Hoe worden kinderen geen smartphonezombie? 29 mei 2017

    We schreven in 2016 al een aantal blogs over de smartphonezombie. Mocht u die niet gelezen hebben, dan praten we u snel bij. De smartphonezombie kent u vast al; hij zat vanmorgen waarschijnlijk net niet op uw motorkap, toen u naar uw werk reed. De smartphonezombie had zelf amper door dat u hem bijna aanreed, want hij was net verwikkeld in een appgesprek, terwijl zijn telefoon met een draadje verbonden was aan een enorme koptelefoon die zijn hoofd hermetisch afsloot van de rest van de samenleving. Als u toch contact had willen maken met de smartphonezombie, dan had u hem het beste even kunnen appen of Facetimen.

    Verbod

    Zonder gekheid; inmiddels is de problematiek rondom smartphonegebruik in het verkeer zo groot, dat demissionair minister van Verkeer en Waterstaat Melanie Schultz van Hagen een verbod op het gebruik van smartphones op de fiets in voorbereiding heeft. Het is echter nog niet duidelijk of dat gaat lukken, en zolang dit verbod er nog niet is, is gedrag een belangrijk middel om de smartphonezombie weer terug te brengen in de samenleving.

    Jongere kinderen

    Hoe kunnen we voorkomen dat jonge pubers hun smartphone gaan gebruiken? Voorkomen is beter dan genezen, ook bij smartphonezombies. PubLab onderzocht in samenwerking met Ideate en Moorgen deze vraag in Fietsen met Focus, in opdracht van de Provincie Utrecht. De uitkomsten in het rapport Fietsen met Focus zijn afkomstig uit onder andere focusgroepen en verdiepende keukentafelgesprekken met kinderen rond de twaalf jaar.
     
    afblijven

    Niet doen

    De grote uitdaging is volgens PubLab om jongeren iets in de toekomst NIET te laten doen wat ze nu ook nog niet doen. Zij stellen dat jonge kinderen daarom al op de basisschool al informatie moeten krijgen over het gebruik van smartphones in het verkeer. Een enkelvoudige gedragsinterventie is daarvoor niet genoeg; kinderen moeten gedurende een langere periode op maat gemaakte interventies ontvangen.

    Doelgroep

    Kinderen in de hogere klassen van het basisonderwijs hebben vaak wel een smartphone, maar doorgaans zonder, of met heel weinig data. Daarnaast zijn ze nog relatief makkelijk te beïnvloeden. Uit het onderzoek blijkt dat zij hun smartphone niet of nauwelijks op de fiets gebruiken.

    Zelfstandig

    Als ze eenmaal naar de brugklas gaan, brengen ze meer tijd zelfstandig in het verkeer door, bijvoorbeeld omdat ze verder moeten fietsen. Vaak mogen ze meer data op hun telefoon, of krijgen ze een data-abonnement. Tenslotte breekt de puberteit aan; pubers zijn meer geneigd om opgelegde regels in twijfel te trekken, of die nou over huiswerk, uitgaan of telefoongebruik in het verkeer gaan. “Dat bepaal ik zelf wel”, is een veel gehoorde uitspraak in huishoudens met puberende kinderen.

    Geen kind is gelijk, ook niet in hun telefoongedrag. De onderzoekers hebben op basis van hun gesprekken met kinderen over hun telefoongebruik vier persona’s ontwikkeld die model staan voor het telefoongebruik van twaalfjarigen in groep acht. Kris is een voorzichtig meisje, Lieke een sociaal meisje met een stevig verantwoordelijkheidsgevoel, Martijn is een intelligente nieuwsconsument die zich niet voor sociale media interesseert, Osman is een introverte gamer en Nikki een levendige pre-puber die graag grenzen opzoekt.  

    Nikki

    De ‘Nikki’s’ zijn de belangrijkste doelgroep voor de campagne. Door het puberale gedrag zoals het opzoeken van grenzen, zal een vijftienjarige Nikki waarschijnlijk nog maar weinig vatbaar zijn voor goedbedoelde campagnes over smartphones in het verkeer. De onderzoekers adviseren daarom een campagne in meerdere fases, te beginnen in groep zeven en groep acht, als de puberteit nog ver weg lijkt. Bij het benaderen van de kinderen kan de boodschap worden meegegeven via de verkeerslessen op school, maar bijvoorbeeld ook via mijlpalen als het schoolkamp.

    Verandering

    De tweede fase is volgens de onderzoekers de overgang van groep acht naar de brugklas, de zogenaamde transitiefase. Voor de kinderen is het een spannende tijd, waarin er veel verandert. Die veranderingen kunnen worden aangegrepen om de kinderen te informeren en om hen bepaald gedrag aan te leren; je smartphone hoort in je tas als je naar school fietst. Daar zijn genoeg aanknopingspunten voor. De kinderen voeren bijvoorbeeld een afscheidsmusical op in groep acht, gaan naar open dagen van middelbare scholen en hebben een extra lange schoolvakantie.

    Norm

    De derde fase zijn tenslotte de eerste jaren op de middelbare school. De kinderen halen hun boeken op, leren hun nieuwe klasgenoten kennen en worden steeds zelfstandiger. Ze maken nieuwe vrienden, doen meer met sociale media en zijn meer online. In deze periode moet ‘geen smartphones in het verkeer’ inmiddels de norm zijn onder de pubers, in plaats van een saaie regel.

    Praktijk

    Het idee voor een meerjarige interventiestrategie die aanhaakt bij belangrijke gebeurtenissen in het pre-puberleven wordt in de praktijk uitgewerkt. Het Corderius College in Amersfoort heeft belangstelling getoond om mee te werken aan de experimenten. Hopelijk zullen hun leerlingen geen smartphonezombies worden.  

    Meer over Fietsen met Focus is hier te lezen. Het eindrapport van het onderzoek kan online gelezen worden.

    -Door de redactie-

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW