Leren en beleid bijstellen 5 nov 2014

    De weblog Reisgedrag stelt elke maand vijf vragen aan een expert op het gebied van gedrag en mobiliteit. De eerste vijf vragen zijn voor Odette van de Riet. Zij is kwartiermaker en trekker van BIT, het Behavioural Insight Team (BIT) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM).

    Met welke taken houdt het BIT zich bezig?

    We ondersteunen het ministerie met het toepassen van gedragsinzichten. BIT is een netwerk van kennisinstellingen, wetenschappers en praktijkexperts op het gebied van gedrag. We zijn nu twee jaar actief. Het netwerk heeft een vaste kern. In dit kernteam participeren twee senior-adviseurs van IenM en tien senior-onderzoekers van tien kennisinstellingen, zoals het KiM. Het ministerie van IenM is onze thuisbasis. Het hart van het netwerk zit in het ministerie van IenM, dus we zijn echt van en voor het ministerie. We vinden het als ministerie belangrijk om gedragsinzichten mee te nemen in beleid, maar dat gaat niet vanzelf. Gedragsinzichten spelen bij heel veel beleid een rol, want gedrag is overal, je komt het bij vrijwel alle beleidsopgaven tegen. Door rekening te houden met gedrag willen we effectiever en efficiënter beleid ontwikkelen. Gedragsinzichten toepassen in de praktijk is lastig, maar ook uitdagend om te doen. Het verbindt beleidsmakers en gedragsdeskundigen van al die organisaties die meewerken aan BIT.

    Jullie werken met de aanpak DOE. Wat houdt deze in?

    De D staat voor doorgronden, het doorgronden van de beleidsopgave en het gedrag wat daarbij een rol speelt. Het is dus ook de D van diagnose. De O staat voor ontwerpen. Hiermee bedoelen we de interventies, de beleidsopties. Het is dus ook de O van oplossingen. Op basis van de diagnose ontwikkel je deze oplossingen. En de E tenslotte, staat voor evalueren. We werken met ex ante en ex post evaluatie. Door vooraf en achteraf te evalueren, kun je leren en zo nodig het beleid bijstellen. 
    Een concreet voorbeeld uit de mobiliteitshoek is het programma Beter Benutten, waarin de gedragsinvalshoek volledig is geïntegreerd. [D] Er wordt gestart met een brede analyse: een verkeerskundige analyse, een stakeholder-analyse en een gedragsanalyse; drie analyses die elkaar voeden. [O] De vervolgstap is een brede zoektocht naar oplossingen op basis van de analyses. [E] In de evaluatiefase worden voorstellen getoetst op kosteneffectiviteit. In het programma zijn ook evaluaties opgenomen om kennis voor de toekomst op te doen.

    In de UK is al veel meer ervaringen met een BIT. Wat kunnen we van hen leren?

    Uit de UK kunnen we veel leren over evaluaties, dat staat buiten kijf. Ze proberen als het enigszins kan, binnen de ex ante evaluatie een Randomized Control Trial (RCT) uit te voeren. In het Nederlands hebben we het over een gerandomiseerd onderzoek met controlegroep. Een RCT bestaat uit een 0-meting, een t1-meting en een t2-meting; waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een groep waarop de te testen interventie wordt uitgeprobeerd, en een groep waarvoor niets verandert. Maar er is niet altijd een RCT mogelijk. Gelukkig zijn binnen de sociale wetenschappen ook alternatieve onderzoeksmethodes ontwikkeld. Het voordeel van het doen van evaluaties vooraf is dat je een interventie kunt bijstellen als het niet voldoende effectief blijkt te zijn wat onnodige investeringen kan voorkomen. 
    Daarnaast wordt met al die RCT’s in de UK ook een ‘body of knowledge’ opgebouwd. Zij bouwen kennis op over wat wel en niet werkt en ontwikkelen daarmee een goede kennisbasis. De gedragswetenschappen bestaan al zestig jaar, maar de toepassing in beleid is nieuw. Maar let op: we kunnen hun interventies niet zomaar kopiëren; gedrag is altijd contextafhankelijk, dus je moet altijd eerst zelf onderzoek doen om het vraagstuk te doorgronden en dan kijken welk instrument daarbij het beste past.
     
    Odette
       Odette (tweede van rechts) bij een panel-discussie op Harvard 

    Waar zitten momenteel de grootste uitdagingen op het gebied van gedragsverandering?

    De grootste uitdaging is om de gedragsinzichten echt toe te passen in de praktijk. Het is een voorinvestering die zichzelf dubbel en dwars terugverdient, maar die wel tijd kost. We zijn als mensen soms geneigd om te leunen op resultaten uit verleden of vertrouwde instrumenten, of om te snel naar oplossingen te gaan. Dat vraagt dus ook om een verandering in gedrag van onszelf.

    Waar zien we de komende jaren de resultaten van BIT terug en wat is het belang daarvan voor het Ministerie van IenM?

    Het doel van BIT is dat gedragsinzichten meegenomen worden in de praktijk, om daarmee te komen tot effectiever en efficiënter beleid. Dat is een tweetrapsraket; eerst het beleid ontwikkelen en dan het beleid implementeren. Dan pas heb je de resultaten. Het resultaat van de eerste trap zien we bijvoorbeeld al terug bij het programma Beter Benutten. Daar zijn gedragsinzichten volledig geïntegreerd in de aanpak, dus dat is een mooi succes. De tweede trap hebben ze in de steigers gezet. Om effectiever en efficiënter beleid te bereiken, hebben ze een stevig monitoring- en evaluatieproces opgezet, zodat we daadwerkelijk de effecten van het beleid in kaart kunnen brengen. Dat is een investering voor de langere termijn.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW