File! 3 jun 2011

    door Gerard Tertoolen

    Dieren die meermaals elektrische schokken ondergaan, kun je aanleren om hulpeloos te worden. Op den duur verliezen zij het vermogen om te ontsnappen, ook al zijn daar best wel mogelijkheden voor. Ze lijden nog steeds onder een nieuwe schok, maar doen dan niets meer om het nog te vermijden. “Dat heeft toch geen zin”, lijken ze te denken, “niks helpt.” Het is ze geleerd om passief en hulpeloos te zijn. In de psychologie heet dat ‘aangeleerde hulpeloosheid’. En mensen zijn er net zo vatbaar voor als dieren. Als je voor de zoveelste keer gezakt bent voor je rijexamen, verlies je het geloof dat het ooit nog zal gaan lukken. 



    In situaties waar veel mensen bij betrokken zijn en bij problemen die héél groot lijken, is het risico dat er een gevoel van hulpeloosheid ontstaat extra groot. 

    Aangeleerde hulpeloosheid heeft in grote lijnen drie effecten:
    • Emotioneel. Het resulteert in ogenschijnlijke onverschilligheid (gebrek aan emoties) of juist in (redeloze) woede op anderen. De voorbeelden in het verkeer van dit laatste laten zich raden. Maar je kunt natuurlijk ook gefrustreerd naar huis gaan en je hond een schop geven. Kortom, machteloosheid. 
    • Motivationeel. Er is geen animo tot verandering meer, men vindt het wel best zo. 
    • Cognitief. Men weet niet meer wat te doen, er lijkt echt geen oplossing te zijn.

    Je zou kunnen concluderen dat er bij de Nederlandse forens, ten aanzien van het fileleed, sprake is van aangeleerde hulpeloosheid. Er lijkt een zekere vervreemding te hebben plaatsgevonden. Kenmerkend is apathie: men trekt zich terug in zichzelf, of in de eigen auto zo u wilt, en komt daar letterlijk en figuurlijk niet meer uit. 

    Er is meer in de psychologie dat aansluit bij dit gevoel van berusting en onvermogen. ‘Groepsdenken’ bijvoorbeeld. Door dit verschijnsel nemen weldenkende, bekwame mensen een groepsstandpunt over waardoor de kwaliteit van hun individuele beslissingen sterk terugloopt. De groep automobilisten is eensgezind over het feit dat het er allemaal bij hoort, we er toch niets tegen kunnen doen. Het gevolg is dat de individuele leden niet eens meer zoeken naar creatieve oplossingen.

    En dan is er nog de cognitieve dissonantiereductie. Mensen zijn eigenlijk de hele dag bezig om hun eigen gedrag goed te praten. We zijn creatief genoeg als we de weg van de minste weerstand willen volgen. Als we willen volharden in bepaald gedrag, dan vinden we daar ook wel argumenten voor. We horen ze elke dag.



     “Ik moet wel met de auto door de spits, maar mijn buurman zou best eens de trein kunnen pakken.” 

    “De overheid moet maar eens met echte oplossingen komen.” 

    “Ach, die file, zo erg is het niet. Reizen met het OV is veel erger.” 

    “Die file is eigenlijk wel prettig. Even geen gezeur aan m’n kop van vrouw of baas.”
     
    Allemaal voorbeelden van cognitieve dissonantie reductie. Door dit maar heel sterk te denken, wordt ‘mijn gedrag’ (iedere dag maar weer in de file aansluiten) voor ‘mezelf in ieder geval wat acceptabeler’. 

    Autorijden is voor een belangrijk deel gewoontegedrag. Kenmerk daarvan is dat het ingesleten is omdat het ooit efficiënt en comfortabel was. Nadeel van dit type gedrag is dat het niet meer geëvalueerd wordt. Dus als de externe omstandigheden veranderen en het gedrag helemaal niet meer efficiënt en comfortabel is, dan nog blijft het gedrag bestaan. Men denkt er immers niet meer over na en doet gewoon wat men altijd al deed. 

    Maar je kunt het ook anders bekijken. Dieren en mensen hebben de gave zich aan te passen aan hun omgeving. Dat is de kern van de evolutietheorie. Wie in staat is zich aan te passen aan veranderende omstandigheden, heeft de grootste kans om te slagen. Adaptatievermogen heet dat. En zo zijn heel wat uitlatingen over de file ook uit te leggen. Opmaken, scheren, telefoneren, brainstormen en bidden in de file. Het kan allemaal. En zo wordt de ‘onvermijdelijke’ filetijd in ieder geval nuttig besteed, zou je kunnen zeggen. 

    Hoe doorbreek je nou zoiets? Het zit niet alleen vast op de weg, maar ook in de hoofden van de automobilisten. Psychotherapie zou een oplossing kunnen bieden, maar praktisch lastig om dit een paar miljoen automobilisten op te leggen. Wat dan wel? 

    Laten we allereerst maar eens stoppen met elkaar aan te praten dat we allemaal zo hulpeloos zijn. Natuurlijk, als je om half acht de weg opgaat, is de kans aanzienlijk dat je in de file komt. Maar zeg niet dat je daar niks aan kunt doen, want dat kan je natuurlijk wel! Ga gewoon niet om half acht de weg op! Daar aan ontsnappen, hoeft niet gelijk een ‘overstap naar het openbaar vervoer’ te heten en ook geen ‘flexibilisering van werktijden’, dat klinkt zo absoluut. Zie het als een vorm van ‘actief met jezelf bezig zijn, nieuwe dingen ontdekken’. Jij bent toch zeker geen rat die willoos zit te wachten op de volgende elektrische schok! 

    Apathiepatiënten zo zeggen therapeuten, moet je aanmoedigen tot activiteit! Ze moeten leren weer controle te krijgen over de situatie. Wat op het eerste gezicht onmogelijk lijkt (het OV, op een andere tijd van huis), moet juist worden opgezocht. Learning by doing dus. 

    Daar is niet iedereen in gelijke mate vatbaar voor. Maar soms werkt het. Er zijn mensen die een keertje meegenomen worden in de trein en zich vervolgens echt afvragen waarom ze toch al die tijd willoos achteraan hebben aangesloten in de file. En er zijn zowel werknemers als werkgevers die nog moeten leren dat effectiviteit in het werk niet hetzelfde is als om negen uur binnenkomen en om half zes weer naar huis gaan. Dat begint door te dringen: De Nederlandse automobilist moet zich met reizen leren te gedragen zoals hij in de supermarkt al doet: er is meer te koop dan elke dag voorverpakte stamppot! Maak eens een verrassende keuze. 

    Laten we vervolgens ophouden met het fileprobleem te bestempelen als één groot uniform probleem. We staan met z’n allen in dé file, of we gaan hét probleem oplossen. Dat helpt niet in dit soort situaties. Het maakt de problemen alleen maar groter en daarmee ook het gevoel van hulpeloosheid. Segmenteren is belangrijk. De ene file is de andere niet, de ene automobilist is de andere niet en de ene oplossing is de andere niet. Zo wordt het wat beter te behappen. Dan is er misschien ook wat beter aan te ontsnappen. Voor die ene verplaatsing kan ik wel eens wat later van huis. Voor die andere verplaatsing misschien een keertje de fiets of het OV. En wat overblijft? Wel, daar valt nog eventjes weinig aan te doen wellicht. Maar dan is er een begin. Alle beetjes helpen en er ontstaat langzaam iets van keuzegedrag. Keeping the spark alive. 

    Tja, en mensen die opnieuw geleerd hebben te kiezen, moeten wel in hun keuze bekrachtigd worden. Zij die echt eens wat anders proberen, moeten aangenaam verrast worden. En zij die alleen maar een keertje iets anders kiezen om aan te tonen dat het alternatief van de file nog erger is, moeten van een koude kermis thuiskomen. Voor de aanbieders van OV en flexibel werken betekent dit een voorstel op maat. Verleid mensen alleen daar tot openbaar vervoergebruik waar het OV sterk is. Laat mensen kennismaken met flexibele werktijden in een bedrijfscultuur die er echt voor openstaat. Men hoeft niet in één keer van de auto af, maar men moet leren te kiezen als van de menukaart in het restaurant: op basis van afwisseling, verandering en goede smaak. Om mensen zover te krijgen moeten de alternatieven van de file natuurlijk wel heel laagdrempelig worden gemaakt.

    Als we het zo doen, worden we met z’n allen misschien wat minder hulpeloos. Dan gaan we misschien niet als hele groep zitten zeuren dat het toch nooit meer wat wordt. Dan hoeven we ons niet de hele dag met cognitieve dissonantie reductie in allerlei bochten te wringen en kunnen we ons adaptatievermogen inzetten om echt een stapje verder te komen op de ladder van de evolutie. Zo komt er misschien toch wat beweging in Nederland. Als het dan niet gelijk op de snelweg is, dan toch ten minste in de vastgeroeste reispatronen van miljoenen autoforenzen.



     Gerard Tertoolen is werkzaam bij XTNT als verkeerspsycholoog. Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor  Nederland Bereikbaar.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW