“We willen mensen die met fietsstimuleringsprojecten te maken hebben inspireren.“ 20 mei 2016

    De weblog Mobiliteit en Gedrag stelt regelmatig vijf vragen aan een expert op het gebied van gedrag en mobiliteit. Deze keer spreken we Kim Ruijs. Zij heeft psychologie gestudeerd en is medior adviseur bij XTNT, waar ze zich richt op gedragsbeïnvloeding van weggebruikers. Ze heeft meegewerkt aan het e-book Change is cool.

    Hoe zijn jullie op het idee voor dit boek gekomen en waarom is deze titel gekozen?

    Kim0-(1).jpg“Het idee voor het boek kwam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vandaan. Zij hadden het idee dat er de afgelopen jaren veel kennis was ontstaan op het gebied van fietsstimulering. Met het boek wilden ze deze kennis verzamelen en bundelen. Wij kregen de opdracht om het boek te schrijven. Het idee om er een e-book van te maken kwam bij ons vandaan; we wilden niet alleen een goed rapport schrijven, maar we wilden ook ruimte voor interactie. Met een digitaal product kan dat. Het idee voor de titel komt bij Gerard Tertoolen vandaan; het boek gaat over verandering, de change. Door het woord 'cool' te gebruiken konden we van de letters o een fietsje maken.” 

    Jullie gebruiken de motivatietheorie van Herzberg om het boek te ordenen. Waarom is die keuze gemaakt?

    “Voor het boek hebben we vijftien fietsstimuleringsprojecten geanalyseerd. Daar kwamen een aantal must do's en may do's uit, en een aantal andere sociale factoren die van invloed kunnen zijn. Op basis daarvan kwamen we uit bij de piramide van Herzberg, die met satisfiers en dissatisfiers werkt. Dissatisfiers zijn randvoorwaarden om een gedragsverandering te bereiken, satisfiers zijn de dingen die je extra kunt doen om mensen te verleiden. Het model sloot direct aan bij de projecten die we voor het boek analyseerden. Dat het model vrij eenvoudig te begrijpen is, heeft niet meegespeeld bij de keuze, maar het helpt natuurlijk wel. Ook voor niet-psychologen is het een goede kapstok om informatie over fietsstimuleringsprojecten te ordenen.”

    Wat hopen jullie met dit boek te bereiken? Merk je aan de reacties op het boek of jullie dat doel bereiken?

    “We willen mensen die met fietsstimuleringsprojecten te maken hebben inspireren met wat er in het boek staat. We willen voorkomen dat projectleiders opnieuw het wiel moeten uitvinden, en we willen fietsstimuleringsprojecten nog beter maken dan ze al zijn. Vooral kort na de publicatie hebben we veel reacties op het boek gehad. De meeste reacties waren erg positief. Het is lastig om te bepalen of het boek effect heeft, maar we hopen het natuurlijk wel. We merken wel bij congressen en bijeenkomsten dat het boek bekend is bij de doelgroep, en dat is een mooie eerste stap. Of de lezers daarna ook de lessen uit het boek gaan toepassen is lastig te achterhalen. Een tweede doel, vooral vanuit het ministerie, is dat mensen kennis blijven verzamelen en uitwisselen. Daar hebben ze onder andere bij het Fietsberaad de mogelijkheid voor.”

    Kun je, aan de hand van Change is Cool, zeggen hoe het ideale fietsstimuleringsproject eruit ziet?

    “wat mij betreft kan dat wel. We werken met XTNT vanuit Beter Benutten nu ook als onderaannemer mee aan het IMMA-traject. We hebben samen met Innovactory voor Beter Benutten Vervolg een in mijn ogen ideaal fietsstimuleringsproject ontwikkeld, en dat mogen we nu gaan uitvoeren in Utrecht en Maastricht. Een eerste element dat voor zo'n fietsstimuleringsproject belangrijk is, is een probeeractie en een vervolgactie. De deelnemers moeten een opt out hebben voor als het niet bevalt.

    Daarnaast is goede informatievoorziening en begeleiding van de deelnemers van belang. We werken daarbij met een interne ’goal setting’; de deelnemers stellen een eigen doel en gaan dat proberen te halen. Een andere mogelijkheid is een competitie tussen de deelnemers. Dat werkt ook wel, maar kan demotiverend werken als er een paar fanatiekelingen op de eerste plaatsen staan die jij nooit kunt inhalen. Het is ook belangrijk om na te denken hoe je met de fietsende deelnemers communiceert. Behalve de technische feedback over hoeveel kilometers ze hebben gefietst, is het ook belangrijk om sociale feedback zoals complimentjes te geven.

    Het programma gaat uit van een beloningsopzet, waarbij deelnemers kunnen sparen voor producten. Belonen met geld is leuk, en het werkt zeker als je de eerste maand een extra bedrag op je loonstrookje ziet omdat je naar je werk hebt gefietst. Maar na een tijdje went dat extra bedrag en verliest het zijn effect. Een product is een tastbare beloning die jij hebt verdiend met fietsen. Zorg in  een fietsproject ook voor een flexibele insteek en een zekere mate van vergevingsgezindheid. Als je hebt afgesproken om elke dinsdag te fietsen, en het is dinsdag rotweer of het komt echt niet uit, dan moet er een uitweg zijn. Dat doen we ook in onze eigen programma's. We hebben een app ontwikkeld die registreert of mensen fietsen. Als je dinsdag niet op de fiets gaat, geeft de app een notificatie of je misschien op een andere dag op de fiets wil gaan. Het uiteindelijke doel is natuurlijk dat je de app niet nodig hebt en dat je intrinsiek gemotiveerd raakt om te gaan fietsen.

    De beloning wordt vaak genoemd als reden om te fietsen, maar achteraf blijkt dat mensen gezondheid als reden om te fietsen opgeven. Eigenlijk zou je dat tijdens het project moeten blijven monitoren. Waar zit het omslagpunt van belonen naar gezondheid? Is dat als mensen zich fitter gaan voelen door het fietsen, of krijgen ze complimentjes dat ze er zo goed uitzien? Op dat omslagpunt kun je inspelen door het dashboard van de app op een andere manier in te richten. Het is belangrijk om in te spelen op de motieven van mensen.”

    In Change is Cool staan veel nuttige tips voor fietsstimuleringsprojecten. Maar wat moet je juist vooral niet doen bij zo' n project?

    “Allereerst is die vergevingsgezindheid heel belangrijk. Stel niet te strenge eisen. Een eis als 'vier dagen per week fietsen' is te veel voor een verstokte automobilist. Daarmee schrik je mensen af. De drempel om mee te doen moet zo laag mogelijk zijn. Daarnaast moet je niet te veel vrijheden en voordelen van mensen afpakken. Ik ben bijvoorbeeld ooit een fietsstimuleringsproject tegen gekomen waarbij mensen die meededen hun parkeerkaart moesten inleveren. Mensen kunnen dan niet met de auto naar hun werk als dat een keertje wel nodig is, en zullen niet meedoen.

    De dingen die in Change is cool worden genoemd zijn geen blauwdruk voor wat je wel en niet moet doen. Hoe een fietsstimuleringsproject er uit moet komen te zien is ook nog steeds afhankelijk van de context.”

    Het Ministerie van IenM is op zoek naar waar behoefte is aan kennis over het stimuleren van fietsen. Wie hier ideeën over heeft kan contact opnemen met XTNT.

     

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW