Fietser parkeert fiets het liefst daar waar het mag 24 mrt 2014

    door Henk Lenting

    De laatste jaren is er veel te doen over fietsparkeren. Stations, binnensteden en woonbuurten hebben heel wat te doen met rondslingerende fietsen, weesfietsen en fietswrakken. De capaciteit van fietsenstallingen is vaak problematisch, maar niet alle knelpunten los je op met grotere stallingen. Gedragsbeïnvloeding is een belangrijke thema bij fietsparkeren.

    Hierover is nog weinig bekend. In mijn stage bij CROW-Fietsberaad heb ik inzichten bij elkaar gezocht, gecombineerd en uitgewerkt om kennis over gedrag bij fietsparkeren op te doen. In dit blog ga ik in op de resultaten.

    Tijdens mijn stage heb ik ingezoomd op de situatie in Amersfoort. Dat hielp om kennis op te doen, theorieën te testen en tegelijkertijd te laten zien hoe belangrijk een goede probleemanalyse is. Dat begon moeizaam: een korte enquête op straat werkte niet. Daarom hebben we gekozen voor een uitgebreidere aanpak. Op straat vroegen we fietsparkeerders om een online-enquête in te vullen. Als blijk van dank ontvingen ze direct een setje fietslampjes. Wie meedeed, maakte kans op een cadeaubon. Deelnemers konden ook meedoen aan een groepsdiscussie. Dat leverde veel inzichten op. Tot slot hebben we op een aantal locaties ieder half uur foto’s gemaakt, om parkeerduur, waarde en doelgroep te kunnen analyseren. 

    De grote vraag is: welk gedrag vertonen mensen die hun fiets parkeren, en waarom doen ze zoals ze doen? Voor gemeenten is dat interessant, want die kennis helpt om mensen ertoe aan te zetten om op de juiste plek hun fiets te stallen. 

    Knelpunten bij fietsparkeren

    Uit deskresearch bleek dat er globaal drie soorten fietsparkeerproblemen zijn:
    1. Bestaande parkeervoorzieningen worden niet optimaal gebruikt;
    2. Er zijn te weinig parkeervoorzieningen beschikbaar;
    3. Fietsen worden geparkeerd op plekken waar dat niet zou moeten.
    In de praktijk wordt meestal maar één oplossing gekozen: capaciteit toevoegen. Nu zal dat zeker veel problemen oplossen, maar maatregelen die meer inspelen op beter gebruik van bestaande capaciteit of op het tegengaan van foutparkeren, zijn misschien wel veel efficiënter.

    Zo zijn er diverse maatregelen te bedenken die juist op het gebruik en op foutgeparkeerde fietsen inspelen. Bekende voorbeelden zijn fietsparkeervakken en rode lopers. Die activeren sociale normen. Andere kansrijke maatregelen zijn:
    • Begin de dag met een schone lei: als alle ongewenst geplaatste fietsen opgeruimd zijn, hebben mensen minder de neiging om hun fiets fout te parkeren.
    • Leg uit waarom mensen iets moeten doen. Daarmee kunnen mensen hun gedrag voor zichzelf verantwoorden. Dit wordt ‘need for cognition’ genoemd.
    • Zorg dat mensen het uit eigen wil doen. Dan houden ze het goede gedrag veel langer vol dan wanneer ze het doet omdat het moet.
    Een uitgebreidere – maar zeker niet uitputtende – lijst met maatregelen is terug te vinden in de rapportage.

    Hoe duurder de fiets, des te beter gestald?

    In de enquête vroegen we mensen hoe waardevol de fiets voor hen is. de antwoordmogelijkheden varieerden van “als hij weg is, haal ik wel weer een nieuwe” tot “heel waardevol”. Deze subjectieve waarde zegt niet alles over de geldwaarde van een fiets. Zo is mijn eigen barrel heel waardevol voor mij, want het is mijn belangrijkste vervoermiddel. Toen we tijdens onze observaties in Amersfoort de waarde van fietsen beoordeelden, ging het vooral om een inschatting van de objectieve waarde. Wat bleek? Er is weinig verband tussen de waarde van een fiets en de manier waarop mensen hun stalen ros parkeren. Een waardevolle fiets wordt dus lang niet altijd in een bewaakte stalling, in een rek of tegen een fietshekje geparkeerd, maar staat ook vaak los in de openbare ruimte. Tegelijkertijd nemen sommige mensen voor wie de fiets een gebruiksvoorwerp is, de moeite om hem in een bewaakte stalling te parkeren.

    In de onderstaande figuren zijn de waardevollere fietsen in blauw en rood weergegeven. Links staan de veiligste manieren van stallen en rechts de minst veilige. De bovenste figuur gaat in op de subjectieve waarde van gebruikers (uit de enquête). De onderste figuur toont de objectieve waarde (uit de observaties). 

    Goede wil en zelfcontrole

    Mark Beek schreef onlangs in Parkeer24: “Waar een automobilist tevreden mag zijn met een parkeerplek tot op 400 meter van de bestemming, is voor fietsers de deuropening de ultieme plek.” Het is zeker waar dat fietsers graag zo dicht mogelijk bij hun bestemming parkeren. Toch bleek in dit onderzoek dat de fietser graag het gevoel heeft dat zijn of haar fiets “goed” geparkeerd staat. Tijdens de enquêtes bleek dat veel mensen onzeker waren of ze hun fiets wel goed hadden neergezet. De wens om het te doen zoals het hoort, leidt er vaak toe dat mensen in het verlengde van een bestaand rijtje fietsen parkeren. Andere mensen hebben immers hun fiets daar ook neergezet, dus dat zal wel goed zijn (sociale bewijskracht). Om deze reden werken fietsparkeervakken en rode lopers vaak zo goed: ze maken duidelijk wat hoort en wat niet. 

    Aan dit goede nieuws zit wel een keerzijde: mensen hebben maar een beperkte hoeveelheid zelfcontrole en als je niet snel genoeg een goede parkeerplek vindt, verdwijnen de goede bedoelingen snel. Om dit te voorkomen, moet de situatie duidelijk, volledig en eenduidig zijn. het beste is om al op een fietsparkeergelegenheid wijzen, voordat de fietser zijn bestemming heeft bereikt.

    Sociale bewijskracht

    Ik noemde al dat fietsparkeerders worden beïnvloed door de plek waar andere fietsen staan. Uit het filmpjefietsenzwermen was bovendien al bekend dat fietsers graag parkeren in de buurt van vaste objecten. De onderstaande foto’s, genomen in Amersfoort, laten zijn hoe deze twee zaken samenwerken. Eerst wordt vooral in de buurt van de vaste objecten geparkeerd. De groepen fietsen worden steeds groter tot het uiteindelijk één groep wordt. Op dat moment verdwijnt de logica en worden fietsen overal neergezet waar ruimte is. 

    Maak het gemakkelijk en laat zien wat er wel/niet mag

    Wat kunnen gemeenten hiermee, als ze kampen met fietsparkeerproblemen? Kort samengevat kun je jezelf de volgende vragen gaan stellen voor een goede oplossing : 
    1. Wat is het probleem?
    2. Waarom is het een probleem?
    3. Voor wie is het een probleem?
    4. Wat zijn de mogelijke oorzaken van het probleem?
    5. Wie is de doelgroep van de interventie?
    6. Wat zijn de belangrijkste aspecten van het probleem?

    Deze vragen zijn in lijn met het blog Gedrag beïnvloeden begint met mensen begrijpen.

    Mijn belangrijkste advies is tweeledig. Maak duidelijk wat hoort en wat niet. En maak het zo gemakkelijk mogelijk om te parkeren zoals de bedoeling is.

    Henk Lenting studeert aan de NHL en heeft stage gelopen bij CROW-Fietsberaad. Zijn afstudeerrapprt is hier te downloaden.


    Bronnen
    Beek, M., “Gratis parkeren voor automobilisten is het dichtbij stallen voor fietsers”. Parkeer24, jaargang 8, #5, november 2013. P 17.
    Cialdini, R.B. (2009). Invloed. De zes geheimen van het overtuigen. Den Haag: Academic Service.
    Tiemeijer, W.L., Thomas, C.A., Prast, H.M. (red.)(2009). De menselijke beslisser. Over de psychologie van keuze en gedrag. Amsterdam: Amsterdam University Press.
    Tertoolen, G., Lankhuijzen, R. (2013). Onbewuste invloeden op gedrag. Beleidsimpuls verkeersveiligheid. Utrecht: XTNT Experts in Traffic and Transport.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW