de grond onder ons mobiliteitsmanagement weg. Maar tegelijk: áls we er in slagen om met mobiliteitsmanagement of met verkeersmanagement (of met allebei, ook al zijn ze enigszins paradoxaal) de files sterk te verminderen, dan zuigen onze wegen nieuwe gebruikers aan die het gat zullen gaan opvullen. We weten immers dat veel mensen die fietsen of het openbaar vervoer gebruiken weer met de auto gaan als het rustiger wordt op de weg.
    De bereikbaarheidsparadox voorspelt daarom dat we met deze activiteiten onszelf voor eeuwig van werk voorzien. Totdat we iets vinden om de paradox te doorbreken natuurlijk. Sommigen denken dat  de zelfrijdende auto dit is. Over paradoxen gesproken!

    De fietshelmparadox

    In veel landen geldt het als levensgevaarlijk om zonder helm de fiets te pakken. In Nederland wil men niet aan de fietshelm. We vinden het lastig, het ziet er stom uit en we betwijfelen of het wel zo veilig is. Canadees onderzoek toont aan dat wij Nederlanders het bij het rechte eind hebben: een fietshelm maakt het niet veiliger.
    De onderzoekers vergeleken gemeenten waar de fietshelm verplicht is met die waar dit niet zo is. In gemeenten waar de helm verplicht was, belandden niet minder fietsers in het ziekenhuis, ook niet als er specifiek naar hoofdletsel werd gekeken.
    Wat is dan wel effectief om het aantal fietsongelukken te verminderen? Je raadt het niet:  meer fietsen! Hoe meer mensen er fietsen, hoe minder fietsongelukken. Hoe dat kan? Als er meer fietsers zijn, gaan automobilisten daar beter op letten én hoe meer fietsers, hoe meer de gemeente hen gaat verwennen met goede en veilige fietspaden.  
    Geen pleidooi voor een verplichting van de fietshelm dus. Als het dragen van een helm het fietsen minder aantrekkelijk maakt – en die kans is groot – leidt het tot minder fietsen en neemt de kans op fietsongelukken dus toe.

    De ‘doe-het-niet-paradox’

    Stel: je wil dat mensen iets niet doen in het verkeer. Dan is het raadzaam op mensen er op te wijzen wat ze wel moeten doen. Onze hersenen kunnen het woord ‘niet’ namelijk niet registreren. Als dat geen paradox is! Het bekendste voorbeeld is tegen iemand zeggen: ‘denk niet aan een roze olifant.’ Je weet dan een ding zeker: hij denkt juist aan een roze olifant. Je vestigt er de aandacht op, je brengt mensen in feite dus op een idee.
    In de campagnes van de overheid wordt hier nogal eens pijnlijk de mist mee ingegaan. Neem de campagne tegen smartphonegebruik in het verkeer. ‘ONderweg ben ik OFFline’. Die boodschap zou vóór het vertrek best zinvol kunnen zijn, maar hij wordt vertoond langs de weg als je ONderweg bent. En de kans dat de boodschap dan juist het tegenovergestelde bereikt – “o ja, even op mijn telefoon kijken” – is levensgroot. En levensgevaarlijk, dat ook.

    Gerard-2.jpg

    De voorganger van deze campagne maakte het zelfs nog bonter. Op diverse plekken langs de snelweg werden ‘in  geuren en kleuren’ alle icoontjes van social media afgebeeld. Daar kreeg je echt zin van om eens lekker te gaan appen en facebooken. Er zijn maar weinig mensen die daar een P voor uitkiezen.

    Gerard-3.gif

    Eigenlijk is het heel jammer, want beide campagne-uitingen maken deel uit van de overkoepelende campagne ‘Aandacht op de weg’. Dat is nou precies de boodschap die de paradox doet verdwijnen. Waarom staat dat niet gewoon op de borden langs onze snelwegen? Of neem de campagne ‘Houd 2 seconden afstand’. Die is prima. Geen paradoxale boodschap.
    Een vergelijkbare paradox als bij het smartphonegebruik deed zich voor bij de slogan als ‘word geen slaaprijder’ van enige tijd geleden. Men wil mensen wakker houden achter het stuur, maar deed dat met de boodschap ‘Zzzzzz.’ Het kan net het laatste zetje zijn voor de chauffeurs die al langer dan goed voor hen is naar het asfalt staren, en bij wie het knikkebollen al begonnen is.

    Omgaan met paradoxen

    Paradoxen zijn leuk. Maar ook nuttig. Ze tonen de gaten en gebreken aan in onze logica, aannames en vanzelfsprekendheden. Ze houden ons scherp zogezegd, mits we ze erkennen en er zo nu en dan over na willen denken. Sommige zijn oplosbaar. In het geval van de ´doe-het-niet-paradox’ kun je eenvoudig bij al je campagne-uitingen de positieve, actieve vorm kiezen: ‘Aandacht op de weg’ of ‘Stop, neem nu even rust’ (vlak voor een verzorgingsplaats). Andere paradoxen geven ons het gevoel dat je ze nooit zult oplossen. Maar bedenk dat daarvoor geldt; zeg nooit ‘nooit’!

    -Door Gerard Tertoolen-

    Referenties
    Brandhof, A. van de, 2006, Hommeles over de drie deuren, Kennislink.nl.
    Hamblin, J., 2013, The Bike Helmet Paradox, The Atlantic, Health.
    Mies, J., 2013, De onbedoelde kracht van de ontkenning: Zeg niet wat je níet wilt,  Tekstblad, Tijdschrift over tekst en Communicatie, nr 1.
    Slager, S., 2015, Fietshelm maakt fietsen niet veiliger, Trouw, 13 november.

    Dit bericht is eerder verschenen op De Verkeerspsycholoog.
    Gerard Tertoolen is zelfstandig Verkeerspsycholoog en is verbonden aan XTNT.



     

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW